Een pseudocitaat van Seneca

Seneca (Neues Museum, Berlijn)

Iemand is aangeklaagd en moet zich verantwoorden bij een tirannieke keizer. De aangeklaagde spreekt zichzelf moed in en jaagt de despoot vrees aan door erop te wijzen dat, wat het vonnis ook zij, het eindoordeel pas in de toekomst zal worden gegeven. Toekomstige generaties zullen bepalen hoe mensen over de keizer denken. “No matter how many men you kill, you can’t kill your successor.”

Was getekend: Seneca, senator, filosoof en slachtoffer van keizer Nero.

Ik citeerde het in het Engels, want deze regels lijken alleen te bestaan in die taal. U vindt ze als meme op het wereldwijde web. Ik ken het citaat ook uit David Mitchells roman Cloud Atlas. Maar waar schreef Seneca dat? Zou het in het Latijn niet nóg beter bekken dan in het Engels?

Lees verder “Een pseudocitaat van Seneca”

Fake-citaat

Het bovenstaande plaatje kwam ik tegen op Twitter. Ik begrijp dat een rechter dit kaartje altijd in zijn portefeuille heeft. Dat het citaat fake is, ziet elke eerstejaarsstudent die het zout in de pap waard is. De Romeinen waren, een enkele uitzondering daargelaten, ontologisch en methodisch individualisten en konden weinig met het abstracte begrip “organisatie”. Een citaat met deze denkwijze zou hun even vreemd zijn geweest als een citaat over een stoommachine.

Mocht u het willen weten: het is in feite een citaat van  Charlton Ogburn Jr, die u misschien kent als een van degenen die meenden dat het oeuvre van Shakespeare is geschreven door Edward De Vere. U leest daar meer over het eigenlijke citaat, ik wil twee andere vragen stellen. De eerste is simpel: hoe is het in vredesnaam mogelijk dat de rechter die dit kaartje bij zich draagt, dit anachronisme niet heeft herkend? De andere vraag: wat heeft ooit iemand bewogen dit te verzinnen?

Lees verder “Fake-citaat”

Koekenbakker

koekenbakker

Het zou een uitspraak kunnen zijn van dominee Gremdaat: “‘Zoiets, Koekenbakker, zoiets’: kent u die uitdrukking?” Over die zegswijze heb ik namelijk een vraag. Ze dook laatst op in een discussie op Facebook en al vrij snel vroegen we ons af waar die uitdrukking vandaan kwam. Ik dacht even aan Gerard Reve en vond zelfs een artikel over een gedicht van de Volksschrijver waarin de zegswijze wordt geciteerd, maar niemand wist waar Reve het had gezegd.

Was het misschien Nescio? In De uitvreter wordt de ik-figuur “Koekebakker” genoemd, maar het precieze citaat kon niemand aanwijzen. Kortom, het werd tijd voor een speurtocht op het internet en die leverde ook al niets op, behalve het inzicht dat de uitdrukking vrij algemeen wordt gebruikt, zoals in de genoemde Blog over Reve en op het Viva-forum. Ik legde de vraag voor aan een aardige journalist die de beschikking heeft over een enorm bestand gedigitaliseerde Nederlandse teksten en ook hij kon “Zoiets, Koekenbakker, zoiets” niet vinden, ook niet met spellingsvarianten.

Lees verder “Koekenbakker”

We’re fucked

(Foto NASA; origineel)
(Foto NASA)

In mijn Facebook-timeline zijn een paar mensen die op gezette tijden een mooie foto of een stukje online plaatsen en zo iets vertellen over hun werk. Een ervan is Huub Eggen, die me vanavond verraste met de bovenstaande prachtige foto van Spanje. Rechts ziet u nog een zonnepaneel van het ruimtestation, waarvandaan de foto is gemaakt, en daarboven de Plejaden. Het origineel is hier.

Ik kan alleen maar kijken naar de dunne atmosfeer. Het laagje lucht is zó dun, we zijn zó kwetsbaar. Ik had iets poëtisch willen citeren over ’s mensen broosheid, misschien een citaat van Leo Vroman. Maar dat lukt me niet.

