Transparantie

Zo ben je evangelist, zo ben je de inzet van wetenschapsfraude. Arme Marcus.

Ik zit op een hotelkamer in Vlorë, ben te vroeg wakker en lees dit. Het komt erop neer dat het eerste-eeuwse fragment van het Evangelie van Marcus dat een tijd geleden is opgedoken, nu wordt uitgegeven. Dat is op zich aardig nieuws, maar er lijkt een bommetje te zijn verborgen. Ik schrijf “lijkt” want ik kan het hier, op een hotelkamer dus, niet zo snel controleren.

Waarom is dat bijzonder? Omdat het papyrusfragment waar het om gaat, ooit met veel bombarie uit een kartonnage is gehaald. Een kartonnage is het papier-maché-deel van een mummie; de methode om zo portretten aan te brengen, kwam aan het begin van de jaartelling ten einde. Degenen die de kartonnage destijds “disassembleerden” toonden het op film en vertelden dat het geen probleem was omdat ze het voorwerp hadden gekocht. Het probleem is nu dat een Marcus-fragment nooit voor het jaar 70 n.Chr. (de datering van dat evangelie) kan zijn geschreven. Een eerste-eeuws Marcusfragment is dus niet alleen verschrikkelijk oud (en reden tot vreugde voor evangelische christenen) maar vormt tevens bewijs dat de gewoonte mummies te voorzien van kartonnages langer heeft bestaan dan we wisten. De evangelische christenen hadden onvervangbare egyptologische data vernietigd.

Lees verder “Transparantie”

Byblos in de Bronstijd

Het tempeltje bij de Grote Residentie, met ankerstenen onder de hoek links vooraan

Ik beschreef gisteren hoe Byblos was ontstaan: rond 3000 v.Chr. was het al een internationaal handelscentrum van betekenis, dat contacten had met Anatolië, Soedan en Baktrië. Dat veranderde in de Bronstijd niet. De stad exporteerde cederhout, gekapt op de westelijke hellingen van het Libanongebergte. Naar Byblos geïmporteerde producten als olijfolie, wol, pek en hars werden verder verhandeld aan het Egypte van de dynastieën 34 en 5, (ca. 2675-2350 v.Chr.). Daarvandaan kwamen papyrus, graanproducten, touw, peulvruchten en vlas, zaken die de Bybliërs weer exporteerden naar Anatolië en Mesopotamië.

Naast de handel kende Byblos ook visserij, akkerbouw en veeteelt. De enorme welvaart van de stad blijkt wel uit de “Grote Residentie”, die zo’n 900 vierkante meter groot was. Daarnaast stond een tempeltje dat was versierd met ankerstenen. Je kunt je voorstellen hoe een dankbare schipper zijn anker als bedankje heeft achtergelaten in het heiligdom van het Bronstijdequivalent van Sint-Nikolaas, de beschermer van de zeevarenden. Het viel me afgelopen december pas voor het eerst op: bij eerdere gelegenheden moeten de ankers overwoekerd zijn geweest door gras. Grappig genoeg zag ik dezelfde decoratie deze lente ook in het aanzienlijke jongere Kition op Cyprus.

Lees verder “Byblos in de Bronstijd”

MoM | Conflictarcheologie

De Canadese archeoloog Bruce Trigger heeft er eens op gewezen dat zijn vakgebied lange tijd geënt was gebleven op de negentiende-eeuwse geschiedschrijving, met dit verschil dat de “grote mannen” waren vervangen door archeologische culturen. Het focus op concurrentie en geweld was echter hetzelfde, en omdat zo in feite werd aangegeven dat oorlog van alle tijden was, bestond de mogelijkheid archeologie te gebruiken om oorlog te rechtvaardigen. Het was immers de normaalste zaak van de wereld. Dat was één reden waarom archeologen in de tweede helft van de twintigste eeuw aarzelden oorlog aan te voeren als verklaring voor culturele veranderingen, zelfs al wisten ze heus wel dat in alle voorindustriële samenlevingen oorlog de voornaamste vorm van kapitaaloverdracht was geweest.

Langzaam laten archeologen deze schroom echter varen en ontstaat een nieuwe geesteswetenschap, die we kunnen aanduiden als conflictarcheologie. De dynamiek zit bijvoorbeeld in een land als België, waar archeologen hebben kunnen vaststellen dat de loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog niet altijd lagen op de plek waar ze volgens de officiële landkaarten lagen. De soldaten, zo was de conclusie, hadden geen idee waar ze waren.

