Chrodoara van Amay

Sarcofaag van Chrodoaray van Amay

Twee jaar geleden maakte ik een fietstocht door de Maasvallei. Hoewel de coronamaatregelen op dat moment niet meer zo streng waren, bleken de archeologische musea die ik had willen bezoeken, zonder uitzondering gesloten. Dat gold ook voor de kapittelkerk van Amay, dat u zo’n vijfentwintig kilometer stroomopwaarts van Luik moet zoeken. Daar is een belangrijk Merovingisch graf, maar de kerk was en bleef gesloten. Gisteren had ik meer geluk. Heel veel geluk zelfs, want we arriveerden toen de kerk eigenlijk al dicht was, maar een vriendelijke mevrouw die het wat sneu vond dat ik voor de tweede keer voor niets was gekomen, gaf ons een uitgebreide rondleiding. En zo zag ik dan toch de sarcofaag van Chrodoara van Amay. Het is wat overdreven die aan te duiden als de belangrijkste archeologische vondst in de Lage Landen sinds de opgraving van Dorestad, maar het graf behoort zeker in een top-tien.

Chrodoara

De sarcofaag is in 1977 aangetroffen onder de apsis van de kerk. De inscriptie S(an)C(t)A CHRODOARA identificeerde de overledene, en er bleek ook een kort  rijmpje dat vertelde dat ze had behoord tot de nobilitas (de allerhoogste adel) en dat ze uit haar eigen vermogen heiligdommen had gesticht. Dat edellieden uit eigen vermogen schenkingen deden, was blijkbaar vermeldenswaard.

Het interessante is dat Chrodoara van Amay ook is afgebeeld, met een staf die haar identificeert als moeder-overste van een klooster en een sluier zoals een niet-hertrouwde weduwe droeg. Het was in later tijden gebruikelijk dat een overledene liggend werd afgebeeld – hier is Plectrudis – maar vooralsnog is Chrodoara de oudst-bekende. Ze is overleden vóór 634, het jaar waarin haar stoffelijk overschot opnieuw werd begraven.

We kennen haar vooral uit een dertiende-eeuws heiligenleven, dat vertelt hoe ze was getrouwd met Boggis of Bodogisel, een hoveling van de Merovingische koningen Sigebert I en Childebert II. Die stuurde hem rond 588 voor een gezantschap naar keizer Maurikios in Constantinopel, maar op de terugweg kwam Bodogisel aan in Karthago, waar een kwade menigte hem lynchte. We weten niet waarom. Chrodoara wijdde na de dood van haar echtgenoot een kerk aan Sint-Joris en stichtte een klooster in Amay.

Welk christendom?

Kloosters bestonden natuurlijk al. Maar een duidelijk christendom, dat was er niet. Grosso modo was Europa verdeeld in drie tradities. Enerzijds was er een Italiaanse traditie, met de paus als bekendste vertegenwoordiger. Dat was in deze tijd Gregorius I. De tweede traditie wortelde in Constantinopel, waar de keizer en de beste theologen van die tijd resideerden. De derde traditie was de Ierse. Monniken uit deze regio waren ontzettend actief om hun levenswijze naar het Continent over te brengen. Representatief is Columbanus, die in deze jaren enkele kloosters stichtte in het Frankische Rijk. Er waren tussen deze drie stromingen allerlei grote en kleine verschillen, zoals de wijze waarop de paasdatum berekend moest worden.

Chrodoara lijkt geen keuze te hebben willen maken. Haar sarcofaag heeft namelijk een bijzonder trekje. Zie de tekening.

De decoratie aan de ene zijde is geïnspireerd door de Ierse kunst, met allerlei mooie lijnen en knopen. De andere zijde is daarentegen geïnspireerd op de guirlandes en meanders van de klassieke kunst. Mijn vriendelijke gids vertelde dat dit een aanwijzing was dat ze beide tradities op waarde schatte. (Het is overigens denkbaar dat de sarcofaag wat jonger is en behoort bij de herbegraving van 634 of een latere herbegraving. Ik laat dit rusten.)

Ook het oosterse christendom speelde een rol in Amay. Chrodoara wijdde de door haar gebouwde kerk namelijk aan Sint-Joris, een in het oosten populaire heilige. Dat zij zélf de stichter was van de kerk, werd met de opgraving duidelijk.

Het belang

Zo illustreert de opgraving in Amay een pluriform christendom en een vrouw die aansluiting zocht bij drie stromingen. Vóór 1977 had niemand zoiets verwacht in het vroegmiddeleeuwse Maasland, laat staan in Amay, dat toch een bescheiden dorp is. Chrodoara is, zonder veel overdrijving, de eerste persoon in de Lage landen waarvan we een theologisch programma kennen.

Dertiende-eeuwse reliekschrijn van Sint-Oda

Chrodoijnen

Het heiligenleven is geschreven in de dertiende eeuw en is natuurlijk niet 101% betrouwbaar. In die tekst is de naam “Chrodoara” bijvoorbeeld veranderd in “Oda”. Dat is ook de naam waaronder ze bekend is geworden. (Zo staat de kerk in Amay bekend als die van Sint-Joris en Sint-Oda.) Het heiligenleven zegt ook dat ze uit zuidelijk Gallië kwam, maar het element /chrodo/ is het beste gedocumenteerd in Noordoost-Gallië. Dat lijkt een aannemelijker geboortestreek.

