Greeks Bearing Gifts

Een van de gruwelijkste gebeurtenissen in de aan gruwelijkheden niet bepaald arme Tweede Wereldoorlog was de vernietiging van de joodse gemeenschap in Thessaloniki. De Duitse bezetter – om eens een eufemisme te gebruiken – liet de joden weten dat ze hun lot voor veel goud konden afkopen, waarop zij eerst een vermogen betaalden en daarna evengoed werden afgevoerd. Afgevoerd naar wat de Duitsers aankondigden als het door hen op de Sovjet-Unie veroverde Baltische gebied. Het joods museum in Thessaloniki toont foto’s van mannen die in de hete Griekse zon gymnastiekoefeningen moesten doen, zogenaamd om te kijken of ze wel sterk genoeg waren voor hun nieuwe leven. Ik hoef niet uit te leggen dat de treinen hen niet vervoerden naar Riga of Vilnius.

Het joods museum bevat niet zo heel veel materieel erfgoed. De Duitsers hebben de joodse gemeenschap, ruim 50.000 mensen groot, niet alleen uitgeroeid maar ook uit het verleden weggewist. De joodse begraafplaats, ruwweg op de plek van het huidige archeologische museum, is compleet vernietigd en je krijgt het als bezoeker te machtig als je in dat museum ziet hoeveel oudheden als provenance “voormalig joodse begraafplaats” hebben. Degenen die terugkeerden, wachtte een kille ontvangst: niet alleen waren ze hun bezittingen kwijt, maar hun huizen waren vergeven aan hun medeburgers en de regering had zaken aan het hoofd die misschien niet belangrijker waren maar wel urgenter, zoals de burgeroorlog. Veel Griekse joden reisden daarom door naar het Britse mandaatgebied in Palestina, wat Thessaloniki’s oude bijnaam “Moeder van Israël” een wrange nieuwe betekenis gaf.

Lees verder “Greeks Bearing Gifts”

Zeven keer sterven

Als ik u zeg dat de roman is gesitueerd in een geïsoleerd landhuis op het Engelse platteland, als ik u verder vertel dat het verhaal zich afspeelt op een onbepaald moment in de jaren twintig of dertig, als ik daaraan toevoeg dat er een strikte tweedeling is tussen de elite en de bediendes, als ik bovendien meld dat er een buitenechtelijk kind in het spel is en dat een der aanwezigen lang geleden ooggetuige is geweest van een belangrijke gebeurtenis, dan kunt u aanvullen dat we zijn beland in een detectiveroman, dat er een moord plaatsvindt, dat de auteur van het verhaal de lezers enkele keren op het verkeerde been zal zetten en dat er een speciale rol is weggelegd voor de butler.

Kortom, we hebben het over een boek dat niet bepaald uitblinkt door originaliteit. Gelukkig heeft de Britse auteur Stuart Turton besloten dat in zijn debuut The Seven Deaths of Evelyn Hardcastle (De zevenvoudige dood van Evelyn Hardcastle in de vertaling van Paul Syrier) de hoofdpersoon de opdracht de moord op te lossen al krijgt voordat deze heeft plaatsgevonden. Bovendien vindt de moord meermalen plaats. De hoofdpersoon reïncarneert ook nog eens zeven keer en maakt zo dezelfde dag acht keer mee (waarvan sommige dagen broksgewijs), terwijl hij instructies krijgt van een gemaskerd personage, wordt bedreigd door een tweede moordenaar en bovendien te maken heeft met een stem in zijn binnenste.

Dat klinkt allemaal erg complex en het is ook erg complex, maar The Seven Deaths of Evelyn Hardcastle is door dit alles bepaald geen standaard-detectiveroman. Het is Agatha Christie in combinatie met Groundhog Day in combinatie met Inferno van Larry Niven in combinatie met Cluedo in combinatie met De vale schepper in combinatie met Gosford Park. En het is een absolute page-turner.

Lees verder “Zeven keer sterven”

Dat heertje met zijn witte das

HaverSchmidt

Piet Paaltjens, die eigenlijk François HaverSchmidt heette, was vanaf 1859 tot 1862 predikant in het Friese Foudgum, dat ten noordwesten van Dokkum ligt. U leest er hier meer over en zijn woonhuis ziet u daar. Het lijkt erop dat hij hier het centrale gedeelte heeft geschreven van het Oera Linda Boek.

