De ware edelman

De hofdwerg van Filips IV (detail van Velasquez’ “De hofdames“)

In het tweede deel van de Quichot zitten enkele hoofdstukken waarbij ik me altijd wat ongemakkelijk voel: het verblijf aan het hof van een hertog en een hertogin, die zich vermaken door wrede grappen uit te halen ten koste van de weergaloze ridder uit La Mancha en zijn schildknaap. Het ongemak zit erin dat ik het niet vind aangaan dat je mensen bespot die het minder hebben getroffen dan jij, zoals iemand die lijdt aan een geestelijke ziekte en niet meer in staat is feit en fictie te scheiden. Daarmee heb ik medelijden, maar tot ver in de achttiende eeuw was het volkomen normaal met zulke mensen de draak te steken.

Wie van adel was, had wel ergens een dwerg rondlopen om zich mee te vermaken. Zie het plaatje hierboven: de hofdwerg van de Spaanse koning Filips IV. Een bezoek aan de ongelukkige verpleegden in het dolhuis was vroeger een geliefd uitje. Iemand die zich verbeelde een dolende ridder te zijn, was een legitiem doelwit van vroeg-zeventiende-eeuwse treiterijen. Cervantes en zijn lezers hebben geen moment gedacht dat het gedrag van de hertog en hertogin ongepast was. En dat zegt iets over de wijze waarop Cervantes de Quichot heeft bedoeld.

Lees verder “De ware edelman”

#Romeinenweek: het Teutoburgerwoud

Gezichtsmasker van een Romeinse helm, gevonden te Kalkriese

[Vandaag geen “Methode op Maandag”, want momenteel vindt de Romeinenweek plaats. Er zijn tientallen activiteiten in het hele land en ze zijn zonder uitzondering allemaal ontzettend leuk. Het thema is “100% Romeins?”: hoe Romeins was de Romeinse tijd eigenlijk? Ik citeer deze week elke dag een bron over de Romeinse aanwezigheid in de Lage Landen. Vandaag: Velleius Paterculus over de Slag in het Teutoburgerwoud, waarin de Romeinen werden verslagen.]

Tiberius had de Pannonische en Dalmatische oorlog nog maar net afgerond toen, nog geen vijf dagen nadat hij die enorme onderneming tot een goed einde had gebracht, de ongelukstijding uit Germanië kwam: Varus dood, drie legioenen, evenveel eskadrons en zes cohorten afgeslacht. Het was alsof de enige gunst die het Noodlot ons bewees, eruit bestond dat deze slag ons niet werd toegebracht terwijl onze leider elders bezig was. Zowel de oorzaak van de ramp als de persoonlijkheid van de gouverneur vragen om een toelichting.

Lees verder “#Romeinenweek: het Teutoburgerwoud”

Kort Cypriotisch (2): Pyramus

Pyramus en Thisbe. Huis van Dionysus, Pafos (Cyprus)

Het verhaal van Pyramus en Thisbe is een gouwe ouwe. Zeer kort samengevat: het waren twee jonge mensen uit Babylon, die veel van elkaar hielden maar door hun families uit elkaar werden gehouden. Daarom maakten ze een afspraakje buiten de stad. Thisbe kwam als eerste aan en werd opgewacht door een leeuw. Weliswaar bracht ze zich in veiligheid, maar ze verloor een kledingstuk. Toen Pyramus aankwam, telde hij één en één op (leeuw + kledingstuk = opgevreten Thisbe) en pleegde zelfmoord, waarop Thisbe, toen ze het lijk vond, zichzelf ook maar doorstak. Al het bloed spoot op tegen de bladeren van een moerbeiboom, die sindsdien purperkleurig zijn.

De beste navertellingen zijn die van Kees Stip, die het bloedig moordverhaal onherstelbaar verbeterde in de stijl van Speenhoff, Jan Prins, Nijhoff, Gorter en – absoluut hilarisch – Vondel. De bekendste antieke versie is die van de Romeinse dichter Ovidius en doet al vele jaren gymnasiumleerlingen plezier.

Lees verder “Kort Cypriotisch (2): Pyramus”

Klassieke literatuur (5c): geschiedschrijving

Kleio, de muze van de geschiedschrijving. Mozaïek uit Zeugma, nu in Gazi Antep.

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich werkelijk in de klassieke letteren wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een cursus, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur kun je verder Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus lezen, maar voor de Griekse en christelijke literatuur bestaat zo’n boek niet.]

