De Bijbel, een inleiding (slot)

Een fresco van Augustinus. Ik weet niet of hij de Bijbel aan het lezen is, maar het is een leuk plaatje om deze reeks mee af te ronden (Lateraan).

Wat te lezen als u besluit u voor het eerst in de Bijbel te verdiepen? Ik zou adviseren: begin niet vooraan in deze bibliotheek van oud-oosterse literatuur bij het boek Genesis, want u haakt dan gegarandeerd af halverwege het tweede boek (Exodus). Lees in plaats daarvan eerst een selectie en lees die chronologisch, zodat u het ideeëngoed ziet groeien. Ik heb in de voorafgaande stukjes (1, 2, 3, 4) daarvan een samenvatting gegeven. In combinatie met de inleidingen die een goede Bijbel (zoals de NBV Studiebijbel) bevat, komt u een heel eind op streek.

De vroegste fase

  • Psalm 29: Er zijn 150 psalmen om uit te kiezen. Deze is de moeite waard omdat ze henotheïstisch is, wat wil zeggen dat je maar één god vereert hoewel je niet ontkent dat er verschillende zijn. Zo moet het jodendom zijn begonnen.
  • Spreuken 10.1-22.16: een verzameling spreekwoorden uit een door-en-door agrarische samenleving. Als u meer wil lezen, ga dan verder tot 24.22. Dit blok lijkt een bewerking van een oudere, Egyptische tekst, de Instructies van Amenemope.
  • Amos: een klassieke donderpreek tegen onrechtvaardig verworven rijkdom, de sociale leer van het jodendom en christendom in een notendop.
  • Jesaja 2-9: het kerngedeelte van een collectie die steeds verder uitbreidde rond het thema dat de Joden het uitverkoren volk zijn, dat God van de Joden houdt, dat hij ze soms straft om ze op het rechte pad te houden, maar dat de liefde uiteindelijk altijd blijft bestaan. Een boodschap die het goed zal hebben gedaan in de late achtste eeuw, toen de noordelijke Joodse staat, Israël, door de Assyriërs was onderworpen.

Lees verder “De Bijbel, een inleiding (slot)”

De Bijbel, een inleiding (4)

Mozaïek uit het “Huis van Dionysos” in Sepforis, dat heel misschien het huis is geweest van Yehuda ha-Nasi, de samensteller van de Misjna.

Ik heb in drie eerdere stukken (1, 2, 3) een overzicht gegeven van de joodse literatuur. Een complex geheel, dat ik zo meteen als een leeslijstje zal samenvatten. Voor ik dat doe, nog even overzicht van teksten die illustreren hoe uit het Tempeljodendom – het jodendom dus waarin alles draaide rond de tempel in Jeruzalem – twee nieuwe godsdiensten voortkwamen: het rabbijnse jodendom en het christendom. En dat brengt ons onvermijdelijk bij een van de lastigste thema’s uit de joodse gedachtewereld: de messias.

Nadat de Hasmonese dynastie rond het midden van de tweede eeuw v.Chr. de macht in Judea overnam, waren er Joden die eraan herinnerden dat de monarchie was beloofd aan de afstammelingen van koning David. Andere Joden hadden kritiek op de al te libertijnse levenswijze van hun vorsten en de corrupt geachte eredienst in de tempel. Zo ontstond in de vroege eerste eeuw v.Chr. het messianisme: de verwachting dat een ideale heerser in de nabije toekomst Israël zou herstellen, politiek of spiritueel. In de Psalmen van Salomo wordt het profiel geschetst van de komende zoon van David. De Gelijkenissen van Henoch, die zijn geschreven in de vroege eerste eeuw na Christus, bewijzen dat het mogelijk was de messias gelijk te stellen aan de in Daniël genoemde Mensenzoon, die al vóór de Schepping bestond en het Laatste Oordeel zou vellen.

Lees verder “De Bijbel, een inleiding (4)”

De Bijbel, een inleiding (2)

Dit kleitablet in het Pergamonmuseum (Berlijn) documenteert hoe de Judese koning Jojakim in Babylonië in ballingschap was.

Ik was begonnen met een “guided tour” door de Bijbel en aan het einde van het vorige stukje waren we aanbeland in de late zevende eeuw v.Chr.: de hervormingen van koning Josia. Die kwamen erop neer dat de Joden in de staatscultus golden als het uitverkoren volk van God, dat ze alleen hem zouden vereren en dat ze dat zouden doen in Jeruzalem.

Tot de literatuur die in deze tijd circuleerde, behoorden “kleine” profeten als Amos, Hosea en Micha, maar ook flinke stukken van het Bijbelboek Jesaja en het Deuteronomistische Geschiedwerk, dat bestond uit Jozua, Rechters, Samuël en Koningen. Het Verbond zélf vormt de kern van het boek Deuteronomium, maar het is heel moeilijk te zeggen welke delen er in de zevende eeuw circuleerden. Er zijn nog meer niet goed te dateren regels en wetten in de boeken Exodus, Leviticus en Numeri. Ik zou u adviseren daar bij een eerste kennismaking niet te lang bij stil te staan. Die regels zijn op zich interessant, maar niet om mee te beginnen.

Lees verder “De Bijbel, een inleiding (2)”

De Bijbel, een inleiding (1)

Jeruzalem, “Large Stone Structure”: misschien een deel van het paleis van de koningen van Juda

Het was een mooi toeval dat hier eergisteren een stukje stond over een Bijbelvertaling, want iemand vertelde me laatst van plan te zijn de Bijbel te gaan lezen en had me gevraagd of ik tips had, zodat ik sowieso wilde bloggen over de Bijbel. Tja, hoe begin je aan de lectuur van een complete bibliotheek van antieke teksten?

