Joodse oorlogen

Cyrene, tempel van Hekate. De opstandige joden hebben dit heiligdom vernietigd. We weten niet precies waarom uitgerekend deze tempel het moest ontgelden.
Cyrene, de resten van de tempel van Hekate. De opstandige joden hebben dit heiligdom vernietigd. We weten niet waarom uitgerekend deze tempel het moest ontgelden.

Ik heb de afgelopen dagen geschreven over de alomtegenwoordigheid van geweld in de oude wereld en de reacties daarop vanuit het joodse geloof. Een interessante vraag is of zulke ideeën opstanden veroorzaken (U merkt dat ik alweer denk aan de reeks over methodologie die ik momenteel voorbereid.) In de meeste gevallen kan een oudheidkundige zulke causaliteitsvragen, door het overstelpende gebrek aan data, niet beantwoorden, maar dankzij de Dode Zee-rollen zijn we inmiddels in een iets andere positie gekomen.

Voor de aard van de problematiek verwijs ik nog maar eens naar dit stuk: je moet eerst kunnen vaststellen of een religie een in al haar verschijningsvormen aanwezige essentie bezit en daarna moet je een antwoord geven op de vraag of zulke essenties gedrag kunnen veroorzaken. Dankzij de Dode Zee-rollen kunnen we op de eerste vraag “nee” zeggen, waarna de tweede vraag irrelevant is. Het jodendom was zó divers dat er, afgezien van het belang van het offer voor de god die in Jeruzalem een tempel had, geen gedeelde kern valt aan te wijzen. Messianisme en Eindtijdverwachtingen, ze zijn simpelweg niet aan te wijzen bij álle groepen. Dat wil echter niet zeggen dat er helemaal geen verband is.

Over dat onderwerp gaat het in 2014 verschenen Jewish War under Trajan and Hadrian van William Horbury. De auteur behandelt de ideologie van joodse opstandelingen in de eerste helft van de tweede eeuw n.Chr., maar alvorens daarover conclusies te trekken, heeft hij het over historiografie, bronkritiek, religie in het algemeen en chronologische kwesties, zodat het verslag van twee anti-Romeinse opstanden bijna een bijzaak is. De eerste daarvan vond plaats in 115-117 en trof vooral Cyrenaica, Egypte, Cyprus en Mesopotamië; de tweede was de Bar Kochba-revolte, die zich tussen 132 en de winter van 135/136 afspeelde in Judea.

Deze oorlogen hadden ingrijpende consequenties maar zijn bij het grote publiek niet heel goed bekend. Historici hebben nu eenmaal de gewoonte zich te concentreren op onderwerpen waarvoor ze bewijsmateriaal hebben – en dat is een andere manier om te zeggen dat ze zich niet noodzakelijkerwijs bezighouden met de onderwerpen die belangrijk zijn. Het is immers naïef aan te nemen dat de verzameling van overgeleverde bronnen overeenkomt met de verzameling teksten die de belangrijkste gebeurtenissen beschrijven. Omdat JosephusJoodse Oorlog over is, hebben we een boekenkast met moderne studies over de oorlog van 66-70, maar nog geen boekenplank over de minstens even belangrijke oorlog van Bar Kochba, en zelfs geen kwart boekenplank voor de oorlog van 115-117.

Zo komt het dat Horbury niets zomaar kan aannemen, zeker niet bij het eerste van de twee conflicten. Dat betekent dat zijn boek begint met inleidingen tot de Romeinse historicus Cassius Dio, de christelijke auteur Eusebius, de rabbijnse literatuur en enkele profetieën.

Daarna behandelt hij de Romeinse ideeën over het jodendom. Die kennen we vrij goed: er is veel overgeleverd. (Voor een inleiding, zie Piet van der Horst, Tussen haat en bewondering. Grieken en Romeinen over het jodendom.) In de vroege tweede eeuw speelde de herinnering aan de verovering van Jeruzalem nog een belangrijke rol. De Romeinen zagen die niet als een anti-Joods conflict maar vooral als het begin van de heerschappij van een nieuwe dynastie. Van hun kant waren er joden die de Romeinen zagen als dé vijand waar de messias mee te maken zou krijgen. Er waren echter volop andere meningen – Flavius Josephus en koning Agrippa II zijn voor de hand liggende voorbeelden – en het is simpel te zien dat het jodendom verdeeld was. De oorlog van 115-117 werd gedeeltelijk veroorzaakt door deze verdeeldheid: wat zou uitgroeien tot een messiaanse opstand, begon als een intern-joods conflict.

