Liefdesverklaring

Een boekenkast van vijftien meter hoog (Lootsstraat 34, Amsterdam). Overigens hebben boeken natuurlijk niet zo veel met taal te maken. Ze zijn slechts één van de manieren waarop een taal leeft.

De NASA heeft nooit geantwoord op mijn in puber-Engels geschreven open sollicitatie, dus astronaut werd ik niet. Voor tropenarts had ik het verkeerde vakkenpakket en bij de auditie op de toneelschool bleek ik een te houten klaas. Helaas was ik wel lenig genoeg voor militaire dienst en na die ellende was de keuze tussen Nederlands en geschiedenis.

Het werd het laatste. Eén reden was dat de historici schriftelijke cursussen hadden die ik al kon doen in de kazerne. De andere reden was dat mijn vader leraar Nederlands was en dat je rond je twintigste niet wil lijken op je ouwe heer. Bovendien had ik mijn vader zien afbranden in het middelbaar onderwijs. Geen aantrekkelijk carrièreperspectief. Dus koos ik geschiedenis, meer bepaald de oudheidkunde. Een mooi vak, verrijkt met archeologie en de literatuur van een dozijn oude talen, zodat er om elke hoek altijd iets verbazingwekkends op ontdekking ligt te wachten. Het is echter wel mijn vierde keus en ik overdenk nog weleens wat er zou zijn gebeurd als ik Nederlands had gestudeerd. Een vak dat ik altijd mooi ben blijven vinden.

Lees verder “Liefdesverklaring”

De wijze van Chaironeia

Portret van een tweede-eeuwse priester uit Delfi, geïdentificeerd als Ploutarchos (Museum van Delfi)

Stel, u zou besluiten een antieke tekst te gaan lezen, waar zou u beginnen? Het is zinloos aan te vangen met de grote klassieken. De Bijbel is bijvoorbeeld alleen toegankelijk met grondige toelichting en dat geldt ook voor de tien invloedrijkste antieke teksten die ik hier ooit presenteerde. Slechts een paar teksten spreken ondanks twee of drie millennia rechtstreeks tot ons: de keizerbiografieën van Suetonius bijvoorbeeld; de meerderheid van de fabels en de spreekwoordencollecties; sommige delen van Herodotos. Ook sommige antieke filosofen schreven voor een wijd Grieks of Romeins publiek en zijn daardoor nog altijd toegankelijk: een Seneca, een Ploutarchos van Chaironeia.

Lang niet alles overigens. Toen ik onlangs op een bruiloft was, was me gevraagd of ik niet “een tekst van de Grieken of Romeinen” kon meenemen voor het bruidspaar, maar ik heb toch het Advies voor een gelukkig huwelijk maar niet overhandigd. De wijze van Chaironeia begint zijn raadgevingen met de beschrijving van een mooie gewoonte, namelijk dat de bruid en bruidegom, voor ze elkaar ontmoeten, een appel eten zodat hun eerste kus in elk geval zoet smaakt. Vervolgens komen Ploutarchos’ adviezen er echter op neer dat een huwelijk goed loopt als de vrouw maar onderdanig is.

Lees verder “De wijze van Chaironeia”

Schatvondst

Ik heb de kop in De Volkskrant even gecorrigeerd.

Eerst even een duidelijk punt: De Volkskrant en het NRC Handelsblad zijn de twee ogen van de Nederlandse samenleving. Ik ken medewerkers van beide kranten en dat zijn gewoon goede, degelijke journalisten met hart voor de waarheid. Maar soms denk ik weleens: “Dat onderwerp zou ik anders hebben aangepakt.” Zoals het bericht van vandaag dat archeologen in Como een goudschat hebben gevonden.

Over archeologische vondsten wordt vaak gesproken alsof iets een schat is. “Mysterie”, “verloren stad” en “het Pompeii van…” zijn andere veelvoorkomende frases. Dat is nogal ergerlijk, want oudheidkunde is gewoon een wetenschap, die al lijdt onder slechte bekendheid en daarom onvoldoende serieus wordt genomen. Romantische clichés zijn het laatste waarop oudheidkundigen zitten te wachten. Maar goed, dit keer is er dus écht een schat gevonden. Hoe schrijf je dan?

Lees verder “Schatvondst”

Livius Nieuwsbrief | September 2018

De Livius Nieuwsbrief, die u hier vandaag aantreft als het 3000e stukje op deze blog, heeft momenteel ruim 7250 abonnees, die we nooit zullen lastigvallen met abonnementsgelden of advertenties. Maar één keer per jaar bedelen we – en dat is vandaag.

Uw redacteur is per maand ongeveer drie dagdelen bezig met de Nieuwsbrief: uren waarin hij niet kan werken voor de Livius-vennootschap en in feite leeft op de kosten van de vennoten. Die doen daar niet moeilijk over, maar als u hun geste wil beantwoorden en in hun kosten wil delen, kunt u een donatie doen op

IBAN NL26 INGB 0670 7911 21
t.n.v. Livius,
o.v.v. Ondersteuning Nieuwsbrief.

Dank u wel. (Als u niet in Nederland woont: BIC/SWIFT INGBNL2A.)

