Kraaien in het paradijs

Ik schrijf dit op een mooie vrijdagmorgen. Ik zette zojuist de balkondeuren open en zag in de tuin van de buren een paar groene halsbandparkieten. Mooie beestjes, waarvan de herkomst in Amsterdam een bekend verhaal vormt, maar ze hebben de huismussen verdrongen die hier vroeger nog weleens zaten. Ook de duiven zijn er niet langer. Het is een kleine herinnering aan het feit dat onze leefomgeving permanent verandert. Op zich niets catastrofaals maar het valt ook niet helemáál los te zien van de klimaatcrisis waarin we verkeren. Ik las gisteren dat wereldwijd nog maar drie procent van de ecosystemen onaangetast is.

Ik weet niet wat dat betekent. Ik ben geen bioloog of klimaatwetenschapper. Vermoedelijk kunnen ook biologen en klimaatwetenschappers zich geen goede voorstelling maken van wat ons op de middellange termijn precies te wachten staat. Dan kan de verbeeldingskracht van een romanschrijver te pas komen. Ik heb het over Kraaien in het paradijs, de net verschenen tweede roman van Ellen de Bruin, waarin de neergang wordt beschreven van een geïsoleerd jungle-eiland. (Full disclosure: ik heb De Bruin weleens ontmoet en ze signeerde mijn exemplaar.)

[Hierna volgen enkele spoilers]

Lees verder “Kraaien in het paradijs”

Geliefd boek: De opgang van Stefan Hertmans

Vandag, na de Italiaan Pennacchi over Italië in de beide wereldoorlogen en daarna, twee prachtige Nederlandse (Vlaamse) romans over WO I en II in Vlaanderen. Omdat deze beide romans mij ook zeer lief zijn (prachtig geschreven, boeiende opbouw en thematiek) en ook wel een beetje omdat ik in de rubriek Geliefd boek geen recente Nederlandse literatuur tegenkom en daarover her en der ook nogal wat gemopperd wordt. Alsof er in Nederland en Vlaanderen geen goede hedendaagse literatuur geschreven zou worden. Quod non.

Evenals Pennacchi is Stefan Hertmans zelf deel van de geschiedenis waarover hij schrijft. Maar op een andere wijze, en met iets meer afstand. Tegelijk is met name De Opgang in tijd en geografische afstand veel dichter bij de hedendaagse Nederlandse lezer.

Lees verder “Geliefd boek: De opgang van Stefan Hertmans”

Wanneer is een historicus een historicus?

Tacitus’ grafsteen (Thermenmuseum, Rome)

Aanstaande woensdagavond is er een online-presentatie van Vincent Huninks nieuwe vertaling van de Annalen van de Romeinse auteur Tacitus. U kunt zich hier inschrijven. Het is een fascinerende tekst, dit overzicht van het Romeinse Rijk tussen de troonsbestijging van keizer Tiberius tot en met de beginnende desintegratie van het gezag van keizer Nero. Ik heb er geen cijfers over, maar vermoed dat de Annalen behoren tot de meest-gelezen teksten uit de oude wereld.

Thematiek

De auteur presenteert een reeks ontspoorde keizers en stelt in feite de vraag hoe een heer van stand zich moet gedragen in tijden van despotie. Je wil je verantwoordelijkheid nemen maar als je in ongenade valt, lopen ook de jouwen gevaar. Een aanklacht is zó verzonnen.

Na hen wordt Sextus Marius, rijkste man van Spanje, aangegeven wegens incest met zijn dochter en van de Tarpeïsche rots geworpen. En er mocht blijkbaar geen twijfel zijn dat ’s mans vele geld hem fataal was geworden: zijn goud‑ en zilvermijnen, hoewel geconfisqueerd voor de staat, hield Tiberius apart voor zichzelf. (Annalen 6.19; vert. Vincent Hunink)

Lees verder “Wanneer is een historicus een historicus?”

Geliefd boek: M, De zoon van de eeuw

Enige tijd geleden was in de serie Geliefde Boeken de beurt aan Het Mussolinikanaal van Antonio Pennachi. Ik werd zo nieuwsgierig dat ik het heb gekocht. Lokale, regionale, nationale en wereldgeschiedenis aan de hand van een familiegeschiedenis en dat weer in de vorm van een volkse monoloog… ik heb het ademloos gelezen. En het vervolg erop: Broederstrijd, ook.

