Eutropius (9): Vorstenspiegel

Een vierde-eeuwse triomftocht (Boog van Galerius, Thessaloniki)

Terwijl u dit op leest, ben ik in het Nationaal Museum in Beiroet, het mooiste museum in het Midden-Oosten. Omdat ik met zoveel moois echt geen tijd ga vrij maken voor het dagelijkse blogstukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

De regering van keizer Augustus vormt een breuk in Eutropius’ schets. Was het verhaal tot dan toe een betoog over de Romeinse expansie, weg vanuit Centraal-Italië, naar Sicilië en de Povlakte en uiteindelijk naar Spanje en Syrië en Egypte en Germanië, ineens beperkt het verhaal zich tot één plek: het keizerlijk hof. De Korte geschiedenis van Rome is vanaf dit punt een reeks keizerbiografietjes en reduceert een imperium met tientallen miljoenen inwoners tot één man. De onderwerpen die Eutropius in die biografietjes aansnijdt tonen wat een voorname hoveling in de vierde eeuw van zijn vorst verwachtte. De boodschap is dubbelzinnig: aan de ene kant somt Eutropius een hele reeks keizerlijke deugden op, aan de andere kant is er ook een zekere stekeligheid.

Lees verder “Eutropius (9): Vorstenspiegel”

Joodse oorlogen

Cyrene, tempel van Hekate. De opstandige joden hebben dit heiligdom vernietigd. We weten niet precies waarom uitgerekend deze tempel het moest ontgelden.
Cyrene, de resten van de tempel van Hekate. De opstandige joden hebben dit heiligdom vernietigd. We weten niet waarom uitgerekend deze tempel het moest ontgelden.

Ik heb de afgelopen dagen geschreven over de alomtegenwoordigheid van geweld in de oude wereld en de reacties daarop vanuit het joodse geloof. Een interessante vraag is of zulke ideeën opstanden veroorzaken (U merkt dat ik alweer denk aan de reeks over methodologie die ik momenteel voorbereid.) In de meeste gevallen kan een oudheidkundige zulke causaliteitsvragen, door het overstelpende gebrek aan data, niet beantwoorden, maar dankzij de Dode Zee-rollen zijn we inmiddels in een iets andere positie gekomen.

Voor de aard van de problematiek verwijs ik nog maar eens naar dit stuk: je moet eerst kunnen vaststellen of een religie een in al haar verschijningsvormen aanwezige essentie bezit en daarna moet je een antwoord geven op de vraag of zulke essenties gedrag kunnen veroorzaken. Dankzij de Dode Zee-rollen kunnen we op de eerste vraag “nee” zeggen, waarna de tweede vraag irrelevant is. Het jodendom was zó divers dat er, afgezien van het belang van het offer voor de god die in Jeruzalem een tempel had, geen gedeelde kern valt aan te wijzen. Messianisme en Eindtijdverwachtingen, ze zijn simpelweg niet aan te wijzen bij álle groepen. Dat wil echter niet zeggen dat er helemaal geen verband is.

Lees verder “Joodse oorlogen”

Geweld in Judea (slot)

Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.
Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.

In het laatste stukje van deze reeks – al heb ik morgen een “nabrander” – nog een woord over de wijze waarop de in de voorgaande stukjes (1, 2, 3, 4) beschreven geweld-gerelateerde ideeën binnen het jodendom bleven bestaan. Dat wil zeggen: in de tweede eeuw, nadat de christenen waren begonnen een eigen weg te gaan. Een probleem is hierbij dat de bronnen schaars zijn. Er is geen Josephus voor de oorlogen ten tijde van de keizers Trajanus en Hadrianus. Mijn achtste stelling is:

8. De verzetsideologie bleef bestaan in de tweede eeuw

Binnen het jodendom, voor zover we dat kunnen reconstrueren, lijken allerlei messiaanse ideeën te zijn blijven bestaan. Die hadden inmiddels vaak een anti-Romeinse inslag. Over Eindtijdideeën horen we weinig, maar dat kan komen door de bronnenschaarste.

