Hellenistisch Baktrië

Ik heb ongeveer een jaar gedaan over The Hellenistic Far East (2014) van de Britse oudheidkundige Rachel Mairs. Niet omdat het geen boeiend boek zou zijn, niet omdat het een slecht boek zou zijn, maar omdat het extreem interessant was. Kort en goed samengevat onderzoekt Mair welke conclusies we met enig vertrouwen kunnen baseren op de beschikbare data. Data die, zoals in de oudheidkundige disciplines gebruikelijk, zeer schaars zijn: we hebben nauwelijks geschreven teksten, we hebben een stuk of wat inscripties en we krijgen pas de laatste tijd de beschikking over voldoende archeologisch materiaal om zinvolle vergelijkingen te maken.

Dat leidt meteen tot een nieuwe kijk op Ai Khanum, de Hellenistische stad die in het noordoosten van Afghanistan is opgegraven. Die wordt traditioneel getypeerd als een Griekse nederzetting (“an outpost of Hellenism”) en dat is ook niet zo heel erg vreemd. Kijk maar hier wat er zoal is opgegraven: het meeste zou in Griekenland niet hebben misstaan. Het is dus logisch Ai Khanum te beschouwen als een Griekse kolonie in den vreemde, niet in de laatste plaats omdat we weten dat Alexander de Grote Griekse huurlingen als kolonisten heeft achtergelaten in Baktrië, dat wil zeggen de vallei van de Boven-Oxus.

Lees verder “Hellenistisch Baktrië”

MoM | Wat betekent dat woord?

Ik gaf in het vorige stukje het woord aan Alexander Smarius, die uitlegde dat er taalkundig geen bezwaren zijn om de openingsregel van het Evangelie van Johannes (“In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God”) te vertalen als “het Woord was een god”. Het Grieks kent namelijk geen onbepaald lidwoord, dus “een god” is als vertaling in principe mogelijk. Voor Jehovah’s Getuigen maakt dat veel uit, omdat zij bezwaren hebben tegen het idee van een Drie-eenheid, waarin God de Vader en God de Zoon (ofwel het Woord ofwel Jezus Christus) één in wezen zijn. Jehovah’s Getuigen gaan ervan uit dat het Woord een god onder God is.

Als ik het wel heb, noemen theologen deze opvatting “subordinationisme”. Dat staat niet meteen op uw mentale landkaart, maar wellicht helpt het als ik u eraan herinner dat de heilige Nikolaas van Myra, zoals wij allen geloven en belijden, dermate in pastorale woede is ontstoken over deze zijns inziens perverse dwaalleer dat hij tijdens het Concilie van Nikaia in 325 de heresiarch tegen de vlakte heeft gemept.

Lees verder “MoM | Wat betekent dat woord?”

En het Woord was…

De Drie-eenheid op een zeventiende-eeuwse muurschildering uit Arbanasi (Bulgarije)

[Onlangs gaf ik hier ruimte aan Alexander Smarius, die schreef over de nieuwe Bijbelvertaling van de Jehovah’s Getuigen. Elke vertaling is keuzes maken en sommige daarvan vertellen nogal wat over de vertaler zelf. Zo is er de kwestie van de openingszin van het Johannesevangelie, die Smarius hieronder toelicht, want Jehovah’s Getuigen maken daar een significant andere keuze dan andere christenen. Ik kom er later vandaag ook nog op terug in “Methode op Maandag”.]

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

In de meeste Nederlandstalige Bijbels is dat de openingszin van het Evangelie van Johannes (Johannes 1:1). Verderop in de tekst wordt duidelijk dat met “het Woord” de Zoon van God wordt bedoeld, Christus. Minder duidelijk is hoe de lezer moet begrijpen dat degene die “bij God” was zelf ook “God” was. Volgens de gangbare Bijbelverklaring zijn de Vader en de Zoon samen één God, zoals twee lucifers één vlam kunnen delen.

Lees verder “En het Woord was…”

Boeddha

Fayaz Tepe

Al in de late zesde eeuw v.Chr. deporteerde de Perzische koning Darius de Grote Grieken naar het verre Baktrië (de vlakte van de Boven-Oxus ofwel het grensgebied tussen Afghanistan en Oezbekistan). Zijn zoon en opvolger Xerxes ging daar vrolijk mee verder en de Griekse kolonie in het verre oosten moet aanzienlijk zijn geweest. Eén van de aanwijzingen daarvoor is dat in Baktrië imitaties circuleerden van Griekse munten; een andere aanwijzing is dat toen Alexander de Grote in 329 v.Chr. in deze contreien aankwam, hij afstammelingen van de gedeporteerden aantrof. Gewoontegetrouw moordde hij die uit.