Ik ben nog even bij Mussolini gebleven en lees nu M, De zoon van de eeuw. Een roman van Antonio Scurati. Maar is het eigenlijk wel een roman? Scurati volgt de ontwikkeling van Mussolini op de voet: van voorjaar 1919 tot en met 3 januari 1925. Ieder hoofdstuk wordt voorafgegaan door een aantal citaten uit de krantenartikelen, brieven en anderszins die de toenmalige geschreven actualiteit uitmaakten. Hij maakt in de tekst zelf ook gebruik van citaten die ik soms wel en waarschijnlijk vaker niet herken, soms slechts vermoeden kan vanwege het taalgebruik.

Lees verder “Geliefd boek: M, De zoon van de eeuw”

Geliefd boek: Die Hauptstadt

Om, na het Geliefde Boek van gisteren, maar even bij Oostenrijkse schrijvers te blijven wil u wijzen op een generatiegenoot van Karl Markus Gauß: Robert Menasse. Deze Weense schrijver heeft natuurlijk nog veel meer geschreven, maar ik ken hem van twee romans: Die Vertreibung aus der Hölle en Die Hauptstadt. Daarnaast zijn er nog een aantal veelbelovende titels waar ik ooit aan toe hoop te komen, zoals de essaybundel Das Land ohne Eigenschaften.

Die Vertreibung aus der Hölle

Die Vertreibung aus der Hölle speelt voor een groot deel in zeventiende-eeuws Amsterdam en gaat over het leven van de historische figuur rabbijn Samuel Manasseh ben Israel, een Sefardische Jood die als kind met zijn ouders uit Spanje is gevlucht. Manasseh ben Israels leven wordt afgezet tegen het leven van de in 1955 in Wenen geboren Victor Abravanel, kind van Oostenrijkse Joden die in de nazitijd alle hoeken van de hel hebben gezien. Hij schrijft een proefschrift over de Amsterdamse rabbi. Ik ben er niet zo voor om de inhoud van een boek uit de doeken te doen, maar vooruit: één klein citaatje moet kunnen.

Lees verder “Geliefd boek: Die Hauptstadt”

Geliefd boek: Het goud van de zwendelaar

Bij stripboeken gaat het om de combinatie van beeld en verhaal. Stripboeken met een goed verhaal die – in mijn ogen – slecht getekend zijn, zijn voor mij onverteerbaar. Goed getekende strips met een slecht verhaal zijn iets beter te verteren. Maar de echt goede stripboeken combineren uitstekend tekenwerk met een sterk verhaal.

Het goud van de zwendelaar is zo’n parel. Het vertelt het verhaal van Pablos, een zwerver en zwendelaar uit het Spaanse Segovia, die rond 1625 in het koloniale Zuid-Amerika op zoek gaat naar rijkdom. In de cel van de Spaanse Alguazil (gezaghebber) van Cuzco vertelt Pablos zijn levensverhaal en zijn zoektocht naar de goudstad El Dorado. Om te zeggen dat het verhaal de Alguazil erg inspireert is een understatement: de man gaat spoorslags op pad. Jaren later vertelt Pablos het verhaal opnieuw en dan blijkt dat hij El Dorado inderdaad gevonden heeft, maar op een andere plaats dan je zou verwachten. Bij de lezer gaan er dan steeds meer puzzelstukjes in elkaar vallen.

Lees verder “Geliefd boek: Het goud van de zwendelaar”

Geliefd boek: Het hoofdkussenboek

Jarenlang bezat ik een Engelse vertaling van de Japanse klassieker The Pillow Book waaruit ik regelmatig stukjes las, maar die Britse pocket viel langzamerhand uit elkaar. Toen in 2018 een Nederlandse vertaling verscheen, heb ik die meteen gekocht: Sei Shonagon, Het hoofdkussenboek. Over de nauwkeurigheid van de vertaling kan ik niet beoordelen, maar het Nederlands leest erg prettig. Uit een vergelijking met de Engelse vertaling blijkt dat de Belgische vertaler Jos Vos (1960) in voetnoten vaak een betere uitleg geeft bij passages. Daarvoor had hij jaren besteed aan de integrale vertaling van een ander klassiek Japans meesterwerk Het verhaal van Genji uit dezelfde periode en geschreven door de schrijfster Murasaki Shikibu.