Lees verder “Geweld in Judea (slot)”

Een tijdgenoot van Bar Kochba

De nieuwe inscriptie (foto Jenny Carmel)
De nieuwe inscriptie (foto Jenny Carmel)

Een archeologische vondst uit Israël zonder hype, kan het nog? Jazeker. Het berichtje dat vandaag in Ha’aretz stond komt althans in de buurt. Niet ver van Tel Dor is in zee een inscriptie gevonden met daarop de naam van een nog onbekende Romeinse gouverneur van Judaea. Dat is op zich al interessant, want het lijstje bestuurders van die provincie was redelijk compleet. De tekst met de volledige, nogal lange naam van de nu ontdekte magistraat:

De stad Dor eert Marcus Paccius, zoon van Publius, Silvanus Quintus Coredius Gallus Gargilius Antiquus, gouverneur van Judaea en van … in de provincie Syrië, en beschermheer van de stad Dor.

Interessant is de naam van zijn provincie, Judaea dus, want in 136 hernoemde keizer Hadrianus, die net de enorme opstand van Simon bar Kochba had onderdrukt, het gebied: vanaf nu zou het Palestina heten. Dat betekent dus dat de nu gevonden inscriptie moet dateren van vóór 136. Er is echter nóg een inscriptie van Gargilius Antiquus, eveneens uit Dor. Die is al langer bekend en geeft iets andere informatie.

Lees verder “Een tijdgenoot van Bar Kochba”

Israël verdeeld (synopsis)

Omslag

Hieronder de synopsis van Israël verdeeld; kort commentaar hier en enkele blogstukjes die ik tijdens het schrijven van dit boek publiceerde daar. Bestellen lukt met deze link.

Israël verdeeld

1. Joden en Romeinen

Het Judea dat de Romeinen aantroffen, verkeerde in een diepe crisis. De burgeroorlog waarin de Romeinse generaal Pompeius intervenieerde, is maar één uiting van die verdeeldheid. Nu is verdeeldheid tot op zekere hoogte een normaal verschijnsel: in elke samenleving zijn krachten werkzaam die groepen opzetten tegen andere groepen. Doorgaans worden deze destabiliserende krachten gecompenseerd door instellingen die de mensen juist met elkaar verbinden, zodat een samenleving doorgaans verkeert in een dynamisch evenwicht. In Judea was dit evenwicht echter zoek.

In dit hoofdstuk verder een overzicht van verouderde sjabloons (“het spirituele oosten” versus “het humanistische westen”) en enkele wetenschappelijke debatten, zoals de herinterpretatie van de Dode Zee-rollen, de “derde speurtocht” naar de historische Jezus, de nieuwe typering van het Palestijnse jodendom, nieuwe ideeën over Paulus, enz.

2. Verdeelde elite

Hoe Judea aansluiting vond bij de rest van het oostelijk Middellandse Zee-gebied, dat werd gedomineerd door twee koninkrijken: dat van de Ptolemaïsche dynastie in Egypte en dat van de Seleukiden in Syrië, Anatolië, Mesopotamië en Iran. De langzaam toenemende rijkdom leidde in Judea tot het ontstaan van een financiële elite die niet samenviel met het traditionele leiderschap, dat werd belichaamd door de hogepriesters. Dit was geen ongebruikelijk probleem, maar er waren meer tegenstellingen. Eén daarvan was die tussen de rijken, die aansluiting zochten en vonden bij de internationale elite, en de armen, die deze aansluiting misten en assimilatie afwezen. Het kwam tot opstand: de destabiliserende krachten hadden het gewonnen van de verbindende.

