Watergate (4): Resterende vragen

Een van de onthullingen over Watergate. The Economist had het al in 1999 bij het juiste eind.

Gisteren bracht ik mijn verhaal over Watergate tot het welbekende einde: het aftreden van president Richard Nixon. Politiek en juridisch bezien was de affaire voorbij met het pardon dat zijn opvolger Gerald Ford hem korte tijd later verleende. Er resteren echter onbeantwoorde vragen, waarover we het nog even moeten hebben. Uiteraard ben ik oudheidkundige en geen contemporainist, maar gebrek aan kennis heeft nog nooit een Leids historicus weerhouden van het geven van een mening.

In de eerste plaats is er de identiteit van Deep Throat. Dat was lange tijd een mysterie, maar in 2005 wist Vanity Fair dat op te lossen. Het zou Mark Felt zijn geweest, de onderdirecteur van de FBI. Geen lelieblanke held, als u dat mocht denken: Felt was supervisor van COINTELPRO, het gedeeltelijk illegale programma om de burgerrechtenbeweging te verstoren. Hij is daarvoor veroordeeld.

Lees verder “Watergate (4): Resterende vragen”

Watergate (3): Nixons verdediging

Een vertrouwd beeld uit de tijd van het Watergate-schandaal

Ik begon eergisteren met een korte reeks over Watergate. Gisteren vatte ik het volkomen bizarre verhaal samen dat John Dean als getuige vertelde. Voor wie het duizelt is hier het organogram.

Het verhaal kwam erop neer dat John Mitchell, voormalig  minister van Justitie en voorzitter van het Committee for the Re-election of the President (CRP), zich door Gordon Liddy op sleeptouw had laten nemen. Mitchell zou volgens Dean allerlei fantastische plannen voor informatievergaring en intimidatie hebben goedgekeurd.Toen dit na de mislukte inbraak bekend was geworden, zouden Nixons stafleden Ehrlichman en Haldeman opdracht hebben gegeven tot de doofpot. Dean had daarop de FBI en CIA tegen elkaar uitgespeeld om de illegale acties te camoufleren.

Maar kon dit verhaal waar zijn? Het was te gek voor woorden. Dean leek echter te weten waarover hij sprak.

Lees verder “Watergate (3): Nixons verdediging”

Watergate (2): John Dean

De Watergatecommissie aan het werk; rechts voorzitter Sam Irving.

Ik vertelde gisteren over de inbraak in het Watergategebouw. Daarbij bleek het Committee for the Re-Election of the President (CRP) te zijn betrokken. Ook waren er aanwijzingen voor financiering met zwart geld. Die kwesties werden al snel vergeten, mede omdat Nixons minister van Justitie, Elliot L. Richardson, de zaak had toegewezen aan de grootste brekebeen van de rechterlijke macht, John Sirica. Er was geen rechter wiens vonnissen in hoger beroep zo vaak waren verlaagd. Waarschijnlijk zou dat ook met zijn Watergatevonnis zijn gebeurd, want Sirica legde de mysterieuze dieven absurd lange gevangenisstraffen op.

Niemand had echter verwacht dat de leider van de inbraak, James McCord, zou doorslaan. In ruil voor strafvermindering bevestigde hij wat in kranten al was geopperd: dat hij had gehandeld in opdracht van het CRP. De voorzitter daarvan, John Mitchell, was een persoonlijke vriend van Nixon én de voormalige minister van Justitie. Hij had zich er altijd op beroemd Nixons “Mister Law and Order” te zijn, maar leek nu zelf een loopje te hebben genomen met het recht. In mei 1973 stelde de Senaat een commissie in om de campagnepraktijken te onderzoeken. Die stond al snel bekend als de Watergatecommissie.

Lees verder “Watergate (2): John Dean”

Watergate (1): Politieke spionage

President Nixon vóór Watergate hem tot aftreden dwong

Op een vrijdagavond in juni 1972 deed Frank Wills, de nachtwaker van het Watergategebouw in Washington DC, een vreemde ontdekking: het slot van een deur op de begane grond bleek te zijn afgeplakt met een stukje tape. Hij haalde het weg en noteerde het voorval in zijn logboek. Na een hamburger te hebben gegeten, besloot hij een extra ronde te lopen. Er was een paar weken ook al eens ingebroken en Wills wilde geen risico nemen. Tot zijn verbazing constateerde hij dat er opnieuw een stukje tape was aangebracht. Er waren insluipers.

