Nuttig en nutteloos: paradigma

Geocentrisme en heliocentrisme (Mathematisch-Physikalischer Salon, Dresden)

Een mens krijgt in de loop van de dag heel wat informatie over zich uitgestort. Je zou een criterium willen hebben om snel zin en onzin te scheiden, zodat je niet teveel tijd verspilt aan de onzin. Eén zo’n criterium is of een schrijver of spreker het woord “paradigma” gebruikt. Dat woord geeft feitelijk aan dat de informatie die zal volgen, niet de moeite van het luisteren of lezen waard is. Een nuttig woord dus, dat u eindeloos veel tijd bespaart.

Merton en Kuhn

Het had anders kunnen zijn. De term is ooit gemunt door de Amerikaanse socioloog Robert Merton (1910-2003), die ermee bedoelde dat groepen wetenschappers tal van onuitgesproken aannames delen, waarbij valt te denken aan concepten, zaken die als problematisch worden ervaren, de procedures om zulke problemen op te lossen, en onomstreden inzichten die kunnen dienen als basis voor verder onderzoek. De uitdrukking “paradigma” werd later door de wetenschapssocioloog Thomas Kuhn (1922-1996) gebruikt om uit te leggen wat een wetenschappelijke revolutie was. In zijn visie waren er periodes van normale wetenschap, waarin het paradigma à la Merton niet ter discussie stond, en plotselinge omslagen, “wetenschappelijke revoluties”, waarbij het paradigma veranderde.

Lees verder “Nuttig en nutteloos: paradigma”

Modern Spanje

Toen ik in september Segovia bezocht, ontmoette ik Giles Tremlett, de auteur van Ghosts of Spain, het boek dat ik had willen lezen vóór ik naar Spanje reisde. Het was er niet van gekomen en ik had het boek zelfs niet meegenomen als vliegtuiglectuur. Dat ik het niet bij me had nu ik aan tafel zat tegenover de auteur, was jammer, want het is fijn als je iemand kunt complimenteren, en het is ook leuk voor een schrijver als hij “in het wild” een lezer ontmoet. In dit geval was het zelfs dubbel jammer, want dit is een boek dat schreeuwt om aanvullend commentaar. Ik had het daar in Segovia aan de auteur kunnen vragen.

Geesten uit verleden

Ghosts of Spain verscheen voor het eerst in 2006. Tremlett, correspondent voor The Guardian, zette zijn persoonlijke indrukken over zijn tweede vaderland op papier, niet heel lang nadat een vastgoedschandaal in Marbella de banden tussen openbaar bestuur, bedrijfsleven en misdaad had blootgelegd, en ook niet heel lang na de reeks terroristische aanslagen op enkele treinen naar spoorwegstation Madrid Atocha. Tremlett herkende dat in de politiek oude tegenstellingen (de “geesten” uit de titel) terugkeerden, en schreef zijn boek tegen die achtergrond. Daarop volgden de bankencrisis van 2008 en de eurocrisis van 2011, zodat Tremlett in 2o12 Ghosts of Spain opnieuw uitgaf met een extra hoofdstuk. Inmiddels schreeuwt het boek om nog een extra hoofdstuk, want we zijn alweer dertien jaar, een nieuwe koning en vier kabinetten verder. Dáár had ik Tremlett dus wel wat over willen vragen.

Lees verder “Modern Spanje”

Is er leven na De Dood in Venetië?

Plotseling was hij er weer, voor heel even. Björn Andrésen, begin jaren zeventig door filmregisseur Luchino Visconti uitgeroepen tot “de mooiste jongen van de wereld”, overleed deze week op zeventigjarige leeftijd. Plotseling, heel even, waren tussen de dagelijkse berichten van bombardementen en verwoestingen in kranten, tv-journaals en op sociale media iconische beelden te zien uit Visconti’s Morte a Venezia (1971), waarin Andrésen de rol van Tadzio speelde. Een enkele krant plaatste een foto van het engelengezicht van meer dan een halve eeuw geleden naast een recente foto van de verbitterde oude man die Andrésen inmiddels geworden was: les outrages du temps, zoals de Fransen het zo raak uitdrukken, pijnlijk zichtbaar gemaakt.

Het zijn precies deze outrages du temps, waar schrijver Gustav von Aschenbach (de hoofdfiguur uit de novelle van Thomas Mann waarop Visconti’s film is gebaseerd) de jonge Tadzio zou willen behoeden. Op een reis naar Venetië waar hij nieuwe inspiratie hoopt op te doen, ontmoet Aschenbach de veertienjarige Tadzio, wiens gezicht hem treft als de bliksem. Het doet hem denken aan “Griekse beelden uit de edelste tijd”, “het hoofd van Eros. Met de gelige glans van Parisch marmer”. Aanvankelijk is Aschenbachs belangstelling voor de jongen puur esthetisch, althans dat houdt hij zichzelf voor, met afnemende geloofwaardigheid . Hij brengt uren door op het strand met het discreet observeren van de bewonderde gestalte. Hij volgt de jongen en zijn familie heimelijk op hun dagelijkse wandelingen door de stegen van Venetië.

