Dit is het derde deel van een chronologisch overzicht van de joodse literatuur, waarvan het eerste deel hier was. Een beredeneerd overzicht vindt u daar. Ik eindigde het tweede deel met de komst van Alexander de Grote. In de hierop volgende hellenistische periode ondervond het jodendom Griekse invloeden, waar het zich ook tegen afzette.
Vanaf deze periode is de joodse religieuze literatuur niet dezelfde als die van wat tegenwoordig geldt als de Bijbel. De diverse stromingen in het toenmalige jodendom erkenden verschillende teksten als geïnspireerd. Pas in de tweede eeuw na Chr. begon de huidige canon van de joodse Bijbel te domineren.
Dit kleitablet in het Pergamonmuseum (Berlijn) documenteert hoe de Judese koning Jojachin in Babylonië in ballingschap was.
Dit is het tweede deel van een chronologisch overzicht van de joodse literatuur, waarvan het eerste deel hier was. Een beredeneerd overzicht vindt u daar. In de nu beschreven periode, die begint in 587 v.Chr., vinden we de joodse schrijvers in Babylonië, waar een belangrijke redactie van de Wet van Mozes heeft plaatsgevonden. Die heb ik, wegens de enorme complexiteit, buiten deze tabel gehouden. In 539 onderwierp koning Cyrus van Perzië de Babyloniërs en keerden de joden terug uit hun Babylonische Ballingschap.
Deze terugkeer wordt meestal geplaatst in de jaren na 539, maar er is wel enige twijfel. Het nederzettingenpatroon in het land van Israël veranderde pas in het tweede kwart van de vijfde eeuw v.Chr. en de geslachtslijsten in Kronieken suggereren ook een latere terugkeer. (Als de joden meteen zijn teruggekeerd, zijn de generaties tussen 587 en 539 namelijk wel erg kort en die na 539 wel erg lang.) Deze kwestie is belangrijk, omdat een langer verblijf in het oosten meer gelegenheid laat voor de beïnvloeding die er evident is. Teksten als Kronieken documenteren een van oorsprong Perzisch dualisme. Satan maakt zijn opwachting.
Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)
In deze reeks over de Joodse context van de evangeliën was ik begonnen met het evangelie van Lukas, dat begint met de aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper aan zijn vader Zacharia en de aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria. In beide gevallen waren parallellen aan te wijzen met de Joodse helden van weleer: de typering van Johannes de Doper lijkt op die van Samson, terwijl de aankondiging van Jezus’ geboorte verwijzingen bevat naar zowel Gideon als Samuël. Drie keer verwijst Lukas dus naar een oud jodendom, van vóór de monarchie. Het kan passen bij het gegeven dat ik al eerder noemde: Jezus kwam uit een familie met namen die terugverwezen naar deze heel vroege periode.
Besnijdenis en Verbond
We lezen in Lukas 1 dat Johannes de Doper wordt besneden. Dat hij de uiterlijke kentekens kreeg van het Verbond, dat is nogal iets. Lukas schreef namelijk voor een publiek van niet-joodse lezers, in een tijd waarin christenen discussieerden over de vraag of niet-joodse leden van het Verbondsvolk besneden moesten worden. Bij de besnijdenis krijgt de baby zijn naam: Johannes, “de Heer is genadig”. Ik ben niet op de hoogte van een passage uit de antieke literatuur waarin besnijdenis en naamgeving in één adem worden genoemd, maar Lukas beschrijft de situatie dan ook als vreemd: de naam “Johannes”, zo vertelt de evangelist, kwam niet voor in de families van Zacharia en Elisabet. De namen van dit gezin duiden overigens niet op een speciale band met het jodendom van de aartsvaders.
In mijn vorige stukje legde ik uit dat in het jodendom, dat aanneemt God zich heeft geopenbaard door middel van een geschreven tekst, het citeren van heilige literatuur een manier was om overtuigend te klinken. Ik illustreerde dat aan de hand van het geboorteverhaal volgens Matteüs, die diverse passages aanhaalt om duidelijk te maken dat Jezus de messias is en dat het heil op het punt staat aan te breken. In dit vervolgstukje het andere kerstverhaal: dat van Lukas.
Dat wordt voorafgegaan door een proloog waarin de geboorte van Johannes de Doper wordt beschreven. Als Maria op bezoek gaat bij Johannes’ moeder Elisabet, begroet deze Jezus’ moeder, die daarop haar eigen zwangerschap beschrijft met niet minder dan elf citaten in tien regels (Lukas 1.46-55). Als Johannes is geboren, barst diens vader Zacharia uit met zeven citaten in koud twaalf verzen (Lukas 1.68-79). Beide hymnes – want dat is wat deze toespraakjes in feite zijn – gaan over het aanbreken van het heil.
De belegering van Lachis. Tekening van een reliëf uit Nineve, nu in het British Museum.
[Dit is het tweede van vijf stukjes over de bronnen van mijn komende boek Israël verdeeld; in het eerste, hier, vertelde ik dat de uitleg in principe een cyclisch proces is.]
Cyclische processen zijn alles wat we hebben en het gevaar van cirkelredeneringen is levensgroot. Teksten worden – als er geen verwijzingen zijn naar contemporaine gebeurtenissen – vaak gedateerd aan de hand van de inhoud, die al dan niet overeenstemt met opvattingen die op een bepaald moment gangbaar waren, maar tegelijk is de veronderstelde geschiedenis van de antieke ideeën voor een groot deel gebaseerd op diezelfde teksten. De totstandkoming van de vijf boeken van de Wet is een onontwarbare puzzel: het staat vast dat er oeroude delen in zitten – de hogepriesterlijke zegen is aangetroffen op een zilveren amulet uit de zevende eeuw v.Chr. – maar het lijkt er ook op dat nog in de vijfde eeuw v.Chr. delen zijn toegevoegd.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.