Grotefend en het spijkerschrift

Persepolis, inscriptie DPa

Het verhaal van Champollions ontcijfering van de hiëroglyfen is vaak genoeg verteld. Ik heb er lang geleden weleens een filmpje over gemaakt. Hoe een codebreker uit de Tweede Wereldoorlog, Michael Ventris, erin slaagde het Lineair-B te lezen, heb ik ook weleens aangestipt. Dat is eveneens een bekend verhaal. Over de ontcijfering van het spijkerschrift hebben we het op deze blog echter nooit gehad, terwijl dat een leuke puzzel is geweest.

Spijkerschriften

Maar eerst even dit. Er zijn verschillende soorten spijkerschrift. Het voornaamste is het Babylonische, dat ook door de Assyriërs werd gebruikt. Het is afgeleid van het Sumerische spijkerschrift. Verder hadden de Elamieten een eigen spijkerschrift, en toen de Perzen eenmaal in het Nabije Oosten de macht hadden, voelden ze zich aan hun stand verplicht ook een eigen schrift te hebben. Dat gebruikten ze in hun koninklijke inscripties, vaak in combinatie met andere schriftsoorten – kijk maar hier.

Lees verder “Grotefend en het spijkerschrift”

Mummieportretten in Amsterdam

Mummieportret uit Luxor (Louvre, Parijs)

Henry Salt was van 1815 tot 1827 de Britse consul-generaal in Egypte. Hij is ook een vrijwel vergeten geleerde, maar niet de onbelangrijkste. Toen Champollion in 1822 het systeem van de hiërogliefen had begrepen en erover had gepubliceerd, paste Salt het ontdekte principe toe op enkele nog niet in Europa bekende inscripties. Omdat hij een betekenisvolle tekst kon reconstrueren, was er een argument dat Champollion het bij het rechte eind had. Salt deed ook een andere ontdekking: in 1826 verwierf hij in Luxor het bovenstaande mummieportret, dat sindsdien behoort tot de collectie van het Louvre. Het was een van de eerste mummieportretten in een Europese collectie – en het trok destijds niet veel aandacht.

Dat veranderde in 1887, toen de Franse arts Daniel-Marie Fouquet twee soortgelijke portretten aantrof in een (al geplunderde) grot in de Fayyum: de regio rond een groot meer ten zuidwesten van Cairo. Sindsdien noemde men deze op hout aangebrachte schilderingen “Fayyumportretten”.

Lees verder “Mummieportretten in Amsterdam”

De Kopten (1)

Reliëf uit Oxyrhynchos, vijfde eeuw (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Hé, heb ik nog nooit geblogd over de Kopten? Heb ik echt nog nooit geschreven over die fascinerende laatantieke beschaving? Daar moet rap verandering in komen. Eerst maar eens een woord over de wijze waarop ze in West-Europa in beeld zijn gekomen. Helaas niet om wie ze zelf waren, maar om iets dat voor Europeanen interessant was (zoals ook ik vooral over ze schrijf omdat ze relevant zijn voor mijn blog). Daarna hebben we het over zaken als hun taal en literatuur. Morgen behandel ik dan het christendom, de kunst en de wijze waarop ze zijn gemarginaliseerd.

Ontdekking

De Kopten zijn natuurlijk altijd bekend geweest. Het zijn de christenen van het gebied langs de Nijl. In de vijfde eeuw scheidden hun wegen van die van de aanhangers van de Romeinse staatskerk en sindsdien beschouwden Europeanen de Kopten als afgedwaalden. Dat ze Arabisch gingen spreken, zal weinig hebben bijgedragen aan het begrip, want met die taal leken de Kopten op moslims. Hun liturgische taal, die we Koptisch noemen, was echter een voortzetting van het oud-Egyptisch. En dat maakte de Kopten vanaf de achttiende eeuw ineens interessant. Jean-François Champollion zou rond 1822 het Koptisch gebruiken als sleutel bij de ontcijfering van de hiërogliefen en het Egyptisch van de farao’s.

Lees verder “De Kopten (1)”

Archeologie in het Ottomaanse Rijk (2)

Osman Hamdi, de belangrijkste archeoloog van het Ottomaanse Rijk (Archeologische Musea, Istanbul)

De vijftien essays uit Scramble for the Past belichten een verhaal dat onder oudheidkundigen zeker niet onbekend is. Een archeoloog, die tijdens zijn studie Triggers History of Archaeological Thought heeft gelezen, of een assyrioloog, die Larsens Conquest of Assyria las, kent althans sommige hoofdlijnen en redacteuren Zainab Bahrani, Zeynep Çelik en Edhem Eldem vatten die, enigszins ten overvloede, nog eens samen in hun inleiding.

Europese avonturiers

De Description de l’Égypte. Rechtsbovenaan verjaagt de zonnegod Bonaparte de inheemse barbarij.