Lees verder “We’re fucked”

Pseudocitaten

Plato zei het ook al
Plato zei het ook al

Ergens in de elfde eeuw drong in Europa het bewustzijn door dat alles minder was dan in de Oudheid. Koningen begrepen dat de glorie van het Romeinse Rijk voorgoed voorbij was, geestelijken beseften dat ze de ideeën van de kerkvaders eigenlijk niet meer begrepen.

Vreemd was dit minderwaardigheidsgevoel niet. De levensduurverwachting was evident lager dan in de Oudheid, toen mensen zo oud werden als Metusalem. De mensheid was echter niet alleen fysiek in verval, maar ook intellectueel: wijsheid komt immers met de jaren. Daarom vonden elfde-eeuwers zichzelf de minderen van de oude Joden, Grieken, Romeinen en kerkvaders.

Lees verder “Pseudocitaten”

Een verzonnen Cicero-citaat

Cicero (Capitolijnse Musea, Rome)

Een goede vriend van me schrijft dat de oude Romeinen al zeiden dat pacta sunt servanda, “verdragen dienen te worden nagekomen”. Nu is dat weliswaar Latijn, maar dat wil nog niet zeggen dat de Romeinen het ook werkelijk zeiden. Divide et impera , “verdeel en heers”, is een ander voorbeeld: het is een mooie typering van de Romeinse buitenlandse politiek, maar de formulering zelf dateert uit de Renaissance. Cuius regio, eius religio is er nog zo een, “wiens land, diens religie”.

Ik wees mijn vriend erop dat pacta sunt servanda vermoedelijk een uitspraak is van Hugo de Groot. Het is ook de logische plek om te zoeken, want we zitten hier in de sfeer van het natuurrecht en niet in die van de laat-republikeinse Romeinse politiek. De uitspraak wordt echter op het internet verschillende keren getypeerd als een rechtsprincipe van de Romeinse politicus Cicero. Maar dat het staat op het internet, wil nog niet zeggen dat het waar is.

Voor zover ik kan overzien – en ik beweer niet dat ik dit uitputtend heb onderzocht – komt de volgende uitspraak van Cicero het dichtst in de buurt: Pacta et promissa semperne servanda sint, “verdragen en toezeggingen zouden altijd moeten worden nagekomen”. Het is te vinden in een essay met de titel De ambten (3.92).

De context is in dit geval belangrijk. De formulering, waarin (staats)verdragen en (persoonlijke) toezeggingen bij elkaar worden geplaatst, maakt al duidelijk dat we te maken hebben met een ethisch essay en geen diplomatiek handboek, en inderdaad: in de eerste twee delen van De ambten stelt Cicero de vraag aan de orde naar de onderlinge strijdigheid tussen morele voorschriften en praktische uitvoerbaarheid. In het derde deel, waarin de auteur zoekt naar een balans, komt ook de vraag aan de orde of verdragen en toezeggingen altijd moeten worden nagekomen, en Cicero geeft voorbeelden waaruit blijkt dat hij het er niet mee eens is.

Zo beloofde de zonnegod ooit aan zijn zoon Phaëton dat hij al diens wensen zou vervullen. Zoonlief vroeg vervolgens het vierspan van de zon te mogen mennen, bleek dat niet te kunnen, stortte neer en richtte een enorme ravage aan. “Hoeveel beter,” vraagt Cicero zich met recht retorisch af, “was het niet geweest als de Zon zijn woord niet was nagekomen?” En dan Cicero’s eigen standpunt: beloftes hoeven niet altijd te worden nagekomen (promissa non facienda nonnumquam, 3.95).

Het is overigens niet de enige keer dat hij zoiets zegt: in 1.32 drukt hij hetzelfde met iets andere woorden uit (nec promissa igitur servanda sunt). Er helpt geen moedertje lief aan: pacta sunt servanda was geen Romeins rechtsprincipe en was evenmin een idee dat Cicero categorisch voor zijn rekening wilde nemen. Integendeel.

Mij kan het verder niet zoveel schelen wie deze formulering heeft verzonnen, al houd ik het voorlopig op Hugo de Groot of iemand uit zijn school. Waar het mij om gaat is dat het internet weer eens een bron blijkt te zijn van onbetrouwbare informatie en dat je geen antieke bronnen moet citeren zonder ze in hun geheel te bekijken. Maar dat wist u al.

En nu spring ik op de fiets, want ik heb een afspraak thee te gaan drinken bij een vriend, en afspraken zijn er om na te komen.