Enkele jaren later liet hij er duizenden Griekse huurlingen achter. Hij had de Baktrische bevolking, die deels leefde van de landbouw en deels heen en weer trok met kuddes, gedeporteerd naar nieuw-gestichte steden als Ai Khanum en Kampyr Tepe, en het was de bedoeling dat de Griekse kolonisten erop toezagen dat de Baktriërs ook in die makkelijk te controleren steden bleven wonen.

Lees verder “Boeddha”

MoM | Teksten en vondsten (2)

[Dit is het tweede deel van een stukje over de wijze waarop archeologische vondsten kunnen worden gebruikt om teksten te toetsen. In het eerste deel noemde ik dat je eerst moet vaststellen wat de strekking van de tekst is, dat je daarna moet nadenken over de toegestane onderzoekswegen (heuristieken) zijn en dat je tot slot moet formuleren wat de toetsing daarvan zou kunnen zijn.]

Een voorbeeld: Polybios beschrijft dat, toen koning Antiochos III de Grote in 206 v.Chr. de stad Griekse Baktra in het noorden van Afghanistan belegerde, een van de verdedigers erop wees dat oorlog tussen de Grieken vooral de hordes barbaren, die de beschaving wilden overrompelen, in de kaart zou spelen. Dit is een van de weinige teksten over de ondergang van Grieks Baktrië en ze documenteert dus barbaarse dreiging. In alle geschiedenisboekjes staat dan ook dat deze buitenpost van de klassieke cultuur onder de voet is gelopen door Centraal-Aziatische nomadenstammen. Maar…

Lees verder “MoM | Teksten en vondsten (2)”

MoM | Teksten en vondsten (1)

Wat is een oudheidkundig bewijs? Eerste voorbeeld: het bestaan van koning Salomo. Die kennen we vooral uit het Deuteronomistische Geschiedwerk en uit teksten die daarvan zijn afgeleid. Dat is weinig materiaal en daarom is de vraag gewettigd of hij wel een historisch personage is. Je kunt nu zeggen dat één bron geen bron is en bevestiging eisen uit ander bewijsmateriaal. Je zoekt dan dus naar verificatie. Je kunt het ook omkeren en zeggen dat je het bestaan van Salomo aanvaardt tot je tegenbewijs hebt. Falsificatie. Voor beide standpunten valt iets te zeggen en het komt erop aan dat je je keuze moet kunnen verantwoorden.

Tweede voorbeeld: veel antieke teksten vermelden zaken die simpelweg niet waar kunnen zijn. Herodotos weet dat Xerxes ten strijde trok tegen de Grieken na een droomgezicht. Kallimachos meldt dat toen koningin Berenike wat haarlokken had geofferd, die als sterrenbeeld aan de hemel verschenen. Julius Caesar schrijft in de Gallische Oorlog dat er ten noorden van de Alpen eenhoorns voorkomen. Volgens de evangelist Johannes veranderde Jezus water in wijn. Cassius Dio meldt dat keizer Marcus Aurelius een Egyptenaar in dienst had die regen kon maken. Zulke dingen geloven wij niet – maar andere informatie uit dezelfde bronnen geloven we wel. Opnieuw: je moet in staat zijn te kunnen uitleggen waarom je het ene deel van een tekst wel en het andere deel van dezelfde tekst niet gelooft.

Lees verder “MoM | Teksten en vondsten (1)”

Interweekum

Een Grieks motief in een Romeinse context in een oosterse stad: Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen, op een mooi mozaïek uit Jerash (Altes Museum, Berlijn).

Meneer Van Dale Wacht Op Antwoord. Ajax Voetbalt Goed. Herman Broods Fan Club Is Ondergang Nabij. Ons Buurmeisje Anne Frank Gaat Koekjes Maken. Hoe belachelijker een ezelsbruggetje klinkt, hoe beter mensen het onthouden. Als dit ook opgaat voor andere dingen dan ezelsbruggetjes, dan zal de belachelijkheid van “interweekum” ervoor zorgen dat dit ridicule woord – ik was erbij toen het op woensdag 17 mei werd verzonnen in de tuin van het Rijksmuseum van Oudheden – én lange tijd meegaat, én ingeburgerd raakt en én komt te staan voor het belangrijkste oudheidkundige evenement van het universum en wijde omtrek.

Het interweekum is de werktitel van enkele thema-avonden in opgemeld museum, maar als ik het u zo aankondig, haalt u uw schouders op. Het gaat om de achtergrond, namelijk dat we in Nederland en Vlaanderen ieder jaar de oude wereld in het zonnetje zetten met twee evenementen, beide in het voorjaar: de Week van de Klassieken en de Romeinenweek. Het is de organisatie van het laatste evenement, RomeinenNU (waar ik bestuurslid ben), al tijden een doorn in het oog dat die twee zo weinig samenwerken. Met elkaar samen kunnen we immers een evenement maken dat er écht toe doet. Met elkaar samen kunnen we de klassieken laten terugkeren naar de plaats waar ze behoren: middenin de wereld, als onderdeel van het maatschappelijk debat.

Lees verder “Interweekum”