De Germanen (6) Religie

Metalen godsbeeldje edelsmeedwerk  (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

[Dit is het laatste van zes blogjes over de oude Germanen. Het eerste was hier.]

Er zijn nog twee met elkaar verwante onderwerpen die ik ter afronding van deze reeks blogjes wil bespreken: de Germaanse religie en de “archaic survivals”. Over het eerste weten we te weinig en dus roepen wetenschappers het tweede in, maar ook daarmee zijn problemen. En om het helemaal complex te maken zijn er allerlei versteende theorieën die inmiddels niet meer als hypothese worden herkend en gelden als feit. Zo werd ooit gedacht dat alle religie was ontstaan als de verering van natuurkrachten, hoewel dat ten dele christelijke polemiek is (“alleen het monotheïsme is een zuivere religie, de heidenen vereerden valse goden zoals natuurverschijnselen”). De notie blijft echter terugkomen, en niet alleen in de germanistiek.

Ter zake nu. Wat weten we wel? Ik denk het volgende.

Lees verder “De Germanen (6) Religie”

Historische taalkunde

Je kunt niet alles leren, maar mag wel betreuren dat je opleiding zó kort was dat je cruciale dingen niet hebt meegekregen. Aan AristotelesOrganon, vermoedelijk de grootste filosofische prestatie uit de Oudheid, is tijdens mijn studie geen woord besteed, noch bij de colleges geschiedenis, noch bij filosofie. Ook over oudgermanistiek, d.w.z. de bestudering van de antieke en vroegmiddeleeuwse fase van de Germaanse talen, heb ik weinig gehoord. Ik denk eigenlijk: niets. Terwijl het vak toch niet zonder belang is. Onze taal is immers een mooi stuk antiek erfgoed en kennis daarvan is zeker voor oudheidkundigen die zich met Nederland en Vlaanderen bezighouden, niet bepaald betekenisloos.

Om mijn kennislacune te vullen las ik Lo, donk, horst van Jozef van Loon, emeritus hoogleraar in Antwerpen. Simpel samengevat toont hij aan dat het woord lo in de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen verwees naar een cultuurbos, terwijl donk en horst het Frankische en het Saksische woord waren voor versterkingen in moerassige gebieden. Toen ik onlangs vanuit Vught door het Bossche Broek fietste naar Oeteldonk, begreep ik het meteen.

Lees verder “Historische taalkunde”

Huislook, een oude makelaar

Huislook

[Omdat ik op het punt sta af te reizen naar Libanon, vandaag een gastbijdrage over een onderwerp dat de trouwe lezers hier niet zullen verwachten. Ik geef het woord aan Rob Duijf.]

Al sinds voorchristelijke tijden zoekt de mens verbinding tussen het aardse en het hogere, om onheil af te weren of om goddelijke bijstand te vragen. Men deed dat bijvoorbeeld door bij huizen op de uiteinden van een rieten dak en later op het punt waar de houten planken van de daklijsten bij elkaar komen, een ‘makelaar’, te plaatsen.

Het woord ‘makelen’ betekent ‘verbinden’ en dat is precies wat een makelaar doet. Wie door dorpjes rijdt in Zeeland, Holland (bijvoorbeeld in Zaanstreek-Waterland en West-Friesland), Friesland en Twente kan ze nog op oude huizen en boerderijen zien staan. Vaak kunstig gesneden of gedraaid uit hout en voorzien van symbolen uit oude Germaanse en Keltische tijden, tegenwoordig vaak witgeschilderd, vroeger eenvoudig zwart gepekt. Ik zal daar in een later blog dieper op ingaan.

Lees verder “Huislook, een oude makelaar”