Laat-antiek Thracië

Claudius II Gothicus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Dit is het voorlaatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Crisis

Zoals ik in het vorige blogje zei, markeerde de regering van een uit Thracië afkomstige keizer, Maximinus Thrax, het begin van wat bekendstaat als de Crisis van de Derde Eeuw. Het wezenlijkste punt was een geleidelijke klimaatverandering, die de landbouw bemoeilijkte, meer mensen dwong om op het platteland te gaan werken, leidde tot een verkleining van het aantal ambachtslieden en (daarmee samenhangend) een verkleining van de betekenis van de steden. De belastinginkomsten namen af en dus hadden de keizers minder armslag. Er was minder handel en er was een epidemie.

Maar het meest opvallend: vijandelijke volken waren succesvoller dan in de voorafgaande tijd. Dat dwong tot grotere legers, die inflatoir werden gefinancierd. En het hielp simpelweg niet. De Griekse en Romeinse auteurs haalden de naam “Geten” uit de kast om hun tegenstanders te beschrijven: een eeuwenoude term voor de bewoners van wat inmiddels Moesia Inferior heette. Zulk archaïsme was niet ongebruikelijk, maar de keuze kan ook zijn ingegeven doordat een van de groepen invallers zich aanduidde als “Goten”. We lezen ook over Carpi en Sarmaten. We lezen dat Plovdiv – niet langer Moesia maar in het Thracische binnenland – werd geplunderd en dat keizer Decius omkwam in de strijd. Een nog niet zo heel lang geleden ontdekte palimpsest documenteert deze gebeurtenis.

Lees verder “Laat-antiek Thracië”

II Parthica, Romes strategische reserve

Felsonius Verus, standaarddrager van II Parthica. Hij heeft de adelaarstandaard van zijn legioen opgeruimd in een beschermende kooi, klaar voor transport (Apamea)

In de eerste twee eeuwen van onze jaartelling plaatsten de Romeinen hun legioenen niet ver van de Rijn, Donau en Eufraat. De transportwegen moesten immers worden bewaakt en bijkomend voordeel was dat een vijand altijd een rivier moest oversteken, wat meestal wat voorbereiding vergde en dus de verdediger tijdwinst opleverde. Het nadeel van deze vorm van lijnverdediging was dat als de vijand eenmaal was doorgebroken, hij meteen diep het imperium kon binnendringen. Vandaar dat in de Late Oudheid een mobiele strategische reserve bestond.

Ontstaan

Het initiatief kwam van keizer Lucius Septimius Severus (r.193-211). In het kader van zijn oorlog tegen het Parthische Rijk formeerde hij drie nieuwe legioenen: I Parthica en III Parthica bleven in het oosten, maar II Parthica ging met hem mee naar Rome, kreeg een basis op de Albaanse Berg en diende voortaan als strategische reserve. Het legioen, dat tevens diende als tegenwicht tegen de Praetoriaanse Garde in Rome, kreeg al snel een tweede bijnaam, Albana.

Lees verder “II Parthica, Romes strategische reserve”

De Zevenslapers van Efese

De Zevenslapers van Efese

In de winter van 249/250 gelastte de Romeinse keizer Decius al zijn onderdanen om te offeren aan hun voorouderlijke goden. Daar was alle reden toe, want er woedde een akelige, op ebola lijkende epidemie, en verder waren er de problemen die worden samengevat als de Crisis van de Derde Eeuw. Voor sommige groepen pakte Decius’ loyaliteitseis vervelend uit, want neopythagoreeërs, hermetici en neoplatonisten maakten bezwaar tegen het offeren. Op naam van de pythagorese filosoof Apollonios van Tyana is een briefje overgeleverd waarin hij expliciet zegt dat de grootste eer die men aan de goden kan bewijzen, eruit bestaat niet aan ze te offeren. Duidelijke taal.

