Oliebollenkraam

Oliebollenkraam Deventer

Ik blogde gisteren over een mooi fietstochtje. Ik heb er nog iets over te vertellen. Rond het middaguur kwamen we vanuit Terwolde aan bij de spoorwegbrug naar Deventer. De borden leidden de fietsers langs oprit naar de noordkant van de brug, waar inderdaad een niet overdreven breed pad lag voor fietsers en wandelaars. Daarover reden we naar de stad.

Tegemoetkomende wandelaars groetten ons – op één na, een man met een hond die ons toesiste dat we aan de verkeerde kant fietsten. Het deed me denken aan een voorval in Apeldoorn. Ik zal veertien zijn geweest en ik had een geblesseerde knie. Daarmee kon ik niet normaal fietsen maar ik had een trucje bedacht waarmee ik mijn been als gespalkt recht kon houden en het pedaal soms een zet kon geven, zodat die toch rond ging, zelfs als mijn been kaarsrecht neer hing. Dat was blijkbaar niet naar de zin van een meneer in de Apeldoornse Symfoniestraat, die me toevoegde dat ik normaal moest doen. Het Apeldoorn van mijn jeugd had iets verstikkends.

Lees verder “Oliebollenkraam”

Van Apeldoorn naar de IJssel en terug

Fietsen langs de Terwoldseweg

Het is, zoals het oud-Gelderse spreekwoord zegt, geen schande uit Apeldoorn te komen maar wel gênant er terug te keren. Desniettegenstaande verblijf ik alweer een maand in de groene Veluwestad, soms in gezelschap van mijn vriendin. Omdat ik haar wilde tonen waar mijn wortels liggen, zijn we zondag een eind wezen fietsen. Het was een prachtige, windstille en wolkeloze novemberdag en het tochtje was te mooi om niet met u te delen. Met een OV-fiets, te huur op station Apeldoorn, kom je makkelijk rond. Om u niet lastig te vallen met een eindeloze lijst neem-de-derde-afslag-linksen en over-de-rotonde-rechtdoors, geef ik u HIER het bestandje voor in Google Maps en DAAR een landkaartje.

Hoewel we naar Deventer gaan, zou ik u afraden de Deventerstraat te nemen. Het is een wat saaie, drukke weg langs een vliegveld. Het is beter noord-om te gaan door een gebied dat Apeldoorners, althans toen ik veertig jaar geleden nog in Apeldoorn woonde, “De Beemte” noemden. Ik geloof niet dat het een officiële naam is, maar zoals u hier boven ziet is het wijds en groen. Een van de boerderijen hier heet “Lochem”.

Lees verder “Van Apeldoorn naar de IJssel en terug”

Het Spainkbos in Apeldoorn

De grote grafheuvel in het Spainkbos in Apeldoorn

Het Spainkbos in Apeldoorn is een piepklein parkje in de richting van de Loolaan, een van de mooie boulevards van de Veluwestad. Tot nog niet zo heel lang geleden was dit parkje het paradijs voor mountainbikers. Ze konden er lekker crossen over het licht geaccidenteerde terrein. Daaraan kwam in 2006 echter een einde toen archeologen vaststelden dat de hellinkjes in feite vier oeroude graven waren.

Zoals u op de bovenstaande foto ziet, zijn er sindsdien lage houten hekjes omheen gezet. Nodig was het eigenlijk niet. Toen de fietsers hoorden op welke grond ze reden, waren ze zelf al op zoek gegaan naar een andere plek. De jeugd van tegenwoordig heeft gewoon verantwoordelijkheidsgevoel.

