MoM: Eliminatie

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

Vorige week blogde ik over de Hangende Tuinen van Babylon en vertelde ik dat er verschillende antieke bronnen bestaan over die tuinen, maar dat die allemaal teruggaan op één bron. Dit betekent dat informatie uit de afgeleide bronnen mag worden genegeerd. Dit staat bekend als “eliminatie”. Het is een krachtig instrument om betrouwbaardere en minder betrouwbare informatie te scheiden, omdat we zo in elk geval auteurs uit de discussie halen die anderen napapagaaien.

Eerst een makkelijk voorbeeld waarvan het belang in één keer duidelijk is. We hebben vier verslagen van de laatste dagen van Jezus van Nazaret: de evangeliën van Matteüs, Marcus, Lukas en Johannes. Daartussen zitten wat verschillen, zoals u voor uzelf kunt constateren als u de laatste woorden van Jezus erop naslaat. Aangezien kan worden bewezen dat Matteüs en Lukas zijn afgeleid van het evangelie Marcus, hebben we voor de procesgang in feite maar twee getuigenissen, namelijk Marcus en Johannes. Matteüs en Lukas zijn, ten opzichte van Marcus, elimineerbaar. Dit betekent dat de beruchte zelfvervloeking van de Joden die Matteüs als enige vermeldt (“zijn bloed kome over ons en onze kinderen”) ook elimineerbaar is. Als Mel Gibson deze toont in zijn film The Passion of the Christ, wijkt hij af van zijn opzet de gebeurtenissen historisch zo accuraat mogelijk te tonen.

Lees verder “MoM: Eliminatie”

Klassieke literatuur (5b): geschiedschrijving

Kleio, de muze van de geschiedschrijving. Mozaïek uit Zeugma, nu in Gazi Antep.

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich werkelijk in de klassieke letteren wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een cursus, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur kun je verder Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus lezen, maar voor de Griekse en christelijke literatuur bestaat zo’n boek niet.]

Ik heb u eergisteren al voorgesteld aan Herodotos, de auteur van de Historiën, en aan Thoukydides, die het genre dat we gemakshalve “geschiedenis” noemen versmalde tot de daden van enkele grote mannen. Vandaag behandel ik enkele andere schrijvers, en dan begin ik met Xenofon, een van de onderhoudendste auteurs uit de Oudheid. Dat is ook niet zo vreemd, want behalve auteur was hij huurling, econoom, filosoof, paardenfokker, reiziger, balling, biograaf, romancier, generaal en hoveling. Met zo’n leven ben je natuurlijk niet in staat iets te schrijven dat saai is.

En inderdaad: zijn Hellenika (een geschiedenis van zijn eigen tijd), zijn biografie van koning Agesilaos en zijn geromantiseerde boek over de jeugd van Cyrus de Grote zijn buitengewoon lezenswaardig. Maar de Anabasis, het ooggetuigenverslag van een burgeroorlog in het Perzische Rijk, spant de kroon: Xenofon gaat mee op pad in het huurlingenleger van een rebel, is aanwezig bij de beslissende (verloren) veldslag, en commandeert een deel van het leger als het probeert terug te keren naar Griekenland – dwars door het besneeuwde oosten van wat nu Turkije heet. Van de 14.000 soldaten keerden er 6000 terug.

De Anabasis is verschillende keren in het Nederlands vertaald (onder andere door Gerard Koolschijn en Nicolaas Matsier en door Marc Moonen) maar die vertalingen zijn bij mijn weten niet meer leverbaar. Koolschijn vertaalde in 1990 ook de Hellenika maar ik adviseer de Landmark-vertaling, die voldoet aan de eisen die we aan een vertaling stellen in de eenentwintigste eeuw. Een Landmark-Anabasis is in de maak. John Nagelkerke vertaalde in 1999 het boek over de jeugd van Cyrus (Kyros de Grote. De vorming van een vorst): een boek dat wat meer aandacht had verdiend.

Lees verder “Klassieke literatuur (5b): geschiedschrijving”

Factcheck: Hangende Tuinen?

De “East India House Inscription” (British Museum, Londen)

Voor wie nooit iets leest, is alles nieuws. Dit betekent dat je, als wetenschapper, er goed aan doet het publiek niet te veel te vertellen, want dan kun je altijd een oud kliekje opwarmen en presenteren als iets nieuws. Een loepzuiver voorbeeld van nieuws-dat-geen-nieuws-is-maar-ervoor-moet-doorgaan is het bericht dat de zogenaamde Islamitische Staat ongewild de Hangende Tuinen van Babylon zou hebben gevonden.

Nou, dus niet. En het is zelfs geen hypothese die de moeite van het overwegen waard is. Het is gewoon zoeken naar iets waarvan je weet dat het niet bestaat en toch “hebbes!” roepen.