Bij de kerk waar hij voorging staat een klein monumentje met een mooi gedicht dat hij in september 1865 schreef.

Lees verder “Dat heertje met zijn witte das”

Literaire quiz (3)

Het zal degenen die de laatste dagen commentaar gaven op mijn stukje over de Byzantijnse godsdiensttwisten niet verbazen dat ik momenteel druk bezig ben met een wat langer stuk – of diverse stukken – over de grenzen van onze kennis over het pre-Constantijnse christendom. Gelukkig zat ik maandag en dinsdag lang in de trein, dus het vordert lekker.

Voor vandaag echter geen diepgravende bijdrage maar een simpel literair quizje. De foto hierboven … welke beroemde schrijver woonde er zo mooi in het huis rechts van de kerk? Dat dit ergens in het noorden van Nederland is, zal u, gegeven mijn huidige verblijf in Friesland, niet verbazen.

Driemaal Don Quichot

Je kunt de wereldliteratuur verdelen in ruwweg twee categorieën: (a) ridderromans en (b) andere romans. De tweede categorie gaat niet over ridders en is dus eigenlijk alleen interessant voor specialisten, terwijl in de eerste categorie de Quichot alle andere verhalen overbodig maakt. U hoeft in uw leven dus maar twee boeken te lezen: het eerste deel van de Quichot en het tweede.

Deze op zich overzichtelijke situatie wordt enigszins gecompliceerd door het feit dat talloze auteurs inspiratie hebben ontleend aan de avonturen van de weergaloze ridder van La Mancha. Aangezien een goed voorbeeld goed doet volgen, zijn de afgeleide kunstwerken doorgaans prima verteerbaar. Ik sprak al eens over Graham Greenes Monsignor Quixote, een van mijn lievelingsboeken. Vandaag drie stripverhalen.

Lees verder “Driemaal Don Quichot”

Sneltrein

Vanavond zal ik, zoals momenteel wel vaker, met de trein van Leeuwarden naar Harlingen sporen. De treinstellen van Arriva, zoals de lokale spoorwegmaatschappij heet, hebben namen en één daarvan is “Piet Paaltjens”. Iets zegt me dat de mensen van de Arriva hebben gedacht aan het onderstaande gedicht:

Aan Rika

Slechts éénmaal heb ik u gezien. Gij waart
gezeten in een sneltrein die de trein
waar ik mee reed, passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.

En toch, zij duurde lang genoeg om mij,
het eind’loos levenspad met fletse lach
te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.

Waarom hebt gij van dat blonde haar,
daar de eng’len aan te kennen zijn? En dan,
waarom blauwe ogen, wonderdiep en klaar?
Gij wist toch, dat ik daar niet tegen kan!

En waarom mij dan zo voorbijgesneld,
en niet, als ’t weerlicht, ’t rijtuig opgerukt,
en om mijn hals uw armen vastgekneld,
en op mijn mond uw lippen vastgedrukt?

Gij vreesdet moog’lijk voor een spoorwegramp?
Maar, Rika, wat kon zaal’ger voor mij zijn
dan, onder hels geratel en gestamp,
met u verplet te worden door één trein?

Lees verder “Sneltrein”

Literaire quiz (2)

Station in Friesland

Vier jaar geleden stelde ik op deze plek een vraag die je met enige fantasie een “literaire quiz” kunt noemen. Ik dacht dat die makkelijk was maar het duurde drie uur tot iemand het goede antwoord was. Eens kijken of u vandaag sneller bent.

Hierboven een dromerige foto waarvan ik u alleen vertel dat ik die ergens in Friesland heb gemaakt en dat ze een spoorwegstationnetje voorstelt. Net als vorige keer is er een simpele vraag:

In welke beroemde Nederlandse roman speelt dit station een rol?

Bonuspunten voor degenen die weten hoe het station heet aan het andere einde van de spoorlijn.

De prijs? Onsterfelijke roem. Van deze website wordt namelijk in het Nationaal Archief een kopie bewaard waar uw antwoord eeuwig bewaard blijft.