
Als ik u zeg dat het de vroege ochtend van 13 april was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 14 februari 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat dit weer een blogje is in de vandaag ten onrechte “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” genoemde reeks. Ten onrechte, aangezien we het vandaag zullen hebben over Cato de Jongere, die in de provinciehoofdstad Utica had vernomen van Caesars overwinning bij Thapsus.
Hoe hij het vernam, heb ik niet kunnen ontdekken. We zagen al wel dat een eenheid van de verslagen cavalerie de bewoners lastigviel en zich uiteindelijk liet afkopen. Dat zal niet lang na de eerste berichten zijn geweest. Vanaf toen was het sauve qui peut. Sommige leden van de door Caesars tegenstanders als alternatieve Senaat ingestelde Raad van Driehonderd wilden de stad verdedigen, maar de meesten kozen voor de vlucht. Cato stelde hun schepen ter beschikking.
Het einde van Cato de Jongere
De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos beschrijft de laatste avond en dood van Cato de Jongere in groot detail. U kunt het hier nalezen. Het is een van de beroemdste stukken uit de Griekse literatuur. Ik kies voor de kortere tekst van Appianus.
Zelf bleef hij vastbesloten achter, en toen de mensen van Utica beloofden dat ze nog eerder een goed woordje wilden doen voor hem dan voor zichzelf, antwoordde hij glimlachend dat hij geen behoefte had aan mensen die hem met Caesar wilden verzoenen en dat ook Caesar zelf dat goed wist. Daarna verzegelde hij alle schatkamers van de staat en vertrouwde de schriftelijke inventarisatie van elk daarvan toe aan de bestuurders van Utica. Vervolgens nam hij een bad en gebruikte het avondmaal; hij at zittend, zoals hij sinds de moord op Pompeius gewend was. In geen enkel opzicht gedroeg hij zich anders dan gewoonlijk, hij at niet meer of minder, voerde gesprekken met de aanwezigen over degenen die weggevaren waren en vroeg naar de wind, of ze die in de rug hadden en of ze ver genoeg weg zouden zijn als Caesar tegen zonsopgang aankwam.
Ook toen hij naar zijn slaapvertrek wilde, gedroeg hij zich niet anders dan altijd, behalve dat hij zich wat emotioneler toonde op het moment dat hij zijn zoon ten afscheid omhelsde. Toen hij zijn dolk wilde pakken die altijd naast zijn bed lag en hem niet vond, riep hij uit dat hij door zijn eigen mensen verraderlijk werd uitgeleverd aan de vijanden. “Want wat moet ik gebruiken,” zei hij, “als ze vannacht bij me komen?”
Ze smeekten hem zichzelf niets aan te doen en te gaan slapen zonder dolk, waarop hij met nog meer overtuigingskracht zei: “Ik kan toch ook mezelf met mijn kleed verwurgen, als ik dat wil, of mijn hoofd hard tegen de muur bonken of me op mijn hoofd tegen de grond storten of mijn adem inhouden tot ik dood blijf!” Met nog meer van dergelijke voorbeelden wist hij hen over te halen zijn dolk op zijn plek te leggen.
Daarna liet hij Plato’s geschrift over de ziel halen en nam de tijd om het te lezen. Zodra hij het geschrift van Plato uitgelezen had en dacht dat de wachters bij de deur sliepen, doorboorde hij zich onder de borstkas. Toen zijn ingewanden naar buiten kwamen, was er tot buiten gekreun te horen, waarop de wachters naar binnen snelden. Artsen legden de nog gave ingewanden weer in de buik, hechtten de wond en verbonden die. Toen Cato was bijgekomen, speelde hij weer toneel en verweet hij zichzelf dat hij zich te licht verwond had. Maar hij bedankte wel degenen die hem gered hadden en zei dat hij graag weer wilde slapen. Zij namen de dolk mee toen ze weggingen, en sloten de deur omdat hij rustig leek. Nadat hij hun de indruk had gegeven dat hij sliep, trok hij met zijn handen zonder geluid te maken het verband weg en haalde de hechtingen uit zijn wond; hij vergrootte met zijn nagels en vingers de wond in zijn buik en trok zijn ingewanden naar buiten, tot hij stierf. Hij was toen ongeveer vijftig jaar oud.noot
Het was vroeg in de ochtend. “De vogels begonnen al te zingen”, schrijft Ploutarchos. Buiten zou een winterstorm hebben gewoed, want sommige clichés schijnen nooit te mogen ontbreken.
Reacties
Caesar zou geërgerd zijn geweest omdat hij Cato niet had kunnen begenadigen. Daar hoeven we geen verheven gedachte achter te zoeken: het is eigenlijk dezelfde reactie als de tranen die Caesar stortte om de dood van Pompeius. Caesar kon de Tweede Burgeroorlog alleen beëindigen als zijn tegenstanders capituleerden en hij ze in genade aannam. De dood van Pompeius en die van Cato betekenden dat er nog een reeks gevechten zou zijn.
Cato de Jongere had bekendgestaan als een principieel man. Niet iedereen was daarvan gecharmeerd. Het commentaar van Cicero was dat Cato weliswaar de beste bedoelingen had, maar zich gedroeg alsof hij in de ideale staat van Plato leefde in plaats van het riool van Romulus. Niettemin had hij respect afgedwongen. Marcus Junius Brutus, een protegé van Caesar, en Cicero zouden allebei nog teksten schrijven waarin ze Cato prezen. Caesar zou daaraan aanstoot nemen, maar daarover kom ik over anderhalf jaar nog eens te bloggen, Eeuwen later kon Augustinus de zelfmoord van Cato nog bekend veronderstellen bij de lezers van De stad Gods. De auteur van De Afrikaanse Oorlog schrijft:
Hoewel de bewoners van Utica hem haatten als aanhanger van de vijandelijke partij, gaven ze hem een begrafenis, wegens zijn buitengewone integriteit, en omdat hij heel anders was geweest dan de andere aanvoerders en Utica voorzien had van uitstekende verdedigingswerken en grotere torens.noot
De stad zond een ver familielid van Caesar, Lucius Julius Caesar, uit om te onderhandelen. Die wist inderdaad genade te verwerven voor Utica. De door Caesar gestuurde Marcus Valerius Messalla bezette de stad op 14 april (onze 15 februari) en heette twee dagen later zijn superieur welkom.
[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]
Zelfde tijdvak
Poëzie: Keizer Augustusmei 1, 2025
Schrikkeldagen en schrikkelmanen (2)februari 29, 2012
Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)februari 16, 2026

Door medische bril bekeken.
Deze Romeinse “seppuku” lijkt mij slechts mogelijk bij een ijzeren zelfbeheersing.
Darmen terugduwen en buikwand provisorisch dichten is alleen mogelijk bij medewerking van de hoofdrolspeler. Bij Ploutarchos werkt Cato wat meer tegen.
En dat handwerk, grrr…. Waarbij aangetekend dat de doodsstrijd lang kon zijn indien de dolk geen groot bloedvat had geraakt.
Hoe letterlijk moeten we de twee beschrijvingen nemen?
Een stuk minder letterlijk dan de openingscène van Reservoir Dogs waarin het personage van Tim Roth ligt te kronkelen van de pijn omdat hij in zijn buik geschoten is en denkt dat hij doodgaat. Harvey Keitel zegt dat een buikwond één van de pijnlijkste wonden is en dat je zou willen dat je dood was, maar je gaat er niet aan dood.