De voorlichting in het gedrang (1)

De stadsmuur van Rome, die Hannibal weerstond en die Sulla dwong een veldslag te leveren.

Ik heb de afgelopen dagen geschreven over Maarten van Rossems Het einde van het Romeinse Rijk en Fik Meijers Macht zonder grenzen, nadat ik al eerder had geschreven over Meijers Jezus en de vijfde evangelist. Alle drie boeken zitten tjokvol slordigheden; Meijers boeken verraden bovendien dat de auteur de historische methode niet beheerst. Zoals ik al aangaf maak ik me zorgen om het beeld dat de lezers van zulke boeken opdoen. Wie wil tonen dat de oudheidkunde een wetenschap is en dat de klassieken een zinvolle intellectuele activiteit zijn, moet verhinderen dat lezers denken “wat een slonzigheid”. Het gaat erom dat de lezer denkt “wat interessant!” Vandaar dat ik in het tweede en derde stukje heb geprobeerd iets te tonen van de wijze waarop oudhistorici omgaan met bronnen.

Het zo opvallende gebrek aan kwaliteit zit me al langer dwars. Om precies te zijn: sinds Macht zonder grenzen verscheen. Ik heb Meijer in mei 2005 gemaild en heb hem via zijn uitgever, Mark Pieters van Athenaeum – Polak & Van Gennep (ook mijn uitgever), een lijst van vergissingen gestuurd. Die heeft Meijer, zo schreef Pieters terug, ter zijde geschoven als “verschil aan inzicht”. Afgaande op Pieters’ correspondentie heeft hij Meijer daarna bij nog twee gelegenheden aangeboden dat de tekst gereviseerd mocht worden. Een aanbod waar ik zelf gebruik van zou maken. Ik heb ook mijn fouten gemaakt – ik werd maandag nog herinnerd aan een systematisch herhaalde verkeerde legioennaam in Oorlogsmist – en ik heb bij herdrukken mijn fouten zoveel mogelijk verbeterd.

Lees verder “De voorlichting in het gedrang (1)”

Hizkia en de Assyriërs (2)

De Sanherib-prisma (Oriental Institute, Chicago; foto William P. Thayer)
De Sanheribprisma (Oriental Institute, Chicago; foto William P. Thayer)

Ik vertelde in mijn vorige stukje dat in de achtste eeuw de Assyrische legers oppermachtig waren en niet alleen het koninkrijk Israël hadden onderworpen, maar in 701 v.Chr. ook de stad Lachis veroverden op koning Hizkia van Juda. Het vervolg is bekend uit twee bronnen. Een inscriptie van Sanherib, de zogenaamde Sanheribprisma in het Chicago Oriental Institute, beschrijft hoe de koning al zijn vijanden versloeg en heel Juda plunderde en oprukte naar Jeruzalem.

Ik verdreef 200.150 mensen, jong en oud, mannen en vrouwen, paarden, muildieren, ezels, dromedarissen, runderen en ontelbare hoeveelheden kleinvee en beschouwde het als mijn buit. Hizkia maakte ik tot een gevangene van Jeruzalem, zijn koninklijke residentie, als een vogel in een kooi. Ik omgaf hem met belegeringswerken om degenen die de stad verlieten te mishandelen.

Lees verder “Hizkia en de Assyriërs (2)”

Hizkia en de Assyriërs (1)

Assyrische pijlpunten, gevonden in Lachis en nu in het British Museum.
Assyrische pijlpunten, gevonden in Lachis en nu in het British Museum.

Een tijdje geleden publiceerde ik wat stukjes over de Assyrische expansie (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7) en vertelde daarbij hoe het koninkrijk Israël, het noordelijke van de twee joodse staatjes, rond 724 v.Chr. ten onder ging. Het was een stoer rijk geweest, maar tegen de legers van Assyrië stond de koning van Israël machteloos.

De Assyriërs beschouwden oorlog als een wetenschappelijk studieobject. Voor individuele heroïek, zoals we die kennen uit de Ilias (die in dezelfde tijd werd geschreven), was in de Assyrische legers geen ruimte. Strijdwagens dienden niet om zwaarbewapende aristocraten naar het front te rijden, maar voor massale, frontale aanvallen. Als de tegenstander eveneens beschikte over strijdwagens, werd hij geconfronteerd met Assyrische infanteristen die man en paard met werpspiesen te lijf gingen. Vijandelijke gelederen werden verstoord door boogschutters, die pijlen met allesdoordringende ijzeren punten afschoten. Zie het plaatje hierboven. Was de vijand eenmaal van het slagveld verdreven, dan werd hij achternagezeten door ruiterij.

Lees verder “Hizkia en de Assyriërs (1)”

De ondergang van de Bourgondiërs

worms_burgundians1
Mantelspelden van de Bourgondiërs (Andreasstift, Worms)

Borbetomagus, het huidige Worms, lijkt ooit de stad te zijn geweest vanwaaruit de Bourgondiërs, een Germaanse stam die meestal loyaal was aan het Romeinse Rijk, een sector van de Rijngrens verdedigde. Meestal loyaal – maar niet altijd. Hun leider Gundihar lijkt zich, althans in de ogen van de Romeinse oppercommandant Aetius, nogal onafhankelijk te hebben gedragen. De chroniqueur Prosper Tiro noteert voor het jaar 435:

In deze tijd versloeg Aetius Gundihar, de koning van de Bourgondiërs die in de Gallische gewesten woonden, en toen deze smeekte om vrede, werd die hem verleend. Gundihar kon er niet lang van genieten omdat de Hunnen hem en zijn volk met wortel en tak uitroeiden.

Lees verder “De ondergang van de Bourgondiërs”

Dag George

In de late jaren negentig zette ik voor de Vrije Universiteit een college theorie op. Een zinloos project: de archeologen kwamen hun toezeggingen niet na en toen ik, na de klus waarvoor ik in dienst was genomen, in mijn vrije tijd de benodigde archeologieteksten had geschreven, werd het onderwijsprogramma gewijzigd. Zeker een derde van de teksten is nooit geschreven; die zouden erg hebben geleken op Rens Bods Vergeten wetenschappen, dat ik u graag aanraad.

Om me na het onvoltooide-maar-wellicht-ooit-toch-af-te-ronden project enigszins binnen de sfeer van de VU te houden, droeg de hoogleraar oude geschiedenis me voor om bij het HOVO te gaan werken, waar ik dan lessen zou geven over de eerstejaarssyllabus. Zo belandde ik in de wereld van jonge academici die volgens de flexwet een vaste aanstelling hadden moeten krijgen maar die niet kregen. Uiteindelijk tekenden de Letterendecaan en ik zowaar een contract, waarna de directeur het document door de shredder liet halen. (Toen de VU-juriste daarvoor later excuus maakte, bleek ze zich zó goed in de zaak te hebben verdiept dat ze in haar feitenverslag drie arbeidscontracten verwisselde.)

Lees verder “Dag George”