Ella en Elegast (4)

[In het eerste, tweede en derde deel van het verhaal over koningin Ella vertelde ik dat ze, verkleed als ridder, midden in de nacht op pad was gegaan omdat ze wilde gaan inbreken. In het bos ontmoette ze haar oude vriend Elegast, die ze ooit had weggestuurd uit haar kasteel maar die een heel eerlijke man bleek te zijn. Toen ze inbraken in het kasteel van Eggerik, hoorde Elegast dat die van plan was koningin Ella gevangen te zetten.]

Niemand zag dat Elegast over de muur terug klom, het kasteel uit. “En?” vroeg Ella, opnieuw met een mannenstem, “Heb je goed kunnen inbreken? Heb je mooie dingen gestolen?”

Elegast zei niets. “Elegast!”, zei Ella, “Wat zie je eigenlijk bleek. Alsof je een spook hebt gezien! Is alles wel goed met je?”

“Met mij gaat het wel goed,” zei Elegast, “Maar ik heb een vreselijk verhaal gehoord, beste Ellus. Ik hoorde dat Eggerik morgen met al zijn ridders naar het kasteel van koningin Ella wil gaan, de koningin wil verrassen en gevangen nemen. Dan wil hij zelf koning zijn.”

Lees verder “Ella en Elegast (4)”

Ella en Elegast (3)

[In het eerste en tweede deel van het verhaal over koningin Ella vertelde ik dat ze, verkleed als ridder, midden in de nacht op pad was gegaan omdat ze wilde gaan inbreken. In het bos ontmoette ze haar oude vriend Elegast, die ze ooit had weggestuurd uit haar kasteel maar die een heel eerlijke man bleek te zijn. Samen gingen ze inbreken in het kasteel van Eggerik, die was getrouwd met Ella’s zus Gisella.]

Elegast sloop over de binnenplaats van het kasteel. De maan was al een beetje aan het ondergaan, het was donker en niemand zag hem. Daar zag hij een raam openstaan. Snel klom hij naar binnen. Het was een donkere, lege kamer, leek het. Hij stak een kaars aan en zag toen ineens dat hij recht tegenover het bed stond van Eggerik en Gisella. Oei! Daar was hij zomaar de slaapkamer binnengeklommen! Als ze wakker zouden worden, zouden ze hem vast snel kunnen vangen. Hij hield zijn adem dus in en blies de kaars weer uit.

Aan de muur had hij echter een prachtig paardenzadel zien hangen. Dat wilde Elegast wel stelen. Als hij het kon verkopen, zou hij zeker voor een maand te eten hebben en niet hoeven inbreken. Maar hij had pech. Omdat de kaars uit was, had hij niet gezien dat er aan het zadel belletjes zaten vastgemaakt. Toen hij het zadel van de muur af haalde, rinkelden die. In het bed werd Eggerik wakker.

Lees verder “Ella en Elegast (3)”

Ella en Elegast (2)

[In het eerste deel van het mooie en ware verhaal over koningin Ella vertelde ik dat ze, verkleed als ridder, midden in de nacht op pad was gegaan omdat ze wilde gaan inbreken. In het bos kwam ze een ridder tegen in een zwart harnas.]

“Wie ben jij, ridder in je stralende gouden harnas?” vroeg de zwarte ridder. Ella dacht: “Ik kan niet zeggen dat ik koningin Ella ben en dat ik ben gaan stelen.” Snel sloeg ze het vizier van haar helm neer, zodat de ridder haar gezicht niet kon zien. Ze zetten een zware mannenstem op en riep terug: “Zeg eerst maar wie jij bent en vertel ook waarom je midden in de nacht hier in het bos bent. Normale mensen liggen te slapen.”

“Ik heet Elegast,” zei de zwarte ridder. “Vroeger was ik een ridder van koningin Ella, maar toen ik een keer ziek was, ben ik in slaap gevallen terwijl ik op wacht stond. Ze heeft me toen weggestuurd en nu woon ik in een boshut en moet ik leven als dief. Ik moet toch te eten hebben hè. Maar zeg mij nu wie jij bent en wat jij ’s nachts doet in het bos. Je gouden harnas schittert alsof het de zon zelf is!”