3. Hasmoneeën en Herodianen

De Joden herwonnen hun onafhankelijkheid, maar niet hun eenheid. De Hasmonese dynastie bouwde weliswaar een machtig koninkrijk op, maar kon steeds rekenen op verzet: de nieuwe leiders claimden het hogepriesterschap, waarop ze volgens menigeen geen recht hadden, en ontkwamen er niet aan zaken te doen met de internationale elite, hoewel deze dynastie ooit naar voren was gekomen omdat ze assimilatie afwees. Toen Rome de macht in 63 v.Chr. overnam, meende men aanvankelijk dat hogepriester Hyrkanos de eenheid zou kunnen herstellen, zodat het gebied makkelijker door de Romeinen kon worden bestuurd, maar dit bleek niet het geval. In 40 v.Chr. vervingen Rome de Hasmonese dynastie door een nieuwe bestuurder, koning Herodes. Ook hij slaagde er niet in de middelpuntvliedende krachten te overwinnen en enkele jaren na zijn dood lijfden de Romeinen Judea in als provincie.

4. Diversiteit

Dit hoofdstuk biedt een overzicht van de zaken waarover consensus bestond en waarover men van mening verschilde. Alle joden waren het erover eens dat de tempel in Jeruzalem belangrijk was, dat God de joden had uitverkoren en er een verbond mee had gesloten, dat joden alleen aan deze God mochten offeren en dat Hij zich aan hen had geopenbaard via een heilig boek. In de praktijk bestond echter onenigheid over de vraag of het tempelritueel wel door geschikte hogepriesters werd uitgevoerd, waren er diverse interpretaties van de joodse uitverkorenheid, en was men het grondig oneens over de teksten die behoorden tot de Bijbel, om over de wijze van interpretatie nog maar te zwijgen. Dit leidt tot uitvoerige discussies en ruzies over de juiste joodse levenswijze, de halacha.

5. Josephus’ vier scholen

Josephus systematiseert de chaotische halachische discussies en stelt dat er drie echte stromingen waren binnen het jodendom: de farizeeën, de sadduceeën en de essenen. Later ontstond nog een vierde stroming van mensen die meenden dat vooral de gewelddadige verdrijving van de Romeinen de prioriteit moest hebben. Zij worden in de moderne literatuur veelal aangeduid als ‘zeloten’. In dit hoofdstuk wordt gekeken of Josephus’ schetsen van deze stromingen correct zijn.

6. Toekomstvisies

Eén van de geschilpunten was de komst van de messias, een Joodse leider die volgens de voorspellingen Israël zou herstellen. Enkele theorieën komen aan de orde: oorlogsleider, hogepriester, profeet, het dubbele messiasschap in Qumran, de profeet als Mozes en andere messiaanse typen. De conclusie is dat er geen intern-joodse scheuringen bekend zijn m.b.t. het messianisme, terwijl halachische kwesties wel tot scheuringen leidden. Dit betekent dat de claim van Jezus de messias te zijn, in zijn tijd geen echt probleem kan zijn geweest. Wie wil weten waarom joden en christenen gescheiden wegen zijn gegaan, moet zich concentreren op halachische kwesties.

7. Leven in de Eindtijd

Levend in wat hij beschouwde als de Eindtijd, combineerde Jezus van Nazaret uiteenlopende halachische opvattingen en creëerde zo een nieuwe, vijfde stroming, waarin centraal stond dat God de wereld zou komen besturen en dat Israël zou herstellen. Dit hoofdstuk bevat ook een korte geschiedenis van het Christendom tot het jaar 70 en een beschrijving van de bronnenproblematiek. Het eindigt met een korte typering van het vroege Christendom.

8. De val van Jeruzalem

De ondergang van de pluriforme wereld in de Joodse Oorlog van 66-70.

9. Gescheiden wegen

Hoe de rabbi’s in Javne de grondslagen legden voor een nieuw Jodendom, waarom de Christenen dat niet aanvaardden, waarom de Romeinen juridisch onderscheid begonnen te maken tussen Joden en Christenen, hoe sommige synagogen voor Christenen werden gesloten, hoe sommige Christenen de Joden beschouwden als duivelskinderen en hoe de twee religies in de tweede eeuw langzaam maar zeker uiteen groeiden, hoewel er nog tot eind vierde eeuw “cross-overs” waren.

Hierna volgt nog een appendix, gewijd aan de hermeneutische methode en een geschiedenis van de Joodse literatuur. Een lijstje met boeken voor wie meer wil weten, een verklarende woordenlijst en een register vormen het obligate nawerk.