Josephus over Jezus

Jezus en de samaritaanse vrouw. Fresco uit de Catacomben van Praetextatus. Het kapsel van de vrouw suggereert een datering in de Severische tijd, dus rond 200 n.Chr.
Jezus en de samaritaanse vrouw. Fresco uit de Catacomben van Praetextatus. Het kapsel van de vrouw suggereert een datering in de Severische tijd, dus rond 200 n.Chr. Daarmee is dit een van de oudste afbeeldingen van Jezus.

Afgezien van de teksten in het Nieuwe Testament is er één eerste-eeuwse tekst over Jezus van Nazaret: de Joodse auteur Flavius Josephus noemt Jezus tweemaal. De laatste van die vermeldingen is dat de hogepriester Ananos II in het jaar 62 Jakobus liet stenigen, “de broer van de Jezus die de messias wordt genoemd”. Er is geen reden aan te nemen dat dit een christelijke toevoeging of bewerking is: een christelijke auteur zou namelijk hebben verteld dat Jakobus van een tempelmuur was geworpen, wat het binnen het christendom gebruikelijke verhaal was over de gewelddadige dood van Jezus’ familielid.

Het tweede citaat betreft Jezus’ eigen optreden. Het wordt meestal aangeduid als het Testimonium Flavianum, het “getuigenis van Flavius Josephus”.

In die tijd leefde Jezus, een wijs mens – voor zover het geoorloofd is hem een mens te noemen. Hij verrichtte namelijk wonderlijke daden en was de leraar van mensen die met vreugde de waarheid tot zich namen. Daarom had hij veel Joden en ook veel Grieken als leerlingen. Hij was immers de messias. Toen hij door Pilatus, bij wie hij door onze leiders was aangeklaagd, was veroordeeld tot het kruis, weigerden die leerlingen hun liefde voor hem op te geven, want op de derde dag was hij levend voor ze verschenen, zoals voorspeld was door de goddelijke profeten, die dit en tienduizenden andere verbazingwekkende zaken hadden voorspeld. Daarom is de naar hem “christenen” genoemde stam nog niet verdwenen. (Josephus, Joodse Oudheden 18.63-64)

In deze vorm is dit te christelijk om door Josephus te zijn geschreven. Toch kan het ook geen door een christelijke kopiist ingevoegde passage zijn, want die zou dan ook de passage over Jakobus moeten hebben ingevoegd, waarvan we al constateerden dat die niet door een christen is geschreven. Uitdrukkingen als “wijs mens”, “wonderlijke daden” en “met vreugde tot zich nemen” zijn bovendien typerend voor Josephus en komen in de christelijke literatuur vrijwel niet voor.

Er is inmiddels, door een beroemd essay van John P. Meier, consensus dat de waarheid in het midden ligt: Josephus schreef over Jezus, maar er zijn woorden aan toegevoegd die het verloop van de Griekse tekst verstoren. (In de hier geboden vertaling zie je dat niet zo goed.) De verstorende passages blijken uitgerekend ook de christelijkste passages te zijn. Als we ze verwijderen, blijft iets over dat soepel Grieks is en dat ook een aristocratische-joodse-auteur-die-de-farizese-halacha-volgt zoals Flavius Josephus voor zijn rekening kon nemen:

In die tijd leefde Jezus, een wijs mens. Hij verrichtte namelijk wonderlijke daden en was de leraar van mensen die met vreugde de waarheid tot zich namen. Daarom had hij veel Joden en ook veel Grieken als leerlingen. Toen hij door Pilatus, bij wie hij door onze leiders was aangeklaagd, was veroordeeld tot het kruis, weigerden die leerlingen hun liefde voor hem op te geven. Daarom is de naar hem ‘christenen’ genoemde stam nog niet verdwenen.

Josephus’ Jezus viel in de categorie van mensen als Mozes en Elia, die hun wijsheid bewezen met wonderbaarlijke tekenen en het aantrekken van leerlingen. Het Hebreeuwse woord voor zulke “wijze mensen” is chakham, maar charismatische wonderdoeners bestonden natuurlijk bij alle antieke volken.

Literatuur

J.P. Meier, “Jesus in Josephus. A Modest Proposal” in: The Catholic Bible Quarterly 52/1 (1990) 76-103. (Helaas op een betaalsite, maar verplichte lectuur.)

19 gedachtes over “Josephus over Jezus

    1. In elk geval onder de Paulinische en Johanneïsche christenen. Ik denk dat er een kring is geweest die Aramees bleef spreken. De Didache en het Matteüs-evangelie zullen in deze kring zijn ontstaan (en later in het Grieks zijn vertaald).