Ella dacht even na. Ze was blij dat het Elegast was maar ze kon natuurlijk niet vertellen dat zij, de koningin, was gaan stelen. Opnieuw zette ze haar mannenstem op: “Ik heet El-…, eh, ik heet Ellus! En ik ben ook dief.”

Lees verder “Ella en Elegast (2)”

Ella en Elegast (1)

Er was eens, lang geleden, in de tijd van ridders en kastelen, een koningin en die heette Ella. Over haar weet ik nog een mooi verhaal, en het is nog echt gebeurd ook! Op een nacht lag koningin Ella in haar kasteel te slapen toen ze een stem hoorde die ze nog nooit eerder had gehoord. “Ella,” zei de stem, “Je moet gaan stelen!”

Ella schrok wakker en dacht “Dat kan niet, ik heb vast gedroomd.”

Ze draaide zich dus nog eens om, maar net toen ze in slaap viel, hoorde ze de stem opnieuw: “Ella, je moet gaan stelen!”

Nu was Ella klaarwakker. Ze dacht: “Dit kan ik niet echt horen. Een koningin heeft al alles. Die gaat toch niet stelen!”

Dus deed ze haar ogen weer dicht, maar toen ze bijna in slaap viel, hoorde ze de stem weer: “Ella, je moet gaan stelen!”

Lees verder “Ella en Elegast (1)”

Karel ende Elegast (3)

Beeldje van Karel de Grote uit Metz, nu in het Louvre. Het kan ook Karel de Kale voorstellen.
Beeldje van Karel de Grote uit Metz, nu in het Louvre. Het kan ook Karel de Kale voorstellen.

Karel ende Elegast is geschreven in de twaalfde eeuw maar veronderstelt een verhaal dat al de ronde deed:

Wat den konink daar gevel,
dat weten nog die menige wel.

Het verhaal van Karel ende Elegast bevat inderdaad oudere elementen. Daarbij denk ik niet meteen aan een historische kern, al is er misschien (en zonder dat we dat ooit zeker kunnen weten) wel een stille echo van een historische gebeurtenis. Die ligt vanzelfsprekend niet in Karels avonturen op het dievenpad, maar wel in wat daarop volgt: de ondergang van Karels verwant Eggerik, tijdens een hofdag in Ingelheim. Karel heeft namelijk in die palts in 788 een einde gemaakt aan de carrière van een van zijn voornaamste en invloedrijkste familieleden, Tassilo van Beieren. Meer denkbare historische echo’s kan ik echter met de beste wil van de wereld niet aanwijzen en zoals gezegd is ook deze niet bewijsbaar.

Lees verder “Karel ende Elegast (3)”

Karel ende Elegast (1)

Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.
Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren in de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.

Ik vertelde al eens dat een oude vriend ongeneeslijk ziek is. Hij leest graag en bezit een bibliotheek om jaloers op te zijn. Dat leidt tot soms wat wrange cadeaus: al ik aanstalten maak weg te gaan, drukt hij me vaak nog een boek in handen. “Ik heb het niet meer nodig.” Inmiddels bezit ik ongeveer een meter boeken meer dan ik boekenplanken heb. Mijn laatste aanwinst droeg daar gelukkig slechts een paar millimeter aan bij: Karel ende Elegast.

En ineens was ik weer in 4 vwo, al herinner ik me niet of we de geestige ridderroman destijds klassikaal hebben gelezen of dat ik ervan heb kunnen genieten voor mijn literatuurlijst. Het is in elk geval een ontzettend geestige tekst, die de vraag bij me deed opkomen wat er vorige maand in Christiaan Weijts is gevaren dat hem deze ridderroman deed typeren als verstoft monument. Hij betoogde dat er op de middelbare school andere teksten moesten worden gelezen, opdat kinderen het lezen leuker zouden vinden. Me dunkt dat ze dan juist de Karel ende Elegast moeten lezen: een verhaal dat zowel spannend als grappig is, en bovendien helpt het heilige eigen gelijk van onze eigen tijd wat te relativeren.

Lees verder “Karel ende Elegast (1)”