Wat is archeologie? (3) De media

Giorgio de Chirico, Gli archeologi (1927)

[Dit is het derde van vijf blogjes over wat archeologie is en hoe we haar belang beter kunnen uitleggen. Het eerste deel was hier.]

Ik kan me voorstellen dat u na mijn vorige blogje dacht dat mijn schets van de archeologie nogal abstract was en niet overeenkomt met uw beeld van dat mooie vak. Een vak dat hands on is, heel concreet, heel positief, sterk gebaseerd op het tastbare. Zo komt het immers in het nieuws en zo presenteren archeologen het ook. Vraag een archeoloog maar eens wat archeologie is en in vier van de vijf gevallen vertelt hij over vondsten. Dit is al zo sinds de jaren zeventig, maar zoals gezegd is dataverwerving slechts een voorwaarde voor wetenschap en geen wetenschap.

Archeologie in het nieuws

Archeologie gaat over het toetsen van hypothesen om de mensheid beter te begrijpen (“zeigen wie Menschen ticken”) en onvermoede aannames op te sporen (“unbekannte Werte messen”). Daar horen we echter weinig over. Het gaat vaker over bijvoorbeeld een ontdekt Romeins kamp, waarbij als bijzonderheid geldt dat het benoorden de limes lag – alsof dat belangwekkend zou zijn.noot De limes was geen ijzeren gordijn en kampen als Ermelo waren al bekend. Of het gaat over een monumentaal gebouw in Nijmegen, waarbij als bijzonderheid geldt dat zo dicht bij de Waal resten van de antieke stad bewaard zijn gebleven. Leuk als zulke nieuwtjes zijn, tonen ze niet hoe wezenlijk de feitelijke bijdrage is van de archeologie. Ze trekken wel de aandacht maar niet tot iets.

Lees verder “Wat is archeologie? (3) De media”

Wat is archeologie? (2) Structuur

[Dit is het tweede van vijf blogjes over wat archeologie is en hoe we haar belang beter kunnen uitleggen. Het eerste deel was hier.]

Eerst even iets over de structuur van de wetenschap. De wetenschapsleer biedt diverse manieren om onderzoek te beschrijven, en die hebben allemaal met elkaar gemeen dat daarbij twee zaken samenkomen. Ik vat gemakshalve samen dat kennis zowel bottom-up als top-down tot stand komt.

One damn’ fact after another

Het bottom-up-verhaal is het eenvoudigst. Onderzoekers doen, heel basaal, eerst waarnemingen (bijv. de voorwerpen in een graf), combineren die waarnemingen vervolgens met andere waarnemingen (bijv. de voorwerpen in alle graven van hetzelfde dorp), brengen de data op een iets hoger niveau samen in generalisaties (“de bewoners van dit dorp kenden opvallend weinig importgoederen”) en komen tot slot op een nog hoger niveau tot een conclusie (“dit dorp stond buiten de grote handelsnetwerken”).

Lees verder “Wat is archeologie? (2) Structuur”

Do Androids Dream of Electric Sheep?

Blade Runner. Minority Report. The Adjustment Bureau. Total Recall. Blade Runner 2049. Dat zijn dus vijf films die ik allemaal met plezier heb bekeken en die allemaal zijn gebaseerd op verhalen van de Amerikaanse auteur Philip K. Dick. Alle reden om toch eens een van z’n boeken te lezen.

Blade Runner

Waarom had ik dat niet eerder gedaan? Do Androids Dream of Electric Sheep? (1968) bleek een heerlijke roman te zijn, veel rijker dan de daarop gebaseerde film Blade Runner, hoewel dat toch een erkend meesterwerk is. Voor wie het nog niet weet: de film speelt in een toekomst waarin de mensheid andere planeten heeft gekoloniseerd, daarbij geholpen door androids of replicants, d.w.z. robots die op mensen lijken en het vuile werk opknappen. Enkele daarvan zijn op aarde geland en moeten worden uitgeschakeld door Rick Deckard (Harrison Ford), een in zichzelf gekeerde man die is gespecialiseerd in het identificeren en gewelddadig uitschakelen van niet-echte mensen. De film roept de vraag op wat zo’n niet-echt mens eigenlijk is, zeker wanneer de kopie goed genoeg is gemaakt. De sterfscène van een van de replicants, gespeeld door Rutger Hauer, is klassiek geworden omdat de stervende android Deckard nog even een les geeft over wat het is een mens te zijn.

