
Ergens in de zesde eeuw v.Chr. begonnen de mensen te twijfelen aan de goden. Misschien deden ze dat eerder ook, maar daarover hebben we geen geschreven bronnen. Een joodse auteur haalde uit naar “goden van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden”, die weliswaar een mond en ogen hadden maar niet konden spreken of zien.noot Een van zijn tijdgenoten, de Griek Xenofanes, constateerde dat de Ethiopische goden platte neuzen hadden en een zwarte huid, terwijl de Thraciërs zeiden dat hun goden blauwe ogen en rood haar hadden. Als dieren zouden kunnen tekenen, insinueerde Xenofanes, zagen hun goden eruit als runderen, paarden of leeuwen.noot Een derde tijdgenoot, Pythagoras, beweerde dat de dichters Homeros en Hesiodos in de Onderwereld werden bestraft omdat ze feitenvrije verhaaltjes over het goddelijke hadden opgehangen.noot
Rationalisering
Tja, die verhaaltjes. De mensen hielden van hun mythen, maar het was waar: die aloude vertellingen waren wel erg vreemd. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos toonde een manier om er desondanks mee verder te gaan: sommige mythen vielen te lezen als beschrijvingen van de natuur. Ik heb op deze blog al eens verteld dat hij een mythe over Poseidon als schepper van het Tempe-ravijn combineerde met het feit dat deze godheid “aardschokker” werd genoemd, en dat Herodotos redeneerde dat de mythe ging over een aardbeving.noot Deze manier om mythen te lezen is in de achttiende eeuw in West-Europa weer opgepakt, en je hoort nog weleens beweren dat mythen dienden om de natuur te verklaren.
Allegorese was een andere manier om de oude verhalen te rationaliseren. De goden in de homerische epen volgden een gedragscode die latere generaties niet deelden, maar men wilde de poëzie niet terzijde schuiven als betekenisloos. Daarom nam men aan dat er een diepere betekenis moest zijn dan de letterlijke. De beroemde scène uit de Odyssee waarin de liefdesgodin Afrodite haar man Hefaistos bedriegt met de oorlogsgod Ares, viel dan te lezen als een verhaal over de twee tegengestelde principes die het universum zouden beheersen: aantrekking en conflict.noot Een vroegchristelijke auteur las het joodse verbod op het eten van varkensvlees als een gebod je niet als varken te gedragen.noot Het is niet moeilijk te zien dat het sprookje van Amor en Psyche, “liefde en ziel”, is ontworpen om allegorisch te lezen.
Een derde benadering was het euhemerisme waarover ik al eerder blogde. Het komt erop neer dat mythen worden uitgelegd alsof ze gaan over verdienstelijke koningen, die als weldoeners optraden voor de mensheid. Die verleende hun eerbewijzen en ging daarmee door na hun dood, en zo zou religie zijn ontstaan. In een wereld waarin men een Alexander de Grote of een Romeinse keizer goddelijke eerbewijzen toekende, was dit zo vreemd niet.
Moet je mythen wel rationaliseren?
Ik behandel deze materie in mijn eind januari te verschijnen boek over Filon van Byblos, Goden en halfgoden. En terwijl ik ermee bezig was, begon ik woorden te vinden voor een ergernis die ik al jaren voel bij de navertellingen van antieke mythen. Niet zelden zit daar een element van rationalisering in. Mijn punt is: waarom? Waarom moeten we de mythen, die nooit bedoeld zijn geweest om uitgelegd te worden, voorzien van een interpretatie?
Begrijp me niet verkeerd: elke vertaling is al uitleg. In mijn stukje over Herakles heb ik het ook gedaan. Eigenlijk is heel ons kennen interpretatie. Maar waarom zou je daar verder mee gaan en bijvoorbeeld aan het verhaal over de roof van Persefone toevoegen dat het feitelijk gaat over seizoenwisseling?
De gedachte die bij me opkwam – of beter: de woorden die ik vond voor een al eerder gevoelde ergernis – is of we zo niet het kind weggooien met het badwater. Nogal wat mythen – niet allemaal, zie Amor en Psyche – zijn helemaal niet bedoeld om te worden gerationaliseerd, noch natuurwetenschappelijk noch allegorisch noch euhemerisch noch anders. Deze verhalen zijn, om zo te zeggen, voor-rationeel. Ze documenteren een antiek proces van vrije associatie. Psychologen gebruiken dat om de denkwijzen van hun cliënten te doorgronden. En is de waarde van mythen niet dat wij, levend in een meer rationele tijd, via onuitgelegde verhalen contact maken met een vergeten, voor-rationele denkwijze?