Lees verder “Het Spainkbos in Apeldoorn”

E.P. Wegener (1908-1958) (5)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag het slot van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Papyrologe in Leiden

Na het vertrek van de Duitse bezetters uit Nederland in mei 1945 en de wederopbouw van het universitaire leven in Leiden kwam Prof. Van Groningen binnen de Leidse Universiteit in de gelegenheid voor zijn promota een serieuze functie binnen het in 1935 opgerichte Leids Papyrologisch Instituut te regelen. Eefje Prankje Wegener kreeg een aanstelling om met name het werk aan de zgn. “Berichtigungsliste” (een voor papyrologen wereldwijd werkzaam uiterst belangrijk werk-instrument) van de grond te tillen en voort te zetten.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (5)”

Herenhul

Herenhul

Even ten zuiden van Apeldoorn, achter Ugchelen, ligt het Herenhul: een niet al te grote open plek in het bos, op een oostelijke uitloper van de Veluwe (de “Hoge Bank”), vlakbij de Asselse Heide, waar in de Middeleeuwen klapperstenen werden gedolven om ijzer uit te winnen. Het was ook niet ver van de weg van Holland naar de IJsselvallei, die min of meer parallel loopt aan de huidige A1. De autosnelweg loopt rakelings langs het Herenhul en blokkeert vanuit Apeldoorn bezien de toegang; je rijdt er het makkelijkste heen vanuit Beekbergen en moet een stukje wandelen. Het is hier.

Omdat het niet heel bereikbaar is, was ik er nog nooit geweest en ik zou er ook nooit heen zijn gegaan als Sander Hurenkamp er niet over had geschreven in zijn Canon van Apeldoorn. Er is weinig te zien en de grote kei die er nu staat is er later geplaatst, maar dit was de plek waar de graaf van Gelre recht kwam spreken. Later was dat de taak van de hertog van Gelre, nog later van de vertegenwoordiger van de Habsburgse vorsten en tot slot van rechters van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het laatste vonnis schijnt te dateren uit 1620. De vonnissen werden hier ook voltrokken: de Hoge Bank was ook een galgenberg.

Lees verder “Herenhul”

De Grift

Beurtvaartstraat, Apeldoorn

Toen Wim Kan – voor jonge lezers: een Nederlandse cabaretier uit de jaren zeventig – eens in Apeldoorn moest optreden, liep hij daar burgemeester Dijckmeester tegen het lijf. Dat zal wel niet helemaal toevallig zijn geweest, want niets was destijds erger voor een Nederlandse gezagsdrager dan niet het doelwit te zijn van een grap van Wim Kan. Een verstandig politicus regisseerde zo’n ontmoeting dus, al zullen we dat uit de aard der zaak nooit zeker weten.

Hoe dat ook zij, de twee mannen raakten aan de praat en Kan, die in een van zijn liedjes de stad bezong waar hij optrad, informeerde voor dat liedje aan welke rivier Apeldoorn eigenlijk lag. De cabaretier zal iets hebben gezegd als “Arnhem ligt aan de Rijn, Zwolle ligt aan de IJssel, maar Apeldoorn, waaraan ligt Apeldoorn? Er is niemand die het weet.” Dijckmeester schijnt te hebben geantwoord “Aan mij ligt het niet.”

Lees verder “De Grift”

’s Prinsen sluipweg

Apeldoorn, Prinsengang

Toen prins Hendrik, die in het echt natuurlijk gewoon Heinrich Wladimir Albrecht Ernst Herzog zu Mecklenburg-Schwerin heette, op 3 juli 1934 overleed, waren de artsen in dubio: was hij wel echt overleden? Zijn echtgenote, koningin Wilhelmina, wist een feilloos middel om erachter te komen: “Zet maar een krat bier naast z’n bed,” zei ze, “Als die er morgenochtend nog staat, is hij dood.”

Ik heb er geen biografie van de arme en verarmde Duitse prins op nageslagen, maar het moet de zuivere waarheid zijn, aangezien paleisgeheimen zelden geheim bleven in Apeldoorn. Ik blogde er al eens over. Hier was bijvoorbeeld niemand verbaasd toen in 1979 bekend werd dat Pim Lier een buitenechtelijk kind was van prins Hendrik. De conciërge van mijn middelbare school kende, als zoon van een lid van Wilhelmina’s hofhouding, alleen al in Apeldoorn vier koekoeksjongen. Wij Apeldoorners, we laten ons daar niet op voorstaan, maar wij weten zulke dingen.

