Kamelen en dromedarissen

De twee kamelen uit Egypte op de Zwarte Obelisk (British Museum, Londen); erboven is het tribuut van Jehu van Israël te zien – hier meer.

Wie belangstelling heeft voor de Oudheid en geen academische studie kan of wil doen, kan het beste lid worden van verenigingen als de Archeologische Werkgemeenschap Nederland, Ex Oriente Lux, het Nederlands Klassiek Verbond of de vriendenverenigingen van onze musea. Al die clubs organiseren lezingen en geven tijdschriften uit, zoals Archeologie in Nederland, Phoenix, het onlangs in een nieuwe stijl verschenen Hermeneus en de bladen van die museumverenigingen. Verder zijn er Archeologie Magazine en algemeen historische tijdschriften als Geschiedenis Magazine, het Historisch Nieuwsblad en National Geographic Historia. Ik zal nog wel het een en ander missen.

En dan is er Met andere woorden, het tijdschrift van het Nederlands Bijbelgenootschap. Van de diverse bladen is dit het aardigste en dat zeg ik niet omdat het in principe gratis is maar omdat het net wat meer verdieping biedt dan de andere bladen. Dat hangt mede samen met het feit dat het gaat over een betrekkelijk klein hoekje van de Oudheid: de joodse en christelijke literatuur. Dan kun je net wat dieper gaan. Klein als dat hoekje is, is het natuurlijk wel het hoekje waar de afgelopen eeuwen het meest is op teruggegrepen.

Lees verder “Kamelen en dromedarissen”

Misverstand: Een- en tweebulters

Reliëf uit Jemen van een vrouw en een man, beide gezeten op een dromedaris, die elkaar ontmoeten bij een bron (Istanbul, Archeologische Musea)

Misverstand:  In het Nabije Oosten leefden kamelen

Mel Gibson wilde zó graag een realistische film maken over de dood van Jezus van Nazareth dat hij de acteurs dwong Aramees en Latijn te spreken. Of The Passion of the Christ daarmee een betere film werd, staat te bezien. Het Aramees klonk althans niet alsof de spelers begrepen wat ze zeiden. Maar eerlijk is eerlijk, er zijn films gemaakt met minder aandacht voor historische details. Jammer alleen dat Gibson niet ook het advies inwon van een bioloog, want dan zou de kijker niet die kameel hebben hoeven zien die in een scène pontificaal door Jeruzalem beent.

Lees verder “Misverstand: Een- en tweebulters”

Romeinse kamelen

Trajanus en een kameel (© VCoins)

In 161 vielen de Parthen, de bewoners van het antieke Irak en Iran, onverwacht het Romeinse Rijk binnen. Minimaal één legioen werd vernietigd maar de Romeinse keizer Lucius Verus en generaal Avidius Cassius stelden orde op zaken. Op de militaire successen volgde een literaire catastrofe. Iedereen die de schrijfkunst machtig was, schreef namelijk een geschiedenisboek. Het ene was nog slechter dan het andere, meent de geestige Grieks-Romeinse schrijver Lucianus, die een heel traktaat over geschiedschrijving wijdde aan de kwakhistorici van zijn tijd. In de vertaling van Gé de Vries:

Ik heb een historicus moeten aanhoren die nota bene de toekomst beschreef, namelijk de gevangenneming van [de Parthische koning] Vologesus … en dan als hoogtepunt de overwinningsparade waar we zo verlangend naar uitzien. Zo, helemaal bezeten van zijn zienerschap, haast hij zich naar het einde van zijn geschrift. … Hij heeft beloofd over de toekomstige gebeurtenissen in India te zullen schrijven en over de tocht om de aarde via de Buitenste Zee. De Inleiding van zijn ‘Veldtocht tegen India’ is al klaar: het Derde Legioen, met Kelten en een kleine afdeling Mauretaniërs, is onder bevel van Cassius al de Indus overgestoken. Hoe het daar allemaal afloopt en hoe ze de aanval van de olifanten zullen opvangen… onze briljante historicus zal het ons binnenkort vertellen in een brief uit Mouziris of het gebied van de Oxydraken.

Lees verder “Romeinse kamelen”

Sterft “dromedaris” uit?

Pasgeboren dromedarisjes kunnen meteen lopen, zoals deze in een karavanserai in Iran.

Om redenen die u morgen zult begrijpen, ben ik eens gaan turven of de dromedaris in het Nederlands aan het uitsterven is. Ik heb namelijk al jaren de indruk (en blogde daar al over) dat steeds meer mensen het normaal vinden een eenbulter aan te duiden als kameel, hoewel dat een totaal ander dier is, en niet alleen door het dubbele bultenaantal. De dromedaris leeft in het hete Syrië terwijl de kameel is gebouwd op de koude van Centraal-Azië. In mijn herinnering werd het onderscheid vroeger veel preciezer gemaakt. Niemand zou toen hebben gezegd dat het normaal is een dromedaris een kameel te noemen.

Maar goed, dat is slechts mijn indruk. Hoe weet je zeker of die indruk klopt? Ooit zou het uitzoeken eindeloos veel werk hebben gekost maar tegenwoordig zijn er allerlei digitale databanken en doe je het in een paar minuten. Ik heb het eerst geprobeerd bij Nederlab, wat beslist het leukste speeltje is in de taaltuin, maar dat bleek nog niet alle kranten van na 1900 te hebben, terwijl ik die het liefste had. Delpher bood uitkomst, het enorme archief van gedigitaliseerde kranten in de Nationale Bibliotheek.

Lees verder “Sterft “dromedaris” uit?”