Europa heeft altijd belangstelling gehad voor het Nabije Oosten, waarvan men wist dat er eeuwenoude beschavingen hadden bestaan. Er is een doorlopende traditie van verre reizen, die al vaker is beschreven (bijv. door Wolff in How Many Miles to Babylon?). Aan het begin van de negentiende eeuw werd deze belangstelling echter meer wetenschappelijk, waarbij een belangrijke rol was weggelegd voor de Description de l’Égypte, het tussen 1809 en 1822 verschenen rapport van de onderzoekers die (tot ongenoegen van de jonge generaal Bonaparte) in 1798 meegingen met het Franse expeditieleger naar Egypte. Toen Jacques-Joseph Champollion de hiërogliefen ontcijferde, was duidelijk dat onze kennis van de oudste beschavingen daadwerkelijk vergroot kon worden, en dit bevorderde nog meer onderzoek.

Lees verder “Archeologie in het Ottomaanse Rijk (2)”

Archeologie in het Ottomaanse Rijk (1)

Vroeg-twintigste-eeuwse eeconstructie van een boerderij uit het oude Nabije Oosten (Museumpark Orientalis)

In 1911, vlak voor het begin van de Italiaans-Turkse Oorlog, keerden enkele Nederlandse wetenschappers en kunstenaars terug van een expeditie door het Ottomaanse Rijk. Vijf jaar lang hadden ze in Palestina, Jordanië en Syrië de Romeinse en Joodse oudheden gedocumenteerd, en ook de eigentijdse gebouwen en gewoontes. Het was nog behoorlijk spannend geweest. Twee deelnemers keerden niet terug. Aan avontuur geen gebrek.

Het resultaat is het huidige museumpark Orientalis bij Nijmegen, dat ruim een eeuw geleden werd geopend om katholieken te tonen hoe Jezus had geleefd. De “Heilig Land-Stichting”, zoals het park destijds heette, was daarmee een van ’s werelds oudste living history-parken. Elk detail van de reconstructies was verantwoord, zelfs als het niet is volgens de huidige inzichten. Het is maar één voorbeeld van de wijze waarop de kennismaking met het Ottomaanse Rijk onze visie op het oude Nabije Oosten heeft veranderd.

Lees verder “Archeologie in het Ottomaanse Rijk (1)”

Hoe lezen we hiërogliefen?

Zomaar wat hiërogliefen (Museo Barracco, Rome)

Dat was dus een leuk gesprek, alweer ruim een jaar geleden, in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden: egyptologe, bling-specialiste, archeologe, schrijfster en door-en-door leuk mens Sigrid van Roode legde me voor de camera’s uit hoe de hiërogliefen en de oude Egyptische taal zijn ontcijferd.

Een deel van haar betoog kent u misschien wel, zoals het verhaal van de Steen van Rosetta, de cartouches en de rol van Champollion. Ik wil niet beweren dat het algemeen bekend is, maar het behoort wel tot de meer bekende informatie over de oude wereld. Een ander deel is misschien wat minder bekend, zoals het belang van kwantificatie van het aantal tekens. Plus de betekenis van het woord wiwi.

Lees verder “Hoe lezen we hiërogliefen?”

Fietsen naar Thessaloniki: de Alpen

Op weg naar de Alpen: fiets met volle tassen.

Ik heb u al eens verteld over Peter Connolly, de Britse tekenaar die zoveel heeft gedaan voor de bestudering van de antieke krijgskunst. Je kunt de redacteuren die beeldmateriaal gebruiken om de oude wereld te tonen, rustig indelen in twee groepen: degenen die menen dat een rechtenvrij Renaissance-schilderij of een negentiende-eeuwse gravure goed genoeg zijn en degenen die wél de kwaliteit willen die Connolly haalde. Hij kon echter ook goed schrijven en het was zijn verhaal over Hannibal dat me ertoe bracht de Alpen over te gaan. [[Vul hier zelf uw grap over olifanten en fietsen in.]]

Over de vraag welke pas Hannibal heeft genomen, is veel geschreven, maar voor zover ik kan zien heeft Connolly het probleem al in de jaren zeventig nuchter tot normale proporties teruggebracht en opgelost. U leest hier mijn mening. Het ging om de Col de Montgenèvre tussen Briançon en Turijn. En daarover wilde ook ik Italië binnenrijden.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: de Alpen”

De lol van geschiedenis (1)

Alexander met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)

Het jaar weet ik niet. Maar als u er belang in stelt, lezer, dan moet het ergens rond 2004 zijn geweest. In elk geval was het na middernacht.

Ik werkte al een tijdje aan een boek over Alexander de Grote en bestudeerde met Bert van der Spek (Vrije Universiteit) de voortekens rond de dood van de Macedonische veroveraar. Die staan vermeld in verschillende Griekse bronnen (Arrianus, Diodoros, Ploutarchos, Appianus), en Bert had al eens geopperd dat tenminste een van de in die bronnen genoemde Babylonische sterrenwichelaars, een zekere Belefantes, identiek was aan een Bel-apla-iddin die we kennen uit het spijkerschriftmateriaal. Veel van de Griekse verhalen leken plausibel, maar welk hemels voorteken was er dat de dood van Alexander voorspelde?

Lees verder “De lol van geschiedenis (1)”