Tien teksten (deel 4)

Een van de snippers van “Enige werken der Wet” (© Wikimedia Commons)

Alvorens verder te gaan met mijn overzicht van tien teksten die een invloedrijk aspect van de Oudheid documenteren, herhaal ik nog even dat invloed wil zeggen dat iets ons denken en eventueel ons handelen in een bepaalde richting duwt. We doen of vinden iets, tenzij we ons daartegen verzetten. Vergelijk het met een berghelling: het is meestal makkelijker naar beneden te gaan, maar als je wil kun je ook naar boven klauteren. Invloed is niet hetzelfde als inspiratie, want we noemen iets inspirerend als we er aansluiting bij zoeken, wat impliceert dat we het niet als vanzelf doen.

Een van de aspecten van de Oudheid die ik in deze reeks behandeld wil zien, is het idee dat God zich kenbaar heeft gemaakt in de vorm van een tekst. De Wet van Mozes is het bekendste voorbeeld. Omdat dit Gods woord was, diende je het als mens serieus te overwegen maar het probleem was dat de Wet niet altijd even duidelijk was. Dus ontstonden er discussies over de juiste manier om zoveel mogelijk te leven in overeenstemming met de Wet. We spreken van halachische discussies en een van de mooiste voorbeelden is Enige werken der Wet, een de belangrijkste Dode Zee-rollen.

De tekst – de negende in mijn lijstje – ontsluit haar geheimen langzaam. Eén deel is een elegante kalender van 364 dagen. Het voordeel daarvan is dat de religieuze feestdagen altijd vallen op dezelfde weekdag, en dat dit zó was gepland dat was vermeden dat de voorbereidende werkzaamheden van zo’n feest vielen op zaterdag. Tegenover dit voordeel stond dat deze kalender al snel uit de pas liep met de seizoenen. Veel joden gaven daarom de voorkeur aan de Babylonische kalender, die nog altijd in gebruik is. Achter deze kalenderkwestie schuilt een ander probleem: wat weegt zwaarder, de sabbatsrust of feestdagen die op een bepaald moment in het jaar moeten worden gevierd?

Het tweede deel van Enige werken der Wet bestaat uit ruim twintig halachische kwesties, waarin steeds een “zij” en een “wij” tegenover elkaar staan: “wat betreft X, zij doen Y, wij doen Z”. De “zij” kunnen worden geïdentificeerd als vroege farizeeën en de “wij” nemen standpunten in die later sadducees zouden zijn. Tot slot is er een briefdeel waarin de auteur zich richt tot (vermoedelijk) de hogepriester Jonathan, die deze “werken der wet” krijgt toegestuurd omdat hij acht heeft geslagen op het “Belialsoverleg” (dat wil zeggen: farizese adviseurs heeft gehad). Hij krijgt de aansporing zich daar voortaan verre van te houden en de schrijver is optimistisch want hij ontwaart bij de hogepriester schranderheid en liefde voor de Wet.

Het lijkt erop dat Jonathan niet heeft geluisterd en dat de door de auteur vertegenwoordigde stroming in tweeën uiteen is gevallen: één groep die ondanks de dwalingen van Jonathan met hem wilde blijven samenwerken en één groep die vasthield aan Enige werken der Wet. Uit degenen met wie Jonathan al sympathiseerde zouden de farizeeën ontstaan, degenen die van die samenwerking geen punt wilden maken lijken de sadduceeën te zijn geworden en de groep die vasthield aan Enige werken der Wet is de sekte van de Dode Zee-rollen.

Ook het christendom moet zich aanvankelijk als zo’n halachische stroming hebben gedefinieerd. De Bergrede heeft een structuur die wel wat lijkt op Enige werken der Wet met het repetitieve “wat betreft X, u hebt gelezen Y, maar ik zeg u Z”. Hoe sterk de neiging was aspecten van het dagelijks leven zó te regelen dat het in overeenstemming was met de Wet, blijkt wel uit Paulus’ Brief aan de Romeinen: hoewel Paulus vindt dat niet-joden niet onder de Wet vallen, geeft hij toch maar een batterij adviezen.

