Herakleios (4): de Arabieren

De vallei van de Yarmuk

[Dit is het laatste van vier blogjes over keizer Herakleios, geschreven door Hein van Dolen, classicus, byzantinoloog en tevens de vertaler van Goden en halfgoden.

Terwijl Herakleios kampte met onoplosbare religieuze kwesties en met de financiële problemen die het gevolg waren van de oorlog met de Perzen, dreigde een nieuw gevaar. In het zuidoosten was de Arabische expansie begonnen, die ten koste van het Byzantijnse Rijk zou gaan. De motor achter deze expansie was, zoals bekend, het nieuwe monotheïstische geloof van de Arabieren: de islam.

Al snel na de dood van Mohammed (traditioneel gedateerd in 632) waren militaire campagnes naar Byzantijns Syrië en Perzisch Mesopotamië begonnen. In slechts enkele jaren vielen steden als Damascus (635) en Jeruzalem (637) in Arabische handen. Mesopotamië viel in 638 en Egypte in 641. De nieuwe monotheïsten werden niet overal ervaren als vijanden: in Egypte en Syrië begroetten de monofysieten de Arabieren als bevrijders, mede doordat Herakleios strenge belastingmaatregelen nam. De Arabieren stelden zulke eisen niet.

De slag aan de Yarmuk

In 636 bracht Herakleios, voor het eerst sinds de Perzische Oorlog, weer een groot leger op de been. 80.000 man werden rond de stad Antiochië geconcentreerd. De Arabieren trokken zich terug uit Damascus en Emesa, en legerden zich bij de rivier Yarmuk, de grensrivier tussen het huidige Syrië en Jordanië, uitmondend in het Meer van Galilea.

In mei marcheerde het keizerlijk leger hun tegemoet, maar om onduidelijke redenen werd de aanval drie maanden uitgesteld. Dit had fatale gevolgen. De blakende hitte ondermijnde het moreel van de Byzantijnse troepen, die continu hadden te lijden van snelle Arabische strooptochten. Tot overmaat van ramp stak op 20 augustus een hevige zandstorm op vanuit het zuiden, die de Byzantijnse soldaten verblindde, zodat ze geen hand voor ogen konden zien. De briljante Arabische generaal Khalid greep zijn kans en rekende af met zijn tegenstanders. Damascus en Emesa werden heroverd en in de herfst van 637 gaf patriarch Sofronios zijn stad Jeruzalem over aan de kalief Omar.

De depressieve keizer

Voor Herakleios werd het allemaal te veel. Hij ging zienderogen achteruit. Anders dan in de strijd tegen de Perzen had hij niet persoonlijk deelgenomen aan de gevechten met de Arabieren. Zijn gezondheid liet te wensen over: hij leed aan waterzucht. Daar kwamen nu psychische problemen bij.

Hij was ervan overtuigd dat God hem in de steek had gelaten en zijn genade had bestemd voor de nieuwe veroveraars. Het zo hem nog wel zijn gelukt om via een sluiproute in het belegerde Jeruzalem te komen en het Ware Kruis weg te halen, maar plausibel is het niet. Feitelijk verliet hij Syrië; doodvermoeid en gedesillusioneerd ging hij op weg naar de hoofdstad.

Bij de Bosporus aangekomen bleek hij echter een onverklaarbare afkeer van de zee te hebben. Sidderend hield hij zich schuil in het keizerlijk paleis op de Aziatische oever van de Bosporus en hij was er niet toe te bewegen om naar Constantinopel over te steken. De dringende smeekbeden van allerlei gezantschappen uit de stad waren vergeefs. Daar kwam achtervolgingswaanzin bij. Toen hij geruchten over een samenzwering door zijn neef en zijn bastaardzoon vernam, gaf hij het bevel hun neus en handen af te snijden en zond ze in ballingschap.

Na enkele weken werd door zijn vrouw en leden van de hofhouding een oplossing bedacht. Patriarch Nikeforos I, die ruim een eeuw later een kort geschiedwerk samenstelde, doet verslag:

Er werd voor gezorgd dat de prefect een zeer grote hoeveelheid boten bijeenbracht en die aan elkaar bond om de zeestraat als het ware te overbruggen. Hij moest aan weerszijden met boomtakken en bladeren een “muur” maken, zodat de keizer, als hij eroverheen ging, zelf geen blik op de zee kon slaan. En het werk vorderde snel. De keizer ging te paard over de zee alsof hij over het vasteland ging, tot aan het strand van de baai die Fidaleia heet.noot Breviarium 24.

Het einde van Herakleios

In de stad gearriveerd ging zijn fysieke conditie hard achteruit. Dezelfde Nikeforos meldt dat

de kwaal, hydrops, ongeneeslijk was. De zwelling was zo groot geworden dat hij, wanneer hij moest wateren, een plank tegen zijn onderbuik moest houden; anders zou zijn penis omklappen en de urine in zijn gezicht spuiten.

In 641 blies Herakleios  de laatste adem uit. Hij werd begraven in de kerk van de Heilige Apostelen en drie dagen lang bleef de tombe waarin zijn lijk lag zonder deksel, terwijl de dienstdoende eunuchen eromheen zaten. De keizer had dit zo verordonneerd, omdat hij bang was levend begraven te worden.

Konstantinos, Herakleios en Heraklonas (Bodemuseum, Berlijn)

De onderdanen waren er zeker van dat hun keizer door God gestraft was vanwege het bloedschendige huwelijk met zijn nicht Martina. Zij had hem elf kinderen geschonken, van wie er vier jong waren gestorven en minstens twee ernstig gehandicapt waren – ook al een blijk van de gramschap van de Heer. Na zijn dood werd zij publiekelijk verafschuwd en gehoond.

Al eerder had zij ervoor gezorgd dat haar oudste zoon Heraklonas medekeizer zou worden, samen met Constantijn, de zoon van Herakleios’ eerste echtgenote. Lang hebben de twee halfbroers er niet van kunnen genieten. Herakleios Konstantinos, die aan tuberculose leed, stierf al op 25 mei en in de zomer van 641 werden Martina en haar zoon gearresteerd. Haar tong werd uitgerukt en haar neus afgesneden en beiden werden verbannen naar het eiland Rhodos, vanwaar ze nooit zijn teruggekomen.


Het antieke Jemen

februari 22, 2025

De Avaren

mei 31, 2019
Deel dit:

Een gedachte over “Herakleios (4): de Arabieren

Reacties zijn gesloten.