Geweld in Judea (3)

Een deel van de Oorlogsrol (© Israel Museum, Jeruzalem)
Een deel van de Oorlogsrol (© Israel Museum, Jeruzalem)

In de twee eerste stukjes heb ik verteld dat geweld in de oude wereld gebruikelijker was dan bij ons en dat het jodendom daarop reageerde met bijvoorbeeld regels die op de sabbat zelfverdediging toestonden. Ook vertelde ik dat in tijden van gewelddadige onderdrukking enkele in de oude wereld niet zo gebruikelijke toekomstverwachtingen ontstonden: er zou een Eindtijd komen waarin een Mensenzoon een oordeel zou uitspreken, de doden zouden herrijzen en er was een messias die Israël zou herstellen. Dit waren ideeën binnen een veel groter spectrum aan denkbeelden en lang niet elke jood dacht er zo over.

Toen de Romeinen kwamen, werden deze toekomstverwachtingen feilloos geactualiseerd. En dat brengt me bij de vierde stelling, die niet per se betrekking heeft op iedere jood, maar wel op het geheel van joodse opvattingen:

4. Op de komst van Rome werd religieus gereageerd

Deze reactie kon bestaan uit de vervaardiging van nieuwe teksten, uit een nieuwe uitleg van oude teksten en – iets minder schools – uit daadwerkelijke actie. Een voorbeeld van het eerste is de Oorlogsrol, een van de beroemdste Dode Zee-rollen. Hierin wordt een grote oorlog uit de Eindtijd beschreven, waarbij interessant is dat de troepen van “de kinderen van het licht” staan opgesteld op de wijze waarop de Romeinse legioenen streden.

Een voorbeeld van het tweede is de herinterpretatie van het woord Kittim. Van oorsprong sloeg het op de bewoners van de Cypriotische stad Kition, het huidige Larnaka, maar de term viel toe te passen op iedereen uit het westen. Zo kan het woord slaan op Grieken, op de van oorsprong Macedonische Seleukidische en Ptolemaïsche heersers, maar ook op de Romeinen. De Oorlogsrol maakt onderscheid tussen de Kittim van Assyrië en die van Egypte, wat slaat op de Romeinse legioenen in Syrië en Alexandrië, al kun je makkelijk zien dat hier oorspronkelijk aan de Seleukiden en Ptolemaiën gedacht moet zijn geweest.

Tot daadwerkelijke actie kwam het in de jaren na de dood van de Romeinse vazalvorst Herodes in 5 of 4 v.Chr. Er waren verschillende troonpretendenten, en van bijvoorbeeld Athronges vermoed je dat hij zich als messias heeft gepresenteerd. Iets later, in 6 n.Chr., vinden we een groep die bekendstaat als de sicariërs, de “dolkmannen”, die zich met geweld tegen de Romeinen verzetten, meenden dat God hen persoonlijk zou steunen en aanvoeren én een compromisloze inzet eisten. Het religieuze motief is hier zeker aanwezig, al staat vast dat ze niet-joden in hun gelederen hadden. Tijdens het eindspel van de Joodse Oorlog van 66-70 horen we voor het eerst van de zeloten, de “ijveraars”. Ook deze groep was de Romeinen liever kwijt dan rijk.

5. Rome schonk aanvankelijk vrede (binnen zekere grenzen dan)

Als we Flavius Josephus mogen geloven, was de Romeinse annexatie een keerpunt in de joodse geschiedenis geweest. Zijn redenering is dat het jodendom drie hoofdstromingen kent – de farizeeën, sadduceeën en essenen – en dat de sicariërs, met hun terreuraanslagen, een Fremdkörper waren. Omdat de andere joden de sicariërs niet tot de orde hadden geroepen, had God de joden collectief bestraft en de Romeinen Jeruzalem laten verwoesten. Om dit te illustreren, noemt Josephus allerlei gewelddadige ordeverstoringen die het traject documenteren waarlangs het tussen 6 en 66 n.Chr. van kwaad tot erger was gegaan.

Deze verklaring heeft meer krediet gekregen dan ze verdient. Josephus’ lijst bewijst niets omdat hij voor de eerste helft van die zestig jaren geen noemenswaardige ordeverstoringen kent. De eerste die de inzet van legionairs vergde, dateert uit 41, en daarvoor zit in 36 nog een politionele actie tegen de samaritanen. Daarvoor zijn dertig jaren waarvoor Josephus geen militair of politioneel optreden vermeldt. De interpretatie dat de Romeinen aanvankelijk vrede schonken, wordt bevestigd door de Romeinse historicus Tacitus, die de periode kernachtig afdoet als sub Tiberio quies, “onder keizer Tiberius heerste er rust”.

Voor ik mijn stukje afrond nog even een terloopse observatie: de negentiende-eeuwse theorie dat Jezus een terroristenleider was, was een jaar of twintig geleden even in de mode. Er is een bezwaar, namelijk dat als Jezus zelfs maar vaag op die manier bekend zou hebben gestaan, Josephus hem beslist had getypeerd met een van zijn standaardaanduidingen, bijvoorbeeld lestes, “bandiet”. Voor zijn theorie dat alle narigheid al in 6 n.Chr. was begonnen, had Josephus immers ook rebellen nodig in de periode vóór 36. In de standaardreconstructie van Josephus’ beschrijving van Jezus’ optreden (het “Testimonium Flavianum”) ontbreekt zoiets echter. Dat suggereert dat Josephus Jezus niet rekende tot degenen die de macht van Rome met menselijk geweld wilden breken.

[Wordt dinsdag vervolgd. Maandag echter eerst twee stukjes in het kader van mijn project om uit te leggen wat oudheidkunde maakt tot een wetenschap.

En nu ik toch even bezig ben met de huishoudelijke mededelingen: kijk nog even naar mijn leuke reis naar het Rijnland. Het wordt echt verschrikkelijk leuk.]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s