Wills sloeg alarm. Het was inmiddels zaterdag 17 juni, kwart voor twee, vandaag tweeënvijftig jaar geleden. De politie was al min of meer ter plekke, omdat agenten in burger postten bij een groep demonstranten. Zo konden ze al een paar minuten na het alarm een vijftal inbrekers arresteren. Op de zesde verdieping, het Nationale Hoofdkwartier van de Democratische Partij. De scène was ronduit absurd: de agenten gingen gekleed als hippies, terwijl de dieven dure smokings droegen. En ze waren voorzien van afluisterapparatuur.

Lees verder “Watergate (1): Politieke spionage”

De Europese canon (46-50)

De luchtbrug naar Berlijn

Vandaag rond ik mijn reeks af over de Europese canon. We bereiken onze eigen tijd en zoals u al kon raden: het is nauwelijks nog Europese geschiedenis. Het oude werelddeel is meer dan ooit opgenomen in een grotere wereld.

De Koude Oorlog

Periode: Vanaf 1948

Alternatief: De Muur

De Verenigde Staten, met een kapitalistisch systeem, en de Sovjet-Unie, met een communistisch systeem, hadden in de Tweede Wereldoorlog de Europese democratieën gered. Italië was van partij gewisseld en bleef autonoom, maar Duitsland en Oostenrijk kwamen onder curatele. Een curatele die moeizaam was doordat de twee supermachten het vaak oneens waren. Eén van de punten waar de fricties konden escaleren was de gedeelde Duitse hoofdstad Berlijn.

Lees verder “De Europese canon (46-50)”

Articulatiedebat (dank!)

Een niet-gemonetariseerde Palestijnse bruidskroon

Het heeft me, na mijn vraag naar literatuur over het articulatiedebat, vandaag niet aan reacties ontbroken. Dus nu even een even snel als welgemeend “dank u wel”. Dit soort reacties, dat is waarom een blog zo leuk is. Er blijkt behoorlijk wat literatuur te zijn die in elk geval mijn correspondenten relevant achtten.

Zoals ik al aangaf: dit was vooral in de jaren zeventig een discussieonderwerp en de overzichtsliteratuur die ik kreeg, is dan ook wat jonger. Afgezien van wat hieronder in de commentaren staat, kan ik u nu verwijzen naar een interview dat Paul van der Grijp had met de Franse antropoloog Maurice Godelier in het Sociologisch Tijdschrift 11/3 (1984) 473-493, waarin het thema kort aan de orde komt. P. Develtere legt de materie uit in een artikel over ontwikkelingssociologische modellen in het Tijdschrift voor Sociologie 6/3 (1985) 259-293.

Lees verder “Articulatiedebat (dank!)”

Het articulatiedebat

Palestijnse bruidskroon uit Hebron (Rautenstrauch-Joest Museum, Keulen).

Kapitalisme is ook maar een economisch systeem. Er zijn andere opties. In de Bronstijd waren er grote paleizen, zoals dat in Mari of dat in Knossos, waar de boeren hun producten afdroegen. De koning gaf vervolgens elke onderdaan te eten vanuit zijn pakhuis. Dat heet een redistributie-economie. Uit de Oudheid kennen we ook steden waar de productie in handen was van slaven. Onvrijheid speelde later, in de Middeleeuwen, eveneens een rol in de feodale stelsels. Een stamsamenleving organiseert haar economie weer anders. Wat ik maar zeggen wil: er zijn allerlei economische systemen, die we aanduiden als configuraties of productiewijzen.

Evolutie en vrijheid

Het lijkt erop dat er een soort opvolging in zit, een evolutie. De vroege redistributie-economieën maakten plaats voor de klassieke slavernij, waaruit het feodalisme voortkwam, dat weer plaats maakte voor het kapitalisme. Bij elke stap was er meer vrijheid. Voor de vroegste marxisten gold deze opvolging van productiewijzen min of meer als dogma, waarbij de aanname was dat het volgende stadium de communistische heilstaat zou zijn. Het enige dat hier specifiek marxistisch aan is, is echter de aanname dat de motor achter de evolutie de klassenstrijd zou zijn. Een liberaal nam de spanning tussen individuen (“grote mannen”) als motor, maar dacht even evolutioneel.

