Ergerlijke goedheid

1.

Hij dook afgelopen zaterdag weer op in De Multatulileescursus, het wekelijkse stukje dat Marc van Oostendorp wijdt aan het oeuvre van de grootste Nederlandstalige auteur: de wrevel die Multatuli oproept met zijn demonstratieve goedheid. Eduard Douwes Dekker, zoals Multatuli eigenlijk heette, is niet alleen de man die met de koloniale autoriteiten in Batavia op ramkoers ging omdat ze de Javaan uitbuitten en die daar zijn leven lang over is blijven roeptoeteren, maar is ook degene die de betrekkelijke kleinigheid rondbazuinde dat hij een keer alle kinderen op een speelplaats had getrakteerd op een ijsje.

De wrevel die althans ik hierbij voel, werd ook in de negentiende eeuw ervaren maar Multatuli had daar een antwoord op. In de woorden van Van Oostendorp:

Zichzelf zo hoog mogelijke eisen stellen en die hoge eisen dan alvast aan iedereen vertellen alsof ze al werkelijkheid waren, zodat hij niet meer terug kon.

Lees verder “Ergerlijke goedheid”

Literaire quiz (5)

Antwerpen, Kloosterstraat

Een nieuw jaar, een nieuwe literaire quiz. Meestal plaats ik een foto en mag u raden waar het is en welk boek en auteur erbij horen. De prijs is de onsterfelijke roem dat u het goede antwoord weet, een roem die waarlijk onsterfelijk zal zijn omdat het Nationaal Archief van deze website een backup bijhoudt. En anders is er de backup in Archive.org waar uw goede antwoord bewaard zal blijven.

Vandaag doe ik het iets anders: de plaats verraadt ik alvast en dat is ook logisch want u kunt rechts op de foto het straatnaambordje lezen. Dit is de Kloosterstraat in Antwerpen. De vraag is wat deze straat heeft te maken met deze regel uit de Bijbel:

Lees verder “Literaire quiz (5)”

Byzantijnse krabbel (12): Fabels

Een kwatrijn is een gedichtje van vier regels. De grootmeester van het genre is de middeleeuwse Perzische auteur Omar Khayyam, over wie ik al eens blogde, twee keer zelfs: 1, 2 en nog een derde keer als een bonus die eigenlijk niet over hem gaat. De weinige keren dat ik zelf heb geprobeerd een kwatrijn te schrijven, ontdekte ik dat het moeilijk is een gedachte in precies vier regels te gieten: om echt iets te zeggen, had ik er eigenlijk altijd meer nodig. Sonnetten zijn makkelijker.

Des te knapper vind ik het als iemand in een kwatrijn een compleet verhaal kan vertellen. Dat probeerde de Byzantijnse dichter Ignatios, die het kwatrijn benutte voor het vertellen van fabels: verhaaltjes met een plot en een moraal, en dat in vier zinnetjes.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (12): Fabels”

Hesiodos’ Theogonie

Of Hesiodos een historisch personage is, staat te bezien, maar dat heeft antieke beeldhouwers er niet van weerhouden zijn portret te maken. Deze mooie kop is in het British Museum, Londen.

Een tijdje geleden blogde ik over een boek over Noordse mythologie. Er was iets vreemds aan de hand met dat boek, want de auteur gaf eerst aan dat de verhalen ooit los van elkaar verteld waren geweest, waarna ze het materiaal doodleuk presenteerde als één groot samenhangend narratief, te beginnen met de scheppingsmythologie en dan via wat mythen over goden naar de sagen over de helden van weleer. Ik constateerde dat de schrijfster het IJslandse materiaal had gepast in de mal van de Griekse mythologie. Een prokroustesbed.