Lees verder “’s Prinsen sluipweg”

Canon van Apeldoorn

Er schijnen twee levensfasen te zijn waarin mensen belangstelling hebben voor het verleden. De eerste is als we jong zijn, want dan zijn verhalen over vroeger vreemd en spannend. Vraag een achtjarige wat zijn/haar favoriete schoolvak is en het antwoord is geschiedenis. De tweede fase begint na je veertigste of vijftigste. Historici zeggen weleens dat dit is omdat mensen dan zelf een beetje geschiedenis beginnen te krijgen. De latere belangstelling is dan minder gericht op het vreemde en spannende, maar vloeit voort uit je herinnering. Dat dorp van toen, het is voorbij.

Dit was natuurlijk psychologie van de kouwe grond, maar het zou verklaren waarom ik pas de laatste jaren belangstelling krijg voor de geschiedenis van Apeldoorn, hoewel ik er toch ben opgegroeid en historicus ben geworden. Hoe dat ook zij: het kwam goed uit dat ik maandagmiddag, toen ik mijn krant ging kopen, bij de plaatselijke boekhandel Nawijn & Polak de Canon van Apeldoorn zag liggen, het net verschenen boek dat Sander Hurenkamp wijdde aan de geschiedenis van zijn geboorteplaats.

Lees verder “Canon van Apeldoorn”

De Deventerstraat

Deventerstraat, Apeldoorn

In de zomer van 1969 verhuisden mijn ouders van Beneden-Leeuwen naar Apeldoorn. Ons nieuwe huis stond in de stadswijk Zevenhuizen, die nog volop in aanbouw was. De straat waar we woonden, was nog niet volledig geasfalteerd. Ik heb weleens eerder over die wijk geschreven: ze moest nog een eigen smoel krijgen.

De kleuterschool en de kerk waren een ruime kilometer verderop, de lagere school eveneens, maar uiteraard liepen we als kinderen enorme einden om. Er was immers nog zoveel te bekijken en te ontdekken. De middelbare school was op fietsafstand, eerst een dependance en later het hoofdgebouw aan de andere kant van de stad. Echte Apeldoorners zeiden overigens “het dorp”. Sommige echte Apeldoorners, vooral degenen die woonden in de buurt van het statige, toen nog mooi witte, paleis Het Loo, vierden Koninginnedag op 31 augustus, de verjaardag van Wilhelmina. Mijn ouders namen ons vaak mee voor wandelingen in het park achter het paleis.

Lees verder “De Deventerstraat”

De veranderende bibliotheek

Zelfs als u in Apeldoorn woont zal de bovenstaande foto u weinig zeggen: een monumentaal huis en wat herfstige bomen. De totempaal behoort bij de kinderboerderij ernaast. Ruim veertig jaar geleden was deze villa in gebruik als de openbare bibliotheek van de stadswijk Zevenhuizen, waar ik ben opgegroeid. Het leesgierige jongetje dat ik was moet er tientallen boeken hebben geleend. Ik herinner me overigens alleen dat ik Inde soete suikerbol niet leuk vond en dat ik van De zilveren stoel begreep dat het een vervolg was op een boek dat ik niet had gelezen.

Wat ik me verder herinner – ook toen de bibliotheek was verhuisd naar een speciale nieuwbouw, ook toen ik mijn lectuur ging halen in de hoofdvestiging, ook toen die zijn intrek nam in een speciaal ontworpen nieuw gebouw, ook toen ik mijn boeken ging halen in de Athenaeum-bibliotheek in Deventer – was dat je altijd advies kon vragen bij de mensen die daar werkten. Die konden je precies uitleggen welke boeken voor jou geschikt waren en welke niet. Best knap, want je hebt lezers met uitlopende belangstelling en kinderen krijgen, naarmate ze ouder worden, behoefte aan andere informatie.

Lees verder “De veranderende bibliotheek”