Spokenjagers & duivelbezweerders

Ik houd van boeken die niet op andere boeken lijken, zoals Het Chazaars woordenboek van Milorad Pavic. Daarom was ik blij met The Seven Deaths of Evelyn Hardcastle van Stuart Turton, dat ik ooit typeerde als “Agatha Christie in combinatie met Groundhog Day in combinatie met Inferno van Larry Niven in combinatie met Cluedo in combinatie met De vale schepper in combinatie met Gosford Park”. Ik was opnieuw blij toen ik onlangs ontdekte dat Turton inmiddels een tweede roman heeft gepubliceerd, The Devil and the Dark Water.

Dit keer is het allemaal wat minder exuberant. Het is een spookverhaal met een detective, of een detectiveverhaal met horrorelementen. In 1634 vertrekt het VOC-schip Saardam van Batavia richting Amsterdam, maar al voor vertrek zijn er vreemde dingen gebeurd. Zo heeft een tongloze leproos, tongloos of niet, de naderende ondergang van het schip aangekondigd en vervolgens levend verbrand. Dan bent u op pagina 7. In de volgende 541 pagina’s gebeuren steeds vreemdere dingen, zoals dat het konvooi van zeven in de nachten gezelschap krijgt van een achtste schip, dat nooit te identificeren is en bij zonsopgang steeds verdwenen is. Dieren komen om het leven. De leproos, ofschoon dood, spookt door het schip. Iemand wordt vermoord in een afgesloten kamer. Er is een duivel aan boord.

Lees verder “Spokenjagers & duivelbezweerders”

Geliefd boek: Brutopia

Na de satirische roman Die Hauptstadt van de Oostenrijker Robert Menasse als geliefd boek, alweer een tijdje geleden, dit keer de Belgische schrijver Pascal Verbeken (1965) met Brutopia. De dromen van Brussel (2019).

Ik heb Pascal Verbeken (1965) ontdekt door zijn boek Arm Wallonië. Een reis door het beloofde land (2014), een knappe mengeling van citaten uit negentiende-eeuwse rapportages, bijvoorbeeld over de touwslagers van Hamme, en hedendaagse observaties. In de negentiende-eeuw was Vlaanderen een arme regio, terwijl Wallonië een welvarende, industriële samenleving was. Nu is Vlaanderen welvarend en kent Wallonië veel verpaupering. De machtsbalans tussen de beide regio’s is omgeslagen. Brutopia is het vervolg op Arm Wallonië. Het is zeker mogelijk sommige beschreven bouwwerken of buurten te bezoeken, maar het is beslist geen toeristische reisgids. Verbeken beschrijft idealisten en idealen in Brussel.

Lees verder “Geliefd boek: Brutopia”

De ketter van Carthago (2)

De vorig jaar verschenen historische roman De ketter van Carthago van Frans Willem Verbaas gaat niet en wel over Augustinus, de bisschop van Hippo over wie ik gisteren blogde. De hoofdpersoon heet Spes en wordt aangetrokken, afgestoten, opnieuw aangetrokken, weer afgestoten en tot slot weer aangetrokken door de bisschop, die dus wel centraal staat in het boek. In feite is het samen te vatten als “hoe Spes bleef kijken naar Augustinus”.

Zoals zoveel historische romans moet je het boek niet lezen omdat het allemaal precies klopt. Nog voor de eerste zin gaat het al fout als er een datering anno Domini wordt gebruikt. Er waren in de Oudheid verschillende dateringssystemen, maar deze is pas in de zesde eeuw gemeengoed geworden. Augustinus dateerde bijvoorbeeld gebeurtenissen regelmatig aan de hand van de Romeinse consuls: zo lezen we in De stad van God dat Christus is gestorven toen Lucius Rubellius Geminus en Gaius Fufius Geminus het consulaat bekleedden. Er zijn in De ketter van Carthago wel meer dingen waar ik als historicus door afgeleid raakte, maar ik vind het niet helemaal eerlijk het boek daarop af te rekenen. Een roman die het verleden toont zoals het werkelijk was, zou zo saai zijn als het menselijk leven nu eenmaal is.

Lees verder “De ketter van Carthago (2)”

Welke Nederlandse boeken moet een Iraniër lezen?