Ik weet niet of het zo is. Maar tijdens het schrijven aan Goden en halfgoden speelde deze gedachte meer dan eens door mijn hoofd. Ik vond een manier om een oud gevoel van onbehagen te verwoorden. Wat mij betreft is het boek dus al geslaagd en ik hoop dat u dat straks ook zo zult vinden. Maar dan moet u het wel eerste lezen en dus bestellen.

“Ergens in de zesde eeuw v.Chr. begonnen de mensen te twijfelen aan de goden. Misschien deden ze dat eerder ook, maar daarover hebben we geen geschreven bronnen. ”
In India al eerder en daar zijn wel degelijk geschreven bronnen over: Carvaka.
“Mijn punt is: waarom?”
Positief antwoord: omdat we willen weten wat de verhalen betekenen.
Negatief antwoord: omdat we de verhalen een betekenis willen geven die onze vooroordelen bevestigt. Hier moet men vooroordeel in de letterlijke betekenis opvatten – een oordeel vooraf.
Als kind maakte ik al kennis met bewerkingen van de Griekse mythen. Ik heb ze altijd opgevat als pogingen menselijk gedrag te begrijpen. Dus dat is mijn vooroordeel. Verhalen uit andere culturen (Russische sprookjes, Germaanse mythen, de Bijbel) hebben me altijd minder aangesproken, omdat ik daarin nauwelijks of niet de Condition Humaine herkende.
“Waarom zou je …aan het verhaal over de roof van Persefone toevoegen dat het feitelijk gaat over seizoenswisseling?”
Misschien om mooi over beelden in het Louvre te kunnen vertellen, zoals hier:
Petits contes d’hiver – La naissance de l’hiver’
https://youtu.be/Y50ANyMestY?si=B5Naq41ltRWVMNtT
Dank je voor deze heldere uiteenzetting.
Het helpt een mens vooruit.
Ik weet niet of het zo irrationeel is. Was het niet een poging om, met de beschikbare verklaringskaders, redenen te vinden voor zaken die men niet begreep? Ben het wel eens dat je makkelijk te ver kunt gaan met het interpreteren van mythen, vooral als je Hancock heet.
De neiging om mythologische verhalen euhemerisch te duiden, lijkt mij afkomstig uit de joods, christelijk en islamistische gewoonte de heilige boeken als geschiedenis te beschouwen. Fundamentalisten laten niet na te verkondigen dat wat geschreven, daadwerkelijk gebeurd is. Dat mythen op een ander niveau begrepen en gelezen kunnen worden is vanuit onze cultuur ingewikkeld.
In 2023 reisde ik door Noord India en kwam er meermaals compleet met oranje smeer, dicht gepleisterde godenbeelden tegen. Ik vroeg me af wat dat moest betekenen en een gids was mij ter wille en verklaarde het volgende: Op een dag vroeg de god Ganesha, of Hanuman, men is niet eens welke god het was, aan z’n moeder waarom de mensen een tika of tilaka dragen, de rode stip op het voorhoofd. De moeder in kwestie antwoordde dat de mensen dat deden voor een goede gezondheid en geluk. De god pakte een bak met het mengsel dat daartoe bereid was en kieperde dat over z’n hoofd. Vanaf dat moment eren de mensen in India de goden Ganesha en Hanuman door beelden van ze met dit mengsel dicht te smeren.
Welke hogere betekenis of geschiedenis hiermee verteld wordt is mij duister, net zomin als mij duidelijk is wat een haas en eieren met Pasen te maken hebben. Soms zijn aardige verhalen precies wat ze zijn, aardige verhalen.
Er zullen ook herl wat Grieken en Romeinen geweest zijn die historische waarheid veronderstellen achter Ilias, Odyssee, mythen over Hercules en Romeinse legenden.
Ik sluit me aan bij de rest. Je leest iets dat je niet begrijpt, of dat niet aansluit bij jouw referentiekader. “Wat zouden ze daarmee bedoeld hebben” is dan een normale reflex. En aangezien we het hen niet direct kunnen vragen, geven we er een invulling aan met ons huidig referentiekader.
Een dergelijk referentiekader is het agnostische: “We weten het niet, dus we doen geen poging om het te begrijpen.” Met wat kwade wil is dat even goed denken vanuit je eigen referentiekader als wat een symbolist doet, of een rationalist, of een religieuze fanaticus.
Het streven naar interpretatie is me overigens niet vreemd. Ik hou er wel van als er een hoger begrip blijkt te liggen achter een aardig verhaal. Het inzicht dat het onschuldig Lam Gods geofferd wordt om te vermijden dat er achteraf een Zondebok is, deed mij de Bijbel bijvoorbeeld een stuk meer appreciëren.
Ja beste mensen, ik weet het niet hoor.
Is al dat mythische/religieuze gedoe niet bedoeld om mensen HOUVAST te geven?
Voor mensen die onderliggen? Dwz. de MEESTE mensen sinds 10.000 jaar. Een daarom volstrekt serieus te nemen?