De principes van Hercule Poirot

Hallowe’en Party is niet het beste dat Agatha Christie heeft geschreven, maar ach, het leest vlot weg en de zijdelingse observaties zijn bij Christie altijd het amusantst. Ook dit keer. Het boek is geschreven in de late jaren zestig en hoewel het er allemaal niet met zoveel woorden staat, merk je dat Hercule Poirot en zijn tijdgenoten de nieuwe tijd maar niks vinden. De naoorlogse babyboom bereikte de volwassenheid, met rellen, drugsgebruik, langharig werkschuw tuig, de wrange nasleep van de Summer of Love. Christie benut haar personages om eens onderhoudend te mopperen.

Maar wat ik vooral leuk vind in haar boeken: de redenaties van de detective. Ik bedoel niet de ontknoping, die dit keer ronduit vergezocht is, maar de principes waarop de redenaties zijn gebaseerd. Zeg maar: de vuistregels van het gezonde verstand. Hier zijn er drie, waarvan u de eerste twee terugvindt in het achttiende hoofdstuk.

Lees verder “De principes van Hercule Poirot”

Toerist in Sevilla

De kathedraal van Sevilla

Sevilla! Het is de laatste stad in onze Spaanse zwerftocht, want morgenochtend begint terugreis. Ik ben eind jaren tachtig hier geweest, kort na de ontdekking van de Lex Irnitana (de meest complete versie van de Romeinse gemeentewet), die hier in het museum zou zijn. Een paar dagen daarvoor had ik de plek bezocht waar de bronzen tabletten waren gevonden. Ze bleken destijds echter niet aanwezig in Sevilla, maar zouden worden geëxposeerd in Madrid. Toen ik later daar aankwam, bleek de tentoonstelling nog niet geopend. Nu ik opnieuw in Sevilla ben, is het plaatselijke archeologische museum gesloten. Dat wisten we al vóór we de reis planden, dus dit is geen teleurstelling.

Stad aan een rivier

En we hebben gewoon een leuke dag gehad. Zoals de trouwe lezers van dit narcistische winterfeuilleton weten, staat deze reis een beetje in het teken van de Oudheid en de Arabische Middeleeuwen, en daarover valt in Sevilla genoeg te zien. De stad ligt aan de benedenloop van de Guadalquivir; antieke en middeleeuwse zeeschepen konden tot hier komen. (Dit is dan ook de stad waar Christoffel Columbus vertrok.) Er was dus altijd een basis voor welvaart. De vroegste geschiedenis is onduidelijk, maar de schat van El Carambolo, die ik al eens noemde, is vlakbij Sevilla gevonden.

Lees verder “Toerist in Sevilla”

Museum Dorestad heropend (2)

Munt uit Dorestad (Teylersmuseum, Haarlem)

[Tweede deel van een blog over het belang van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Het eerste was hier.]

En de Germanen dan?

Hier zijn echter vraagtekens te plaatsen. Al vanaf de vroege zestiende eeuw staan in het Nederlandse geschiedbeeld de Germanen centraal. Het hertogdom Gelre, al snel gevolgd door de Republiek, identificeerde zich met de Bataven; de bewoners van de noordelijke gewesten noemen zich nog altijd Friezen; een krant uit Twente noemt zich Tubantia; tal van gemeentes beschikken over Chamavenstraten, Frankenwegen of Saksenlanen; er is een ware industrie van Batavia’s, Batavi Droogstoppels, Batavus-fietsen en Batavier-bieren.

Vreemd is deze identificatie met het Germaanse verleden niet: het Nederlands stamt immers af van het Frankisch, het christendom kwam hier aan in de Frankische tijd, de oudste laag van onze literatuur stamt uit die tijd en de Rotterdamse havens gaan via Dordrecht terug op – daar zijn we! – het Frankische Dorestad. Nederland wortelt in een Germaans verleden, maar dat verleden heeft een dubbele handicap, namelijk dat het enerzijds moeilijk beleefbaar valt te maken (wie van u bezocht Erve Eme in Zutphen?) en anderzijds nogal unzeitgemäβ is in het zich verenigende Europa.

Lees verder “Museum Dorestad heropend (2)”

De wederopstanding

Lazarus (Catacombe van Callixtus, Rome)

De geschiedenis van Lazarus veronderstel ik bekend: Jezus wekte de broer van Maria en Marta op uit de dood. Afgaande op de vele vroegchristelijke afbeeldingen en op het feit dat men op Cyprus al vroeg het (tweede) graf van Lazarus vereerde, was het een populair verhaal. Logisch ook: Lazarus kon gelden als bewijs voor het christelijke geloof dat de dood niet het einde was.

