MoM | Antieke migraties en migranten (2)

Het negentiende-eeuwse beeld van de deelnemers aan de Grote Volksverhuizingen (Heldenplatz, Wenen)

[Voor het eerste deel van deze reeks over antieke migratie: hier.]

De migratie van namen

Je kunt niet zeggen dat de verplaatsing van een naam met bijbehorende Traditionskern voldoende bewijs is voor migratie. Het probleem is dat die namen óf niet bijster consistent zijn óf niets zeggen. De naam “Vandalen” betekent zoiets als “zwervers” (vgl. to wander) en deze groep staat eveneens bekend als Lugii, Asdingen, Hasdingen en Silingen. Het is wat moeilijk op deze wijze een scherp beeld te krijgen.

Of neem de Goten. Hun naam migreerde van de Oostzee naar het zuidoosten en dat past bij het archeologisch bewijs. Er zijn namelijk nauwe banden tussen enerzijds de Wielbark-cultuur aan de Weichsel in de eerste twee eeuwen van onze jaartelling en anderzijds de derde/vierde-eeuwse Tsjernjachovcultuur in Oekraïne en de Santana de Mureş-cultuur in Roemenië. Een denkbaar scenario is dat de Goten naar het zuidoosten trokken, dat ze na enkele plundertochten in de derde eeuw werden verslagen, en toen door keizer Aurelianus de Romeinse provincie Dacië kregen toegewezen. Eén groep vestigde zich daar en stond sindsdien bekend als Terwingi (“bosmensen”). De elite liet zich de Vesi noemen, “de edelen” of “de wijzen”. De andere groep bleef achter in Oekraïne en noemde zich “steppemensen” ofwel Greutingi, maar ook Ostrogoti, “de schitterende Goten”. (De “Oost-Goten” en de “West-Goten” die u kent uit Asterix zeggen meer over Fransen die zóveel houden van Duitsland dat ze willen dat er wel twee van zijn.)

Lees verder “MoM | Antieke migraties en migranten (2)”

De wierde van Saaksum

De wierde van Saaksum

In de vierde eeuw v.Chr., toen het Nederlandse rivierengebied deel uitmaakte van de La Tène-cultuur, was de noordelijke kustzone een van de dichtst bewoonde gebieden in de regio. Het was er vooral nat. Het landschap, grotendeels kwelders, was herkenbaarder dan nu doorsneden door rivieren. De mensen woonden op de oeverwallen en verhoogden, om zeker te zijn van droge voeten, hun woonplaatsen. Zo ontstonden de eerste wierden. (De Friezen spreken van terpen.)

In de loop der eeuwen zetten de rivieren en de zee steeds weer klei af, waardoor de wierden relatief lager kwamen te liggen en opnieuw opgehoogd moesten worden. Dit was deels een kwestie van nieuwe klei erop leggen, deels gebeurde het automatisch. De heuvel werd immers als vanzelf hoger doordat de bewoners afval lieten liggen. Ik heb weleens geblogd over hoe de Romeinen naar dit landschap keken: verbluft.

Lees verder “De wierde van Saaksum”

Romeins goudstuk, Saksisch offer

Goudstuk van Constans (©Christina Kohnen)

Hé, dat is fijn: ik kan eens iets leuks vertellen. Over archeologie nog wel. En ik hoef niet eens over te schakelen op oudheidkundige standaardoverdrijving. Ook zonder hijgerig geschreeuw is deze vondst gewoon aardig.

Het gaat over de munt hierboven. Het opschrift op de voorzijde (de “kop”) identificeert de afgebeelde keizer als Fl(avius) Jul(ius) Constans en meldt verder dat hij een pius felix augustus is, een “vrome en gelukkige keizer”. De andere zijde (de “munt”) toont twee Victoria’s en een schild met het opschrift VOT X MVLT XV, steno voor votis decennalibus multis quindecennalibus, wat zoiets wil zeggen als “de geloftes voor het tienjarige jubileum zijn ingelost en er zijn nog meer geloftes voor het vijftienjarige jubileum”. Het opschrift luidt ob victoriam triumphalem, “wegens een triomfantelijke zege”. De munt is geslagen in Siscia, het huidige Sisak in oostelijk Kroatië.

Lees verder “Romeins goudstuk, Saksisch offer”