De val van Sirmium

Tegel met inscriptie (Museum van Sremska Mitrovica)

Vandaag de dag is Sremska Mitrovica een vriendelijk provinciestadje in het noorden van Servië. Een mooie kerk, een plein waar je lekker ijs kunt eten en goed bier wordt getapt, een museum met opvallend aardig personeel, her en der wat ruïnes. Weinig doet je vermoeden dat die ruïnes behoorden bij een van de meest roemruchte steden van het Romeinse Rijk: Sirmium. Gelegen aan de Sava, de belangrijke route van Istrië naar de Beneden-Donau, was de stad voorbestemd tot grandeur, en inderdaad: niet minder dan tien Romeinse keizers zijn hier geboren. Mocht u het precies willen weten: het gaat om  Decius (r.249-251), zijn zonen Herennius Decius en Hostilianus (beide in 251), Claudius II (r.268-270) en zijn broer Quintillus (r.270), Aurelianus (r. 270-275), Probus (r.276-282), Maximianus (r. 285-310), Constantius II (r.337-361) en Gratianus (r.367-383). Overigens stierven Claudius II en Probus in hun geboorteplaats, gebruikte Licinius (r.308-324) Sirmium als residentie, organiseerden de christenen er vier synodes en zijn er diverse veldslagen gevochten in de omgeving.

In de vierde eeuw werd het de hoofdstad van de prefectuur van Illyricum, een van de vier administratieve delen van het rijk. Niet minder dan drie legioenen werden toen gebruikt om Sirmium te verdedigen:  IIII FlaviaV Iovia en VI Herculia. Ondanks deze troepeninzet viel de stad in 441 in handen van de Hunnen en toen hun federatie uiteenviel, heersten achtereenvolgens de Ostrogoten en de Gepiden over Sirmium. In 567 herstelde de Byzantijnse heerser Justinus II het keizerlijk gezag. Een complex verhaal met een tragische afloop.

In de winter van 558/559 was in Constantinopel een gezantschap aangekomen van een nog onbekende Centraal-Aziatische stam: de Avaren. Keizer Justinianus had vriendschap gesloten en ze waren westwaarts getrokken, dwars door wat we nu Oekraïne noemen, tot hun leider Baian in 563 om land had verzocht aan de Donau. De Byzantijnen hadden geweigerd en de Avaren waren verder getrokken, helemaal naar West-Europa, waar ze de Franken bedreigden maar zich lieten afkopen en terugkeerden richting Donaugebied.

Daar waren de Byzantijnen inmiddels bezig Byzantijnse orde op zaken te stellen. Of beter: ze lieten het doen door de Gepiden, die steun kregen uit Constantinopel en de Langobarden versloegen. In ruil voor die steun hadden de Gepiden Sirmium zullen afstaan, maar overmoedig geworden weigerden ze hun deel van de afspraak na te komen, waarop de Byzantijnen een nieuwe alliantie sloten, dit keer met de verslagen Langobarden en de teruggekeerde Avaren en gericht tegen de Gepiden. De nieuwe bondgenoten van de keizer behaalden de zege, vernietigden de oude bondgenoot en verdeelden het land: alles ten noorden van de Donau werd Avaars en de Langobarden verwierven het gebied ten zuiden van de rivier, dat ze vervolgens overdroegen aan de Byzantijnen, die hun in ruil daarvoor toestonden Italië te veroveren.

Bent u er nog? Waar het om gaat is dat de Byzantijnen in 567 de prestigieuze stad Sirmium verwierven en dat de Avaren, enigszins tegen de afspraken, land hadden genomen benoorden de Donau. De relatie tussen de twee partijen had haar ups and downs: in 570 versloeg generaal Tiberius de Avaren, vier jaar later versloegen de Avaren de Byzantijnen. In datzelfde jaar werd Tiberius keizer en kwam een verdrag tot stand.

Het bleef niet lang intact want in 579 sloegen de Avaren het beleg op voor Sirmium. De belegering zou eindeloos duren, maar dat kwam niet doordat de Avaren de belegeringskunst niet machtig waren. Integendeel. Eerst bouwden ze een brug over de Sava, waarmee ze Sirmium afsneden van de weg naar Belgrado. Onderhandelingen liepen op niets uit. Met een tweede brug werd de omsingeling voltooid. De tegel die u hierboven ziet, stamt in deze jaren. Met wat geluk herkent u de Griekse letters: “Heer Christus, help de stad de Avaren weerstaan en bescherm het Romeinse Rijk en de schrijver. Amen.”