Het Lazarusverhaal illustreert ook hoe in de oude wereld de hiernamaalsverwachting in ontwikkeling was. Zoals gastauteur Alexander Smarius op deze blog al eens vertelde, geloofden de meeste mensen dat je na je overlijden

  • óf er helemaal niet meer was
  • óf op een of andere manier voortleefde, bijvoorbeeld als schim in de onderwereld of in een of andere vorm.

In beide scenario’s vormde de dood het definitieve einde van dit leven. Het verhaal van Lazarus toont nu dat de toenmalige mensen een derde mogelijkheid waren gaan overwegen: de dood als intermezzo. Anders gezegd: je leeft, sterft en komt opnieuw tot leven.

Lees verder “De wederopstanding”

De misbruikte Oudheid

Gisteravond mocht ik in de Antwerpse boekhandel De Groene Waterman mijn boek Oudheidkunde is een wetenschap ten doop houden. Het was leuk, want ik zag enkele oude bekenden terug en ik ontmoette enkele nieuwe mensen (die ik soms al kende van deze blog). Robert Nouwen, de auteur van Ambiorix tegen Caesar, en ik verzorgden twee lezingen over de feitenvrije wijze waarop de politiek en de erfgoedsector omgaan met de Oudheid. In België is bijvoorbeeld eerder deze maand wat ophef om uitspraken van de rechtse politicus Filip De Winter, maar we mogen ook denken aan de Antwerpse burgemeester Bart De Wever en prietpraat over Caesar bij een project als Via Belgica.

Misinformatie en misbruik van het verleden zijn onder meer mogelijk doordat wetenschappers hun inzichten niet voldoende uitleggen en onvoldoende breed zijn geschoold. Robert sprak daarover als eerste. Zijn betoog was mooi doortimmerd en plaatste het onderwerp in de bredere wetenschappelijke discussie. Die tekst leest u hier. Mijn verhaal was meer vanuit mijn praktijk als blogger en Oudheid-uitlegger. Ik plaats het hieronder en de trouwe volgers van deze blog zullen veel van wat ik vertel, al kennen.

Lees verder “De misbruikte Oudheid”

De Perzische Oorlogen

De zeestraat van Salamis, plaats van een zeeslag in de Perzische Oorlogen

Historici plaatsen de cesuur tussen de Archaïsche Periode en de Klassieke Tijd in de tijd van de Perzische Oorlogen. Daarmee bedoelen ze de twee Perzische expedities naar Griekenland van 490 en 480-479, hoewel de gevechtshandelingen zich uitstrekten over een langere periode. De betekenis ervan is niets minder dan de geboorte van de Griekse natie. Wie Griekenland Xerxes’ erfenis zou noemen, zit er niet zo heel ver naast.

Immers, lange tijd waren de diverse stadstaten en stammen verdeeld geweest. Als er al samenwerking had bestaan, was het omdat sommige steden zich rekenden tot de stam der Doriërs, Ioniërs of Aioliërs (wat zo’n stam ook geweest moge zijn), of dat men elkaar kende uit zogeheten amfiktyoniën. Dat waren losse netwerken om heiligdommen als Delfi te besturen. Men vereerde ook dezelfde goden, sprak dezelfde taal en las Homeros, en dat was zo’n beetje alles wat de Grieken verbond. Na de Perzische Oorlogen was daar de gedeelde herinnering aan de strijd tegen de grote koning bij gekomen.

Lees verder “De Perzische Oorlogen”

De Elgin Marbles, of: hapklare brokken

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

Toen ik de Livius-nieuwsbrief nog samenstelde, verwees ik af en toe naar de Elgin Soap. Dat was de eindeloze discussie over de marmeren sculptuur die ooit op het Atheense Parthenon heeft gestaan. Er is eigenlijk altijd wel iets over te doen. De beelden, die bekendstaan als de Elgin Marbles, zijn al een eeuw of twee in het British Museum in Londen en Griekenland wil ze graag terug. De argumenten daar voor en daar tegen zijn al heel lang bekend. Ze overtuigen wel of ze overtuigen niet.  Het is allang geen kwestie meer waar de argumenten ertoe doen. Of ze ooit terug zullen gaan, is vooral afhankelijk van de politiek.

En de politiek gaat ook over andere zaken, die niet per se belangrijker zijn maar doorgaans wel urgenter. Kortom, er is feitelijk nooit echt nieuws.