  1. Dirk

    “Toch kan het ook geen door een christelijke kopiist ingevoegde passage zijn, want die zou dan ook de passage over Jakobus moeten hebben ingevoegd, waarvan we al constateerden dat die niet door een christen is geschreven.” Deze begrijp ik niet helemaal. Het lijkt me toch denkbaar dat een christelijke kopiist enkel het testimonium toevoegde (of eerder bewerkte). Ik zie niet in waarom het dan noodzakelijk is dat die ook de passage over Jacobus geschreven zou moeten hebben.

  2. Alexander Smarius

    Als je de zin “hij was immers de christus” weghaalt (in het Grieks staat “immers” er overigens niet bij), dan wordt de laatste zin een non sequitur. Waarom heet “de naar hem genoemde stam” dan “christenen” i.p.v. “Jesuanen” o.i.d.? Dat pleit ervoor de zin te laten staan. Het alternatief is ook die laatste zin te schrappen. Maar of dat te rechtvaardigen valt kan ik niet overzien.

    1. Godfried

      Daarop Geza Vermes (maar ik heb ook geen overzicht over de hele discussie): “He was the Christ” is a common Christian interpolator’s confession of the messianic status of Jesus. Nevertheless, the original text must have contained the epithet, “Christ”, to account for the later statement about “the tribe of the Christians” named after the founder. The most likely original version read, “He was called the Christ”, as Josephus puts it in the James passage. http://www.standpointmag.co.uk/node/2507/full

  3. Ben Spaans

    Aanhakend bij de laatste reactie: misschien dat daarom een verwijzing naar Jezus in de Joodse Oorlog ontbreekt – waren christenen grofweg 25 jaar eerder nog niet zo in beeld ? (of had Josephus er toen zelf nog niet over gehoord…) (maar hoe waarschijnlijk is dat weer…)

    1. Ik denk dat het inderdaad zo is. Toen Josephus de Joodse Oorlog schreef, was het christendom nog niets dan een niet-farizese halachische stroming met een essenoïde messianologie, en als zodanig verwaarloosbaar voor een op de Romeinen gerichte publicatie.

      Eind eerste eeuw, toen het christendom en het farizeïsme zich ontwikkelden tot de twee voornaamste erfgenamen van het tempeljodendom, kon Jezus niet langer ontbreken in een betoog.

      1. Ben Spaans

        Bedankt voor deze feedback. Laat me wel opmerken over de formulering in de eerste alinea – niet-farizese halachische stroming met een essenoide messianologie – als je dit voor een breder publiek brengt, is het misschien toch maar beter over christenen als een nog obscure sekte voortkomend uit de Joodse wereld te spreken…☺

  4. Theo Joppe

    Ik vind het tekstkritisch toch wel bedenkelijk om zonder enige basis in de handschriften klassieke teksten aan te passen totdat ze het theologische smaakje hebben dat je wilt — waar Jona terecht fulmineert tegen moderne kwakgeschiedenis en de excessen van zogenaamde “bijbelse geschiedenisbeoefening” zou dit ok zijn? Als ik me goed herinner (maar ik kan er naast zitten) komt deze passage bovendien niet in alle Josephus-handschriften voor.
    Daarnaast is het echt onvoorstelbaar dat Josephus, ex-rebel en afhankelijk van de goodwill van de Romeinen, positief over Jezus en de christenen zou hebben geschreven. Hun reputatie was niet goed in Rome (zie Nero, en later in de eerste eeuw), dus waarom zou hij zijn eigen glazen ingooien?

  5. Wat betreft de tekstkritische aanpassing: daar gaat een taalkundige aan vooraf. Sommige woorden zijn gewoon niet Josephiaans en andere wel. Dat is een krachtig instrument, zeker als de passage niet in alle Josephus-overleveringen hetzelfde is.

    Tweede punt het is interessant, maar merk op dat Josephus de schuld voor de problemen consistent legt bij (a) rapaille in Judese kring (zoals sicariërs) en (b) falende bestuurders uit de ridderstand. Hij gaat er dus vanuit dat er ook “goede” Joodse rebellen zijn, zoals de sadduceeër Ananos II en hijzelf, die voor Romeinen aanvaardbaar zijn.

    1. Carrier noemt Josephus een Pharisee. Onder welke steen zou hij de afgelopen halve eeuw hebben geleefd?

      En daarna zeggen dat je de oudere literatuur niet hoeft te lezen. Dat heeft Carrier zo te zien ook niet gedaan.

      1. Het is inderdaad geen aanbeveling als iemand Josephus nog aanduidt als farizee, maar het stuk roept, zoals Vladimir Stissi opmerkt, wel wat vragen op.

        Wat hij – ik bedoel Carrier – over de Arabische teksten schrijft, is overigens een canard. Daar was al mee afgerekend.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s