V Macedonica in Dacië

Trajanus’ monument in Adamclisi

De verdere geschiedenis van V Macedonica volgt die van de andere legioenen uit de regio. Manschappen namen deel aan de oostelijke campagne van keizer Lucius Verus, die tussen 162 en 165 de Parthen versloeg. Bij terugkeer werd het legioen gestationeerd in Potaissa, het huidige Turda in Roemenië. De overplaatsing was noodzakelijk omdat verschillende, zoals de Sarmaten en Quaden, onrustig waren geworden. Keizer Marcus Aurelius bracht bijna tien jaar van zijn regering door aan de Midden-Donau. Vroeg tijdens het bewind van keizer Commodus (r.180-192) voerden Pescennius Niger en Clodius Albinus (beide toekomstige keizers) het bevel over V Macedonië en XIII Gemina. Samen versloegen ze de Sarmaten.

Toen deze oorlog eenmaal tot een goed einde was gebracht, richtten de Romeinen hun aandacht op de Daciërs in het binnenland. Arbeiders van de goudmijnen waren in opstand gekomen en hadden huurlingen in dienst genomen. Toen V Macedonica die had verslagen, kende keizer Commodus het in 185 of 187 de titel Pia Constans (“trouw en betrouwbaar”) of Pia Fidelis (“trouw en loyaal”) toe.

Lees verder “V Macedonica in Dacië”

De opstand van Avidius Cassius

Portret van een Romeinse man, dus niet per se Avidius Cassius (Archeologisch museum, Thessaloniki)

Jaren geleden maakte ik een overzicht van alle Romeinse keizers en usurpatoren – het is nog steeds hier te zien – met foto’s van portretbustes en munten en dergelijke. Ik voegde er wat linkjes bij die leidden naar pagina’s met de voornaamste biografische gegevens en bronnen. Leuk om te doen, maar soms lastig. Van een van de heersers kon ik namelijk almaar geen plaatje vinden: Avidius Cassius.

Op zich niet zó vreemd. Hij regeerde maar een paar weken, en dan ook nog alleen in een deel van het rijk. Maar toch. Er zijn keizers geweest die korter regeerden, zoals Gordianus I en Gordianus II, en van hen zijn wel portretten bekend. Ik deed eens navraag bij het Bode-Museum in Berlijn, dat een fenomenale collectie munten én een aardige publieksdienst heeft, en die vertelden me dat er geen munten van Avidius Cassius waren. En dat, dat is interessant.

Lees verder “De opstand van Avidius Cassius”

De Crisis van de Derde Eeuw

Geen publicatie, zelfs geen blogje, over de Crisis van de Derde Eeuw is compleet zonder de Ludovisi-sarcofaag (Palazzo Altemps, Rome)

Elke week schrijf ik een stukje naar aanleiding van het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, waarin ik inmiddels ben aangekomen bij wat bekendstaat als de Crisis van de Derde Eeuw. Eigenlijk is dat een verkeerde naam. We zouden beter kunnen spreken van crises, meervoud. De hippe term is polycrisis: de oplossing van de ene crisis bemoeilijkt de oplossing van de andere en andersom. Noem het desnoods een clusterfuck. Ik zal volgend jaar op enkele aspecten ingaan, maar neem u vandaag even mee naar een ander, net verschenen boek, Augusti. Niet altijd zo verheven van Johan Hendriks.

Dat gaat dus over de Romeinse keizers, waarvan er in de derde eeuw nogal veel zijn geweest. Het sterke van het boek is dat het niet alleen gaat over de gebruikelijke reeks staatsgrepen en doodsoorzaken. Die aspecten zijn immers even sensationalistisch als uitgemolken. Hendriks behandelt ze wel, maar heeft ook het veel interessantere perspectief van het keizerschap als een zich voortdurend ontwikkelende rol. Een rol die zich ontwikkelde in wisselwerking met de veranderende omgeving. Dit dwingt Hendriks tot het geven van een systematisch overzicht van de derde-eeuwse crises. Hij noemt er vijf: een bestuurlijke crisis, een militaire crisis, een economische crisis, een veiligheidscrisis en tot slot een geloofwaardigheidsprobleem.

Lees verder “De Crisis van de Derde Eeuw”

Sponsianus nog even (want er klopt weinig van)

Munt van Sponsianus (© The Hunterian, University of Glasgow)

[Ik blogde eergisteren dat het bestaan van een Romeinse keizer Sponsianus, gedocumenteerd op enkele doorgaans als vervalsing beschouwde munten, voldoende serieus te overwegen viel om het bij wijze van blogje te signaleren. Helaas zijn er kanttekeningen te plaatsen. Forse zelfs. Hieronder zijn zeven punten van kritiek te lezen die Koen Verboven van de Universiteit Gent opsomde n.a.v. publicaties in The Guardian, het NRC Handelsblad en De Standaard, die zich baseerden op een artikel in het peer-reviewed wetenschappelijke tijdschrift PLOS-ONE. Verhoeven publiceerde dit eerder op Facebook en ik heb het iets aangepast. Hier is een soortgelijk artikel.]

1) De auteurs stellen vast dat de samenstelling van het goud sterk verschilt met dat van authentieke munten uit dezelfde periode. Toch zien ze hierin een “bewijs” dat de Sponsianus-munten echt zijn omdat andere gouden voorwerpen uit de eerste eeuw (200 jaar ouder en vóór de Romeinse verovering!) uit dezelfde regio een gelijkaardige samenstelling hebben. Maar de goudmijnen in Transylvanië werden in de vroegmoderne tijd nog altijd ontgonnen, dus dat betekent niets. Een vergelijking met gouden voorwerpen uit de zeventiende of achttiende eeuw werd niet gemaakt, een vergelijking met “barbaarse imitaties” uit de Oudheid evenmin.
Lees verder “Sponsianus nog even (want er klopt weinig van)”

Domitianus II en Domitianus III

Domitianus II

Er zijn drie Romeinse keizers geweest die Domitianus heetten. De eerste is de man aan wie het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden vanaf 17 december een expositie wijdt. Het is wonderlijk dat dat niet eerder is gedaan, want zoals ik al vertelde is hij een van de weinige keizers wiens beleid gevolgen heeft tot op de huidige dag: het schisma tussen joden en christenen. Zulke claims worden vaker gedaan en zijn doorgaans precies dat: claims. In dit geval valt het echter wetenschappelijk en overtuigend te bewijzen. Dit is dus geen “keizer X deed Y en simsalabim daarom hebben wij Z”. Dit keer is de historische continuïteit te onderbouwen. Documenteerbare vormende werking! Ook weleens leuk. Mag wel in de krant. Verdient een tentoonstelling.

Kun je van de eerste Domitianus dus zeggen dat hij na negentien eeuwen nog altijd een van de weinige antieke personen is met een documenteerbare relevantie, de twee andere zijn wegens gebrek aan belang totaal vergeten. Het waren usurpatoren. De eerste van dit tweetal lijkt rond 273 in Gallië te hebben geregeerd; de ander eind derde eeuw in Egypte. Uit papyri en munten blijkt dat deze in Egypte heerste van de zomer van 296 of 297 tot en met december 297. Keizer Diocletianus moest er persoonlijk voor naar Egypte, dus helemaal verwaarloosbaar was de regering van Domitianus III niet.

Lees verder “Domitianus II en Domitianus III”