Lees verder “Factcheck: Hangende Tuinen?”

MoM | Levensbeschouwing en causaliteit (2)

[In het voorgaande stukje heb ik uitgelegd dat eenieder die zich bezighoudt met het verleden, moet laveren tussen ontologisch holisme en ontologisch individualisme. Ik heb geconcludeerd dat levensbeschouwingen het beste kunnen worden beschouwd als een voortdurend veranderend netwerk van in meer of mindere mate gedeelde ideeën en sociale relaties.]

Heeft het christendom, om de opmerking van Buma weer op te pikken, het westerse gelijkheidsideaal veroorzaakt? Ik denk dat hij wel een béétje gelijk heeft. De Bijbel zit vol tegenspraken en daardoor stuitten christenen, door de eeuwen heen, steeds weer op passages die hun konden brengen tot egalitaire ideeën. Het gelijkheidsideaal behoort, zo bezien, tot de christelijke bagage, samen met een ongelijkheidsideaal. Het is een deel van het “voortdurend veranderende netwerk van in meer of mindere mate gedeelde ideeën en sociale relaties”.

Lees verder “MoM | Levensbeschouwing en causaliteit (2)”

MoM | Levensbeschouwing en causaliteit (1)

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

Vorige week schreef ikniet als enige, overigens – een factcheck over de vraag of het christendom, zoals Sybrand Buma had beweerd, al vele eeuwen een gelijkheidsideaal had uitgedragen. De aard van factchecks maakt het lastig de achterliggende kwestie te behandelen, namelijk hoe levensovertuigingen de samenleving veranderen. Dit is daarom zo ingewikkeld, omdat er verschillende andere vragen in samenkomen, zoals wat een levensovertuiging eigenlijk inhoudt en wat wordt bedoeld met invloed.

Lees verder “MoM | Levensbeschouwing en causaliteit (1)”

MoM | Wat is waarheid?

methode_op_maandag

Het argument valt in deze verkiezingstijd weer te horen: dit of dat is wetenschappelijk vastgesteld. “Onderzoek wijst uit…”, zeggen ze dan, en daarna horen we dat het klimaat verandert, dat allochtonen oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers of dat kleinere schoolklassen gezonder zijn. De implicatie van dit type argument is dat als de wetenschap eenmaal een uitspraak heeft gedaan, het dus waar is. Dat is ook de aanname achter websites als de StellingChecker en de NieuwsCheckers, die controleren of politici zich wel baseren op de juiste aannames.

De stelling “wat wetenschappelijk is, is waar” zal een factcheck echter niet overleven. Wetenschap is een manier om de waarheid te benaderen. Niet meer, niet minder. De crux is dat we allerlei gecontroleerd verworven data – of dat nu astronomische waarnemingen zijn of laboratoriumuitslagen of oud-Griekse bronnen – ordenen via gecontroleerde stappen om vervolgens op gecontroleerde wijze te komen tot conclusies. Die controles noemen we “methode” en een wetenschappelijk conclusie is alleen waar volgens een bepaalde methode.

Lees verder “MoM | Wat is waarheid?”

Jodenbekering

sanders_levis_eerste_kerstfeest

Gisteren is in Nijmegen Ewoud Sanders gepromoveerd, die u wellicht kent als de journalist die elke week op de achterpagina van het NRC Handelsblad een leuk stukje schrijft over de geschiedenis van deze of gene uitdrukking. Hij kan daar zoveel over vertellen omdat hij beschikt over een enorme database van gedigitaliseerde boeken, waaronder titels die nog niet aanwezig zijn in de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren. Ik ken niemand – full disclosure: ik ken hem dus – die beter begrijpt hoe digitalisering de zoektocht naar informatie van karakter heeft doen veranderen. Sanders zijnde Sanders heeft hij ook dáár leuk over geschreven: Slimmer zoeken op het internet.

Zijn zoekvaardigheid moet de nieuwe doctor in de neerlandistiek van pas zijn gekomen bij het schrijven van zijn proefschrift, dat is gewijd aan christelijke jeugdliteratuur over “jodenbekering”: verhalen dus over joodse kinderen die het christendom als religie aanvaarden. Wie mocht denken dat zulke boekjes zeldzaam zijn of behoren tot een ver verleden, vergist zich: Sanders brengt niet minder dan zevenenzestig protestantse en dertien katholieke verhalen in beeld, en de jongste (Izaks zoektocht naar de Vredevorst door C. van Rijswijk) dateert uit 2014. Het jaar erna verscheen de zesde druk van M.H. Karels-Meeuses De zoektocht van Lea, dat gewoon leverbaar is. Het genre is springlevend.

Lees verder “Jodenbekering”