Horbury vervolgt met een discussie van de chronologie. De papyri die het duidelijkst verwijzen naar het geweld in Egypte zijn helaas ongedateerd, maar Horbury houdt het erop dat het conflict begon in 115. Vervolgens combineert hij de verslagen van Cassius Dio en Eusebius, die in zijn visie beide zijn gebaseerd op het ooggetuigenverslag van Appianus, waarvan een fragment over is. De opstand begon in Cyrenaica, “overwhelmed any internal Jewish attempts which may have been made to quell it”, en verspreidde zich naar Cyprus en Mesopotamië. Ondertussen rukten de joden uit Cyrenaica op naar het oosten, bereikten Egypte en versloegen hun tegenstanders. Omdat Alexandrië niet in te nemen viel, richtten ze zich op het platteland, waar ze de steun kregen van de plaatselijke boeren – een aanwijzing dat de joden niet de enigen waren die de Romeinse heerschappij niet zagen zitten. Uiteindelijk wisten de Alexandrijnse legioenen de opstand te onderdrukken.

Het eigenlijke doel van deze opstand was de messiaanse bevrijding van Jeruzalem. Dat was ook het doel van de opstand van Bar Kochba, die begon in 132 en duurde tot de eerste weken van 136, toen Hadrianus de titel imperator aannam als teken van zijn overwinning. Geen chronologische problemen hier. Het bewijsmateriaal is ook veel rijker – bij de Dode Zee zijn zelfs door Bar Kochba ondertekende brieven gevonden – en Horbury kan dus sneller ter zake komen. Helaas heeft hij hier niet zoveel nieuws te melden: het was een grote opstand, de Romeinen moesten zich buitengewoon inspannen om haar te onderdrukken (ik blogde er eerder over) maar wonnen uiteindelijk. Dat wisten we al.

De twee oorlogen vormden het einde van het jodendom als politieke macht. Als we afzien van mislukte Joodse staten als Himyar, waar in 522 even een Joodse koning aan het macht was, en een perifeer koninkrijk als dat van de Chazaren, zou het duren tot 1948 voor er weer een Joodse staat was. De opstanden betekenden ook het einde van het jodendom in Alexandrië én de doorbraak van een jodendom waarin synagogen centraal stonden. Bovendien kwam een einde aan die tak van het christendom die de aloude spijswetten en reinheidsregels handhaafde. Er was voortaan een belangrijke overlap minder tussen jodendom en christendom. Akkoord, de wegen waren een generatie eerder al begonnen uiteen te gaan en er bleven kruisbestuivingen tot vér in de Late Oudheid, maar de scheiding van de twee monotheïstische godsdiensten is een van de twee duurzame erfenissen van deze twee vergeten oorlogen.

De andere duurzame erfenis vormt tevens het antwoord op de vraag waarmee we begonnen: als het messiaanse gedachtegoed de opstanden niet veroorzaakte, was er dan wel een andere invloed? Ik denk het wel: het messianisme was de mal waarin de onvrede, toen die eenmaal tot uitbarsting was gekomen, een vorm kreeg. Jeruzalem moest weer joods worden. Dat verlangen bleef onvervuld én levend tot de inname van de Oude Stad in 1967.

[Eerder in een andere vorm, en in een andere taal natuurlijk, verschenen in Ancient History Magazine.]

3 gedachtes over “Joodse oorlogen

  1. “Historici hebben nu eenmaal de gewoonte zich te concentreren op onderwerpen waarvoor ze bewijsmateriaal hebben – en dat is een andere manier om te zeggen dat ze zich niet noodzakelijkerwijs bezighouden met de onderwerpen die belangrijk zijn.”

    Doet me denken aan het bekende verhaal van Nasroeddin, die onder het licht van een lantaarn over straat kroop. ‘Wat bent u aan het doen, meester’, vroeg een buurman. ‘Ik zoek mijn sleutel, want ik ben hem kwijtgeraakt.’ Samen zochten ze lange tijd zonder iets te vinden. ‘Weet u zeker dat u de sleutel hier bent kwijtgeraakt?’ vroeg de buurman. ‘Nee, ik ben hem thuis kwijtgeraakt,’ zei Nasroeddin, ‘maar hier onder de lantaarn is meer licht.’

  2. John

    Vraagje: heeft het uitblijven van een joodse staat niet evenzeer te maken met het gegeven dat veel bewoners helemaal niet joods waren?

    Was er niet massale steun voor varianten van Asad, Isis, Astarte?

  3. Ben Spaans

    Aanhakend bij Joris – niet noodzakelijkerwijs bezighouden met onderwerpen die belangrijk zijn – wat zijn historici eigenlijk maar sneue types hè…

    Maar terugkomend op wat ik gisteren probeerde aan te stippen…De opstand van 115 begon in Cyrenica en geprobeerd werd via Egypte Jeruzalem te bereiken – dachten ze echt dat ze konden winnen? Hoeveel Joden waren er in Noord-Afrika, waar haalden ze de wapens vandaan – er lagen twee legioenen in Egypte, toch? De opstand bereikte Cyprus – hadden de rebellen een vloot? Hoe kregen ze het voor elkaar om Mesopotamie mee te sleuren? (Is er een direct verband met de oorlog van Trajanus tegen de Parthen? – was daarom een grote opstand vanuit Noord-Afrika mogelijk?)

    Nog een opmerking: volgens mij was 115-117 niet het volledig einde van een Joodse gemeenschap in Alexandrië. Er waren er in 4e en 5e eeuw toch nog steeds Joodse inwoners?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s