Licht

Vier is beter dan één (Wetenschapsmuseum, Valencia)

De bovenstaande foto doet u wellicht denken aan een van de beroemdste kunstwerken uit de afgelopen eeuw, maar dat is helaas in zwartwit, terwijl ik het vandaag wil hebben over kleur. Iets wat natuurlijk feitelijk niet bestaat: het is slechts de visualisering die onze hersenen geven aan de door de kegeltjes in onze ogen geregistreerde elektromagnetische straling. Anders gezegd, onze ogen kunnen straling met een golflengte tussen de 380 en 780 nanometer waarnemen en onze hersenen zetten die waarneming om in violet, blauw, groen, geel, oranje en rood. Kortere golflengtes, die we dus niet kunnen zien, noemen we ultraviolet. Ze zijn energierijker per deeltje (foton), met röntgenstraling als extreem voorbeeld. Golflengtes langer dan 780 nanometer heten infrarood en zijn minder energierijk.

Een kleur is dus niets anders dan onze mentale interpretatie van een golflengte. Een van de doorbraken van de twintigste-eeuwse wetenschap is nu dat we de golflengtes die onze ogen niet kunnen registreren, toch kunnen bestuderen. Dat is, althans in principe, heel simpel: je bouwt een apparaat dat voor het oog niet waarneembare golflengtes kan ontvangen (zoals een radio-ontvanger). Omdat je diverse golflengtes analyseert, heet zo’n apparaat een multispectrale camera.

Lees verder “Licht”

Een meerkleurig grafpaneel

Attisch grafpaneel (KMKG, Brussel)

Dat de Oudheid veel kleurrijker is geweest dan oudheidkundigen haar voorstelden in de achttiende eeuw, veronderstel ik bekend. Anders had u vorig jaar maar naar de kleurrijke expositie in Tongeren moeten gaan. Meestal wordt de veelkleurigheid geïllustreerd aan de hand van sculptuur: reliëfs, standbeelden. Op steen zijn verfsporen redelijk goed herkenbaar, eventueel met ultraviolet of infrarood licht. Maar men beschilderde in de Oudheid ook andere materialen, zoals hout en terracotta.

Neem de afbeelding hierboven, die ergens rond 535 v.Chr. in Athene of omgeving is vervaardigd en nu is te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. Het is een zogeheten grafpaneel, dus een afbeelding op een grafmonument, waar ook andere panelen op waren bevestigd. Die tonen mannen die de overledene de laatste eer bewijzen en de voorbereidingen van de begrafenisstoet. Omdat de afbeelding hierboven niet heel duidelijk is, is hieronder een moderne reconstructie.

Lees verder “Een meerkleurig grafpaneel”

Mummieportretten in Amsterdam

Mummieportret uit Luxor (Louvre, Parijs)

Henry Salt was van 1815 tot 1827 de Britse consul-generaal in Egypte. Hij is ook een vrijwel vergeten geleerde, maar niet de onbelangrijkste. Toen Champollion in 1822 het systeem van de hiërogliefen had begrepen en erover had gepubliceerd, paste Salt het ontdekte principe toe op enkele nog niet in Europa bekende inscripties. Omdat hij een betekenisvolle tekst kon reconstrueren, was er een argument dat Champollion het bij het rechte eind had. Salt deed ook een andere ontdekking: in 1826 verwierf hij in Luxor het bovenstaande mummieportret, dat sindsdien behoort tot de collectie van het Louvre. Het was een van de eerste mummieportretten in een Europese collectie – en het trok destijds niet veel aandacht.

Dat veranderde in 1887, toen de Franse arts Daniel-Marie Fouquet twee soortgelijke portretten aantrof in een (al geplunderde) grot in de Fayyum: de regio rond een groot meer ten zuidwesten van Cairo. Sindsdien noemde men deze op hout aangebrachte schilderingen “Fayyumportretten”.

Lees verder “Mummieportretten in Amsterdam”

Thermografie

Warmteverlies in De Pijp in Amsterdam (© Gemeente Amsterdam)

Thermografie, daar had ik nog nooit van gehoord. Vladimir Stissi, die weleens reageert op deze blog, legde het me onlangs bij een kop koffie uit. Het komt erop neer dat een archeoloog de temperatuurverschillen registreert om te onderzoeken wat er in de bodem zit. Als er bijvoorbeeld zonlicht op een stuk land valt, neemt de bodem warmte op, en afhankelijk van wat er in de grond zit gebeurt dat langzaam of snel, zoals de warmte later ook langzaam of snel wordt afgestaan. Klei en zand reageren anders dan steen of metaal. Het verschil tussen dag en nacht is al voldoende om patronen te herkennen.

Infrarood

Het meetinstrument is een infraroodcamera aan een vlieger, vliegtuig of drone, al zou het ook met een satelliet moeten kunnen. Het is wel zaak om op verschillende momenten van de dag te meten, want zowel de opname van warmte als het afstaan van warmte bieden informatie. Je kunt ook kijken naar vochtigheid: hoe snel neemt de bodem vocht op? De methode is natuurlijk niet specifiek voor de archeologie. U kent waarschijnlijk de thermogrammen wel waarop het energieverlies in stadswijken is te zien. Voor archeologen is deze methode echter een geavanceerde manier om soil marks te registreren.

Lees verder “Thermografie”

De papyri van Herculaneum

De papyri van Herculaneum, waarvan u er in 2007 enkele gezien kunt hebben in het Nijmeegse Valkhofmuseum, moeten voor classici een tantaluskwelling zijn. De geleerden weten dat deze teksten bestaan, willen er dolgraag bij maar kunnen dat niet. De boekrollen zijn namelijk gevonden in een Romeins landhuis dat in het jaar 79 na Chr. door de Vesuvius is verwoest. De kwetsbare papyrusrollen zijn volledig verkoold.