Lees verder “Do Androids Dream of Electric Sheep?”

Beiroet 1985

De sporen van de burgeroorlogen zijn langs de oude Groene Lijn in Beiroet nog steeds zichtbaar (hier en daar)

Het zal u niet zijn ontgaan dat Beiroet de afgelopen week is gebombardeerd en dat allerlei sji’itische doelen zijn getroffen. Ik ken de stad een beetje en heb Libanese vrienden. Ik volg het nieuws dus met belangstelling en bezorgdheid, al laten ze me weten dat zij en hun familieleden het goed maken.

Een tijdje geleden heb ik wat teksten over Libanon verzameld die ik hier in vertaling eens wilde aanbieden. Vandaag plaats ik dus maar eens een stukje uit Holidays in Hell (1988) van de onlangs overleden Amerikaanse journalist P.J. O’Rourke. Hij beschrijft het Beiroet van 1985, tijdens de Burgeroorlogen, met veel oog voor de absurditeit. En passant vermeldt hij dat de zuidelijke buitenwijken van Beiroet, waar ooit de soennitische middenklasse woonde, is overgenomen door sji’itische krakers. Dat is het deel van de stad dat afgelopen week onder vuur heeft gelegen.

Lees verder “Beiroet 1985”

Watergate (4): Resterende vragen

Een van de onthullingen over Watergate. The Economist had het al in 1999 bij het juiste eind.

Gisteren bracht ik mijn verhaal over Watergate tot het welbekende einde: het aftreden van president Richard Nixon. Politiek en juridisch bezien was de affaire voorbij met het pardon dat zijn opvolger Gerald Ford hem korte tijd later verleende. Er resteren echter onbeantwoorde vragen, waarover we het nog even moeten hebben. Uiteraard ben ik oudheidkundige en geen contemporainist, maar gebrek aan kennis heeft nog nooit een Leids historicus weerhouden van het geven van een mening.

In de eerste plaats is er de identiteit van Deep Throat. Dat was lange tijd een mysterie, maar in 2005 wist Vanity Fair dat op te lossen. Het zou Mark Felt zijn geweest, de onderdirecteur van de FBI. Geen lelieblanke held, als u dat mocht denken: Felt was supervisor van COINTELPRO, het gedeeltelijk illegale programma om de burgerrechtenbeweging te verstoren. Hij is daarvoor veroordeeld.

Lees verder “Watergate (4): Resterende vragen”

Watergate (3): Nixons verdediging

Een vertrouwd beeld uit de tijd van het Watergate-schandaal

Ik begon eergisteren met een korte reeks over Watergate. Gisteren vatte ik het volkomen bizarre verhaal samen dat John Dean als getuige vertelde. Voor wie het duizelt is hier het organogram.

Het verhaal kwam erop neer dat John Mitchell, voormalig  minister van Justitie en voorzitter van het Committee for the Re-election of the President (CRP), zich door Gordon Liddy op sleeptouw had laten nemen. Mitchell zou volgens Dean allerlei fantastische plannen voor informatievergaring en intimidatie hebben goedgekeurd.Toen dit na de mislukte inbraak bekend was geworden, zouden Nixons stafleden Ehrlichman en Haldeman opdracht hebben gegeven tot de doofpot. Dean had daarop de FBI en CIA tegen elkaar uitgespeeld om de illegale acties te camoufleren.

Maar kon dit verhaal waar zijn? Het was te gek voor woorden. Dean leek echter te weten waarover hij sprak.

Lees verder “Watergate (3): Nixons verdediging”

Watergate (2): John Dean

De Watergatecommissie aan het werk; rechts voorzitter Sam Irving.

Ik vertelde gisteren over de inbraak in het Watergategebouw. Daarbij bleek het Committee for the Re-Election of the President (CRP) te zijn betrokken. Ook waren er aanwijzingen voor financiering met zwart geld. Die kwesties werden al snel vergeten, mede omdat Nixons minister van Justitie, Elliot L. Richardson, de zaak had toegewezen aan de grootste brekebeen van de rechterlijke macht, John Sirica. Er was geen rechter wiens vonnissen in hoger beroep zo vaak waren verlaagd. Waarschijnlijk zou dat ook met zijn Watergatevonnis zijn gebeurd, want Sirica legde de mysterieuze dieven absurd lange gevangenisstraffen op.