Lees verder “Het articulatiedebat”

Charles de Gaulle

Charles de Gaulle

“Human beings are, necessarily, actors who cannot become something before they have first pretended to be it.” Aldus W.H. Auden in The Age of Anxiety. Geschreven in 1947. Audens tijdgenoot Charles de Gaulle zou het hebben begrepen. Op 17 juni 1940 kwam hij aan in Londen met niets meer dan de rang van brigadegeneraal en de status van voormalig staatssecretaris van Defensie. Daaraan voegde hij enkele dagen later, na de wapenstilstand van 22 juni, de overtuiging toe dat er geen legitieme Franse regering was. Hij zou moeten pretenderen de Franse regering te zijn tot hij de Franse regering was.

Dat bereikte hij op 9 september 1944, twee weken na de bevrijding van Parijs. In het Hôtel de Matignon opende hij de vergadering van de provisionele regering met de woorden dat de regering van de Franse republiek in gewijzigde samenstelling haar beraadslagingen vervolgde. De tussen 1940 en 1944 onderbroken geschiedenis van Frankrijk kreeg een vervolg, net alsof de regering van maarschalk Pétain in Vichy nooit had bestaan.

Lees verder “Charles de Gaulle”

De staalwoestijn (2)

[Tweede deel van een stuk dat Saskia Sluiter schreef over haar boek De Staalwoestijn.]

Vervuiling

De werkgelegenheid uit het vorige blogje vormt is één kant van het verhaal. Een andere kant is de CO2-uitstoot van het bedrijf. Die is gigantisch: vorig jaar nog tussen de 11,4 miljoen ton (Tata Steel duurzaamheidsverslag 2021-2022) en 15 miljoen ton (Milieudefensie). Dat is ruim zeven procent van alle stikstofuitstoot in Nederland. Plus fijnstof, roet, looduitstoot, PAKS, zware metalen en ‘zeer zorgwekkende stoffen’ als vanadium en beryllium. Die zeer zorgwekkende stoffen zijn al in een minieme dosis supergiftig. In de rapporten staan ze vermeld als ZZS, want het ambtenarenjargon kronkelt zich in vele bochten om de werkelijke aard van dit soort gifstoffen niet expliciet te benoemen – de kool en de geit worden zorgvuldig gespaard.

Staal maken is een uiterst vervuilend proces en Tata is een supervervuiler. Het aantal kankergevallen in de IJmond ligt zo’n 25%, op sommige plekken zelfs 50% hoger dan gemiddeld, en dat is al vele jaren zo. Geen wonder dat er fel tegen het bedrijf wordt geprotesteerd. De kranten staan er bol van. Er staat een rechtszaak tegen Tata op de rol en het bedrijf heeft ook een schadeclaim van 1500 inwoners van Wijk aan Zee aan de broek hangen. De juridische messen worden zorgvuldig geslepen.

Lees verder “De staalwoestijn (2)”

De staalwoestijn (1)

“Wat een gaaf thema, dat van die Staalwoestijn. Voel je vrij eens een blogje te schrijven om er reclame voor te maken.” Dat mailde Jona me. Zoiets laat je je geen twee keer zeggen natuurlijk. Deze blog gaat dus over mijn nieuwe boek: De Staalwoestijn. Verandering van een landschap, van Hoogovens tot Tata: een geschiedenis. In die geschiedenis is de Oudheid ver weg: 1815-2023 is moderne tijd en, naarmate het verhaal vordert, recent en hedendaags.

Ik woon in Velsen-Noord, waar vervuiling, rook en stoom van diverse pluimage je dagelijks de neus in waait. Tata, Vattenfall, papierfabriek Van Gelder, intensief wegverkeer, scheep- en luchtvaart: ze dragen er allemaal een flinke steen aan bij. De grootste boosdoener is echter het fabrieksconglomeraat van Tata Steel. Tegelijkertijd is Tata ook de grootste werkgever in het gebied en dat maakt dit een lastig probleem.

Lees verder “De staalwoestijn (1)”