Gerard Reve in Weert (bis)

Weert, Nieuwe Markt

Ik schreef wel meer over Gerard Reve en ik heb ook al eens geschreven over zijn verblijf in Weert, waar hij in de jaren zeventig een tijdje heeft gewoond en het beroemd geworden gedichtje “Roeping” heeft geschreven. U leest het hier. Het is gewijd aan de Zusters van Liefde, die in een appartement naast hem woonden. De tekst is in een gedenksteen aangebracht op de Nieuwe Markt.

Reve woonde in het huis aan de Nieuwe Markt 12. Op de foto hierboven is dat middenin, recht boven de leegstaande winkelruimte, ongeveer achter de lantaarnpaal. Ik vroeg me af of de in het gedicht vermelde zusters op nummer 10 (boven het blauwe zonnescherm) of nummer 14 (boven het huis van Reve) hadden gewoond en besloot het eens te vragen in het winkeltje met het oranje zonnescherm. Ik had trouwens toch zin in wat sinaasappelsap, dus dat kwam goed uit.

Lees verder “Gerard Reve in Weert (bis)”

De Multatuli Leesclub

Multatuli (portretbuste in het Multatulimuseum)

Willem Frederik Hermans schreef eens dat Multatuli de enige Nederlandse auteur is die ruim anderhalve eeuw interessant is gebleven. Inmiddels is dat alweer bijna twee eeuwen en als u nog nooit iets van Multatuli hebt gelezen, adviseer ik u te beginnen met Woutertje Pieterse. De digitale versie vindt u hier.

Houdt u meer van papieren boeken, dan zijn er de twee door Jan Kruis geïllustreerde delen en is er bovendien een versie die is hertaald door Ivo de Wijs. Die voegde bovendien een mooi einde toe aan het onvoltooide meesterwerk, een einde dat mij een tijdje geleden deed omfietsen naar Steyl. Het is een kwestie van belangstelling welke van de twee edities het geschiktste voor u is; mocht het u boeien dan is daar mijn bespreking van de twee Wouters.

Ik zou u voor een eerste begin ook het hilarische “De zegen Gods door Waterloo” kunnen aanraden. Cabaretesk geouwehoer van de korte baan, zeker, maar wel geouwehoer dat ergens over gáát.

Lees verder “De Multatuli Leesclub”

De ring van Polykrates

Gevelsteen (Sint-Luciënsteeg, Amsterdam)

Misschien kent u het verhaal van het vrouwtje van Stavoren, dat is overgeleverd door de gebroeders Grimm. Simpel samengevat – en dus ontdaan van de charmante details die het maken tot een echt verhaal – komt het erop neer dat een steenrijke dame onheil krijgt aangekondigd en haar ring in zee werpt met de woorden “ik zal net zo min arm worden als deze ring ooit wordt teruggevonden!”, waarna de ring wordt aangetroffen in de maag van een vis en de vanzelfsprekend slechte afloop onvermijdelijk volgt.

Het sprookjesmotief van de ring in de vissenmaag is welbekend. In de Aarne-Thompson-index van folkloristische motieven is het nummer 736a. Een klassieke variant is het verhaal van Polykrates, dat wordt verteld door Herodotos van Halikarnassos, die Polykrates typeert als de immer succesvolle alleenheerser van Samos, die honderd schepen heeft met vijfduizend roeiers en duizend boogschutters. Op een dag krijgt Polykrates advies van zijn vriend Amasis, de koning van Egypte. Hier is een deel van die brief, in de vertaling van Hein van Dolen:

Lees verder “De ring van Polykrates”

Literaire quiz (4)

Vandaag een nieuwe aflevering in mijn kleine reeks literaire quizzen, waarin ik u laat raden welk boek wordt geïllustreerd door een foto (één, twee, drie). Welbeschouwd een rare quiz, want in feite doodt het bij de lectuur van pakweg Heart of Darkness uw fantasie als ik u een foto zou tonen van het gebouw dat Joseph Conrad ertoe bracht een Europese hoofdstad te typeren als een “sepulchral city”. De auteur gebruikte niet voor niets een metafoor, hij wilde een gevoel of een beeld bij u oproepen, hij wilde uw fantasie het werk laten doen.

Van de andere kant: er zijn boeken die echt heel duidelijk een stad tot thema hebben (Ulysses, De stad der wonderen). Harry Mulisch beschrijft ergens het Pantheon als zonnewijzer en dan helpt een foto van dat gebouw wel degelijk. Vandaag een soortgelijke foto: een halteplaats langs een spoorlijn. In welke roman speelt deze plek een belangrijke rol?