Lees verder “Is er leven na De Dood in Venetië?”

Verdwenen Dresden

Dresden grüßt seine Gäste

Als u vroeger, vóór het neerkomen van de Muur, was aangekomen in Dresden, zou u zijn begroet door de bovenstaande wandschildering. Heel gepast heet het door Kurt Sillack en Rudolf Lipowski gemaakte kunstwerk “Dresden grüßt seine gäste”. Het stond en staat op de monumentenlijst, maar tegenwoordig zult u even moeten zoeken voor u zich kunt laten verwelkomen. Er staat namelijk een gebouw voor waarin onder meer een supermarkt is gevestigd. Nu heb ik niets tegen supermarkten, maar het is wel jammer als ze een erkend monument aan het zicht onttrekken.

Het viel me tijdens mijn bezoek aan Dresden, begin september, vaker op dat nogal wat moderne kunstwerken en hedendaagse architectuur waren weggewerkt. Na de Duitse eenwording zijn namelijk allerlei tijdens het bombardement van Dresden vernietigde barokgebouwen herbouwd, zoals de Frauenkirche. Die was na de Tweede Wereldoorlog als ruïne en gedenkteken blijven staan. De herbouw is echt heel netjes gedaan, en Dresden is zeker een prettige stad, maar het betekent dat nogal wat naoorlogse architectuur heeft moeten wijken.

Lees verder “Verdwenen Dresden”

Probleemwolf

Deze wolf heeft in elk geval de juiste dimensies (Institut archéologique du Luxembourg, Arlon)

Meer dan een halve eeuw geleden namen mijn ouders me mee naar de Burgers-dierentuin in Arnhem. Ook mijn peetoom, zijn echtgenote en hun kinderen waren mee. Ik zal een jaar of zes zijn geweest. En zoals mijn vriend S, destijds vier, in de Rotterdamse dierentuin vooral een tijger wilde zien, zo wilde ik op die dag in (vermoedelijk) 1971 per se wolven zien.

Hoewel ik ze nog steeds voor de geest kan halen, vielen de dieren me tegen. In het sprookje van Roodkapje pasten immers complete oma’s en kinderen in de buik van zo’n beest, en dat bleek dus evident onmogelijk. Dat zei ik tegen mijn ouders, en dat was het begin van een ongemakkelijke conversatie.

Lees verder “Probleemwolf”

Wat is archeologie? (3) De media

Giorgio de Chirico, Gli archeologi (1927)

[Dit is het derde van vijf blogjes over wat archeologie is en hoe we haar belang beter kunnen uitleggen. Het eerste deel was hier.]

Ik kan me voorstellen dat u na mijn vorige blogje dacht dat mijn schets van de archeologie nogal abstract was en niet overeenkomt met uw beeld van dat mooie vak. Een vak dat hands on is, heel concreet, heel positief, sterk gebaseerd op het tastbare. Zo komt het immers in het nieuws en zo presenteren archeologen het ook. Vraag een archeoloog maar eens wat archeologie is en in vier van de vijf gevallen vertelt hij over vondsten. Dit is al zo sinds de jaren zeventig, maar zoals gezegd is dataverwerving slechts een voorwaarde voor wetenschap en geen wetenschap.

Archeologie in het nieuws

Archeologie gaat over het toetsen van hypothesen om de mensheid beter te begrijpen (“zeigen wie Menschen ticken”) en onvermoede aannames op te sporen (“unbekannte Werte messen”). Daar horen we echter weinig over. Het gaat vaker over bijvoorbeeld een ontdekt Romeins kamp, waarbij als bijzonderheid geldt dat het benoorden de limes lag – alsof dat belangwekkend zou zijn.noot De limes was geen ijzeren gordijn en kampen als Ermelo waren al bekend. Of het gaat over een monumentaal gebouw in Nijmegen, waarbij als bijzonderheid geldt dat zo dicht bij de Waal resten van de antieke stad bewaard zijn gebleven. Leuk als zulke nieuwtjes zijn, tonen ze niet hoe wezenlijk de feitelijke bijdrage is van de archeologie. Ze trekken wel de aandacht maar niet tot iets.

Lees verder “Wat is archeologie? (3) De media”

Wat is archeologie? (2) Structuur

[Dit is het tweede van vijf blogjes over wat archeologie is en hoe we haar belang beter kunnen uitleggen. Het eerste deel was hier.]