Niemand had echter verwacht dat de leider van de inbraak, James McCord, zou doorslaan. In ruil voor strafvermindering bevestigde hij wat in kranten al was geopperd: dat hij had gehandeld in opdracht van het CRP. De voorzitter daarvan, John Mitchell, was een persoonlijke vriend van Nixon én de voormalige minister van Justitie. Hij had zich er altijd op beroemd Nixons “Mister Law and Order” te zijn, maar leek nu zelf een loopje te hebben genomen met het recht. In mei 1973 stelde de Senaat een commissie in om de campagnepraktijken te onderzoeken. Die stond al snel bekend als de Watergatecommissie.

Lees verder “Watergate (2): John Dean”

Watergate (1): Politieke spionage

President Nixon vóór Watergate hem tot aftreden dwong

Op een vrijdagavond in juni 1972 deed Frank Wills, de nachtwaker van het Watergategebouw in Washington DC, een vreemde ontdekking: het slot van een deur op de begane grond bleek te zijn afgeplakt met een stukje tape. Hij haalde het weg en noteerde het voorval in zijn logboek. Na een hamburger te hebben gegeten, besloot hij een extra ronde te lopen. Er was een paar weken ook al eens ingebroken en Wills wilde geen risico nemen. Tot zijn verbazing constateerde hij dat er opnieuw een stukje tape was aangebracht. Er waren insluipers.

Wills sloeg alarm. Het was inmiddels zaterdag 17 juni, kwart voor twee, vandaag tweeënvijftig jaar geleden. De politie was al min of meer ter plekke, omdat agenten in burger postten bij een groep demonstranten. Zo konden ze al een paar minuten na het alarm een vijftal inbrekers arresteren. Op de zesde verdieping, het Nationale Hoofdkwartier van de Democratische Partij. De scène was ronduit absurd: de agenten gingen gekleed als hippies, terwijl de dieven dure smokings droegen. En ze waren voorzien van afluisterapparatuur.

Lees verder “Watergate (1): Politieke spionage”

De Europese canon (46-50)

De luchtbrug naar Berlijn

Vandaag rond ik mijn reeks af over de Europese canon. We bereiken onze eigen tijd en zoals u al kon raden: het is nauwelijks nog Europese geschiedenis. Het oude werelddeel is meer dan ooit opgenomen in een grotere wereld.

De Koude Oorlog

Periode: Vanaf 1948

Alternatief: De Muur

De Verenigde Staten, met een kapitalistisch systeem, en de Sovjet-Unie, met een communistisch systeem, hadden in de Tweede Wereldoorlog de Europese democratieën gered. Italië was van partij gewisseld en bleef autonoom, maar Duitsland en Oostenrijk kwamen onder curatele. Een curatele die moeizaam was doordat de twee supermachten het vaak oneens waren. Eén van de punten waar de fricties konden escaleren was de gedeelde Duitse hoofdstad Berlijn.

Lees verder “De Europese canon (46-50)”

Articulatiedebat (dank!)

Een niet-gemonetariseerde Palestijnse bruidskroon

Het heeft me, na mijn vraag naar literatuur over het articulatiedebat, vandaag niet aan reacties ontbroken. Dus nu even een even snel als welgemeend “dank u wel”. Dit soort reacties, dat is waarom een blog zo leuk is. Er blijkt behoorlijk wat literatuur te zijn die in elk geval mijn correspondenten relevant achtten.

Zoals ik al aangaf: dit was vooral in de jaren zeventig een discussieonderwerp en de overzichtsliteratuur die ik kreeg, is dan ook wat jonger. Afgezien van wat hieronder in de commentaren staat, kan ik u nu verwijzen naar een interview dat Paul van der Grijp had met de Franse antropoloog Maurice Godelier in het Sociologisch Tijdschrift 11/3 (1984) 473-493, waarin het thema kort aan de orde komt. P. Develtere legt de materie uit in een artikel over ontwikkelingssociologische modellen in het Tijdschrift voor Sociologie 6/3 (1985) 259-293.

Lees verder “Articulatiedebat (dank!)”