Chrodoara moet hebben behoord tot de Chrodoijnen, een belangrijke familie met bezittingen in het Rijn- en Maasland en ook rond Trier. De familie zou later overschaduwd worden door de Karolingen, die uiteindelijk een einde maakten aan de heerschappij van de Merovingen en het Frankische koningschap opeisten.

De Chrodoijnen kunnen de cultus van Chrodoara van Amay hebben gepropageerd. We weten zelfs wie: Chrodoara en Bodogisel waren namelijk de ouders van Arnulf van Metz, een van de belangrijkste edelen van vroege zevende eeuw. Hij kan zijn moeder bij haar leven hebben gesteund en kan na haar dood hebben aangedrongen op cultische verering.

10 gedachtes over “Chrodoara van Amay

  1. Ben Spaans

    Doctrinair zullen de verschillen tussen de drie stromingen minder zijn geweest dan die met Arianen, Monofysieten en Nestorianen e.d.

    1. Ik weet het niet. Dit was de tijd van het “schisma van de drie kapittels” tussen Rome en Constantinopel (553-698). Het is een welverdiend vergeten conflict, maar het hield de gemoederen destijds bezig. Om de paasdatumkwestie (en andere conflicten tussen Rome en Ierland) op te lossen, werd in de 664 Synode van Whitby samengeroepen.

      Minimaal bij de geestelijkheid werden de problemen ervaren als reëel. In hoeverre zij representatief zijn voor de rest van de gelovigen, over wie we weinig weten, is een open vraag. Zelf vermoed ik dat er weinig scherpslijpers zijn geweest; de doctrine was zo belangrijk niet.

  2. Ben Spaans

    Geen van de drie heeft elkaar uiteindelijk ‘verketterd’ volgens mij. In elk geval niet tot 1054.
    Was de paasdatum net zo’n explosief onderwerp als de discussie over de ‘naturen’ en ‘willen’ van Jezus?

  3. Adriaan Gaastra

    Ik weet niet of je van drie duidelijk gescheiden theologische tradities kunt spreken. Columbanus was sowieso geen groot theoloog. Zijn teksten zijn meer op boetedoening gericht, maar daarin heeft hij ook veel raakvlakken met tijdgenoot en paus Gregorius de Grote. Het is meer een kwestie van benadering. Gallië had al de paastabellen van Victorius, Rome die van Dionysius en de Ieren weer iets anders. Gregorius de Grote maakte het niets uit dat iedere regio haar eigen gebruiken had, als Pasen maar gevierd werd.

    1. Ik denk dat je daarin gelijk hebt. Mijn punt is ook minder dat het heel verschillende, scherp gedefinieerde tradities zijn, dan dat deze dame er geen been in zag in het Latijnse westen een oosterse heilige te introduceren en dat haar nabestaanden een sarcofaag maakten die niet, zoals altijd, symmetrisch was, maar die bewust leende uit twee tradities. Ik vind die keuze voor pluriformiteit boeiend. Zonder deze sarcofaag zouden we het niet hebben geweten.

  4. Theo de Graaff

    Een heel mooie sarcofaag Jona met een bijzondere decoratie. Ik heb ook eens voor de kerk van Amay gestaan maar hij was helaas gesloten. Ik heb S. Lammers “Medieval Christian Interments in Stone: Monolithic Limestone Sarcophagi (ROB papers), 1987” er even op nageslagen. Oda staat er ook in.
    ‘Het was in later tijden gebruikelijk dat een overledene liggend werd afgebeeld’.
    Bij Lammers vind je er nog wel meer, alleen is jammer dat de datering van deze exemplaren niet zeker is. En die van Plectruda is inderdaad jonger.
    Er zijn so-wie-so veel verschillende vormen voor sarcofagen. En dan lijkt het me dat de kalksteen sarcofagen uit het gebied van de bovenloop van de Maas wat makkelijker te bewerken zijn dan de zandstenen sarcofagen uit het gebied van de bovenloop van de Rijn.
    ‘Amay was maar een bescheiden dorp’.
    Maar het lag wel in het toenmalige centrum van het Frankische rijk.

    1. Ja, klopt, maar voor zover valt na te gaan was het een laat-Romeinse / Merovingische militaire post bij een brug. Wel logisch om een klooster te bouwen en een kerk te wijden aan een krijgers-heilige: de bescherming was er.

  5. Geerke Simons

    Voor vrouwen in de kerk was er wel een groot verschil. In de Ierse kerk hadden vrouwen een grotere rol, werkten ook in het rechtsysteem. “Whitby” leidde tot de “nederlaag” van de Ierse variant. Is trouwens aardige detective reeks op gebaseerd (meer historie dan detective). Peter Tremayne schreeft de reeks Zuster Fidelma

    1. En die Ierse vrouwen, die zijn nog weg-geredigeerd ook. Bisschop Birgid, toch echt een vrouw, duikt vanaf de Late Middeleeuwen als man op. Dat is uiteraard gecorrigeerd in de negentiende eeuw.

Reacties zijn gesloten.