De bewoners hielden het wonderlijk lang vol. Toen het voedsel op was, slachtten ze de paarden en de katten. Pas in 582, na een blokkade van drie jaar, capituleerde de stad. De Avaren betoonden zich milde overwinnaars, die de verslagenen – welbeschouwd nieuwe onderdanen – wijn en brood gaven. Velen stierven precies daaraan. Wie niet wilde blijven, mocht wegtrekken naar Salona in het huidige Kroatië.

Dit was het einde van de stad én het einde van een van de belangrijkste symbolen van de Romeinse heerschappij. Het was ook het begin van de heerschappij van de Avaren in Centraal-Europa. Hongaren beweren graag dat hun staat, hoewel voorzien van een Magyaarse elite, voortbouwt of het Avaarse koninkrijk. Of dat werkelijk zo is, staat te bezien en we zullen het wel nooit weten: er is te weinig bekend over de Avaren. Wat rijkelijk bizar is, gegeven het feit dat ze vanaf Justinianus tot Karel de Grote in feite de dominante macht waren in Centraal-Europa: een kwart millennium.

[Dit was de 308e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

14 gedachtes over “De val van Sirmium

  1. Frans

    Ik vraag me wel eens af waarom iemand in de derde eeuw überhaupt keizer wilde worden. Het stond gelijk aan het tekenen van je eigen doodvonnis.

    1. Robert

      Tsja, 20-20 hindsight 🙂

      Natuurlijk ging niet elke keizer dood aan moord of oorlog. En de positie had natuurlijk wel enige voordelen. Soms was het ook een vlucht – arrestatie betekende vaak je dood, en usurpatie was dan de enige weg.

      1. Frans

        Ja, dat wordt vrij mooi omschreven door Herodianus over Max Thrax: de soldaten riepen hem tot keizer uit en toen was er geen weg terug meer. Of gedood worden door je eigen mannen of keizer…

    2. De keuze van Achilles: wat wil je, een lang roemloos leven of een kort leven met de zekerheid dat ze na 28 eeuwen nog over je spreken? Voor beide standpunten valt iets te zeggen.

    3. FrankB

      Anderen zullen optimistisch zijn geweest en gedacht hebben dat ze dat doodvonnis wel konden ontlopen. Mensen kunnen zichzelf goed voor de gek houden. Bovendien kost het moeite om voordelen op de korte termijn te laten lopen ook al zijn de nadelen op lange termijn veel groter.

  2. Robert

    “Niet minder dan drie legioenen werden toen gebruikt om Sirmium te verdedigen: IIII Flavia, V Iovia en VI Herculia. Ondanks deze troepeninzet viel de stad in 441 in handen van de Hunnen”

    Dat klinkt als heel veel, maar zelfs als alle drie die eenheden op volle sterkte aanwezig waren voor de verdediging, waren dat maximaal 3.000 soldaten. Maar waarschijnlijker is dat die eenheden niet op volle sterkte waren, of zelfs dat het om delen (vexillationes) ging.

  3. jan kroeze

    Ze slachtten paarden en katten, lees ik. Was de rest al op en wat was dan die eventuele rest?
    Geiten, schapen, ratten,honden?

  4. FrankB

    “Bent u er nog?”
    Jawel, hoor. Klopt het dat de Byzantijnen de Langobarden naar Italië stuurden om de Oost-Gothen dwars te zitten, waar ze net 35 jaar oorlog mee hadden gevoerd?

    “Velen stierven precies daaraan.”
    Dan waren ze er verschrikkelijk aan toe – bij de bevrijding van concentratiekampen in 1945 gebeurde dat ook.

    1. Dat wil ik best aannemen, maar ook na een weekje Serious Request is een normale maaltijd al gevaarlijk. Die jongens krijgen een appeltje en mogen beslist niet zomaar gaan bunkeren.

  5. A. Harmens

    Dat Sirmium lag dus feitelijk naast de kraamkamer van heel veel volken uit de late oudheid en de vroege middeleeuwen. Dat verklaart ook het grote militaire belang van de stad.

    Misschien was die groep Avaren maar een relatief kleine elite die aan het hoofd stond van een grotere alliantie van volkeren. Paulus Diaconus, de Langobardische geschiedschrijver, identificeert ze soms ook weer als Hunnen. Waarschijnlijk wisten veel Franken, Byzantijnen en Langobarden ook niet precies wie of wat die Avaren precies waren.

Reacties zijn gesloten.