Een op megaschaal herbouwde ijzeroven in Apeldoorn
Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: ijzer uit Apeldoorn, de Odyssee, een necrologie, Krommenie, bioarcheologisch nieuws en uiteenlopende toepassingen van A.I..
Apeldoorn
In Trouw stond een verbluffend mooi stuk over de technieken waarmee mensen in de Oudheid en Vroege Middeleeuwen ijzer bewerkten. Het heeft vooral betrekking op Apeldoorn, waar eeuwenlang ijzer is gewonnen, al is nog geen ijzervondst gedaan waarvan zeker is dat die komt van de Veluwe. Ik wil meer, méér van dit soort inhoudelijk sterke stukken.
[Dit is het tweede deel van Josine Schrickx’ blogje over de vroegste teksten over de Baiuvari, de zesde-eeuwse bewoners van wat nu Beieren heet. Het eerste was hier.]
Fredegar
Bij de volgende passage uit het lemma in de Thesaurus Linguae Latinae bevinden we ons buiten de eigenlijke tijdsgrens van dat project, die ligt rond 600 na Chr. Het komt volgende fragment komt uit de Kroniek van Fredegar, die dateert uit de tweede helft van de zevende eeuw:
Reconstructie van twee Baiuvaren (Museum Aschheim)
In een eerder blogje schreef ik over het lemma dat de Thesaurus Linguae Latinae (het grote oerwoordenboek van de Latijnse taal) wijdde aan de Baiuvaren, zoals de bewoners van het huidige Beieren in de zesde eeuw na Chr. heetten. In dat eerdere blogje behandelde ik het korte tekstje dat bekendstaat als de Frankische Volkentabel.
In de twee blogjes van vandaag neem ik de andere bronnen onder de loep: de oudste vermeldingen van de Baiuvaren. Weliswaar doen ook latere, middeleeuwse auteurs weleens verslag van de zesde eeuw en vermelden ook zij daarbij de Baiuvaren, maar ik beperk me tot de begintijd. De eerste bekende hertog (dux) van de Baiuvaren was Garibald I, die de titel in 548 kreeg van de Frankische koning Theudowald (meer).
Even wat reclame. Dus u hoeft niet verder te lezen als u daar geen zin in hebt.
***
In het voorjaar organiseer ik meestal reizen naar het Midden-Oosten. Afgelopen voorjaar stonden Libanon en Jordanië op het programma, maar u weet al waarom die niet zijn doorgegaan en waarom dat volgend jaar vermoedelijk zo zal blijven. In plaats daarvan organiseer ik (samen met V-incentive in Haarlem) twee reizen door West-Europa: naar de Provence en naar Beieren.
In het vorige stukje over de Baiuvaren noemde ik al een lange reeks bevolkingsgroepen: de oorspronkelijke Romeinse bevolking, achtergebleven Hunnen, Sueben, immigrerende Alamannen, Gotische troepen. Al met al een behoorlijke mix. Grafvondsten bewijzen ook de aanwezigheid van immigranten uit het Oostzeegebied en mensen uit het noordwesten, die we wellicht Franken mogen noemen. Ik voeg de Hunse bruiden uit het oosten toe, waarover ik zes jaar geleden al eens blogde. En uit deze mix moeten de Baiuvaren zijn ontstaan. Hun naam documenteert nóg een groep landverhuizers, want de Germaanse vorm van hun naam, *Bajawarjōz, verwijst naar Bohemen.
Het archeologisch bewijs
Het historisch en naamkundig bewijs lijkt dus te suggereren dat een groep die ooit had gewoond aan de bovenloop van de Elbe, naar Raetia is getrokken, de macht heeft overgenomen en een zekere stabiliteit geschapen. Daarna is men het gebied en alle bewoners naar hen gaan vernoemen. Dit is natuurlijk wat speculatief, maar de archeologische data wijzen in dezelfde richting. In het huidige Tsjechië verdwijnt namelijk in de loop van de vijfde eeuw het zogeheten Friedenhain-Přešťovice-keramiek, terwijl dat langs de Donau steeds vaker opduikt.
Ik heb het onlangs gehad over de Baiuvaren, zeg maar de voorgangers van het Duitse Beieren. De schakel tussen de Baiuvaren en de deelstaat is het middeleeuwse hertogdom. Wat ooit een stam – ik gebruik deze term even met een slag om de arm – was geweest, werd onder een eigen hertog (dux) opgenomen in het Frankische Rijk. Toen dat later uiteenviel en het Duitse rijk ontstond, bleef dit stamhertogdom intact, en daaruit is dus het huidige Beieren ontstaan. De continuïteit is er – maar hoe begon die? Wie waren die Baiuvaren of Baiovaren?
Oudste vermeldingen
Je kunt natuurlijk kijken naar de oudste naamsvermelding. Die vinden we in een rond 520 na Chr. geschreven tekst die bekendstaat als de Frankische Volkentabel, een soort stamboom van de Germaanse volken. Hierin staat dat de Baiuvaren afstamden van ene Boguar. Als ik toevoeg dat de Saksen volgens de auteur van dit werkje de nakomelingen zijn van ene Saxo, de Vandalen van ene Wandalus, de Franken van Francus en de Britten van Britto, dan heeft u al voldoende beeld van de kwaliteit van de Volkentabel. Desondanks leren we dat de Baiuvaren golden als Germaans volk.