Om ze te lezen, moeten onderzoekers de beschadigde rollen eerst afrollen, wat het gevaar met zich meebrengt dat ze verpulveren. Men is dus terughoudend en daarom zijn er nog veel onbeantwoorde vragen. We weten bijvoorbeeld nog niet om hoeveel teksten het gaat. De schattingen lopen uiteen van de 650 tot 1100 werken.

Lees verder “De papyri van Herculaneum”

Terugblik 2021: Digitale paleografie

Vergilius‘ Bucolica: hoeveel handschriften herkent u? (Vaticaanse Musea, Rome)

De website Archeologie Online, de online-versie van Archeologie Magazine, bood eind vorig jaar een lijstje van de tien meest bijzondere archeologische vondsten van 2021. Het zijn inderdaad vondsten, het zijn er inderdaad tien en het zijn bovendien vondsten die méér waren dan oudheidkundige standaard-aandachttrekkerij. De redactie bespaart ons dus dat in Nazaret alweer het huis van Jezus is gevonden – dit jaar, vorig jaar.

U stoorde zich terecht aan wat u dacht dat een grapje was: “het zijn inderdaad vondsten”. Maar het was geen grapje. Ik schreef het met een reden. Vondsten zijn immers slechts een aspect van de archeologie. Voor de gezondheid van het vak zijn ze zelfs niet ter zake. We stellen wetenschappelijke gezondheid immers enerzijds vast door te kijken naar nieuwe methoden en de daaruit voortvloeiende nieuwe soorten inzicht, en anderzijds door te kijken naar wat een vak bijdraagt aan andere vakken. Ik wil het lijstje van Archeologie Online daarom aanvullen met een Nederlandse doorbraak.

Lees verder “Terugblik 2021: Digitale paleografie”

Palimpsesten en verkoolde boekrollen

Fragmenten van de Derveni-papyrus (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Een oudheidkundige beschikt over ruwweg drie soorten data: teksten, archeologische vondsten en etnografische vergelijkingen. Je kunt het DNA daar als vierde aan toevoegen en er is informatie die in beide groepen valt – een opgegraven inscriptie, papyrus, munt of kleitablet is zowel tekst als vondst – maar dit is het wel zo ongeveer. Sommige databestanden groeien snel, zoals de verzameling archeologische vondsten; andere groeien wat langzamer, zoals het aantal kleitabletten; en weer andere data-categorieën zijn stabiel. Er zit althans nauwelijks groei in het aantal Griekse en Latijnse literaire teksten.

Maar toch, er zijn palimpsesten: stukken perkament waar de oorspronkelijke tekst van is afgeschraapt om het opnieuw te kunnen beschrijven, zodat er onder een goed leesbare tekst nog een oudere, minder goed leesbare tekst zit. De beroemdste recente palimpsest is de Archimedes-codex: een dertiende-eeuws gebedsboek, geschreven op bladzijden waarop twee onbekende traktaten van de Griekse geleerde Archimedes te lezen waren.

Lees verder “Palimpsesten en verkoolde boekrollen”

De Derveni-papyrus

De Derveni-papyrus (Archeologisch Museum van Thessaloniki)
De Derveni-papyrus (Archeologisch Museum van Thessaloniki)

De bovenstaande snippers zijn gevonden in Derveni, een dorpje in Noord-Griekenland. Ze zijn bij de crematie van een voorname Macedoniër aan de dode meegegeven en daarom – u raadt het al – verbrand. Dat maakt het wat lastig om de tekst te lezen, maar van de andere kant: deze papyrus ís er tenminste en kán worden ontcijferd. Andere papyri uit Griekenland, die niet zijn verbrand, zijn verloren gegaan, net als alle papyri die ooit in Nederland en Vlaanderen moeten hebben gecirculeerd.

Met speciaal licht – ik vergeet altijd of het infrarood of ultraviolet is – kan iets van de tekst worden gezien. Een eerste conclusie is dan, nog voordat de tekst is gelezen, te baseren op de vorm van de letters: die dateren uit de vierde eeuw v.Chr., vermoedelijk uit het derde kwart. De tekst is dus geschreven tijdens de regering van Filippos II of Alexander de Grote en documenteert hoe althans sommige aristocraten dachten die deelnamen aan de expeditie tegen het Perzische Rijk.

Lees verder “De Derveni-papyrus”

Dode-Zee-rollen

Twee snippers van de Dode-Zee-rollen met daarop de tekst van Prediker (Jordan Museum, Amman)

De Dode-Zee-rollen zijn een enorme verzameling joodse teksten uit de periode van 200 v.Chr. tot 70 na Chr. Ze zijn tussen 1947 en 1956 ontdekt op een plek die Qumran heet: aanvankelijk zo’n 700 perkamentfragmenten, waarvan men aannam dat ze behoorden tot niet minder dan zeventig teksten, en later kwamen daar nog 15.000 snippers uit Grot 4 bij.

Veel van de boekrollen bevatten welbekende Bijbelteksten, zij het vaak in varianten die we nog niet kenden, zodat we nu beter kunnen reconstrueren wat ooit bedoeld moet zijn geweest. Talloze begrippen uit het vroege christendom, zoals het woord “messias” en de uitdrukking “het nieuwe verbond”, kunnen we nu van meer context voorzien.

Lees verder “Dode-Zee-rollen”