Dromedaris

Internet is er om over de hele aarde poezenplaatjes te delen. We willen een basis stichten op Mars om ook interplanetair poezenplaatjes aan elkaar te kunnen tonen. Maar ik wil er vandaag toch even voor pleiten de dromedaris niet te vergeten.

De linker foto is in 2004 gemaakt in een vervallen serail langs de weg van Nain naar Isfahan. Ik herinner het me nog goed. Mijn goede vriend Richard was net een eind de woestijn in gelopen om daar een eolisch sediment te bestuderen (en omdat hij zo graag eens in de woestijn wilde staan roepen) toen mijn zakenpartner en zijn vriendin de dromedaris en haar jong ontwaarden. De baby-dromedaris was pas geboren en kon, zoals u ziet, al op eigen benen staan. Fascinerend.

Lees verder “Dromedaris”

Kameel aan de Rijn

Olielampje met een afbeelding van een kameel (Andreasstift, Worms)

Het Andreasstift in Worms is een leuk museum. Het heeft Keltische, Romeinse en Germaanse voorwerpen, maar vermoedelijk komen de meeste bezoekers voor de enorme kerkzaal die wordt gebruikt voor wisselexposities. Hier vond in 1521 de Rijksdag van Worms plaats, waar Luther zijn ideeën verdedigde. De woorden “Hier stehe ich, Gott helfe mir, ich kann nicht anders” zijn overigens niet historisch, maar dat terzijde. Het museum is tof en kan leuk worden gecombineerd met het interessante Nibelungenmuseum en de mooie Dom, waar het drama van het genoemde heldenlied begint.

Op een bovenverdieping in het museum is het bovenstaande olielampje te zien. Mijn foto is niet geweldig, maar het lampje is dat wel: er staat immers een kameel op. Ik ken maar twee andere Romeinse afbeeldingen van zo’n tweebulter: een munt die de annexatie van Petra herdenkt en een olielampje in het Louvre. Dat is ook niet zo vreemd, want kamelen waren in de Oudheid zeldzaam. Anders dan de dromedaris, die uit het Midden-Oosten komt, komt de kameel uit Afghanistan en de Gobi-woestijn, vér buiten de Grieks-Romeinse wereld.

Lees verder “Kameel aan de Rijn”

Kameel. Dromedaris. Lama

(Trouw, zaterdag 11 april)
(Trouw, zaterdag 11 april)

Je hebt beesten met twee bulten. Die heten in het Nederlands “kameel”, wat is afgeleid van het Griekse kamelos. Je hebt ook beesten met één bult. Die noemen we “dromedaris” en dat komt van het Griekse dromedarios, wat “snelle loper” betekent. Je hebt ook beesten met nul bulten en die noemen we met een leenwoord uit de taal van de Inca’s, het Quechua, “lama”. Drie beesten, allemaal familie, maar wel verschillende soorten.

Het dier op de foto hierboven is dus een dromedaris en niet, zoals in het bijschrift staat, een kameel. Vermoedelijk heeft de maker van het bijschrift gekeken naar een tekst in het Engels, een taal waarin het onderscheid tussen “camel” en “dromedary” weliswaar valt te maken, maar om een of andere reden vaak wordt genegeerd. (Het pakje Camel-sigaretten is het bekendste voorbeeld.)

Lees verder “Kameel. Dromedaris. Lama”

Kamelen voor Van Jole

Pasgeboren dromedarisjes kunnen meteen lopen, zoals deze kleine eenbulter in een karavaanserail in Iran.

Internetjournalist Francesco van Jole twittert vanmorgen dat het ongelooflijk is dat de Bijbel voortdurend kamelen noemt terwijl dat dier nog niet bestond. Hij linkt naar dit artikel en geeft met een emoticon aan dat hij erbij moet lachen, maar een tweet zijnde een tweet kan ik niet bepalen of hij lacht omdat hij verbaasd is, omdat hij het herkent als non-nieuws of omdat hij het wel erg kort door de bocht samenvat.

Voor de goede orde: het dier bestond natuurlijk. Het was alleen nog niet gedomesticeerd. Verder: dat weten we al een kleine eeuw. En de verbazing zou ergens anders om moeten gaan – en betreft een veel serieuzere kwestie. Vandaar deze uitgebreide reactie.

Lees verder “Kamelen voor Van Jole”

Dromedarissen, kamelen en anglicismen

Pasgeboren dromedarisjes kunnen meteen lopen, zoals deze kleine eenbulter in een karavaanserail in Iran.

Effectief schrijven: Aristoteles dacht er al over na en onderscheidde drie zaken waarop je moest letten. Ze zijn nog altijd een makkelijke kapstok voor wie wil leren een overtuigend betoog te schrijven. Zo iemand moet

  • zijn verhaal logisch doen (de argumenten moeten de conclusie schragen);
  • persoonlijk geloofwaardig zijn (Sonja Bakker en Adriaan van Dis moeten niet verontwaardigd doen over plagiaat);
  • het zo brengen dat het publiek uit je hand eet.

Dat laatste houdt bijvoorbeeld in dat je rekening houdt met emoties en verwachtingen die bij het publiek leven. Wie een ander wil overtuigen, doet er meestal niet verstandig aan hem te beledigen. Maar er zijn ook taalkundige verwachtingen die een effectieve schrijver respecteert, bijvoorbeeld bij de woordkeuze. Men mag best zeggen dat “hun” iets hebben gedaan, maar wie het opschrijft, zal een deel van zijn publiek kwijtraken, uit louter ergernis. Irritante, rare en ongebruikelijke woorden dienen, zoals Julius Caesar al opmerkte, te worden vermeden als klippen op zee. Je betoog kan erop stranden.

Lees verder “Dromedarissen, kamelen en anglicismen”