Ik hoef u niet te vertellen dat binnen het jodendom deze discussies tot op de huidige dag doorgaan: als God een volk heeft uitverkoren, is het immers wel zo beleefd op die genade te antwoorden door de Wet te onderhouden en te zoeken hoe dat het beste kan. Het is makkelijk deze discussies belachelijk te maken, maar de gedachte dat er in iedere situatie een weg is om het goede te doen, is bepaald geen tot niets verplichtende scheurkalenderwijsheid.

Ik wilde eigenlijk afronden met de Belijdenissen of de Stad van God van Augustinus, maar bij nader inzien kies ik toch een andere tekst, eveneens uit het laatste kwart van de vierde eeuw n.Chr.: de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel. Waar het jodendom gaat om de juiste, door de Wet geïnspireerde levenswijze, legden de volgelingen van Jezus de accenten iets anders: in Jezus was de Wet vervolmaakt. Het geloof in Jezus – als messias, als verlosser, als lijdende dienstknecht, als hogepriester, als Mensenzoon, als zoon van God, als God – werd steeds belangrijker en trok aanhangers van buiten het jodendom.

Nu was de tegenstelling tussen de meer menselijke titels (messias, verlosser, lijdende dienstknecht, hogepriester) en de meer goddelijke titels (Mensenzoon, zoon van God, God) nogal groot en zo ontstond een discussie over de precieze relatie tussen Jezus’ menselijke en goddelijke natuur. Het eindresultaat was de geloofsbelijdenis. Of de tekst die op het Concilie van Constantinopel werd bekrachtigd zoveel invloed heeft gehad, staat te bezien, maar het lijdt geen twijfel dat de christelijke kerk de afgelopen eeuwen orthodoxie belangrijk heeft gevonden. Niet de joodse juiste levenswijze, maar de juiste geloofsinhoud was doorslaggevend. Geen orthopraxie maar orthodoxie. Voor dat eeuwenlang invloedrijke aspect van de Oudheid is de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel illustratief.

Tot hier en niet verder. Om de bloemlezer des vaderlands te parafraseren: wie deze-of-die tekst mist – een tekst die er zeker in had moeten staan! – moet niet pedant gaan zeuren, maar die overschrijven en in de comments plakken. De onheilswens die hij eraan toevoegde, zal ik achterwege laten.

6 gedachtes over “Tien teksten (deel 4)

  1. Marcel Meijer Hof

    Ach Jona, élke keuze is arbitrair. Maar de keuze van een kenner is van grote waarde als startpunt voor verdere exploratie. Dàt mogen de criticasters zich wel bedenken. Dank derhalve en respect valle je ten deel.

    1. Ik zou eigenlijk een vervolg willen schrijven met tien teksten die het meest inspirerend zijn geweest, maar dan moet je de complete geschiedenis van de literatuur, politiek en beeldende kunsten langs…

      Het is bovendien vaker gedaan en ik vind zo’n breed vertoon van eruditie verdacht als de auteur niet minstens zeventig jaar lees-ervaring heeft.

  2. mnb0

    “invloed wil zeggen dat ….”
    Uit mijn kritiek gisteren volgt niet dat Aristoteles van je lijstje weg moet, integendeel. Wie zoals ik geschiedenis van de natuurkunde interessant vindt komt onherroepelijk bij hem uit, omdat zijn navolgers zich tot in de 17e eeuw verzetten tegen het werk van Galilei. Deze ondervond, behoudens het beruchte process, meer tegenstand van Aristoteleaanse natuurkundigen dan van de RKK.

  3. Bedankt voor deze serie stukjes! Ik ben er wat laat bij, maar heb ze nu in ieder geval gelezen. Wat mij opvalt is dat de teksten zélf niet per se aantoonbaar invloedrijk zijn, maar eerder de vroegste attestatie van een invloedrijk idee.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s