Dat ik de zoon ben van een leraar Nederlands maakt mij nog niet tot kenner der letteren, maar toch: ik kreeg de vraag voorgelegd wat een Iraniër zou moeten lezen om wat van onze literatuur te leren kennen. Dat is zo makkelijk nog niet. Ooit heb ik geprobeerd het Graf te Blauwhuis van Gerard Reve uit te leggen aan een vluchtelinge die vloeiend Nederlands had leren spreken, maar het lukte niet om de afwisseling van aanstellerig melodrama, plagerige ironie en oprechte hartenkreet uitgelegd te krijgen.

Het probleem is natuurlijk dat elke roman, ieder gedicht, elk essay ontstaat op een specifiek moment en in een bepaalde culturele omgeving, en dat er nogal wat kennis van de West-Europese cultuurgeschiedenis is te overwinnen voor iemand die is opgegroeid in de islamitische republiek Iran. En als we ons dan niet willen beperken tot het inburgeringsniveau, maar iets dieper willen gaan, wordt het lastig. Maar toch, ik probeer het.

Lees verder “Welke Nederlandse boeken moet een Iraniër lezen?”

Asterix en co

Er zijn twee soorten stripverhalen over de oude wereld, namelijk stripverhalen over de oude wereld die gaan over de oude wereld en stripverhalen over de oude wereld die niet gaan over de oude wereld. Het verschil is het gebruik van anachronismen.

Enkele voorbeelden van stripverhalen die echt gaan over de oude wereld – meer precies: de Romeinse keizertijd – zijn Marini’s reeks De adelaars van Rome, Ken Broeders’ reeks Apostata, en Gilles Chaillets reeks De laatste profetie. Je kunt ook denken aan Alex van Jacques Martin. Ik bespreek ze in dit filmpje in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”.

Lees verder “Asterix en co”

Geliefd boek: De Kapellekensbaan

Ik zou graag eens de aandacht willen vestigen op één van de kleurrijkste schrijvers uit het Nederlands taalgebied, omtrent wie de laatste twintig jaar weinig meer gehoord wordt. Louis Paul Boon, chroniqueur van de arbeidersstrijd in Oost Vlaanderen. Of meer uitgebreid: chroniqueur van het leven van het gewone volk van de Middeleeuwen tot heden. Hij maakte dat leven aanschouwelijk door in Wapenbroeders het Middeleeuws verhaal Van den vos Reynaerde na te vertellen. Hij schreef historische romans over de Geuzentijd, de bokkenrijders en het Daensisme aan het eind van de 19e eeuw. Maar zijn magnum opus is De Kapellekensbaan/Zomer te Termuren. Deze laatste romans wil ik graag met deze beschouwing aan de vergetelheid ontrukken.

Romans in de klassieke zin van het woord zijn het niet. Het zijn eerder collages of raamvertellingen, maar het feit dat er door alle verschillende verhalen een rode draad loopt, rechtvaardigt de term “roman”. De roman wordt bevolkt door personages in hetzelfde buurtje die elkaar dagelijks ontmoeten en becommentariëren. Ieder personage is op één of andere manier wel auteur.

Lees verder “Geliefd boek: De Kapellekensbaan”

De ongrijpbare David Bowie

In een wat overmoedige bui kocht ik Bowie. De getekende biografie, van Michael Allred en Steve Horton, ingekleurd door Laura Allred. Als de kop die ik dit stukje meegeef de indruk wekt dat het drietal Bowie presenteert als ongrijpbaar genie dat zijn fans steeds een stap vóór was, dan vrees ik dat ik u moet teleurstellen. Ze hebben überhaupt geen grip. Misschien is dat een compliment aan Bowie, dat hij zelfs na zijn dood iedereen te slim af is, maar uiteindelijk is dit boek geen bevredigende lectuur.

