Venus van het Riool

De basis van de kapel van Venus Cloacina

Op het Forum Romanum ligt de rare ronde schijf die u hierboven ziet. De diameter bedraagt zo’n tweeëneenhalve meter. Mocht u deze stenen zoeken: ze bevinden zich vlak voor de winkels in de Basilica Aemilia. Dit is het fundament van wat ooit de kapel was van Venus Cloacina, ofwel Venus van het Riool. Deze curieuze naam hangt samen met de plek van het heiligdommetje: boven het afwateringskanaal onder het Forum, de cloaca maxima.

Tegenwoordig resteert dus alleen de ronde marmeren basis, maar er is een muntafbeelding van deze heilige plaats. Die is echter moeilijk te interpreteren. In elk geval stonden er twee standbeelden van vrouwen die een plengoffer lijken te brengen; één dame lijkt een bloem vast te hebben in een opgeheven hand.

Lees verder “Venus van het Riool”

Het Forum van Caesar

Het Forum van Caesar in Rome

Als ik u zeg dat het de vroege ochtend van 25 of 26 september was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 25 of 26 juli 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat ik vandaag weer blog over de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden liep te doen.

De feestelijkheden van Caesars viervoudige triomf lagen nog vers in het geheugen toen de dictator-voor-tien-jaar een nieuw feest aankondigde: de opening van het naar hem genoemde marktplein. In 54 v.Chr., tijdens zijn Britse veldtocht, was een begin gemaakt met de aanleg. Om een voorstelling te maken van de symboliek van het Forum van Caesar, dat naast het Forum Romanum lag, moet u zich voorstellen dat iemand naast het Binnenhof in Den Haag een tweede, naar hem vernoemd Binnenhof laat aanleggen. Dit was feitelijk een theater voor de show van één man, te groot voor de republiek.

Lees verder “Het Forum van Caesar”

De Dei Consentes

De porticus van de Dei Consentes (rechts), met links de Saturnustempel en vooraan de tempel van Vespasianus

Een van de opvallendste en tegelijk minst bekende monumenten van het oude Rome is te zien op de oostelijke helling van het Capitool, vanaf het Forum Romanum bezien recht achter de Tempel voor Saturnus en voor de massieve bogen van het gebouw dat bekendstaat als Tabularium. Of die laatste naam verdiend is, is een andere kwestie. Maar het gaat me vandaag om bovenstaand portiek. Het was gewijd aan de Dei Consentes, wat een andere naam was voor de twaalf Olympische goden. Die klinken ons vertrouwd in de oren en ook er zijn meer cultusplaatsen voor dit dozijn bekend, zoals het Dodekatheon van Barcelona. Desondanks is de verering van deze twaalf redelijk zeldzaam in de antieke cultuur.

De Romeinen hebben de cultus voor dit twaalftal ingevoerd in 217 v.Chr., aan het begin van de Tweede Punische Oorlog. Hannibal was de Alpen overgestoken, bedreigde Italië en de schrik zat er goed in. De geschiedschrijver Titus Livius vertelt dat aan de eerste plechtigheid alleen mensen mochten deelnemen die enig bezit hadden en dus zorg droegen voor het algemeen welzijn. De logica van het “dus” was dat alleen mensen met eigen land krijgsdienst deden en belasting betaalden. Van de armen, die ten tijde van oorlog niets – althans geen land – hadden te verliezen, werd niet verwacht dat ze oprecht bezorgd zouden zijn om de openbare orde en vrede:

Lees verder “De Dei Consentes”

Hathor

Hathor (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Van alle antieke godheden is Hathor een van de bekendere. De kunstenaars van Egypte en Nubië, waar de cultus begon, beeldden haar regelmatig af als koe, vaak ook als een vrouw met een koeienkop, en ook wel als een volledig mens met op haar hoofd een zonneschijf, ingeklemd tussen koeienhoorns.

Het waren allemaal aardse weergaven van Hathor, die onder meer werd vereerd als de hemelkoe. In het antieke wereldbeeld rustte de hemel op vier pilaren, die men in Egypte beschouwde als koeienpoten. De zon, maan en sterren voeren over Hathors buik. De hemelheerseres hield zo het universum bijeen en observeerde het. Ze was tevens de moeder die de schepping voedde. Dit maakte haar tot beschermgodin van alle leven, liefde en vruchtbaarheid.

Lees verder “Hathor”

Libanees dagboek: Adonis achterna

Nahr Ibrahim

Elke oudheidkundige weet het: ’s werelds eerste ingenieurs waren ezels. Toen de Romeinen wegen door de bergen aanlegden, waren ze slim genoeg om de routes te volgen die ezels al eeuwen gebruikten. We volgden er zaterdag een paar in het natuurpark Jabal Moussa. Hier wilden we een Romeinse weg en een paar Romeinse inscripties zien, waarover ik zondagmorgen zal bloggen. Het is allemaal gelukt en we kregen er de net bloeiende pioenrozen bij, maar ik moet u bekennen dat ik de bergwandeling zwaar vond.

Adonis

Indrukwekkend was het wel: het landschap was prachtig en het heeft iets te lopen over een oeroude Romeinse bedevaartsweg. In de Romeinse tijd stonden in Byblos namelijk de heiligdommen van Adonis en Afrodite, terwijl Adonis ook werd vereerd bij de bron van de naar hem vernoemde rivier. De antieke Adonis heet tegenwoordig overigens Nahr Ibrahim. In het stroomgebied van de rivier waren overal heiligdommen gewijd aan dit koppel en we mogen ons voorstellen dat mensen van Byblos naar de bron wandelden en terug.

Lees verder “Libanees dagboek: Adonis achterna”

Erotiek en esthetiek

De zogeheten Lely-Venus (British Museum, Londen)
De zogeheten Lely-Venus (British Museum, Londen)

De trein van Zutphen naar Zwolle en Groningen vertrok op tijd maar door werkzaamheden voorbij Deventer zal de trein achttien minuten bij Olst moeten stilstaan, dus die aansluiting in Zwolle haal ik alvast niet. Een normale dag op het spoor. Het gemak waarmee dit soort dingen worden omgeroepen en de gelatenheid waarmee de mensen het aanvaarden doen je het ergste vermoeden voor de toekomst. Eergisteren zag ik een postertje met de oproep dat je voor je treinreis altijd een “check” moest doen of je trein wel normaal reed. Ofwel: de NS beloven maar wat en vinden het normaal dat jij vooraf uitzoekt of zij het waar gaan maken,

Kortom: je hebt behoefte aan troost. Aan schoonheid.

Lees verder “Erotiek en esthetiek”