The Odyssey, een recensie (1a)

Odysseus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Vandaag niet één, maar twee besprekingen van de speelfilm The Odyssey. In de ochtend de eerste, door Nimue van Dijk. De tweede, door Han Borg, volgt vanmiddag om 13:00.]

***

Regisseur Christopher Nolan leek een specifiek thema uit de Odyssee voor ogen te hebben dat hij wilde onderzoeken voor zijn vertaling naar het witte doek: dat van xenia (gastvrijheid in het kort, “Zeus’ Law”, zoals de karakters in zijn film met regelmaat zeggen). Middels een verruimde opvatting van dit concept reflecteert de film op de gevolgen en cycli van oorlog en geweld, de kwetsbaarheid van wat we “beschaving” noemen en hoe gemakkelijk die in gevaar komt als we de basisregels van fatsoen overtreden. Hij toont ons de moord op een volk in hun eigen land, het nastreven van oorlog uit hebzucht, de egocentrische kinderofferaar Agamemnon en het misbruik dat de vrijers maken van de positie van Penelope en Telemachos. Een actuele boodschap.

Commentaar op het heden

Interessant genoeg voor een film die ons uitvoerig aanspoort na te denken over ons eigen besef van moraal, wordt de held gepresenteerd zonder veel van het dubieuze gedrag uit het epos. Odysseus is niet onnodig wreed, glundert niet en blijft trouw aan Penelope. Zijn relatie met Kalypso zit in de film, maar hij kan niet schuldig bevonden worden aan overspel omdat hij lijdt aan door Lotusbloemen geïnduceerd geheugenverlies. Zijn affaire met Kirke is volledig weggelaten. Hij laat geen slavinnen ophangen omdat ze met de vrijers naar bed zijn gegaan.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (1a)” →

Het Forum van Augustus (2)

Karyatide uit het Forum van Augustus (ik weet niet meer waar ik deze foto heb genomen)

Wie het Augustusforum, waaraan ik ook het vorige blogje wijdde, betrad vanaf het Forum van Caesar, zag op het plein eerst een beeld van keizer Augustus in een vierspan. Daar achter verrees de vijfendertig meter hoge tempel van Mars de Wreker. De onverwachte aanblik van zo’n groot bouwwerk moet enorme indruk hebben gemaakt, zeker als het witte Carraramarmer op een zomermiddag fonkelde in de zon.

Aan de voet van de ook nu nog imponerende trap stonden fonteinen, waarvan tegenwoordig alleen lage muurtjes resteren die amper boven het gras uitsteken. Hier stonden ook enkele standbeelden die ooit van Alexander de Grote waren geweest. In het gevelveld van de tempel lag links een beeld van Palatinus (de personificatie van de heuvel waarop Rome was ontstaan), daarop volgde een zittende Romulus die het voorteken van de twaalf gieren gadesloeg (een voorteken dat ook Octavianus eens zei te hebben ontvangen), en middenin stonden een schaars geklede Venus en een stoere Mars. Rechts van hem stond Victoria, zat Roma en lag de riviergod Tiber. Door deze verwijzingen naar de stichtingssage presenteerde Augustus zich als nieuwe Romulus.

Lees verder “Het Forum van Augustus (2)” →

Aeneas, Augustinus en Augustus

De vlucht van Aeneas (Nationaal Museum, Boedapest)

In zijn blog van 28 augustus over Augustinus schiet deze christelijke auteur volgens Jona Lendering “een stroman omver” omdat Augustinus in De Civitate Dei 3.2 (“Over de Stad van God”) gebruik zou maken van een retorische truc: “zoek een extreem standpunt, maak het belachelijk, en verdoezel dat het niet representatief is”. In 3.2 zou Augustinus de heidense goden via deze truc belachelijk willen maken.

Zo laat Homerus volgens Augustinus de god Neptunus “voor het nageslacht van Aeneas – en Rome is door diens nazaten gesticht – een grote toekomst profeteren.” Jona zegt hierover: “Dat Romulus en Remus afstamden van Aeneas, is natuurlijk nergens bij Homerus te lezen. Het was echter een bekende mythe, die Augustinus bekend kan veronderstellen.”

Lees verder “Aeneas, Augustinus en Augustus” →

De taal van Troje (2)

De stèle van Lemnos (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

[Tweede deel van een stuk over de taal van de Trojanen. Het eerste deel was hier. Daarin legde ik uit dat er sterke aanwijzingen waren dat ten zuiden en ten oosten van Troje een Luwische taal werd gesproken, wat het aannemelijk maakt dat dit ook in Troje het geval was.]

Etruskisch?

Maar er is nog een optie: Etruskisch. Er is een oeroude (bij Herodotos gedocumenteerde) traditie dat in lang vervlogen tijden, toen de Lydiërs nog Meiones heetten, er hongersnood was en een deel van de mensen weg zeilde naar het westen om daar verder te leven als de Tyrsenoi ofwel Etrusken. De thuisblijvers zouden zich Lydiërs zijn gaan noemen.

Lees verder “De taal van Troje (2)” →

Epische schilden

Urartees schild met concentrisch opgebouwde voorstelling

Ergens tussen 750 en 650 v.Chr., de tijd die we in de Griekse kunstgeschiedenis aanduiden als “oriëntaliserend”, begonnen de soldaten zichzelf te voorzien van ronde, bronzen schilden. De wapensmeden leefden zich erop uit en hamerden er de mooiste decoraties op, vrijwel altijd in de vorm van verschillende concentrische cirkels. Ze lijken oosterse voorbeelden te hebben gehad. Het schild hierboven, momenteel te zien op de Armenië-expositie in het Drents Museum in Assen, komt uit Urartu. Het is door koning Rusa I rond 730 v.Chr. achtergelaten in een tempel in Karmir Blur.

Het schild van Agamemnon

De helden van de Ilias, waarvan we gemakshalve zullen zeggen dat die aan het begin van deze tijd is samengesteld, droegen ook zulke schilden. Over Agamemnons schild lezen we in Ilias 11.32-40 dat het prachtig was bewerkt, met tien cirkels rond een knop van donkerblauw email. Daar stond een Gorgo, geflankeerd door personificaties van Angst en Vlucht. Misschien moeten we denken aan het onderstaande schild uit Luristan, dat ook een opvallende schildknop heeft en is voorzien van vreesaanjagende wezens.

Lees verder “Epische schilden” →