Lees verder “Literaire quiz (4)”

Fictieve scriptie

Mijn nachtkastje

Vorige week schreef ik op Neerlandistiek het stuk dat ik zondag ook op mijn eigen blog publiceerde en dat me onverwacht een verbijsterende 5900 hits opleverde: een beschouwing over het Nederlands, het vak dat ik in 1985 had kunnen studeren als ik geen historicus was geworden. Ik fantaseerde dat als Nederlands mijn tweede studie zou zijn, ik een scriptie kon schrijven over de vraag waarom zoveel meer literaire prijzen worden uitgereikt aan fictie dan aan nonfictie.

Mijn boekhandelaar, Daan Stoffelsen van Athenaeum in Amsterdam, reageerde daarop op de website van De Revisor. Zijns inziens valt het mee en verder:

Er zijn academische argumenten om een bepaalde biografie hoog te achten, journalistieke om de actualiteit of toepasbaarheid van een populair-wetenschappelijk boek te prijzen, maar literaire eisen zijn ook op non-fictie toepasbaar.

Daan en ik hebben allebei geen zin om alles na te tellen, maar om me niet helemáál in impressionisme te verliezen, noem ik de twee onderscheidingen waar elk jaar de meeste aandacht naar uitgaat: de Nobelprijs voor de letteren en de PC Hooft-prijs.

Lees verder “Fictieve scriptie”

Liefdesverklaring

Een boekenkast van vijftien meter hoog (Lootsstraat 34, Amsterdam). Overigens hebben boeken natuurlijk niet zo veel met taal te maken. Ze zijn slechts één van de manieren waarop een taal leeft.

De NASA heeft nooit geantwoord op mijn in puber-Engels geschreven open sollicitatie, dus astronaut werd ik niet. Voor tropenarts had ik het verkeerde vakkenpakket en bij de auditie op de toneelschool bleek ik een te houten klaas. Helaas was ik wel lenig genoeg voor militaire dienst en na die ellende was de keuze tussen Nederlands en geschiedenis.

Het werd het laatste. Eén reden was dat de historici schriftelijke cursussen hadden die ik al kon doen in de kazerne. De andere reden was dat mijn vader leraar Nederlands was en dat je rond je twintigste niet wil lijken op je ouwe heer. Bovendien had ik mijn vader zien afbranden in het middelbaar onderwijs. Geen aantrekkelijk carrièreperspectief. Dus koos ik geschiedenis, meer bepaald de oudheidkunde. Een mooi vak, verrijkt met archeologie en de literatuur van een dozijn oude talen, zodat er om elke hoek altijd iets verbazingwekkends op ontdekking ligt te wachten. Het is echter wel mijn vierde keus en ik overdenk nog weleens wat er zou zijn gebeurd als ik Nederlands had gestudeerd. Een vak dat ik altijd mooi ben blijven vinden.

Lees verder “Liefdesverklaring”

Greeks Bearing Gifts

Een van de gruwelijkste gebeurtenissen in de aan gruwelijkheden niet bepaald arme Tweede Wereldoorlog was de vernietiging van de joodse gemeenschap in Thessaloniki. De Duitse bezetter – om eens een eufemisme te gebruiken – liet de joden weten dat ze hun lot voor veel goud konden afkopen, waarop zij eerst een vermogen betaalden en daarna evengoed werden afgevoerd. Afgevoerd naar wat de Duitsers aankondigden als het door hen op de Sovjet-Unie veroverde Baltische gebied. Het joods museum in Thessaloniki toont foto’s van mannen die in de hete Griekse zon gymnastiekoefeningen moesten doen, zogenaamd om te kijken of ze wel sterk genoeg waren voor hun nieuwe leven. Ik hoef niet uit te leggen dat de treinen hen niet vervoerden naar Riga of Vilnius.

Het joods museum bevat niet zo heel veel materieel erfgoed. De Duitsers hebben de joodse gemeenschap, ruim 50.000 mensen groot, niet alleen uitgeroeid maar ook uit het verleden weggewist. De joodse begraafplaats, ruwweg op de plek van het huidige archeologische museum, is compleet vernietigd en je krijgt het als bezoeker te machtig als je in dat museum ziet hoeveel oudheden als provenance “voormalig joodse begraafplaats” hebben. Degenen die terugkeerden, wachtte een kille ontvangst: niet alleen waren ze hun bezittingen kwijt, maar hun huizen waren vergeven aan hun medeburgers en de regering had zaken aan het hoofd die misschien niet belangrijker waren maar wel urgenter, zoals de burgeroorlog. Veel Griekse joden reisden daarom door naar het Britse mandaatgebied in Palestina, wat Thessaloniki’s oude bijnaam “Moeder van Israël” een wrange nieuwe betekenis gaf.

Lees verder “Greeks Bearing Gifts”