Eerst even iets over de structuur van de wetenschap. De wetenschapsleer biedt diverse manieren om onderzoek te beschrijven, en die hebben allemaal met elkaar gemeen dat daarbij twee zaken samenkomen. Ik vat gemakshalve samen dat kennis zowel bottom-up als top-down tot stand komt.

One damn’ fact after another

Het bottom-up-verhaal is het eenvoudigst. Onderzoekers doen, heel basaal, eerst waarnemingen (bijv. de voorwerpen in een graf), combineren die waarnemingen vervolgens met andere waarnemingen (bijv. de voorwerpen in alle graven van hetzelfde dorp), brengen de data op een iets hoger niveau samen in generalisaties (“de bewoners van dit dorp kenden opvallend weinig importgoederen”) en komen tot slot op een nog hoger niveau tot een conclusie (“dit dorp stond buiten de grote handelsnetwerken”).

Lees verder “Wat is archeologie? (2) Structuur”

Do Androids Dream of Electric Sheep?

Blade Runner. Minority Report. The Adjustment Bureau. Total Recall. Blade Runner 2049. Dat zijn dus vijf films die ik allemaal met plezier heb bekeken en die allemaal zijn gebaseerd op verhalen van de Amerikaanse auteur Philip K. Dick. Alle reden om toch eens een van z’n boeken te lezen.

Blade Runner

Waarom had ik dat niet eerder gedaan? Do Androids Dream of Electric Sheep? (1968) bleek een heerlijke roman te zijn, veel rijker dan de daarop gebaseerde film Blade Runner, hoewel dat toch een erkend meesterwerk is. Voor wie het nog niet weet: de film speelt in een toekomst waarin de mensheid andere planeten heeft gekoloniseerd, daarbij geholpen door androids of replicants, d.w.z. robots die op mensen lijken en het vuile werk opknappen. Enkele daarvan zijn op aarde geland en moeten worden uitgeschakeld door Rick Deckard (Harrison Ford), een in zichzelf gekeerde man die is gespecialiseerd in het identificeren en gewelddadig uitschakelen van niet-echte mensen. De film roept de vraag op wat zo’n niet-echt mens eigenlijk is, zeker wanneer de kopie goed genoeg is gemaakt. De sterfscène van een van de replicants, gespeeld door Rutger Hauer, is klassiek geworden omdat de stervende android Deckard nog even een les geeft over wat het is een mens te zijn.

Lees verder “Do Androids Dream of Electric Sheep?”

Beiroet 1985

De sporen van de burgeroorlogen zijn langs de oude Groene Lijn in Beiroet nog steeds zichtbaar (hier en daar)

Het zal u niet zijn ontgaan dat Beiroet de afgelopen week is gebombardeerd en dat allerlei sji’itische doelen zijn getroffen. Ik ken de stad een beetje en heb Libanese vrienden. Ik volg het nieuws dus met belangstelling en bezorgdheid, al laten ze me weten dat zij en hun familieleden het goed maken.

Een tijdje geleden heb ik wat teksten over Libanon verzameld die ik hier in vertaling eens wilde aanbieden. Vandaag plaats ik dus maar eens een stukje uit Holidays in Hell (1988) van de onlangs overleden Amerikaanse journalist P.J. O’Rourke. Hij beschrijft het Beiroet van 1985, tijdens de Burgeroorlogen, met veel oog voor de absurditeit. En passant vermeldt hij dat de zuidelijke buitenwijken van Beiroet, waar ooit de soennitische middenklasse woonde, is overgenomen door sji’itische krakers. Dat is het deel van de stad dat afgelopen week onder vuur heeft gelegen.

Lees verder “Beiroet 1985”

Watergate (4): Resterende vragen

Een van de onthullingen over Watergate. The Economist had het al in 1999 bij het juiste eind.

Gisteren bracht ik mijn verhaal over Watergate tot het welbekende einde: het aftreden van president Richard Nixon. Politiek en juridisch bezien was de affaire voorbij met het pardon dat zijn opvolger Gerald Ford hem korte tijd later verleende. Er resteren echter onbeantwoorde vragen, waarover we het nog even moeten hebben. Uiteraard ben ik oudheidkundige en geen contemporainist, maar gebrek aan kennis heeft nog nooit een Leids historicus weerhouden van het geven van een mening.

In de eerste plaats is er de identiteit van Deep Throat. Dat was lange tijd een mysterie, maar in 2005 wist Vanity Fair dat op te lossen. Het zou Mark Felt zijn geweest, de onderdirecteur van de FBI. Geen lelieblanke held, als u dat mocht denken: Felt was supervisor van COINTELPRO, het gedeeltelijk illegale programma om de burgerrechtenbeweging te verstoren. Hij is daarvoor veroordeeld.

Lees verder “Watergate (4): Resterende vragen”