Vertaling

Het komt misschien ook doordat ik in mijn haast de Nederlandse vertaling had gekocht. Die is op zich prima – laat daarover geen misverstand bestaan – maar schept ook afstand tot een wereld die u nu eenmaal kent in het Engels. U moet op Mars hebben geleefd als u niet weet hoe de woorden

Van alle shows die we tot nu toe hebben gespeeld zal deze ons het langste bijblijven omdat het niet alleen de laatste van de tour is…

eigenlijk hebben geklonken en als u niet weet wat erop volgde. P. Moretti laat die oplawaai gelukkig onvertaald, maar in feite is het omzetten in het Nederlands, hoe respectabel ook, een obstakel. U kent Bowie, u kent zijn universum, u kent het in het Engels.

Geen biografie maar een kroniek

Zou ik Bowie. De getekende biografie in het Engels hebben gelezen, dan was Bowie. Stardust. Rayguns & Moonage Daydreams me vermoedelijk ook tegengevallen. Het is namelijk niet de biografie de het voorgeeft te zijn. Het is een kroniek. Het boek begint op het moment dat Bowie een einde maakt aan Ziggy Stardust, waarna als een flashback de carrière van 1962 tot 1973 wordt doorgenomen, met een epiloog tot ’s mans dood in 2016. Er gebeurt veel en het staat keurig netjes vermeld, vaak met de datum erbij. Op 17 oktober 1972 dronk David Bowie in het Beverly Hills Hotel thee met Elton John.

Vaak commentaar erbij. Op 17 juni 1972 (overigens de dag waarop ook in Washington iets opmerkelijks gebeurde) fotografeerde Mick Rock hoe David Bowie tijdens een concert in Oxford bij de finale van Suffragette City met z’n tanden gitaar speelde op de gitaar van Mick Ronson en dat is een van de meest iconische beelden geworden uit de rockgeschiedenis. De beroemde foto is keurig nagetekend. Op 19 juni molde Bowies eenjarige zoon de platencollectie van zijn vader. Op 25 juni speelde Roxy Music in het voorprogramma van Bowies optreden in Surrey en ontmoette Bowie Brian Eno. Feit op feit op feit.

Prachtige tekeningen

Zo’n opsomming is op zich nuttig en de tekeningen zijn geweldig mooi. Zeker de portretten zijn raak en het is natuurlijk een boeiende troupe: Freddy Mercury, Mott the Hoople, Lou Reed, Marc Bolan, Iggy Pop, Christopher Lee, Alice Cooper, Ringo Starr en natuurlijk Angela Bowie. Personage na personage na personage.

U voelt het probleem al: Allred en Horton hebben geen keuzes gemaakt. Nou vooruit, ze hebben ervoor gekozen Bowies drugsgebruik te verzwijgen, maar verder is alles aanwezig. David Bowie als acteur? Zit erin. David Bowie als producent? Zit erin. Bowies gevoel voor mode? Zit er in. Het hippe Londen rond 1970? Verwerkt. Speelfilm? Check. Beelden van de eerste maanlanding? Natuurlijk. David Bowie als icoon van homo-emancipatie? Vink maar af. Obligate nagetekende krantenkoppen? Uiteraard. Feit op feit, personage na personage: het is er allemaal.

Hamlet zonder prins

Het enige wat er niet in zit, is David Jones zelf. Hij wordt geen moment een rond karakter. Misschien is het omdat hij zelf voortdurend van rol wisselde, rollen die hij nodig had om de rock & roll te scheiden van zijn echte zelf. Allred en Horton geven het eenmaal aan, maar het blijkt nergens uit het verhaal.

Wellicht hebben ze de verkeerde periode centraal gesteld en was de spanning tussen Jones’ eigen identiteit en zijn publieke persona beter tot haar recht gekomen als ze de late jaren zeventig centraal hadden gesteld, toen Bowie worstelde met de cocaïne, naar Berlijn vluchtte om eraan te ontkomen, scheidde van Angie en (helaas) zichzelf uitvond als de disco-parodie van Let’s Dance. Ik vermoed dat die jaren geschikter waren voor biografen die willen benadrukken waarom Bowie zijn Ziggy’s Stardust, zijn Halloween Jacks, zijn Thin White Dukes, zijn Pierrots en Blind Prophets zo nodig had.

