
In het vorige stukje over de Baiuvaren noemde ik al een lange reeks bevolkingsgroepen: de oorspronkelijke Romeinse bevolking, achtergebleven Hunnen, Sueben, immigrerende Alamannen, Gotische troepen. Al met al een behoorlijke mix. Grafvondsten bewijzen ook de aanwezigheid van immigranten uit het Oostzeegebied en mensen uit het noordwesten, die we wellicht Franken mogen noemen. Ik voeg de Hunse bruiden uit het oosten toe, waarover ik zes jaar geleden al eens blogde. En uit deze mix moeten de Baiuvaren zijn ontstaan. Hun naam documenteert nóg een groep landverhuizers, want de Germaanse vorm van hun naam, *Bajawarjōz, verwijst naar Bohemen.
Het archeologisch bewijs
Het historisch en naamkundig bewijs lijkt dus te suggereren dat een groep die ooit had gewoond aan de bovenloop van de Elbe, naar Raetia is getrokken, de macht heeft overgenomen en een zekere stabiliteit geschapen. Daarna is men het gebied en alle bewoners naar hen gaan vernoemen. Dit is natuurlijk wat speculatief, maar de archeologische data wijzen in dezelfde richting. In het huidige Tsjechië verdwijnt namelijk in de loop van de vijfde eeuw het zogeheten Friedenhain-Přešťovice-keramiek, terwijl dat langs de Donau steeds vaker opduikt.
Het lijkt er dus op dat de Romeinse machthebbers deze groep in dienst hebben genomen om een sector van de Donaugrens te bewaken, zoals Franken en Bourgondiërs de wacht aan de Rijn hielden. Interessant is dat de dichter Venantius Fortunatus, schrijvend in de zesde eeuw, weet te melden dat de Baiuvaren woonden ten oosten van de Lech,noot wat suggereert dat de te verdedigen sector, zoals in het Romeinse leger gebruikelijk, door een riviertje werd afgebakend.
Hoe dat ook zij: toen het Romeinse gezag afbrokkelde, namen de afstammelingen van deze Boheemse migranten, die al een militaire taak hadden, de macht over. Een nieuwe, post-Romeinse orde begon te ontstaan.

Staatsvorming
Het Romeinse gezag was echter nog niet helemaal verdwenen. Toen Theodorik de Grote in Italië de macht overnam van Odoaker, kreeg hij ook diens invloedssfeer benoorden de Alpen in handen. Hij wees in de eerste jaren van de zesde eeuw zelfs een militaire gezagdrager aan voor Raetia, een dux. Intensieve contacten met het Ostrogotische zuiden zijn in Beieren archeologisch goed gedocumenteerd.
Rond 540 stond de Ostrogotische heerser Witigis het noordelijke gebied echter af aan de Franken. De simpele verklaring is dat hij hun steun nodig had, want de Byzantijnse keizer Justinianus had inmiddels een leger gezonden naar Italië. De Byzantijnen zouden in de komende dertig jaar inderdaad het Apennijnse Schiereiland heroveren. Voor ons relevant is dat de Frankische koning Theudowald in 548 een nieuwe dux aanwees voor Raetia, Garibald. Drie jaar later vinden we Jordanes’ vermelding van de Baiuvaren, die sindsdien geregeerd werden door de afstammelingen van Garibald, de Agilolfingen.

Romeins-Baiuvaarse continuïteit
Het lijkt er dus op dat de Baiuvaren stapsgewijs zijn ontstaan. Om te beginnen waren er in de vijfde en zesde eeuw migranten uit alle windrichtingen. In de tweede helft van de vijfde eeuw nam de Romeinse overheid voor de verdediging van de Donaugrens ten oosten van de Lech een Germaanse groep in dienst die afkomstig was uit Bohemen. Odoaker nam een deel van de troepen weg, waarop de Donau-garnizoen-troepen de macht overnamen en een vorm van orde handhaafden. Er was in de zesde eeuw een hoogste commandant, een dux, die eerst vanuit Ostrogotisch Italië en later vanuit Frankisch Gallië werd benoemd. En vanaf 548 was er een dynastie. Gaandeweg ontstond zo een politieke eenheid, een hertogdom binnen het Frankische Rijk. (Of er ooit een Baiuvaarse stam is geweest, is eigenlijk niet te zeggen, vandaar mijn aarzeling in de eerste alinea van het vorige blogje.)
De residentie van de nieuwe dynastie, de Agilolfingen, was Regensburg aan de Donau. De palts was het laat-Romeinse kasteel, dat weer was gebouwd op de basis van het Derde Legioen Italica. Ik denk niet dat er een veel zichtbaarder uiting van Romeins-Baiuvaarse continuïteit is geweest.
Zelfde tijdvak
Rotsreliëfs aan de Indusmei 7, 2022
Een portret van Petrusjuni 28, 2026
3500 jaar Sint-Joris (1)december 2, 2023

“de Germaanse vorm van hun naam, *Bajawarjōz, verwijst naar Bohemen.”
Behalve dat dit een construct is, en geen uit enige bron overgeleverde naam. Zie mijn schrijfsel bij deel 1.
“toen het Romeinse gezag afbrokkelde, namen de afstammelingen van deze Boheemse migranten, die al een militaire taak hadden, de macht over. ”
Dit is niet algemeen aanvaard. Het lijkt erop of de nieuwe machtsstructuur ontstond uit een aantal aanwezige groepen die tussen Donau en Alpen samensmolten: in de in 635 opgetekende Lex Baiuvariorum, worden naast de hertogelijke Agilolfinger expliciet de Huosi, Trozza, Fagana, Hahiligga en Anniona genoemd. Men gaat er van uit dat al deze groepen in de voorafgaande eeuw als politiek zelfstandige groepen bestonden en in de Lex Baiuvariorum als zodanig bekrachtigd werden. Dat gaat in tegen een machtsovername door de voormalige foederati van de Friedenhain-Přešťovice cultuur, die misschien in één van die groepen vertegenwoordigd was.
We weten het weer eens niet. 😉
En zoals het wetenschappers betaamt spreken ze elkaar gezellig tegen.