De eerste Baiuvaren (1)

Reconstructie van twee Baiuvaren (Museum Aschheim)

In een eerder blogje schreef ik over het lemma dat de Thesaurus Linguae Latinae (het grote oerwoordenboek van de Latijnse taal) wijdde aan de Baiuvaren, zoals de bewoners van het huidige Beieren in de zesde eeuw na Chr. heetten. In dat eerdere blogje behandelde ik het korte tekstje dat bekendstaat als de Frankische Volkentabel.

In de twee blogjes van vandaag neem ik de andere bronnen onder de loep: de oudste vermeldingen van de Baiuvaren. Weliswaar doen ook latere, middeleeuwse auteurs weleens verslag van de zesde eeuw en vermelden ook zij daarbij de Baiuvaren, maar ik beperk me tot de begintijd. De eerste bekende hertog (dux) van de Baiuvaren was Garibald I, die de titel in 548 kreeg van de Frankische koning Theudowald (meer).

Jordanes

Als we de Frankische Volkentabel buiten beschouwing laten, vinden we de vroegste vermelding van de Baiuvaren in een werk van Jordanes uit circa 551 na Chr. In De origine actibusque Getarum beschrijft deze auteur de geschiedenis van de Goten, gebaseerd op een verloren gegaan werk van Cassiodorus. Of die al melding maakte van de Baiuvaren, weten we niet. Jordanes beschrijft weliswaar gebeurtenissen die eerder plaatsvonden, maar geeft waarschijnlijk de situatie weer zoals hij die kent:

Regio illa Suavorum ab Oriente Baibaros habet, ab occidente Francos, a meridie Burgundzones, a septentrione Thuringos.

Het gebied van de Sueben grenst in het oosten aan de Baibaren, in het westen aan de Franken, in het zuiden aan de Bourgondiërs en in het noorden aan de Thuringers.noot Jordanes, Getica 280.

In plaats van Baibaros hebben sommige handschriften Baiobaros, andere Baioarios. Ten oosten van de Sueben lijken dus inderdaad de Baiuvaren te wonen. De letters w en b werden destijds namelijk vrijwel hetzelfde uitgesproken en gemakkelijk verward.

Andere auteurs uit dezelfde tijd (Prokopios, Agathias, Ennodius van Pavia en Gregorius van Tours) vermelden de Baiuvaren niet. Zelfs Eugippius niet, die vier decennia vóór Jordanes zijn Vita Sancti Severini schreef (ca. 511), dat zich afspeelt in het gebied van de Baiuvaren. Eugippius was de derde abt van het door Severinus gestichte klooster te Favianis,noot Vermoedelijk Mautern bij het Oostenrijkse Krems. dat kort na Severinus’ dood in 488 werd opgegeven en naar Italië verplaatst.

Venantius Fortunatus

Ook de volgende tekst, Venantius Fortunatus’ beschrijving van een pelgrimage, stamt uit de zesde eeuw. Op reis van Italië naar Tours passeert hij de stad Augsburg.

pergis ad Augustam, qua Virdo et Licca fluentant
illic ossa sacrae venerabere martyris Afrae.
si vacat ire viam neque te Baiovarius obstat,
qua vicina sedent Breonum loca, perge per Alpem

Je komt aan bij Augsburg, waar de Wertach en de Lech samenvloeien. Daar zul je de relikwieën vereren van de heilige Afra. Als de weg vrij is en de Baiuvaren je niet in de weg staan, trek dan door de Alpen, dicht bij de zetel van de Breonen.noot Venantius Fortunatus, De virtutibus Martini Turonensis 4.642-645.

In het voorwoord tot zijn gedichten beschrijft hij zijn reizen, en vermeldt hij de rivieren die hij passeerde:

Liccam Baivaria, Danuvia Alamannia, Rhenum Germania transiens

De Lech in Beieren, de Donau in Alamannië, de Rijn in Germanië ben ik overgestoken.noot Venantius Fortunatus, Carm. Praef. 4.

Hij noemt hier dus het land Baivaria.

