De Proto-Indo-Europese godsdienst

Mjölnir (Zweeds Historisch Museum, Stockholm)

Binnenkort is in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie over de Bronstijd. Het leek me, zoals ik al eerder schreef, een aardig idee de toenmalige samenleving te beschrijven aan de hand van de taal. Dit Bronstijderfgoed biedt immers een fantastisch venster op een van de toenmalige samenlevingen: de Yamnaya-cultuur in het huidige Oekraïne. Die is gedeeltelijk te reconstrueren aan de hand van de gedeelde woordenschat van latere volken, die het schrift beheersten. De redenering is hierbij dat als iets het geval is geweest in én de Proto-Indo-Europese samenleving rond 3000 v.Chr. én de schrijvende samenlevingen, het eveneens het geval moet zijn geweest in de tussenliggende Bronstijdsamenlevingen.

Vader Hemel

Zo kunnen we ook uitspraken doen over de religie van de Bronstijd. Die was, om te beginnen, polytheïstisch. Iets preciezer: men vereerde – voor zover de documentatie reikt – vooral hemelgoden, en dan vooral Vader Hemel. Die heet in het Grieks Zeus Pater, in het Latijn Ju-piter, in het Indisch Dyaus Pitar. Het tweede element betekent vader, het eerste element, *Dyeus, is afgeleid van een werkwoord dat zoiets als “stralen” of “schijnen” betekent. Datzelfde werkwoord ligt aan de basis voor het woord voor god, dat in het Latijn deus is, in het Indisch devas, in het Keltisch dewos, in het Hittitisch šiuš en in het Gotisch teiws. Het Griekse theos lijkt er weliswaar op maar heeft een andere herkomst.

Lees verder “De Proto-Indo-Europese godsdienst”

Buitenaards gesteente

Het bovenstaande plaatje komt uit De Volkskrant van afgelopen zaterdag. Het is een citaat van natuurkundige Robbert Dijkgraaf, voormalig president van de KNAW en dus niet de eerste de beste. Het is een wat wonderlijke passage. De aardwetenschapper voor wie ik onlangs op Cyprus stenen heb gezocht, reageerde een tikje kregel dat zijn soort onderzoeksgegevens werden weggezet als “gewoon een steentje”. Zelf was ik verbaasd om de bewering aan het einde: bergen bestaan uit gesteente en hadden “niets buitenaards, zoals lang werd gedacht”.

Nou verbeeld ik me als historicus dat ik iets weet van het verleden. Maar ik heb nog nooit gehoord van mensen die dachten dat bergtoppen buitenaards waren. En ook niet bovenaards, bovennatuurlijk of hemels. Een bergtop was gewoon een bergtop. Daarnaast waren er mythen over godenbergen met namen als “Kasios“, “Meru” en “Olympos“, maar ik ken geen claims dat die waren vervaardigd van bijzonder gesteente. De namen van die mythische bergen werden ook wel gebruikt om reële toppen aan te duiden – de Grieken kenden diverse Olympossen – maar ook die speelden bij mijn weten geen rol in antieke mineralogische theorieën.

Lees verder “Buitenaards gesteente”