De slag in het Teutoburgerwoud (1)

Gezichtsmasker van een Romeinse helm, gevonden te Kalkriese

Uiteindelijk is het een kwestie van psychologie. De oudhistoricus is getraind om te gaan met tekortschietende bronnen en kent geen correcte interpretaties, hooguit aannemelijkere en mindere aannemelijke. En die past hij voortdurend aan. Geschiedenis is, met een bekend woord van Geijl, “een discussie zonder eind”. De archeoloog heeft een overvloed aan ambigue data en is getraind om die ambiguïteit te verminderen door zoveel mogelijk bij de concrete vondsten te blijven. Geef de historicus en de archeoloog dezelfde teksten en vondsten – bijvoorbeeld de Romeinse militaire voorwerpen bij het Duitse Kalkriese en de teksten over de slag in het Teutoburgerwoud – en ze komen, extreem gezegd, tot tegengestelde conclusies. De historicus ziet geen bezwaar in de gelijkstelling van de vondsten aan het uit de teksten bekende gevecht, omdat hij weet dat het morgen weer kan worden aangepast, terwijl er voor de archeoloog nooit voldoende vondsten zullen zijn. Ook het rijke archeologische materiaal is voor dit type vraag namelijk altijd te weinig.

Vandaag het eerste van zeven stukjes over de zojuist genoemde slag in het Teutoburgerwoud. Er is namelijk een interessant nieuwtje te melden dat een nieuwe verbinding van de twee soorten bewijsmateriaal mogelijk zou kunnen maken. Maar eerst eens een verhaal, gebaseerd op teksten.

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (1)”

Bronnenhoppen

Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Je zou het “bronnenhoppen” kunnen noemen en je zou het kunnen definiëren als de neiging van historici overdreven te vertrouwen op de bronnen. Ik zal een voorbeeld geven uit eigen werk: de Romeinse verovering van Germanië.

Van de eerste fase hebben we informatie uit het geschiedwerk van Cassius Dio, die beschrijft hoe Augustus’ adoptiefzoon Drusus in 12-9 v.Chr. de valleien van de Lippe en de Main verovert en het gebied tussen Weser en Elbe verkent. Hij overlijdt als de oorlog is afgerond. Voor de tweede fase hebben we de beschikking over het geschiedwerk van Velleius Paterculus, die de campagnes van 4 en 5 n.Chr. beschrijft, waarmee Drusus’ broer Tiberius (de latere keizer) de aanspraken verplaatst naar de Elbe. Over de gebeurtenissen van 9, waarin de Romeinen een geduchte nederlaag leden in het Teutoburgerwoud, hebben we vrij veel bronnen, waarna Tacitus de wraakexpedities beschrijft.

Lees verder “Bronnenhoppen”

De Alpen onderworpen

Ereteken van een cohort (RGZM)
Ereteken van een cohort (Römisch-Germanisches Zentralmuseum)

Deze zilveren en deels vergulde schijf, die ik fotografeerde in het Römisch-Germanisches Zentralmuseum in Mainz, is gevonden in Neuwied-Niederbieber in Duitsland. Het is een onderdeel geweest van de decoratie van het veldteken van wat een cohort heette, wat kan slaan op een onderafdeling van een legioen of – en dat is dit keer aannemelijker – een zelfstandige eenheid hulptroepen. Het toont een Romeinse veldheer, met hetzelfde hoge voorhoofd als Tiberius (de latere keizer), een vertrapte krijgsgevangene en een enorme hoeveelheid krijgsbuit.

De krijgsgevangene heeft los vallend, lang haar en zal wel een Kelt zijn; de helm lijkt ook Keltisch. Hoewel Neuwied-Niederbieber ligt aan de Midden-Rijn, waar de Romeinen stonden tegenover de Germanen, lijkt de met deze schijf herdachte overwinning te zijn behaald op de Kelten. Het portret van Tiberius suggereert dat het gaat om de annexatie van het gebied tussen de Alpen en de Boven-Donau.

Lees verder “De Alpen onderworpen”

Waarom de Oudheid zo leuk is

Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Het standaardverhaal over de Romeinse aanwezigheid in wat nu Duitsland heet, is ongeveer als volgt: de Romeinse generaal Drusus trok kort voor het begin van de jaartelling over de Rijn en verlegde de grens naar de Elbe, tot de Germanen in de Slag in het Teutoburgerwoud in 9 n.Chr. drie legioenen vernietigden en de Romeinen zich op de Rijn terugtrokken. Daar is toen de limes ontstaan.

Dit verhaal is heel problematisch. In de eerste plaats staat nergens in de bronnen dat de Romeinen het plan hadden de Elbe als grens te nemen. De vaak geboden moderne verklaring voor dit strijdplan, dat de Elbe-grens korter zou zijn, is pure fantasie. Ze is in elk geval in strijd met wat de Romeinen zelf dachten, want volgens hun topografische inzichten zou de Elbe-grens juist langer zijn geweest. Voor wat het waard is: ik voor mij denk dat ze niet verder hebben willen oprukken dan de Weser. Het stroomgebied van de Elbe is wel verkend, maar het feit dat nog nooit een fort of zelfs maar een marskamp is gevonden tussen de twee rivieren, suggereert dat men er nooit lang kan zijn gebleven.

Lees verder “Waarom de Oudheid zo leuk is”