Door berg en dal met Hannibal: de Alpen

Op weg naar de Montgenèvre

Ik had u een stukje beloofd over Hannibals opmars naar de Alpen. Het probleem is, zoals ik in eerdere stukjes heb verteld, dat de informatie uit onze bronnen te weinig, te ambigu en te inconsistent is om te passen bij het landschap. De meeste hannibalisten hebben al een idee van de oplossing, bedenken een route om bij hun Col de Teloutel te komen en interpreteren de ambigue informatie om daarbij te passen.

Immers, de in de bronnen vermelde kale rotspartijen, nauwe kloven en steile hellingen zijn overal te vinden, waarbij we nog in het midden zullen laten dat de woorden “kaal”, “nauw” en “steil” vrij vaag zijn. De afstand die Hannibals mannen per dag oprukten, kan al naar gelang het uitkomt de vijftien kilometer zijn die antieke legers normaliter op één dag aflegden, of twintig kilometer omdat Hannibal haast had, of tien kilometer omdat men marcheerde door zwaar terrein. Voeg een marge toe van een kilometer of wat en er is er altijd wel een kale rots, een nauwe kloof of een steile helling te vinden op het punt waar de hannibalist die wil hebben. Als het desondanks niet lukt, is het altijd nog mogelijk aan te nemen dat Livius en Polybios, die allebei dezelfde tekst hebben bewerkt, toevallig allebei hebben verzuimd een vermelding van een markant punt over te nemen.

Peter Connolly pakte het anders aan. Hij zag af van de reconstructie van de route en keek alleen naar wat nu echt bekend was over de eigenlijke pas. Er zijn in feite maar een paar kandidaten (Kleine Sint-Bernard, Mont-Cenis, Clapier, Col de l’Échelle, Montgenèvre, Col de la Traversette, Col de Larche) en enkele gegevens zijn echt heel duidelijk: het moet mogelijk zijn een kamp in de pas te bouwen, vanaf het einde van de pas tot aan de Povlakte is het drie dagen marcheren (maar hoeveel kilometer is dat?), de afdaling is van begin af aan steil en de afdaling loopt van zuid naar noord. Verder noemen de bronnen uitzicht over Italië (maar dat is een literair cliché) en een hinderlaag op één dag voor de pas (maar hoeveel kilometer is dat? en is niet ieder dal daarvoor geschikt?).

Montgenèvre

De pas die aan de meeste voorwaarden voldoet, is de Montgenèvre: vijf uit zes. Je kunt alleen Italië niet zien, maar dat is niet het zwaarst wegende kenmerk. Bezwaarlijker is dat het niet duidelijk is hoe Hannibal vanaf het Eiland, waarvan men aanneemt dat het tussen Rhône en Isère lag, bij de bovenloop van de Durance is gekomen. Ik schreef als dat het leger door de vallei van de Drac kan zijn gekomen maar het is een verlegenheidsoplossing.

Kortom: we weten het niet en in mijn boek leg ik dat uit. U kunt het al bestellen. In alle bescheidenheid durf ik te zeggen: u doet uzelf er een plezier mee, u doet ook uw vrienden en buren er een plezier mee, dus bestel er gewoon drie tegelijk en dan hebt u in januari iets leuks voor uzelf en om cadeau te doen.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Een gedachte over “Door berg en dal met Hannibal: de Alpen

  1. Robbert

    Wat kan er gespeculeerd worden over primaire bronnen? Verslag van een overloper of krijgsgevangene, door Romeinen opgetekend? Een verslag van Hannibal of stafleden, bewaard in Carthago en later gevonden? Werden van belangrijke veldtochten of veldslagen toentertijd als routine verslagen gemaakt? Of meer waarschijnlijk mondelinge overlevering in leidende kringen? Of kennisuitwisseling via brieven?
    De bron van Polybius schreef je, was waarschijnlijk ook de bron van Livius, dus die bron zal die iets op schrift hebben gesteld. Hij kan een ooggetuige zijn geweest, of verslaglegger, of meer op afstand, ook geschiedschrijver.
    Deze vragen en bespiegelingen zullen de waarheid niet boven tafel brengen, maar is er in het algemeen iets over te zeggen?

Reacties zijn gesloten.