De Siciliaanse Expeditie (5)

Grafmonument van een hopliet (Archeologisch Museum, Peiraieus)

[Dit is het voorlaatste deel van een zesdelige reeks over de Siciliaanse Expeditie waarmee Athene probeerde Syracuse te onderwerpen. Het eerste deel is hier.]

Nu de verslagen Atheners hun vertrek uitstelden, konden de Syracusanen hun geluk niet op. Onmiddellijk blokkeerden ze de ingang van de Grote Haven. Hun tegenstanders deden een wanhopige poging uit te breken, maar in de zeeslag bleken de Atheense triëren geen partij meer te zijn voor die van Syracuse. Voor de Atheners was nu bijna alles verloren, want ze hadden zelfs geen schepen meer om naar huis te varen. Het enige wat erop zat was proberen hun basis in Katana te bereiken. En dus marcheerden ze langs de rivier de Anapos landinwaarts, in de hoop zich een weg door het laaggebergte te kunnen banen. De afwezigheid van cavalerie bleek nu fataal. Thoukydides heeft een huiveringwekkende beschrijving van de ondergang van de Atheners, hier geboden in de vertaling van M.A. Schwartz.

De Syracusanen zaten hen voortdurend op het lijf; de ruiters reden langs en de lichtbewapenden bestookten hen met speren. De Atheners kwamen die dag ongeveer acht kilometer vooruit en kampeerden daarna voor de nacht aan de voet van een heuvel. De volgende ochtend gingen zij vroeg op weg en vorderden zij ongeveer vier kilometer, tot zij een vlak terrein bereikten, waar ze hun legerplaats opsloegen met de bedoeling in deze bewoonde streek iets eetbaars uit de huizen weg te halen en vandaar water mee te nemen, want in het vóór hen gelegen terrein was er over vele mijlen niet veel water te vinden.

Ondertussen waren de Syracusanen voortgetrokken en blokkeerden zij de weg die voor hen lag. Daar was een hoge heuvel met aan weerszijden een steile kloof, de rots van Akra genaamd. De volgende dag braken de Atheners opnieuw op, maar de talrijke ruiters en speerwerpers van de Syracusanen en hun bondgenoten reden aan weerszijden langs en beschoten hen en hielden hen tegen. Een tijdlang hielden de Atheners de strijd vol; daarna keerden zij naar dezelfde legerplaats terug, waar zij niet genoeg meer te eten hadden, want wegens de vijandelijke ruiters konden zij zich niet van het kamp verwijderen.

In de buurt van Akra, het huidige Palazzolo Acreide, concludeerde Nikias dat het onmogelijk was verder door de bergen te trekken. In de nacht trokken de Atheners weg in de enige richting die de Syracusanen niet verwachtten: het zuiden.

Zoals het wel meer gaat met legers, vooral met de grootste, dat zij plotseling in vrees en schrik geraken, vooral in de nacht op een mars door vijandelijk gebied met een vijand in de buurt, ontstond ook nu paniek. Het door Nikias aangevoerde gedeelte bleef bijeen en kreeg een grote voorsprong, maar de afdeling van Demosthenes, ongeveer de helft of meer, werd van de anderen gescheiden en marcheerde vrij ordeloos voort. Toch bereikten ze bij het aanbreken van de dageraad de zee.

Bij het huidige Cassibile bleek dat ook de uitgehongerde Atheners nog niet verslagen waren. Een Syracusaans detachement dat probeerde de vijand te beletten een rivier over te steken, werd teruggeworpen. De Syracusaanse hoofdmacht kwam echter al snel achter de Atheners aan en haalde de troepen van Demosthenes in. Die konden niet anders dan zich overgeven, maar ze waren niet volledig gedemoraliseerd. De Atheense bondgenoten weigerden namelijk een betere behandeling te ondergaan dan de Atheners:

Toen de Syracusanen de Atheners en hun bondgenoten de gehele dag hadden bestookt en zagen dat zij uitgeput waren door wonden en ellende, lieten Gylippos en de Syracusanen en hun bondgenoten door een heraut afkondigen dat de eilandbewoners, als ze dat wilden, zich bij hen konden aansluiten en hun vrijheid verkrijgen. Een paar steden – niet vele – deden dit. Daarna kwam er ook met de anderen een overeenkomst tot stand, zodat het gehele leger van Demosthenes de wapens overgaf op voorwaarde dat niemand door geweld of door gevangenschap of door gebrek aan het noodzakelijkste voedsel zou worden gedood. In het geheel waren het zesduizend man die zich toen overgaven. Al het zilver dat zij bezaten leverden ze in en wierpen ze in omgedraaide schilden; dat werden vier schilden vol.

Thoukydides hoefde niet te vertellen wat elke lezer destijds wist: slaven konden worden vrijgekocht en de krijgsgevangenen mochten erop hopen hun vaderland en geliefden terug te zien.

[Wordt vervolgd]

[Dit stukje wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

4 gedachtes over “De Siciliaanse Expeditie (5)

Reacties zijn gesloten.