Caesar op geldjacht

Munt van Caesar (Neues Museum, Berlijn)

Als ik schrijf dat het de idus van juni was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 15 april 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u dit weer een blogje zal zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij verliet Afrika. Het was lente en de zee was weer bevaarbaar. In Utica scheepte hij in. De hele Afrikaanse expeditie had een half jaar geduurd en hoewel hij belangrijke vijanden had verslagen én een flink stuk Numidië had geannexeerd, had hij redenen om ontevreden te zijn. Enkele vijanden waren ontsnapt: zijn medestrijder uit de Gallische Oorlog Titus Labienus, de oud-gouverneur van Afrika Publius Attius Varus en Pompeius’ zonen Gnaeus en Sextus. Ze waren gevlucht naar Andalusië, waar het al een tijdje onrustig was. Er zou nóg een ronde gevechten zijn in de Tweede Burgeroorlog. En dat was niet wat Caesar wilde. Wie een staatsgreep succesvol afrondt, wil kunnen regeren en de eindeloos voortslepende oorlog verhinderde dat.

Lees verder “Caesar op geldjacht”

Versterkingen voor Caesar

Reconstructie van een schorpioen, een pijlen-schieter zoals ook Caesar die gebruikte.

Als ik u zeg dat het 28 februari was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 5 december 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u voor de honderdste keer een stukje zult gaan lezen in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Nieuwe versterkingen voor Caesar

Ik denk dat hij een gat in de lucht sprong. De strijd om Uzitta, het Afrikaanse stadje dat hij wilde veroveren en dat werd verdedigd door Metellus Scipio en koning Juba I, was overgegaan in een stellingenoorlog, waarin Caesars mannen langzaam hun doel naderden. Het landkaartje is hier.

Toen Caesar zijn versterkte linies had voltooid en doorgetrokken tot een punt dat nog juist buiten schootsafstand van de stad lag, sloeg hij een versterkt legerkamp op. Hij liet katapulten en schorpioenen dicht opeen voor zijn legerkamp opstellen, gericht tegen de stad, en bestookte onophoudelijk de verdedigers van de muur. (Afrikaanse Oorlog 56; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “Versterkingen voor Caesar”

Caesar op de vlucht

Munt van Caesar, voor de derde keer consul (Metropolitan Museum, New York)

Als ik u zeg dat het jaar was aangebroken waaraan Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus én als consuls én als dictator en meester der ruiterij hun namen hadden gegeven, en als ik dat omreken naar medio oktober 47 v.Chr., dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij was, zoals we vorige keer zagen, in de laatste dagen van het voorafgaande jaar met 3000 legionairs, merendeels rekruiten, en 150 ruiters aan land gegaan bij Hadrumetum, het huidige Sousse in Tunesië. Als Caesar had gehoopt de stad te kunnen innemen, dan was hij bedrogen uitgekomen: ze werd verdedigd door Gaius Considius Longinus, die volgens de auteur van De Afrikaanse Oorlog beschikte over ongeveer 8000 man. Vanaf Kaap Bon waren bovendien 3000 Numidische ruiters onderweg naar Hadrumetum. Omdat die de stad versterkten maar geen aanstalten maakten Caesar aan te vallen, sloeg deze zijn kamp op ten zuidoosten van de stad, op het strand, hopend op versterkingen. Achteraf bezien heeft Considius een kans gemist de Tweede Burgeroorlog ten einde te brengen.

Lees verder “Caesar op de vlucht”

Fenicische kolonisatie

Standbeeld van een magistraat (“suffeet”) uit Lepcis Magna (Nationaal Museum, Tripoli)

Zoveel is zeker: de Feniciërs hebben, komend vanuit wat nu Libanon is, een aantal nieuwe steden gesticht. Kition op Cyprus; Palermo en Marsala op Sicilië; nederzettingen op Malta, Gozo en Sardinië; Lepcis Magna, Oea en Sabratha in Libië; Karthago en Utica in wat nu Tunesië heet; steden langs de Algerijnse en Marokkaanse kust; Málaga en Cádiz in Andalusië.

Het bewijs is voor een groot deel archeologisch maar ook teksten spelen een rol, terwijl sommige kolonies pure speculatie zijn, gebaseerd op namen. Kart Hadašt betekent “Nieuwe Stad” en dat is dus Karthago, en wellicht herkennen we het eerste element ook in de stadsnaam Córdoba, maar dat dit een Fenicische stadstichting is, is niet bewezen. Er zijn daar weliswaar Fenicische vondsten gedaan maar die kunnen duiden op zowel kolonisatie als handel. Dat “Marseille” is afgeleid van Marsa’il ofwel “haven van god” is nog minder zeker. Ik geloof wel in Córdoba, zij het met een voorbehoud, en niet in Marseille.

Lees verder “Fenicische kolonisatie”

Eshmun, Hermes, Asklepios

Eshmun op een munt uit Lepcis Parva (British Museum, Londen)

Ik ben ziek dus ik geef u vandaag alleen even een plaatje van een munt uit Lepcis Parva met daarop de god Eshmun, die dit keer (als ik de uitleg in het British Museum mag geloven) visueel niet valt te onderscheiden van Hermes maar die in Lepcis de functie had van Asklepios: de godheid waaronder de volksgezondheid ressorteerde.

Het is één van de vele manieren waarop in het Fenicisch/Punische cultuurgebied alle goden dwars door elkaar liepen: de god die in Baalbek werd vereerd, Baäl-Hadad, kon voor de Grieken Apollo en Helios zijn maar ook Zeus. Dit vormt een waarschuwing om niet al te gemakkelijk de attributen van deze of gene godheid te gebruiken om te komen tot een identificatie. Dat betekent overigens tevens dat de identificatie van iemand die lijkt op Hermes als Asklepios óók te gemakkelijk kan zijn.

Lees verder “Eshmun, Hermes, Asklepios”