Voor de vereerders van Christus was het makkelijker. De meesten hadden de nieuwe god toegevoegd aan hun pantheon. Van keizer Severus Alexander (r.222-235) is bekend dat hij dagelijks offerde aan Abraham, Christus, Orfeus en de zojuist genoemde Apollonios van Tyana. Voor sommige vereerders van Christus stonden echter principieel afwijzend tegenover Decius’ eis, en betaalden met hun bloed. Dionysius van Parijs (Saint-Denis) is een voorbeeld. Andere christenen maakten zich uit de voeten, zoals de bisschop van Karthago, Cyprianus.

Lees verder “De Zevenslapers van Efese”

1700 jaar Nikaia (1): iets nieuws?

Een achttiende-eeuwse weergave van het Concilie van Nikaia (325).

Aanstaande dinsdag is het 1700 jaar geleden dat in Nikaia, het huidige İznik in Turkije, een enorme vergadering begon van christelijke leiders: het Concilie van Nikaia. (Ook wel aangeduid als Nicea, maar ik wil niet invisibiliseren.) Onder toezicht van keizer Constantijn de Grote stelden de bisschoppen een formule vast waarmee ze de relatie tussen God de Vader en God de Zoon konden beschrijven; verder namen ze besluiten over de berekening van de paasdatum, de organisatie van de kerk en de levenswijze van de geestelijken.

Uit de baaierd aan christelijke vormen ontstond één christendom, dat nog steeds bestaat. De beslissingen zijn na al die eeuwen zó vanzelfsprekend, dat we niet langer herkennen hoe revolutionair ze ooit waren.

Lees verder “1700 jaar Nikaia (1): iets nieuws?”

Faits divers (29): ontdekkingen

Decius (Capitolijnse Musea, Rome)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer zomaar wat oudheidkundige ontdekkingen.

***

Wapenoffer

Eerst maar eens een gewone ontdekking: een Germaanse wapenvondst bij Hedensted, dat u aan de oostkant van Jutland moet zoeken, iets ten noordwesten van Funen. De Germanen hadden in de eerste eeuwen van onze jaartelling de gewoonte zo nu en dan enorme aantallen militaire objecten in moerassen te werpen. Ze zijn vooral bekend uit Denemarken en het zuiden van Zweden. Archeologen nemen aan dat het krijgsbuit was, omdat ook de menselijke resten weleens worden gevonden. Bij de depositie die bij Hedensted is gevonden, behoort een kostbaar pantserhemd.

Lees verder “Faits divers (29): ontdekkingen”

Christenvervolging in de derde eeuw

Decius (Musée Grand Curtius, Luik)

In het vorige blogje vertelde ik dat er twee visies zijn op het Romeinse religieuze leven in de derde eeuw: enerzijds waren er continuïteiten, anderzijds innovaties. De beruchtste daarvan was de christenvervolging. Het handboek waarover ik op donderdag blog, Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek, meldt dat er een aantal grote vervolgingen was en dat de christenen niet wensten te bidden tot heidense goden en de keizer.

Het is altijd complexer dan het handboek meldt. Het is immers een handboek, een basis die iedere student van A tot Z behoort te kennen voordat hij op college leert hoe we weten wat we weten en ontdekt hoe we de gebeurtenissen óók kunnen lezen. Maar in dit geval is er geen sprake van andere interpretaties. Volgens mij is wat De Blois en Van der Spek schrijven over christenvervolging incompleet en deels gewoon fout.

Lees verder “Christenvervolging in de derde eeuw”

III Gallica (2)

Soldaten van III Gallica eren keizer Caracalla (Nahr al-Kalb; meer)

[Tweede blogje over de geschiedenis van het Derde Legioen Gallica. Het eerste was hier.]

Armenië, Judea en Italië

Tijdens de regering van keizer Nero nam het Derde Legioen Gallica onder leiding van Corbulo deel aan de oorlogen in Armenië waarover ik al schreef. In 66 maakte een onderafdeling van III Gallica deel uit van het expeditieleger waarmee Gaius Cestius Gallus vergeefs probeerde de Joodse Opstand in de kiem te smoren. Vermoedelijk dienden de soldaten nog even onder Vespasianus, de door Nero gestuurde generaal die de regio moest pacificeren. Begin 68 werden ze echter overgeplaatst naar de Donau, waar III Gallica en VIII Augusta met succes de grens beveiligden tegen de Roxolani.