Een scholion

De volgende bron die in het artikel in de Thesaurus Linguae Latinae wordt genoemd, bestaat slechts uit één regel en kan feitelijk niet worden gedateerd. De gedichten van de Romeinse auteur Horatius zijn overgeleverd in diverse handschriften, en een groep handschriften, aangeduid als Γ, bevat zogeheten scholiën (enkelvoud: scholion), d.w.z. dat een commentator tussen de regels of in de marge wat uitleg heeft toegevoegd. In dit geval gaat het om de woorden die Horatius wijdde aan de veldtocht waarmee de Romeinse generaal Drusus het noordelijk Alpengebied onderwierp:

videre Raetis bella sub Alpibus
Drusum gerentem Vindelici

Aan de voet van de Raetische Alpenhelling,
zagen de Vindeliciërs Drusus klaar staan voor de strijd.noot Horatius, Carmina 4.4.17-18.

Een onbekende commentator heeft op een onbekend tijdstip uitleg gegeven:

Retii, Vindelici, Norici, Illirici et Baguarii unum sunt.

De Raetiërs, Vindeliciërs, Norici, Illyriërs en Baguarii zijn hetzelfde.

De eerste drie zijn oeroude Keltische volkeren uit het Alpengebied. De Illyriërs woonden op de Balkan. De commentator lijkt dus verschillende volkeren, die niet in hetzelfde gebied wonen, op één hoop te hebben gegooid. Wie de Baguarii zijn, is onduidelijk. Als echter de Baiuvaren zijn bedoeld, helpt dat ons om de opmerking te dateren, namelijk in de tijd dat de Baiuvaren al herkenbaar bestonden. Maar het is denkbaar dat de auteur de Baiuvaren verwart met de Boiërs, een andere Keltische stam die eeuwen eerder had gewoond in Bohemen.

Wereldkroniek

Het volgende fragment is een aanvulling op de wereldkroniek van de vijfde-eeuwse geleerde Prosper Tiro. Het is onduidelijk uit welke periode de aanvullingen dateren, al lijkt minimaal een deel geschreven rond 625. De aanvulling waar het hier om te doen is gaat over Authari, die van 584 tot 590 als koning regeerde over de Langobarden in noordelijk Italië. Hij trouwde in 589 met Theudelinde, de dochter van de hierboven genoemde Beierse dux Garibald I.

Qui etiam amicitia post cum Francis inita coniugem de Baioariis abductam gloriosissimam Theudelindam reginam, quae non regali tantum iure quantum pietatis affectu Longobardorum gentem enutrivit, sibi matrimonio copulavit.

Nadat hij [Authari] vriendschap had gesloten met de Franken, trouwde hij met de bij de Baiuvaren ontvoerde, roemrijke koningin Theudelinde, die het volk van de Langobarden niet alleen met koninklijk recht, maar ook met vrome genegenheid opvoedde.noot Continuator van Prosper Tiro, Chron. I p. 338, 9.

Het klinkt alsof Authari zijn bruid ontvoerd heeft (abductam), maar deze tekst kan in ieder geval duidelijk na 589 gedateerd worden, toen er al een heersersgeslacht in Beieren was.

[Dit is de vertaling van een blogje dat Josine Schrickx eerder publiceerde op haar eigen blog. Wordt vervolgd. Dank je wel Josine!]


Koptische schaal

januari 31, 2018

Hulspas’ islam

februari 10, 2015
Deel dit:

Een gedachte over “De eerste Baiuvaren (1)

  1. Ik vind de (totaal vage) ontstaansgeschiedenis van de Beieren fascinerend. Ooit was de consensus dat de groep in zijn geheel in Bohemen was ontstaan (‘*Bajohaima = Boio-heim’) en vervolgens net als andere Germaanse groepen het Romeinse Rijk was binnengevallen. Al heb ik ook ooit een Oostenrijkse auteur gelezen die een link legde tussen de naamgeving van de Ampsivarii (‘mannen van de Ems’) en een mogelijke parallel met de Baiuvarii en een lokale riviernaam (Ambi), maar dat heeft geen brede erkenning. Wat tegenwoordig wel ondersteuning krijgt is de hypothese dat de Baiovarii ontstaan zijn uit een groep huurlingen in laat-Romeinse dienst gelegerd aan de Donau tussen Regensburg en Passau, die zich vermengeden met andere groepjes en de nog aanwezige laat-Romeinse provinciale (rest)bevolking.

Reacties zijn gesloten.