Eerst even iets over de vertaling. Voor een eerste kennismaking zou ik zeggen: maak je daar niet al te druk over. De een houdt van de poëzie van de Naardense vertaling, de ander wil het vaderlands erfgoed van de Statenbijbel en de derde wil “kilometers kunnen maken” en zoekt een vertaling in de omgangstaal. Laat je eigen smaak de doorslag geven. Belangrijk is echter wel dat je tekst vooral veel uitleg geeft over de cultuur van het oude Nabije Oosten. Het is totale onzin een antieke tekst te lezen alsof die niet afkomstig is uit een ons wezensvreemde cultuur. De Bijbel is in dit opzicht zoiets als Plato of Vergilius: begin er niet mee als je niet al iets weet, want het zal je anders tegen gaan staan.

Commentaar is dus belangrijk. Een ander punt nog dat belangrijker is dan de keuze van de vertaling: de keuze van wat je leest en in welke volgorde. Wie in de Bijbel namelijk bij Genesis begint en door wil werken tot de Openbaring van Johannes – ik ga ervan uit dat het een christelijke Bijbel is – zal halverwege Exodus het boek terzijde schuiven.

Lees verder “De Bijbel, een inleiding (1)”

Een nieuwe Bijbel in hedendaags Nederlands

Het Nederlandse taalgebied is alweer een moderne Bijbelvertaling rijker. Eind mei is een volledige herziening verschenen van de Nieuwewereldvertaling, een kosteloos verkrijgbare vertaling die sinds 1969 is uitgegeven door Jehovah’s Getuigen. Slechts vijftien van de 31.173 verzen bleven ongewijzigd, zodat beslist van een nieuwe vertaling gesproken kan worden.

De oorspronkelijke Nederlandse Nieuwewereldvertaling (NWT), die een totale oplage had van 1,1 miljoen gedrukte exemplaren, is misschien het meest bekend om het stelselmatig weergeven van de eigennaam van God in de Nederlandse tekst, waarbij de vier Hebreeuwse medeklinkers van deze naam, JHWH, leesbaar zijn gemaakt als “Jehovah”. Met het weergeven van de eigennaam werd stelling genomen tegen de meeste andere Bijbelvertalingen. Daarin wordt de godsnaam immers steevast vervangen door “Heer” of “He(e)re”. Ook in de herziene Nieuwewereldvertaling (NWT2017) komt de godsnaam vaker voor dan elke andere bijbelse naam. Sterker nog, de weergave van Gods naam wordt in een appendix over vertaalprincipes als eerste genoemd. “Een betrouwbare vertaling moet Gods naam heiligen door die zijn rechtmatige plaats in de Bijbel terug te geven” (blz. 1721). Dit criterium wordt onderbouwd door een verwijzing naar de bekende zinsnede uit het Onze Vader: “laat uw naam geheiligd worden” (Matteüs 6:9).

Lees verder “Een nieuwe Bijbel in hedendaags Nederlands”

De ware edelman

De hofdwerg van Filips IV (detail van Velasquez’ “De hofdames“)

In het tweede deel van de Quichot zitten enkele hoofdstukken waarbij ik me altijd wat ongemakkelijk voel: het verblijf aan het hof van een hertog en een hertogin, die zich vermaken door wrede grappen uit te halen ten koste van de weergaloze ridder uit La Mancha en zijn schildknaap. Het ongemak zit erin dat ik het niet vind aangaan dat je mensen bespot die het minder hebben getroffen dan jij, zoals iemand die lijdt aan een geestelijke ziekte en niet meer in staat is feit en fictie te scheiden. Daarmee heb ik medelijden, maar tot ver in de achttiende eeuw was het volkomen normaal met zulke mensen de draak te steken.

Wie van adel was, had wel ergens een dwerg rondlopen om zich mee te vermaken. Zie het plaatje hierboven: de hofdwerg van de Spaanse koning Filips IV. Een bezoek aan de ongelukkige verpleegden in het dolhuis was vroeger een geliefd uitje. Iemand die zich verbeelde een dolende ridder te zijn, was een legitiem doelwit van vroeg-zeventiende-eeuwse treiterijen. Cervantes en zijn lezers hebben geen moment gedacht dat het gedrag van de hertog en hertogin ongepast was. En dat zegt iets over de wijze waarop Cervantes de Quichot heeft bedoeld.

Lees verder “De ware edelman”

#Romeinenweek: het Teutoburgerwoud

Gezichtsmasker van een Romeinse helm, gevonden te Kalkriese

[Vandaag geen “Methode op Maandag”, want momenteel vindt de Romeinenweek plaats. Er zijn tientallen activiteiten in het hele land en ze zijn zonder uitzondering allemaal ontzettend leuk. Het thema is “100% Romeins?”: hoe Romeins was de Romeinse tijd eigenlijk? Ik citeer deze week elke dag een bron over de Romeinse aanwezigheid in de Lage Landen. Vandaag: Velleius Paterculus over de Slag in het Teutoburgerwoud, waarin de Romeinen werden verslagen.]

Tiberius had de Pannonische en Dalmatische oorlog nog maar net afgerond toen, nog geen vijf dagen nadat hij die enorme onderneming tot een goed einde had gebracht, de ongelukstijding uit Germanië kwam: Varus dood, drie legioenen, evenveel eskadrons en zes cohorten afgeslacht. Het was alsof de enige gunst die het Noodlot ons bewees, eruit bestond dat deze slag ons niet werd toegebracht terwijl onze leider elders bezig was. Zowel de oorzaak van de ramp als de persoonlijkheid van de gouverneur vragen om een toelichting.

Lees verder “#Romeinenweek: het Teutoburgerwoud”