Sei Shonagon leefde ongeveer tussen 966 en 1017. Ze was de dochter van een provinciegouverneur, een niet erg hoge ambtelijke rang. Ze was in dienst van keizerin Teishi tussen ongeveer 993 en 1000. De vertaler merkt op dat Het Hoofdkussenboek getuigt van een hoogst elegante levensstijl maar dat de houten gebouwen bijna ‘spartaans’ waren en in de winter verschrikkelijk koud. Bovendien was het overheersende dieet zo karig dat zelfs de adel last had van ondervoeding. Geen wonder dat Het Hoofdkussenboek (…) niet een lijstje bevat van ‘dingen die lekker zijn om te eten’, merkt de vertaler op.

Lees verder “Geliefd boek: Het hoofdkussenboek”

Geliefd boek: Het Mussolinikanaal

Het Mussolinikanaal is het verhaal van de familie Peruzzi, arme boeren uit de Po-vlakte die, gedreven door armoede en honger, verhuizen naar de moerassen ten zuiden van Rome waar ze in ruil voor een boerderij en een stuk grond de Pontijnse moerassen droog leggen. Ze worden kolonisten.

Vanwege de honger. Vanwege de honger zijn we hier gekomen. Waarom anders? Als we geen honger hadden gehad, waren we daar gebleven. Daar was ons thuis. Waarom hadden we hiernaartoe gemoeten? We hadden altijd daar gewoond en onze hele familie woonde daar. We kenden er elke rimpel in het terrein en elke gedachte van onze buren. Elke plant. Elk kanaal. Waarom zouden we in vredesnaam helemaal hiernaartoe zijn gekomen?

En het is het verhaal van Italië van het begin van de twintigste eeuw, doorheen  de Eerste en de Tweede Wereldoorlog tot de bevrijding, mei 1944.

Lees verder “Geliefd boek: Het Mussolinikanaal”

Geliefd boek: Die Mietskaserne

Op de planken naast mij staan rijen interessante boeken die bijzondere indruk op mij hebben gemaakt. Maar de winnaar is van recente leesdatum en wel Die Mietskaserne van Ernst Erich Noth. Het boek is uitgegeven in 1931 en had de eer in 1933 in Frankfurt door studenten te worden verbrand om dan in 1934 verboden te worden.

De naam Noth is een pseudoniem voor Paul Krantz die in 1909 in Berlin-Marienfeld is geboren. Hij stamt uit een proletarisch gezin en heeft met zeer veel moeite zijn uitweg gevonden, mede door een toelage om het realgymnasium te volgen, waar Klaus Mann een klasgenoot van hem was. Na het gym met een beurs naar de Uni van Frankfurt, waar hij onder meer bij Max Horkheimer studeerde. Na de brand van de Rijkstag emigreerde hij naar Paris en toen de Duitsers daar binnen marcheerde vertrok hij naar de VS. In 1971 is hij naar Duitsland teruggegaan. Paul Krants is bekend geworden door Steglicher Schülertragödie in 1927. Hij heeft acht maanden in voorarrest gezeten en het proces vond plaats in 1928. Hij werd evenwel van de moord vrijgesproken. Zover over de auteur.

Lees verder “Geliefd boek: Die Mietskaserne”

Geliefd boek: Schateiland

In augustus 1720 overvielen piratenkapiteins John Taylor en Edward England de Engelse Oostinjevaarder Cassandra onder gezag van kapitein James McRae in de buurt van de Comoren. Na een lange strijd maakten ze het schip buit en de twee piratenkapiteins ruzieden over wat ze met McRae zouden doen: Taylor wilde hem doden, England wilde hem in leven laten. Het pleit werd beslecht toen er een piraat met één been opdook die het voor McRae opnam omdat hij ooit onder hem gevaren had en hij McRae een goede kapitein vond. Hij kreeg zijn zin: McRae werd vrijgelaten.

Dit voorval wordt beschreven in A General History of the Most Notorious Pirates dat verscheen in 1724, geschreven door Captain Charles Johnson, wat misschien wel en misschien niet een pseudoniem was van Daniel Defoe. Eén van de vele lezers van het boek was Robert Louis Stevenson en hij zag meteen een rol weggelegd voor die zeerover met één been: hij gaf hem een naam, Long John Silver, verzon een begraven schat en creëerde zo de beroemdste piraat aller tijden. (In Schateiland zit ook een verwijzing naar het boek van Johnson: Silver noemt Edward England naast de fictieve kapitein Flint als een van de kapiteins onder wie hij gevaren heeft.)

Lees verder “Geliefd boek: Schateiland”