De Tiber

De Tiber bij het eiland in Rome

Amsterdam ligt aan de Amstel, Antwerpen aan de Schelde en Rome aan de Tiber. Dat was destijds, vóór de kanalisering van 1870, een wispelturige rivier die vaak buiten haar oevers trad. Helaas stonden de Romeinse graanpakhuizen stroomafwaarts, tussen de heuvel Aventijn en de rivier. Als ze onder water kwamen staan, was de ellende niet te overzien. De Historia Augusta geeft een beschrijving:

[Keizer] Marcus Aurelius gaf zich geheel en al over aan de filosofie en won de genegenheid van de burgerij. Maar de overstroming van de Tiber, de ergste in zijn tijd, verstoorde dat geluk. Ze trof veel gebouwen in de stad, doodde talloze dieren en veroorzaakte een zeer ernstige hongersnood. Maar Marcus en [zijn medekeizer] Lucius Verus verlichtten de nood door hun zorgzaamheid en aanwezigheid.noot Historia Augusta, Marcus Aurelius 8.2-5.

Lees verder “De Tiber”

Herakleios (4): de Arabieren

De vallei van de Yarmuk

[Dit is het laatste van vier blogjes over keizer Herakleios, geschreven door Hein van Dolen, classicus, byzantinoloog en tevens de vertaler van Goden en halfgoden.

Terwijl Herakleios kampte met onoplosbare religieuze kwesties en met de financiële problemen die het gevolg waren van de oorlog met de Perzen, dreigde een nieuw gevaar. In het zuidoosten was de Arabische expansie begonnen, die ten koste van het Byzantijnse Rijk zou gaan. De motor achter deze expansie was, zoals bekend, het nieuwe monotheïstische geloof van de Arabieren: de islam.

Al snel na de dood van Mohammed (traditioneel gedateerd in 632) waren militaire campagnes naar Byzantijns Syrië en Perzisch Mesopotamië begonnen. In slechts enkele jaren vielen steden als Damascus (635) en Jeruzalem (637) in Arabische handen. Mesopotamië viel in 638 en Egypte in 641. De nieuwe monotheïsten werden niet overal ervaren als vijanden: in Egypte en Syrië begroetten de monofysieten de Arabieren als bevrijders, mede doordat Herakleios strenge belastingmaatregelen nam. De Arabieren stelden zulke eisen niet.

Lees verder “Herakleios (4): de Arabieren”

Arm en straatarm in Rome (5)

Slavenboeien (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

[Volgens de propagandisten zou Rome in de vroege keizertijd een stad van marmer zijn geweest, maar de werkelijkheid was anders. Dit is het slot van een reeks over armoede en extreme armoede. Het eerste deel was hier.]

Slavernij en sociale mobiliteit

Dwars door de bevolking van Rome liep een onderscheid tussen vrije en onvrije mensen. Onder meer vanuit de juridische geschriften hebben we een vrij scherp beeld van de positie van de servi. Hun onvrijheid had als voordeel dat er iemand naar hen omkeek. Hoog­opgeleide slaven leidden vermoedelijk een redelijk comfortabel leven, bijvoorbeeld als arts of onderwijzer. Sommigen van hen hielden er zélf slaven op na; getrapte slavernij dus. Het gros zal uitgebuit zijn en als voetveeg behandeld. Veelzeggend is dat deurwachten soms vastgeketend werden. Er zijn daarentegen ook voorbeelden van slaven die liefdevol bijgezet werden in het familiegraf.

Lees verder “Arm en straatarm in Rome (5)”

Tuberculose

Tuberculoselijder (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In een recent artikel in Nature zijn de resultaten te lezen van het eerste DNA-onderzoek dat is uitgevoerd op menselijke resten uit Pompeii. De conclusies zijn niet heel verrassend. Dat de onderzochte bewoners leken op andere mensen uit Italië zal althans niet leiden tot krantenkoppen. De conclusie dat “despite the extensive connection between Rome and other Mediterranean populations, a noticeable degree of genetic homogeneity exists in the Italian peninsula” is te  kort door de bocht. Er zijn slechts twee skeletten onderzocht. Gevalletje oudheidkundige standaardoverdrijving zullen we maar zeggen.

Tuberculose

Interessant is echter dat tevens is vastgesteld dat iemand leed aan tuberculose. Op zichzelf is dat geen primeur. De ziekte tast botten aan, vooral de gewrichten. Archeologen kunnen het herkennen aan knieën, heupen en de wervelkolom. In dit geval is echter ook het DNA van de tuberculose-bacterie gevonden.

Lees verder “Tuberculose”

Nare migranten: antieke ziektes

Schedel van Myrtis (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie. Het vermoedelijk zichtbaarste aspect daarvan is het enorme antieke wegennetwerk. Het begon met de koninklijke wegen in het Perzsche Rijk, het groeide uit tot de eindeloze stenen heirbanen, soms vijf of zes meter breed, die de stad Rome verbonden met alle provincies. Het aardige is dat zo’n weg, als die er eenmaal lag, er ook bleef liggen. Er moet  immers nogal wat gebeuren wil een stenen weg verdwijnen. Het effect ervan – dat je makkelijker reisde – was dus cumulatief. Elke weg maakte het weer een tikje makkelijker om op reis te gaan. Christelijke pelgrims als Egeria reisden (voor die tijd) eenvoudig over een wegenstelsel dat in de loop van enkele eeuwen almaar verder was uitgebouwd.