Lees verder “MoM | Conflictarcheologie”

MoM | De Oudheid en de sociale wetenschappen

Reliëf van elf goden, een heros en keizer Theodosius uit Efese (Archeologisch Museum, Selçuk)

Een punt dat in Het visioen van Constantijn enige keren aan de orde komt, is het bestaan van niet-exclusivistische christenen als keizer Severus Alexander, generaal Bacurius en de aristocraat Synesios, die Christus vereerden als een van de vele goden. In onze bronnen wordt veelal wat neergekeken op deze demi-chrétiens (om de Franse term te gebruiken): dit is geen echt christendom, vinden de auteurs van die bronnen, die zichzelf natuurlijk wél beschouwden als recht in de leer.

Het is echter denkbaar dat die niet-exclusivisten lange tijd de meerderheid vormden, dat de mogelijkheid Christus toe te voegen aan de verzameling door jou vereerde goden er altijd was en dat degenen die onze bronnen schreven niet-representatief waren. We hebben domweg de statistieken niet om er veel zinnigs over te zeggen. Wat mijns inziens wel zeker is, is dat de vervolgingen door Decius en Valerianus zich richtten op de exclusivisten, op degenen dus die meenden dat Christus exclusief diende te worden vereerd. Voor de demi-chrétiens was de eis een offer te brengen aan andere goden immers geen probleem. Het was wat je als Romein nu eenmaal behoorde te doen op de feestdagen van je stad.

Lees verder “MoM | De Oudheid en de sociale wetenschappen”

Zeg “Toetanchamon” en er volgt onzin

Zo zag het graf van Toetanchamon er ooit uit. En zoiets hopen sommige oudheidkundigen weer te vinden. En dat zal niet gebeuren.

Het gekke gedreun dat u hoort, dat ben ik. Ik ben luid met mijn hoofd op de tafel aan het bonken. Van pure wanhoop dus.

De ene keer roepen oudheidkundigen heel luid dat het 90% zeker is dat er in het graf van Toetanchamon een verborgen kamer is. Journalisten zijn – door schade en schande wijs geworden – iets voorzichtiger en daarom was er geen artikel of er stond wel een voorbehoud in, maar het bericht is groot de wereld in gegaan. Pas daarna gingen de oudheidkundigen onderzoek doen.

Uiteraard was er niets.

Lees verder “Zeg “Toetanchamon” en er volgt onzin”

Tja, de Romeinen

De “Sarcofaag van de Dronken Eroten” uit Tyrus (Nationaal Museum, Beiroet). Bacchanalen zijn niet representatief voor de Romeinse cultuur.

Éen van de verhalen die je over de Romeinen zou kunnen vertellen is dat ze de grondslag legden voor een westerse cultuur die expliciet erkent dat ze van andere culturen heeft geleend. Dit geeft Rome een bepaalde relevantie in het hedendaagse debat over cultural appropriation.

Uiteraard hoeft u dat niet met me eens te zijn. Ik schrijf dit minder om iets te zeggen over cultural appropriation, al is dat toevallig vandaag mijn aanleiding, dan om aan te geven welke betekenis de Romeinse cultuur voor ons heeft. Of beter: ik wil alleen maar aangeven dát die Romeinse cultuur betekenis heeft. Ze is te presenteren als iets met actualiteit. Er kunnen dingen over worden gezegd waarover te discussiëren valt. Zo heb ik op deze blog weleens uitgelegd dat we door de kennismaking met de oude (niet alleen Romeinse) wereld meer inzicht winnen in onze visies op grenzen, op religie en het onderscheid tussen oost en west. En zo voort.

Lees verder “Tja, de Romeinen”

Die bescheiden Romeinen

Mozaïek met twee Romeinse theatermaskers, afkomstig uit Tivoli en nu in de Capitolijnse Musea. De Romeinen hadden er weinig moeite mee zich een stuk Griekse cultuur toe te eigenen en te erkennen dat de Grieken hun in cultureel opzicht de baas waren.

U zult de oude Romeinen, die toch wel iets snoeverigs over zich hadden, niet meteen beschouwen als bescheiden, maar gek genoeg waren ze dat op een bepaalde manier wel. Ze hadden er althans geen moeite mee te erkennen dat de Grieken hun artistiek en wetenschappelijk de baas waren en namen van alles over. Dat laatste deden de Grieken ook – ze wisten dat ze leentjebuur hadden gespeeld in het Nabije Oosten – maar bescheidenheid was de Grieken vreemd. Een Plato kon erkennen dat andere volken weleens iets hadden bedacht, maar meende dat de Grieken het vervolgens beter deden.

Niets daarvan bij de Romeinen. Beeldhouwkunst, theater, architectuur, geneeskunde, literatuur, mythologie? Ze erkenden dat ze het allemaal hadden overgenomen van de Grieken. Bestudering van voortekens? Overgenomen van de Etrusken. Kalender? Gebaseerd op Egyptische berekeningen. Militaire uitrusting? Invloeden uit Iberië en Gallië. Consulaat? Overgenomen van de Karthagers. Monotheïsme? Een joodse sekte schopte het tot dominante godsdienst.

Lees verder “Die bescheiden Romeinen”