Een sprookjesstamboom

Bijlen uit de Pontische vlakte, ongeveer 3000 v.Chr. (Archeologisch Museum van Burgas)

In 2016 publiceerden S.G. da Silva en J.J. Tehrani in Royal Society Open Science een elegant artikel met een weinig elegante titel (“Comparative phylogenetic analyses uncover the ancient roots of Indo-European folktales”), waarin ze betoogden dat ze van een aantal sprookjes de verspreiding konden verklaren. Eén voorbeeld is het verhaal van Sjaak en de grote bonenstaak (AT 328A), dat is overgeleverd in zowel Engeland als de Balkanlanden. Ver uit elkaar dus, en zonder de mogelijkheid dat het ene gebied het had overgenomen van het andere.

Omdat sprookjes worden doorverteld in een taal, zo redeneerden de auteurs, en omdat we de Indo-Europese taalstamboom redelijk kennen, was aannemelijk dat het verhaal in de Germaanse tak (de Engelse versie) en in de Slavische tak (de Balkanversie) was terechtgekomen doordat ze een gemeenschappelijke voorouder hadden, vóór deze twee takken gescheiden waren geraakt. Dat zou dan ergens in het late vierde millennium v.Chr. kunnen zijn geweest, toen deze twee taalgroepen nog naast elkaar lijken te hebben geleefd in Moldavië en het westen van Oekraïne.

Lees verder “Een sprookjesstamboom”

In memoriam Simone Mooij-Valk (4)

(Langestraat 19, Amsterdam)

[Vandaag twee jaar geleden overleed Simone Mooij-Valk. Voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2016/2017 mocht ik haar levensbericht schrijven. Het aardige van zo’n tekst is dat je, meer dan in een necrologie in een krant, ruimte hebt om iets over iemand te vertellen. Bij dezen een iets aangepaste digitale versie, waarvan het eerste deel hier is.]

Een energieke oude dag

Simones literaire activiteit beperkte zich niet tot vertalingen. Van haar artikelen is ‘Het afscheid bij de poort’ (in de in 1998 verschenen bundel Receptie van de klassieken X) vermeldenswaard. Ze beschrijft hierin hoe een van de bekendste scènes uit de Ilias – Hektor neemt afscheid van zijn vrouw Andromache en zijn zoon Astyanax – bleef terugkeren in de latere literatuur. Het aardigst is dat Simone oppert dat het soldatenliedje Lili Marleen weleens een van de jongste takken aan deze boom kan zijn. Zulke speelse observaties waren typerend voor haar.

Lees verder “In memoriam Simone Mooij-Valk (4)”

De Tuinman en de Hond 

Beeld van een hond uit Volubilis (Museum van Rabat)

Ik had Aisopos’ fabel van de Tuinman en de Hond vandaag even nodig en ontdekte dat die op het internet maar op één plek was te vinden. Op de website van de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren vanzelfsprekend. Met dit stukje is deze mooie fabel, naverteld door Arthur van Schendel, er twee keer.

Lees verder “De Tuinman en de Hond “

Straatroof

Wat ze proberen om klanten op te doen
Dames en heren, dat strijdt met elk fatsoen
– Drs.P.

Een tijdje geleden kreeg ik regelmatig een tijdschrift toegestuurd, Vitruvius. Om de zoveel tijd ontving ik twee exemplaren, geadresseerd aan mensen die ik kende. Ik stuurde die dan netjes door en stuurde de uitgeverij een verzoek het door te sturen naar de betrokkenen zelf. Ik kreeg nooit antwoord en betaalde wel de postzegels om het bij de geadresseerden te krijgen.

Pas later ontdekte ik dat Vitruvius in feite niet bestond. Er was althans geen noemenswaardige redactie en er waren ook geen abonnees. Bedrijven leverden artikelen aan die konden doorgaan voor kopij – en betaalden daar zelf voor. Vervolgens werd dat opgestuurd naar nietsvermoedende mensen. Vitruvius was dus gewoon een vehikel om reclame te maken. De vakterm is stealth marketing: reclame die zich voordoet als iets anders. “En ik”, zei de gek, “ik heb nog betaald ook om deze ongein te helpen verspreiden”.

Lees verder “Straatroof”

Heart of Darkness

Een transportschip zoals dat heeft gevaren op de Congo (Afrikamuseum, Tervuren)

Ik las Heart of Darkness, de vermoedelijk beroemdste roman van Joseph Conrad, op het verkeerde moment. De dingen liepen in mijn leven niet zoals ze moesten en de afleiding die werk kan bieden was tijdelijk afwezig omdat ik redelijk goed bij kas zat en niet hoefde te werken. Ik kon me ongeremd storten in een depressie. En juist toen kreeg ik Heart of Darkness in handen.

Heart of Darkness, verschenen in 1898, biedt een verhaal in een verhaal. Terwijl een schip wacht tot het de Theems op kan varen, vertelt een van de opvarenden, Marlow, dat de rivier hem doet denken aan een rivier in Afrika. En zoals de Romeinen ooit de barbaren opstootten in de vaart der volken, zo gebeurt dat nu in Afrika. En dat, zo zegt Marlow, is geen prettige aanblik.

Lees verder “Heart of Darkness”

Literaire quiz (6)

Citizen Kane heet Charles Foster Kane maar is natuurlijk William Randolph Hearst. The Velvet Goldmine gaat over Brian Slade maar dat is natuurlijk David Bowie. M*A*S*H speelt tijdens de Korea-oorlog maar is een protest tegen de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam. En de naamloze Europese hoofdstad in de literaire quiz van vandaag is vanzelfsprekend Brussel, waar ik gisteren even was, op weg naar het onlangs heropende Afrikamuseum in Tervuren.

De vraag vandaag: in welke beroemde roman speelt dit monstreuze gebouw een rol? Het is een van mijn lievelingsboeken. Misschien moet ik er nog eens over bloggen. Ik kreeg er gisteren een idee voor.

Lees verder “Literaire quiz (6)”

De Grote Rotterdamse Roman

Ik hou van havensteden: Palermo, Iskenderun, Hamburg, Istanbul, Napels, Antwerpen, Thessaloniki, Pula, Sidon… de hele wereld spoelt er aan. Zeg “havenstad” en je hebt het over kosmopolitisme, met alle mooie en lelijke kanten. Dat geldt ook voor Rotterdam: een stad vol mooie moderne architectuur (om een droevige reden), multicultureel, met de grootstedelijke problematiek én de grootstedelijke vrijheid van een wereldhaven. Een stad met humor ook: het is waar ik ooit, kort na de beruchte uitspraak van Geert Wilders, een Marokkaanse marktkoopman hoorde roepen “Marokkaanse sinaasappels, willen jullie meer of minder?!”

Rotterdam treft me steeds opnieuw als de stad waar in Nederland de tegenstellingen het scherpst zijn. Dat maakt het boeiend. Christian Jongeneel, met wie ik aan het Weena weleens een biertje heb gedronken, moet hebben geweten dat hij goud in handen had toen hij zijn stad maakte tot hoofdpersonage van zijn debuutroman Magda is overal. Voeg toe dat Jongeneel als journalist een geroutineerd schrijver is – dit pamflet is viral gegaan – en u weet dat Magda is overal niet mislukken kon.

Lees verder “De Grote Rotterdamse Roman”