Antieke magie

Verzameling magische voorwerpen (Louvre, Parijs)

Stel je eens voor dat een Egyptenaar of Griek of Romein zomaar twintig eeuwen vooruit kon reizen en in onze tijd belandde. En stel je even voor dat hij of zij op miraculeuze wijze ineens lezen kon en zelfs Nederlands begreep. Wat zou zo iemand vinden van deze blog? Vermoedelijk keek onze gast verbaasd op van de onderwerpskeuze. Een van de meest wezenlijke aspecten van het toenmalige leven schittert door afwezigheid: de magie.

Terwijl iedereen – uit alle lagen van de bevolking, uit alle windstreken – wel deed aan wat bekendstaat als Schadenzauber: magische handelingen om iemand in de problemen te brengen. Er waren nog andere vormen van magie, waarover zo meteen meer. Omdat magie zo extreem veelvormig en zo gewoon was, is het woord “magie” misschien ook wel verkeerd gekozen. In ons taalgebruik is het immers de valse tegenhanger van de officiële godsdienst. Wij associëren magie met de duivel, niet met het goddelijke. Maar zo’n onderscheid is in de Oudheid niet zo makkelijk te maken.

Lees verder “Antieke magie”

Romeins Recht (1): Republiek

Keizer Justinianus met rechtsgeleerden

In mijn reeks stukjes rond het handboek van De Blois en Van der Spek, namelijk Een kennismaking met de oude wereld, eindigde ik vorige keer met een vermelding van het Romeins Recht. Daar valt meer over te vertellen. Veel meer. En omdat er zoveel meer te vertellen is, ga ik eerst in op een andere vraag: waarom is er eigenlijk zoveel aandacht voor dat Romeinse Recht? Waarom is bijvoorbeeld het Corpus Iuris integraal in het Nederlands vertaald?

Belang

Antwoord: omdat dit rechtsstelsel opnieuw is ingevoerd. Eeuwen nadat keizer Justinianus het had laten optekenen. Voor de vorsten in de twaalfde eeuw bood het antieke recht namelijk enkele voordelen. Primo, het was eerbiedwaardig oud. Secondo, elke middeleeuwse jurist kende het, dus een Fransman en een Duitser wisten waarover ze het hadden. Terzo, het erkende uitsluitend de keizer als bron van recht. Geen gedoe met pausen en prelaten meer. En dus werd het opnieuw ingevoerd. Of beter: een selectie. Dat is een verhaal apart, misschien voor een andere keer. In elk geval kreeg het Romeins Recht een tweede leven en daardoor kon je in Duitsland tot 1900 een rechtszaak voeren volgens Romeinsrechtelijke regels. Bovendien: de uiterlijke vormen – dat je een advocaat meeneemt naar de rechtszaal bijvoorbeeld – zijn geëxporteerd naar andere rechtsstelsels. Ook in een islamitische republiek als Iran krijg je een advocaat in de rechtszaal.

Lees verder “Romeins Recht (1): Republiek”