Sieraden van een Baiuvaarse dame (Archäologische Staatssammlung, München)
Diluviale regens in zuidelijk Duitsland, ook in München, en de meteorologische dienst had een waarschuwing afgegeven: “Gefahr für Leib und Leben durch Überflutungen von Straßen/Unterführungen sowie gewässernahen Gebäuden; mögliche Erdrutsche.” Volmaakt museumweer dus. En daarom bezochten mijn betere helft en ik afgelopen zaterdag de Archäologische Staatssammlung. Het museum met de nationale collectie van Beieren is een maand geleden na een verbouwing heropend.
En het is een triomf. Zeg maar iets in de orde van het Akropolismuseum. De verzameling zelf is indrukwekkend, er zit een heldere visie achter de opstelling en die visie is ook effectief uitgewerkt. Het museum is nog niet helemaal klaar, overigens. De toelichting in het Engels en Beiers is nog niet overal aanwezig en er zijn nog geen tentoonstellingen. Althans niet in het museumgebouw; op verschillende plekken in de stad is aangegeven wat daar is opgegraven. Wie bijvoorbeeld vanaf de Odeonsplatz de Hofgarten binnenloopt, kan daar ontdekken dat hier ooit een Romeins reliëfje is opgegraven. Maar ook al is er nog geen tentoonstelling in het museum zelf, de collectie is klaar en staat prachtig opgesteld. Het personeel heeft er zin in en je voelt je welkom.
De Duitse deelstaat Beieren is bezig zijn oudheidkundige collecties te reorganiseren: het Pompejanum in Aschaffenburg, het fenomenale Keltenmuseum in Manching, het archeologisch park van Kempten en de musea van Würzburg, Augsburg, Weissenburg en München. Het is in die laatste stad dat ik dit nu zit te schrijven, want ik ben hier om de diverse musea te bekijken. Ik was hier in 2012 voor het laatst en er is nogal wat veranderd.
Koning Lodewijk I (r.1825-1848) was een van de grootste filhellenen die de wereld ooit heeft gezien en spaarde kosten noch moeite om Beieren een Grieks uiterlijk te geven. Hij bouwde het Walhalla bij Regensburg, de Befreiungshalle in Kelheim en schonk München de Antikensammlung met de Glyptothek aan de Königsplatz. Koning Lodewijk had ook nog een zoon die koning werd in Griekenland, Otto I. De relatie tussen beide gekroonde hoofden deed de gestage aanvoer van Griekse oudheden uiteraard geen kwaad. München is dus een paradijs voor wie belangstelling heeft voor Griekse en andere oudheden.
Masker uit de Straubinger Römerschatz (Gäubodenmuseum, Straubing)
De bruine borden “Straubing Römer” voerden even weg van de Duitse A3, naar Straubing, een stadje in Beieren met ruim 45.000 inwoners. Eind veertiende, begin vijftiende eeuw vormde het zowaar een personele unie met de graafschappen Holland, Zeeland en Henegouwen. Verder is het de geboorteplaats van schlagerzanger Rex Gildo. Maar mij ging het om het Gäubodenmuseum en zijn Romeinse schat met onder meer zeven Romeinse gezichtsmaskers.
Castellum
Al in de zestiende eeuw bestond het idee dat op deze plek aan de Donau een Romeins castellum had gestaan. Pas eind negentiende eeuw vonden de eerste opgravingen plaats, uitgevoerd door lokale amateurhistorici- en archeologen. Vanaf 1978 is het onderzoek in handen van de archeologische dienst van Straubing.
Hallstatt-voorwerpen uit de Elzas (Palais Rhodan, Straatsburg)
Het is maar hoe je ernaar kijkt. De door mij bewonderde archeoloog Barry Cunliffe meende dat de Keltische cultuur ontstond vanuit een elite die de handel beheerste tussen de Griekse en Italische culturen in het zuiden en de leveranciers van ruwe grondstoffen in het noorden, waar tin en barnsteen werd gewonnen. Daar valt best iets voor te zeggen: Champagne, Lotharingen, de Elzas, het Zwarte Woud, Beieren en Bohemen (het gebied waar de Keltische La Tène-cultuur ontstond) liggen inderdaad tussen zuid en noord.
Je kunt het ontstaan van de Centraal-Europese IJzertijdculturen ook zien als een autonome ontwikkeling. Benoorden de Alpen werden allerlei metalen gewonnen: veel ijzer, een beetje tin en koper (de bestanddelen van brons), en daarnaast ook zout, dat kwam uit mijnen in de noordelijke uitlopers van de Alpen. Degenen die rijk werden van de metaal- en zoutwinning ruilden hun producten tegen textiel, levensmiddelen, pelzen, huiden en slaven. Hierdoor ontstond tussen Champagne en Bohemen een handelsnetwerk. De elite van de tussenhandelaren toonde haar kapitaal door zich te laten begraven in wagengraven. Dit was het begin van de Hallstatt-cultuur, die is te beschouwen als de voorganger van de Keltische La Tène-cultuur.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.