Wat Allred en Horton nu bieden, is een beschrijving van buitenaf: een opsomming van losse, onverbonden gebeurtenissen. Het is prachtig getekend; dáárvoor moet u het boek zeker lezen. Ze hebben echter geen grip op de stof gekregen, de man blijft ongrijpbaar, onkenbaar – in feite de alien die David Bowie speelde. En hoewel hij daar dus aanleiding toe heeft gegeven, denk ik dat dit toch ook het falen is van de biografen.

Kraaien in het paradijs

Ik schrijf dit op een mooie vrijdagmorgen. Ik zette zojuist de balkondeuren open en zag in de tuin van de buren een paar groene halsbandparkieten. Mooie beestjes, waarvan de herkomst in Amsterdam een bekend verhaal vormt, maar ze hebben de huismussen verdrongen die hier vroeger nog weleens zaten. Ook de duiven zijn er niet langer. Het is een kleine herinnering aan het feit dat onze leefomgeving permanent verandert. Op zich niets catastrofaals maar het valt ook niet helemáál los te zien van de klimaatcrisis waarin we verkeren. Ik las gisteren dat wereldwijd nog maar drie procent van de ecosystemen onaangetast is.

Ik weet niet wat dat betekent. Ik ben geen bioloog of klimaatwetenschapper. Vermoedelijk kunnen ook biologen en klimaatwetenschappers zich geen goede voorstelling maken van wat ons op de middellange termijn precies te wachten staat. Dan kan de verbeeldingskracht van een romanschrijver te pas komen. Ik heb het over Kraaien in het paradijs, de net verschenen tweede roman van Ellen de Bruin, waarin de neergang wordt beschreven van een geïsoleerd jungle-eiland. (Full disclosure: ik heb De Bruin weleens ontmoet en ze signeerde mijn exemplaar.)

[Hierna volgen enkele spoilers]

Lees verder “Kraaien in het paradijs”

Geliefd boek: De opgang van Stefan Hertmans

Vandag, na de Italiaan Pennacchi over Italië in de beide wereldoorlogen en daarna, twee prachtige Nederlandse (Vlaamse) romans over WO I en II in Vlaanderen. Omdat deze beide romans mij ook zeer lief zijn (prachtig geschreven, boeiende opbouw en thematiek) en ook wel een beetje omdat ik in de rubriek Geliefd boek geen recente Nederlandse literatuur tegenkom en daarover her en der ook nogal wat gemopperd wordt. Alsof er in Nederland en Vlaanderen geen goede hedendaagse literatuur geschreven zou worden. Quod non.

Evenals Pennacchi is Stefan Hertmans zelf deel van de geschiedenis waarover hij schrijft. Maar op een andere wijze, en met iets meer afstand. Tegelijk is met name De Opgang in tijd en geografische afstand veel dichter bij de hedendaagse Nederlandse lezer.

Lees verder “Geliefd boek: De opgang van Stefan Hertmans”

Wanneer is een historicus een historicus?

Tacitus’ grafsteen (Thermenmuseum, Rome)

Aanstaande woensdagavond is er een online-presentatie van Vincent Huninks nieuwe vertaling van de Annalen van de Romeinse auteur Tacitus. U kunt zich hier inschrijven. Het is een fascinerende tekst, dit overzicht van het Romeinse Rijk tussen de troonsbestijging van keizer Tiberius tot en met de beginnende desintegratie van het gezag van keizer Nero. Ik heb er geen cijfers over, maar vermoed dat de Annalen behoren tot de meest-gelezen teksten uit de oude wereld.

Thematiek

De auteur presenteert een reeks ontspoorde keizers en stelt in feite de vraag hoe een heer van stand zich moet gedragen in tijden van despotie. Je wil je verantwoordelijkheid nemen maar als je in ongenade valt, lopen ook de jouwen gevaar. Een aanklacht is zó verzonnen.

Na hen wordt Sextus Marius, rijkste man van Spanje, aangegeven wegens incest met zijn dochter en van de Tarpeïsche rots geworpen. En er mocht blijkbaar geen twijfel zijn dat ’s mans vele geld hem fataal was geworden: zijn goud‑ en zilvermijnen, hoewel geconfisqueerd voor de staat, hield Tiberius apart voor zichzelf. (Annalen 6.19; vert. Vincent Hunink)

Lees verder “Wanneer is een historicus een historicus?”