Daarnaast waren er de waterwegen. De oude wereld lag rond een binnenzee waar het weliswaar geducht kan spoken, maar die toch betrekkelijk vriendelijk is en die het mogelijk maakt producten in bulk te vervoeren. Voor de prijs waarmee je een lading een bepaalde afstand over het land kunt vervoeren, vervoer je diezelfde lading zeven keer zover over een rivier en zeventien keer zo ver over het zee.

Lees verder “Nare migranten: antieke ziektes”

Een oude Groninger

Skelet van een man uit Ezinge (Museum Wierdenland)

De Friezen spreken van terpen, de Groningers hebben het over wierden, de Duitsers kennen Warften en de Denen værfter, maar ze bedoelen allemaal dezelfde heuvels waarop de bewoners van het antieke kustlandschap hun boerderijen bouwden. Archeologen dateren de oudste woonheuvels rond 500 v.Chr. en vermoedelijk zijn ze eigenlijk bij toeval ontstaan: waar mensen wonen, werpen ze afval neer en waar vee loopt, valt mest. Als de zee in de buurt is, is het slim om, wanneer je huis moet worden vervangen, het nieuwe huis te bouwen op de resten van het oude, omdat je dan wat hoger zit en grotere kans hebt boven de branding te blijven.

Later werden de heuvels kunstmatig verhoogd. Sommige zijn wel zes meter hoog. De boerderijen zelf hadden vaak een verhoogde bodem, als een extra garantie dat de bewoners geen natte voeten zouden krijgen. Als u een idee wil krijgen van het comfort van zo’n huis, kijk dan eens in Archeon in Alphen aan den Rijn, waar twee huizen zijn nagebouwd die zo rond 300 v.Chr. stonden in het Groningse Ezinge.

Lees verder “Een oude Groninger”

Dat weten alleen moeders

oma
De moeder van mijn vader.

De foto toont de moeder van mijn vader. Ik zal eerlijk zijn: ik weet niet wat haar naam is. Dat klinkt wat harteloos, maar het heeft een eenvoudige reden, namelijk dat ik haar nooit heb gekend. Ze is in 1948 overleden, vijftig jaar oud. Tegenwoordig worden mensen gemakkelijk veel ouder, maar destijds waren volksziektes als tuberculose nog dodelijk. Ik weet overigens niet zeker of ze aan de tbc is overleden. Ik zal mijn vader eens vragen als ik hem zondag zie.

Lees verder “Dat weten alleen moeders”

Het antieke Rome in context

Doré’s weergave van de overbevolkte sloppen van Londen in de negentiende eeuw

[Dit is het laatste van een reeks artikelen over het dagelijks leven in het antieke Rome. Het eerste is hier.]

Omstreeks 1700 woonden er in Parijs ongeveer 530.000 mensen, in Londen een half miljoen, in Napels en Amsterdam 210.000, en in Rome zelf 150.000. Voor de voorindustriële tijd was de antieke hoofdstad van het Mediterrane imperium exceptioneel groot. In grote delen van de stad woonden meer dan duizend mensen op een hectare: meer dan bijvoorbeeld in het moderne Calcutta. De leefomstandigheden waren ook extreem slecht, en het is aannemelijk dat het één samenhangt met het ander.

Rome was een hypermacht: een supermacht zonder rivalen, die het zich kon veroorloven er een hoofdstad op na te houden die de opbrengst verteerde van een provincie of vijf. Verteerde: waar Parijs, Londen, Napels, Amsterdam en het achttiende-eeuwse Rome een uitgebreide nijverheid- en handelssector hadden, was deze in Rome van ondergeschikt belang (al moet het positieve effect voor de provincies van de door Rome uitgeoefende vraag niet worden onderschat). Voor zo’n halfparasitaire stad zijn parallellen: het Bagdad van de negende eeuw en Chang’an in China. Beide waren ook miljoenensteden, waar de vorsten woonden van imperia die in feite geen buitenlandse vijanden kenden.

Lees verder “Het antieke Rome in context”

Gevaarlijk water

Maquette van de Baden van Caracalla

[Dit is het vierde van een reeks artikelen over het dagelijks leven in het antieke Rome. Het eerste is hier.]

Ruwweg een miljoen mensen dus – maar wat betekent zo’n getal? Om te beginnen moesten ze drinken, en met een kubieke meter water per persoon zat dat op zich wel goed. Helaas was de waterkwaliteit abominabel. Het water, dat in het vulkanische Lazio toch al rijk was aan sulfaat- en fosforverbindingen en andere zware mineralen, stroomde door kilometers lange stenen aquaducten, zodat het buitengewoon kalkrijk was tegen de tijd dat het Rome bereikte. De centimeters dikke kalkafzettingen op de bodem van de aquaductkanalen (‘travertijn’) maken wel duidelijk dat het Romeinse water niet bepaald geweldig was, en inderdaad: uit de schedels die zijn gevonden in bijvoorbeeld Herculaneum blijkt dat de bevolking van Midden-Italië zonder uitzondering leed aan tandsteen en cariës.

Lees verder “Gevaarlijk water”