Eigenlijk is dat niet helemaal waar. Ook de Grieken vertelden hun verhalen als losse eenheden. De Odyssee toont hoe dat moet zijn gegaan als we horen hoe een bard tijdens een banket een verzoeknummer krijgt te horen: vertel over het Trojaanse Paard! In elk geval bij dat diner werd maar één verhaal voorgedragen. Wat ik eigenlijk had moeten schrijven is dat de Griekse mythologie en sagen, hoe die ook werden doorgegeven, een samenhangend geheel vormden en dat we deze samenhang kennen. De sleutel is één tekst, de onweerstaanbare Theogonie van Hesiodos, waarvan net een prettige Nederlandse vertaling is verschenen van de hand van classicus Ronald Blankenborg.

Lees verder “Hesiodos’ Theogonie”

Gerard Reve in Weert (bis)

Weert, Nieuwe Markt

Ik schreef wel meer over Gerard Reve en ik heb ook al eens geschreven over zijn verblijf in Weert, waar hij in de jaren zeventig een tijdje heeft gewoond en het beroemd geworden gedichtje “Roeping” heeft geschreven. U leest het hier. Het is gewijd aan de Zusters van Liefde, die in een appartement naast hem woonden. De tekst is in een gedenksteen aangebracht op de Nieuwe Markt.

Reve woonde in het huis aan de Nieuwe Markt 12. Op de foto hierboven is dat middenin, recht boven de leegstaande winkelruimte, ongeveer achter de lantaarnpaal. Ik vroeg me af of de in het gedicht vermelde zusters op nummer 10 (boven het blauwe zonnescherm) of nummer 14 (boven het huis van Reve) hadden gewoond en besloot het eens te vragen in het winkeltje met het oranje zonnescherm. Ik had trouwens toch zin in wat sinaasappelsap, dus dat kwam goed uit.

Lees verder “Gerard Reve in Weert (bis)”

De Multatuli Leesclub

Multatuli (portretbuste in het Multatulimuseum)

Willem Frederik Hermans schreef eens dat Multatuli de enige Nederlandse auteur is die ruim anderhalve eeuw interessant is gebleven. Inmiddels is dat alweer bijna twee eeuwen en als u nog nooit iets van Multatuli hebt gelezen, adviseer ik u te beginnen met Woutertje Pieterse. De digitale versie vindt u hier.

Houdt u meer van papieren boeken, dan zijn er de twee door Jan Kruis geïllustreerde delen en is er bovendien een versie die is hertaald door Ivo de Wijs. Die voegde bovendien een mooi einde toe aan het onvoltooide meesterwerk, een einde dat mij een tijdje geleden deed omfietsen naar Steyl. Het is een kwestie van belangstelling welke van de twee edities het geschiktste voor u is; mocht het u boeien dan is daar mijn bespreking van de twee Wouters.

Ik zou u voor een eerste begin ook het hilarische “De zegen Gods door Waterloo” kunnen aanraden. Cabaretesk geouwehoer van de korte baan, zeker, maar wel geouwehoer dat ergens over gáát.

Lees verder “De Multatuli Leesclub”

De ring van Polykrates

Gevelsteen (Sint-Luciënsteeg, Amsterdam)

Misschien kent u het verhaal van het vrouwtje van Stavoren, dat is overgeleverd door de gebroeders Grimm. Simpel samengevat – en dus ontdaan van de charmante details die het maken tot een echt verhaal – komt het erop neer dat een steenrijke dame onheil krijgt aangekondigd en haar ring in zee werpt met de woorden “ik zal net zo min arm worden als deze ring ooit wordt teruggevonden!”, waarna de ring wordt aangetroffen in de maag van een vis en de vanzelfsprekend slechte afloop onvermijdelijk volgt.

Het sprookjesmotief van de ring in de vissenmaag is welbekend. In de Aarne-Thompson-index van folkloristische motieven is het nummer 736a. Een klassieke variant is het verhaal van Polykrates, dat wordt verteld door Herodotos van Halikarnassos, die Polykrates typeert als de immer succesvolle alleenheerser van Samos, die honderd schepen heeft met vijfduizend roeiers en duizend boogschutters. Op een dag krijgt Polykrates advies van zijn vriend Amasis, de koning van Egypte. Hier is een deel van die brief, in de vertaling van Hein van Dolen:

Lees verder “De ring van Polykrates”