Een Bijlmerliedje

De laatste keer dat ik Diana Tjin sprak, was bij me in de straat. Een paar maanden geleden. Ik kwam uit de supermarkt, zij was op weg naar haar kinderen en zo kruisten onze wegen. Van een tweet wist ze dat ik haar boek las, ik vertelde dat ik het leuk vond, ze zei dat het niet al te autobiografisch was en vervolgens gingen we elk ons weegs. Wat ik maar zeggen wil: ik ken de schrijfster van Een Bijlmerliedje persoonlijk. Haar vorige roman, Het geheim van mevrouw Grünwald, speelt zich zelfs af in onze buurt en ik schreef er al eens over.

Ook met de Bijlmermeer, de Amsterdamse stadswijk waar Tjins tweede roman zich afspeelt, heb ik een persoonlijke band omdat ik er een blauwe maandag heb gewoond en ik er nog altijd regelmatig kom. De slechte reputatie die de wijk ooit had, was wat overdreven maar ook niet onverdiend, en daarom ben ik blij dat Tjin de Bijlmer toont zoals ze was vóór de verloedering begon. Ze heeft er namelijk eveneens gewoond en in die zin is haar boek autobiografisch, maar hoofdpersoon Sheila is dus niet Tjins alter ego. Althans, dat zei ze me zelf.

Lees verder “Een Bijlmerliedje”

Literaire quiz (8)

U kent de op deze blog van tijd tot tijd geplaatste literaire quiz: een foto die hoort bij een doorgaans heel erg bekende tekst en daarbij dan de vraag aan u om de gefotografeerde plek alsmede de roman, het gedicht of het verhaal te identificeren. Er gebeurden vreemde dingen in het gemoedelijke stadje hierboven en navraag ter plekke leerde me dat het nog altijd wat gevoelig ligt. Maar welk stadje is dit? En om welke literaire tekst gaat het? (Er zijn twee goede antwoorden mogelijk: een betrekkelijk moderne en een oude tekst.)

Uw roem is, na het geven van het juiste antwoord, voor voorzienbare eeuwigheid gegarandeerd, aangezien het Nationaal Archief deze website van tijd tot tijd kopieert en bewaart. Succes.

Berlijn, 1928

Een tijdje geleden blogde ik over wat de laatste Bernie Gunther-roman leek te zijn, Greeks Bearing Gifts. De auteur van de reeks, Philip Kerr, was namelijk overleden. Om eerlijk te zijn had ik de indruk dat het maar beter was dat er een einde kwam aan de serie, want de brille van het vroege werk was er vanaf. Greeks Bearing Gifts was boeiend als altijd, maar het decor was niet afgewerkt met de zorg die ik gewend was.

Vorige week zag ik op Schiphol echter een allerlaatste deel liggen, Metropolis, en omdat ik een dag in het vliegtuig naar Yerevan zou zitten, nam ik het boek toch maar mee. Spoiler-vrije samenvatting: u krijgt alles wat u mag verwachten. Het is 1928, een vrij jonge Bernie Gunther wordt eerst geconfronteerd met een Jack the Ripper-achtige moordenaar en vervolgens met iemand die oorlogsveteranen doodt. Gunther lost de zaken natuurlijk op, er is natuurlijk een liefdesrelatie die natuurlijk mislukt, er zijn natuurlijk wat rake one-liners en Gunther is natuurlijk weer eens belezener dan geloofwaardig voor een hard-boiled detective (dit keer is zelfs Antoni van Leeuwenhoek van de partij). Maar vooral: we vernemen natuurlijk een boel over het slangenei dat de Weimarrepubliek nu eenmaal was.

Een miskoop was mijn boek niet, en ik ben na aankomst in Yerevan wat later naar bed gegaan dan gepland omdat ik, toen ik het vliegtuig verliet, nog twintig pagina’s had te gaan en de ontknoping wilde weten. Metropolis is echter niet de beste Bernie Gunther-roman. Of beter: het is helemaal geen Bernie Gunther-roman. Het boek is feitelijk geen whodunnit en gaat alleen in schijn over Duitsland.

Lees verder “Berlijn, 1928”

De Mainzer Beobachter (de echte)

Je heb bloggers en bloggers. Sommigen beperken zich tot één hoofdthema, anderen schrijven over alles wat maar bij ze opkomt. Je moet eens weten hoeveel van die laatsten ergens in hun CV schrijven dat ze over alles een mening klaar hebben liggen. Zou Multatuli in onze tijd leven, hij zou hebben behoord tot die tweede categorie: iemand die over elk onderwerp wel een opiniërend stukje kon schrijven. Pak van Sjaalman.

Dat werd begin 1866 wat lastig, omdat hij gedwongen was Nederland te verlaten. Of beter: hij was wegens openlijke geweldpleging (“het moedwillig toebrengen van slagen … waardoor geene ziekte of beletsel van te werken van langer dan 20 dagen is ontstaan”) veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf en voelde zich te goed om die uit te zitten. Omdat hij, gevlucht naar het Rijnland, geld nodig had, ging hij stukjes schrijven voor de Opregte Haarlemsche Courant: vrij uitgebreide, redelijk betaalde samenvattingen van wat de Duitse kranten zoal te melden hadden. Broodschrijverij dus.

Lees verder “De Mainzer Beobachter (de echte)”

Literaire quiz (7)

De foto hierboven heb ik een beetje bewerkt omdat, als u de naam van dit etablissement zou kunnen lezen, het antwoord wel érg simpel te googelen zou zijn. Noem de plaats, noem de auteur die hier vaak kwam en noem ook de zanger.

Uw goede antwoord zal voor eeuwig bekend blijven, aangezien deze website wordt bewaard in het Nationaal Archief. Onsterfelijke roem dus.

Ella en Elegast (4)

[In het eerste, tweede en derde deel van het verhaal over koningin Ella vertelde ik dat ze, verkleed als ridder, midden in de nacht op pad was gegaan omdat ze wilde gaan inbreken. In het bos ontmoette ze haar oude vriend Elegast, die ze ooit had weggestuurd uit haar kasteel maar die een heel eerlijke man bleek te zijn. Toen ze inbraken in het kasteel van Eggerik, hoorde Elegast dat die van plan was koningin Ella gevangen te zetten.]

Niemand zag dat Elegast over de muur terug klom, het kasteel uit. “En?” vroeg Ella, opnieuw met een mannenstem, “Heb je goed kunnen inbreken? Heb je mooie dingen gestolen?”

Elegast zei niets. “Elegast!”, zei Ella, “Wat zie je eigenlijk bleek. Alsof je een spook hebt gezien! Is alles wel goed met je?”

“Met mij gaat het wel goed,” zei Elegast, “Maar ik heb een vreselijk verhaal gehoord, beste Ellus. Ik hoorde dat Eggerik morgen met al zijn ridders naar het kasteel van koningin Ella wil gaan, de koningin wil verrassen en gevangen nemen. Dan wil hij zelf koning zijn.”

Lees verder “Ella en Elegast (4)”