Lees verder “III Gallica (2)”

Oxyrhynchos (2)

Ook in Oxyrhynchos las men Sallustius’ Oorlog tegen Jugurtha (Neues Museum, Berlijn)

In het vorige stukje vertelde ik iets over de werkzaamheden van Bernard Grenfell en Arthur Hunt aan het begin van de vorige eeuw in Oxyrhynchos. Ze slaagden erin vele tienduizenden papyri te bergen voordat ze unprovenanced op de zwarte markt zouden komen, waar ze geen wetenschappelijke waarde meer zouden hebben. In dit tweede blogje iets meer over wat de betekenis is van hun vondsten. Eerst het christelijke materiaal dat de belangstelling van de opgravers het meeste had, daarna de rest.

Christelijke teksten

Tot op heden zijn uit Oxyrhynchos vijftien fragmenten uitgegeven van het Evangelie van Mattheüs en veertien van het Evangelie van Johannes. De andere canonieke evangeliën, Marcus en Lukas, zijn met elk twee exemplaren vertegenwoordigd en dat is dus minder dan de tien exemplaren van de Herder van Hermas, een christelijke tekst die nooit tot de canon is gerekend maar in Oxyrhynchos dus goed was vertegenwoordigd. Hier hebben we een doorkijkje naar een pluriform christendom uit de periode voor er behoefte was aan orthodoxie.

(Tussen haakjes: een van de twee Marcus-fragmenten is de beruchte Eerste-eeuwse Marcus. U zult zich herinneren hoe Dirk Obbink een bevriende oudheidkundige manipuleerde om de prijs op te drijven.)

Lees verder “Oxyrhynchos (2)”

De Bergrede (7): christenvervolging

Niet per se een christenvervolging (Museum van El-Djem)

In mijn reeks over de Bergrede nu de laatste van de zaligsprekingen waarmee deze compositie begint. Dit is de tekst in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.

Het Matteüsevangelie is geschreven na de val van Jeruzalem in 70 na Chr. Als we het dateren rond 80, zullen we er niet ver naast zitten. De volgelingen van Jezus waren toen al vervolgd. In Rome had keizer Claudius al “Joden verdreven die, opgehitst door de agitator Chrestus, voortdurend ongeregeldheden veroorzaakten”. Nero had groepen gebruikt als levende fakkels en in mythologische tableaux vivants. In Jeruzalem was Jezus’ broer Jakobus gestenigd. Het geweld was kleinschalig geweest, maar daarom nog wel serieus.

Lees verder “De Bergrede (7): christenvervolging”

De Afrikaanse martelaren

Goede herder (Musée archéologique de Sousse)

Het christendom is ontstaan in Judea, de gelovigen kregen hun naam in Syrië en de nieuwe religie ontwikkelde zijn eigen ideeën in Egypte en Anatolië. Later ook op andere plekken natuurlijk, maar het kan nooit kwaad te benadrukken dat West-Europa in de geschiedenis van het vroegste christendom marginaal is. Eerst moest er een Latijnse literatuur ontstaan en de eerste bij naam bekende christelijke auteur die zich van die taal bediende was Tertullianus. Hij leefde rond 200 in Karthago. En dat gebied was allerminst marginaal voor het christendom, zij het dat het een vorm had die nooit mainstream is geworden.

De martelarencultus

Als we afgaan op wat is overgeleverd – altijd een belangrijk punt – was het martelaarschap hier heel belangrijk. Een van de alleroudste christelijke documenten van Afrikaanse bodem is het procesverslag van de martelaren van Scilli. Het gaat om een kleine groep gelovigen die op 17 juli 180 bij gouverneur Vigellius Saturninus werd voorgeleid, volhardde in wat de magistraat zal hebben beschouwd als weerzinwekkend bijgeloof en die ter dood werd gebracht. Martelaarschap is ook een centraal thema in het denken van Tertullianus, uit wiens De apologeet de beroemde (beruchte) kreet komt dat het bloed van de martelaren het zaad is van de kerk. Ik heb al eens eerder over deze ideeën geschreven en verwijs er nog eens naar.

Lees verder “De Afrikaanse martelaren”