Lees verder “De Elgin Marbles, of: hapklare brokken”

Historische hernoemingen

Artemis en Apollo doden de kinderen van Niobe (Glyptothek, München)

Een paar weken geleden deed iemand me een oud kinderboek cadeau, gewijd aan Jan Pieterszoon Coen. Degene die het me gaf, vroeg zich af hoe lang de Coentunnel nog Coentunnel zou heten en we vroegen ons af of de Coentunnel wel was vernoemd naar de Slachter van Banda. En we hadden het erover dat we eigenlijk niet goed wisten wat we ervan moesten denken. Ja, dat de Amsterdamse Stalinlaan in 1956 is omgedoopt tot Vrijheidslaan, dat was wel logisch. Stalin was niet alleen een tiran maar er was ook voldaan aan de voorwaarde dat mensen dat wisten. Er moet enig historisch bewustzijn bestaan, er moet enige ijking van historische feiten aan eigentijdse normen zijn, voordat het gaat schuren en een straat wordt hernoemd. Het Vondelpark wordt pas hernoemd als meer mensen Hierusalem verwoest kennen.

Griekse mythen

Ik was het gesprek eigenlijk alweer vergeten toen ik gisteren, dinsdag dus, eraan dacht dat het Apolloproject is vernoemd naar een Grieks-Romeinse godheid die een stuk of wat verkrachtingen op zijn geweten heeft. Nooit eerder bij stilgestaan. Het huidige Artemisproject is vernoemd naar de zus van Apollo, die erop toezag dat de jager Aktaion door zijn eigen honden werd verscheurd. Broer en zus moordden ook de kinderen van Niobe uit, zes meisjes en zes jongens.

Lees verder “Historische hernoemingen”

Week van de Klassieken 2020: Controverses

Al sinds mensenheugenis vindt de Week van de Klassieken plaats in de lente. Dat had ook dit jaar zo zullen zijn, maar het begin is om welbekende redenen uitgesteld tot vandaag. Het thema is nog altijd “Controverse”. En dat is een moeilijk thema, want er zijn binnen de oudheidkunde wel debatten, maar vrijwel geen controverses.

Een controverse is een discussie waarbij de deelnemers het oneens zijn over de randvoorwaarden. Anders gezegd, het is een debat waarbij minimaal één partij vrijheden neemt die de andere partij onacceptabel vindt. Ik kan maar twee oudheidkundige voorbeelden noemen. De eerste daarvan gaat niet over de klassieken: de chronologie van het Midden-Brons in Mesopotamië. Daar waren drie mogelijkheden (prozaïsch aangeduid als Hoog, Midden en Laag) en daar kwam een vierde bij, Ultralaag. De aanhangers daarvan hebben, toen ze de discussie niet wonnen, vrij grootschalig de Wikipedia aangepast, waardoor de indruk ontstond dat hun alternatief serieus was. Dat is geen gebruikelijke manier om een wetenschappelijke discussie te voeren en in die zin is het controversieel. Dat inmiddels vaststaat dat de middenchronologie de beste was, maakt het des te gênanter.

Lees verder “Week van de Klassieken 2020: Controverses”

De historische canon

Stelt je voor dat astronomen een canon zouden opstellen van wat iedereen over hun vak moest weten. Zou dat een overzicht opleveren van sterrenbeelden? Nee natuurlijk. Ze zouden de telescoop, de periodieke terugkeer van kometen, radioastronomie en zwaartekrachtgolfdetectors noemen. Een wetenschap onderstreept haar belang immers niet met de objecten die ze onderzoekt, maar met de ontdekte patronen. En haar vooruitgang blijkt uit vernieuwende methoden, nieuwe soorten inzicht en nieuwe bijdragen aan andere disciplines.

Het is, dacht ik althans, logisch je niet te presenteren met de onderzoeksobjecten. Presenteer een wetenschap als wetenschap. De canon die de Commissie Van Oostrom voor de Nederlandse geschiedenis heeft opgesteld, beperkt zich echter wel tot de objecten en draagt zo bij aan het beeld dat geschiedvorsing geen echte wetenschap is. Het gaat om hunebedden, de Romeinse limes, Karel de Grote en wat dies meer zij. Onderwerpen, kortom, die zich lenen voor een blogje hier of een causerie daar, maar die niet tonen waarom geschiedenis een wetenschap is. Hieronder is mijn alternatief.

Lees verder “De historische canon”