Jona Lendering (redactie)

Lees verder “Livius Nieuwsbrief | September 2018”

MoD | Een inconsistente chronologie (2)

(Fantasieloos plaatje voor een stukje waarin ook jaarringdateringen een rol spelen.)

In mijn stukje van vorige week maandag wees ik erop dat de uitbarsting van de Thera een geducht chronologisch probleem vormt. Er spelen ruwweg drie dingen. Eén: er is rond 1630 v.Chr. iets gebeurd waardoor veel stof in de atmosfeer kwam. Het lijkt te zijn gedocumenteerd in jaarringen en hoewel daarover discussie is, wordt het bevestigd door Babylonische Venus-observaties. Twee: die vulkaan is op een bepaald moment uitgebarsten, heeft een stad op het eiland verwoest en heeft as en puimsteen uitgebraakt die is gevonden tot in Egypte. Drie: als je afgaat op het aardewerk, is die rommel daar neergekomen na 1540.

Je kunt nu aannemen dat er twee uitbarstingen (eventueel van twee vulkanen) zijn geweest: de eerste rond 1630, gedocumenteerd in de jaarringen en de Venusobservaties, de tweede alleen bekend uit puimsteen in Egypte maar niet in de jaarringen. Dit is niet helemaal uit te sluiten. Je kunt je weersomstandigheden voorstellen – draaiende wind bijvoorbeeld – die ervoor zouden kunnen hebben gezorgd dat het puimsteen in één korte heftige uitbraak naar Egypte werd gelanceerd, terwijl de as daarna neersloeg in de Middellandse Zee en in noordelijk Afrika, een gebied waarvoor we (althans bij mijn weten) geen dendro-curve hebben. Dit mag dan denkbaar zijn, je bent wel bezig hypothese op hypothese te stapelen: eerst postuleer je een tweede uitbarsting, vervolgens postuleer je specifieke weeromstandigheden. Kortom, je verdubbelt het aantal feiten en vergroot het aantal hypothesen. Dat voelt niet lekker. In jargon: je snijdt je aan het Scheermes van Ockham.

Lees verder “MoD | Een inconsistente chronologie (2)”

Het ongrijpbare antieke christendom (2)

Je kunt niet altijd afgaan op wat concreet waarneembaar is

In het eerste stukje heb ik beschreven dat christendom, zowel nu als vroeger, lastig valt te definiëren. De diverse gelovigen vertonen echter familiegelijkenis: hoewel ze op wezenlijke punten kunnen verschillen, lijken ze toch wel op elkaar. Dat wat u en/of ik herkennen, is echter subjectief en brengt het gevaar met zich mee dat je, als je in het verleden zaken waarneemt die jij herkent, je eigen noties projecteert op de rest. Simpel gezegd: bisschoppen, bijbels en kerkgebouwen vormen overeenkomsten tussen toen en nu, maar willen nog niet zeggen dat het antieke christendom ook in andere aspecten lijkt op het huidige.

Wél lijkt het erop dat na Constantijn een kerk is ontstaan die lijkt op wat u of ik herkenbaar vinden, maar nog aan het einde van de vierde eeuw was de daar gepredikte orthodoxie niet de enige mogelijkheid. (Tot in de achtste eeuw waren er christenen en joden die dezelfde feestdagen vierden.) Dit moet in de periode vóór Constantijn nog meer dan in de vierde eeuw het geval zijn geweest, maar de eigen teksten van de andersdenkenden zijn niet overgeleverd. We mogen, ja moeten, de vraag stellen wat we mogen verwachten.

Lees verder “Het ongrijpbare antieke christendom (2)”

MoM | Illegale oudheden

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

Bezit is doorgaans simpel. Je gaat naar de supermarkt, koopt een brood en een stuk kaas, betaalt aan de kassa en vervolgens zijn die etenswaren van jou. Als iemand vraagt om bewijs, is er een bonnetje waarop staat dat dhr A. Heijn (voor Vlaamse lezers: dhr J. Delhaize) iets heeft overgedragen en daar geld voor heeft ontvangen. Soms is het echter complexer, zoals wanneer de vraag opkomt wie het verleden bezit. Er was namelijk geen antieke heer A. Heijn (of J. Delhaize) die het aan jou heeft overgedragen. Wie zich bezighoudt met het verre verleden, eigent zich iets toe. Dat is ook niet erg, want er zijn geen betrokkenen in het heden die eventuele schade kunnen ervaren.

Het wordt lastiger als het gaat om de materiële resten. Die zijn wél aanwezig in het heden en kunnen worden bezeten. Dat wil nog weleens lastig zijn. Het bekendste voorbeeld is de prachtige sculptuur die bekendstaat als de Elgin Marbles of de Parthenon Marbles: Griekenland eist ze op omdat ze onderdeel zijn geweest van de Atheense Parthenon-tempel, terwijl het British Museum daar anders over denkt. Tot de argumenten om ze niet aan Griekenland te geven, behoren onder meer dat het British Museum als zodanig ook een artistieke eenheid is, waarin deze sculptuur net zo goed aanwezig behoort te zijn als in Athene, en dat het artistieke belang van dit werelderfgoed het nationale Griekse belang overstijgt. Daar kun je het mee eens zijn of niet, maar het zijn argumenten die een zekere rationaliteit hebben.

Lees verder “MoM | Illegale oudheden”