Nu heb ik al twee stukjes geschreven over geschiedschrijving en nóg heb ik niet voldaan aan de allereerste eis van het schrijven van stukjes over geschiedschrijving, namelijk het te onpas citeren van Huizinga. Welaan, aan het begin van onze jaartelling zagen we een “vormverandering van de geschiedenis”: het historische proces veranderde van karakter. De republikeinse instellingen werden vervangen door een monarchie, de rivaliteit tussen de voornaamste families ging niet meer om de vraag wie de meeste vijanden wist te onderwerpen en de Romeinse expansie liep ten einde. De concurrentie in de Romeinse adel, die ooit het imperialisme had gevoed, maakte plaats voor de persoon van de keizer als “motor” achter de gebeurtenissen.

De geschiedschrijving veranderde mee: de biografie werd een populair genre. Ik zal daarover later nog schijven. Voor het moment wijs ik op monografieën waarin de persoon van de heerser centraal staat, zoals in het Gezantschap naar Caligula van Filon van Alexandrië, een tekst over – u raadt het al – een gezantschap dat naar keizer Caligula gaat om bij hem te klagen over antijoodse maatregelen. Het karakter van de vorst is albepalend voor de afloop. De Nederlandse vertaling van Gé de Vries, onder de titel Pogrom in Alexandrië, bewijst dat je een antieke tekst ook zó in het Nederlands kunt omzetten dat die zowel literair verantwoord als interessant is. Zo zouden alle vertalingen moeten zijn.

Lees verder “Klassieke literatuur (5c): geschiedschrijving”

Klassieke literatuur (5b): geschiedschrijving

Kleio, de muze van de geschiedschrijving. Mozaïek uit Zeugma, nu in Gazi Antep.

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich werkelijk in de klassieke letteren wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een cursus, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur kun je verder Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus lezen, maar voor de Griekse en christelijke literatuur bestaat zo’n boek niet.]

Ik heb u eergisteren al voorgesteld aan Herodotos, de auteur van de Historiën, en aan Thoukydides, die het genre dat we gemakshalve “geschiedenis” noemen versmalde tot de daden van enkele grote mannen. Vandaag behandel ik enkele andere schrijvers, en dan begin ik met Xenofon, een van de onderhoudendste auteurs uit de Oudheid. Dat is ook niet zo vreemd, want behalve auteur was hij huurling, econoom, filosoof, paardenfokker, reiziger, balling, biograaf, romancier, generaal en hoveling. Met zo’n leven ben je natuurlijk niet in staat iets te schrijven dat saai is.

En inderdaad: zijn Hellenika (een geschiedenis van zijn eigen tijd), zijn biografie van koning Agesilaos en zijn geromantiseerde boek over de jeugd van Cyrus de Grote zijn buitengewoon lezenswaardig. Maar de Anabasis, het ooggetuigenverslag van een burgeroorlog in het Perzische Rijk, spant de kroon: Xenofon gaat mee op pad in het huurlingenleger van een rebel, is aanwezig bij de beslissende (verloren) veldslag, en commandeert een deel van het leger als het probeert terug te keren naar Griekenland – dwars door het besneeuwde oosten van wat nu Turkije heet. Van de 14.000 soldaten keerden er 6000 terug.

De Anabasis is verschillende keren in het Nederlands vertaald (onder andere door Gerard Koolschijn en Nicolaas Matsier en door Marc Moonen) maar die vertalingen zijn bij mijn weten niet meer leverbaar. Koolschijn vertaalde in 1990 ook de Hellenika maar ik adviseer de Landmark-vertaling, die voldoet aan de eisen die we aan een vertaling stellen in de eenentwintigste eeuw. Een Landmark-Anabasis is in de maak. John Nagelkerke vertaalde in 1999 het boek over de jeugd van Cyrus (Kyros de Grote. De vorming van een vorst): een boek dat wat meer aandacht had verdiend.

Lees verder “Klassieke literatuur (5b): geschiedschrijving”

Klassieke literatuur (5a): geschiedschrijving

Mijn (letterlijk kapot gelezen) exemplaar van Rex Warners vertaling van Thoukydides

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich werkelijk in de klassieke letteren wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een cursus, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur kun je verder Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus lezen, maar voor de Griekse en christelijke literatuur bestaat zo’n boek niet.]

Vandaag behandel ik het antieke genre waarvan ik gisteren beargumenteerde dat het eigenlijk geen “geschiedschrijving” zou moeten heten. De redenen: de Griekse en Latijnse schrijvers konden nauwelijks echte archiefratten zijn, ze zagen geschiedschrijving vaak als een morele exercitie en ze hadden een methodisch individualistische visie op causaliteit. De antieke geschiedschrijving is kwalitatief even ver van de moderne geschiedschrijving verwijderd als alchemie van chemie en astrologie van astronomie. Omdat we geen echte term hebben om het antieke genre aan te duiden, zal ik het ook maar geschiedschrijving noemen, maar het schuurt.

Lees verder “Klassieke literatuur (5a): geschiedschrijving”