
Al een paar keer heb ik geschreven dat de Vandalen, komend vanuit Centraal-Europa, zich begin vijfde eeuw vestigden in Andalusië en in 429 na Chr. daarvandaan overstaken naar de Maghreb. Daar namen ze in 431 de havenstad Hippo Regius in om acht jaar later ook Karthago te veroveren en een eigen koninkrijk te stichten. Over het Vandaalse verblijf in Andalusië heb ik nooit echt geschreven, maar er zijn interessante dingen over te vertellen.
Eén vraag is bijvoorbeeld hoeveel mensen er nou eigenlijk naar Andalusië kwamen. Niet heel veel in elk geval. De Spaanse oudhistoricus Javier Arce houdt het op zo’n 50.000 mannen, vrouwen, kinderen, lijfeigenen, slaven en andere onvrije arbeiders. Op het Iberische Schiereiland woonden op dat moment zo’n zes miljoen mensen, dus het is niet vreemd dat de Vandaalse aanwezigheid geen sporen heeft achtergelaten.
Waarom Andalusië?
Een interessantere vraag is waarom de Vandalen (en de Alanen en de Sueben die eveneens dwars door Gallië trokken) überhaupt zo ver reisden. Het gangbare antwoord, gegeven door de tijdgenoot Olympiodoros,noot is dat ze op zoek waren naar land, wat in elk geval betekent dat ze niet de allesvernielende woestelingen waren uit het negentiende-eeuwse beeld van “grote volksverhuizingen” die een einde maakten aan de antieke beschaving.
Arce biedt een preciezere verklaring, die wat voorkennis veronderstelt. In 407 kwam in Britannia een Romeinse generaal genaamd Constantinus in opstand. Hij stak over naar het Continent en oefende reëel gezag uit in Gallië, dat op dat moment in chaos verkeerde doordat de Alanen, Sueben en Vandalen in 406 over de Rijn waren gekomen. Constantinus’ rechterhand was een zekere Gerontius, die namens zijn keizer oprukte naar Iberië en vervolgens in opstand kwam. Een zoon van Constantinus rukte nu tegen Gerontius op, die daarop de Alanen, Sueben en Vandalen in dienst nam en naar Iberië liet komen.noot
In 411 maakte Constantius, een generaal in dienst van de officiële keizer Honorius, een einde aan de opstanden van Constantinus en Gerontius. Maar in de tussentijd waren dus drie groepen naar Iberië gekomen, die daar land toegewezen hadden gekregen. De kleinste groep, de Alanen, kreeg de provincies Lusitanië en Carthaginensis; de grootste groep, de Sueben, ontvingen de kleine provincie Galicië, die ze deelde met de zogeheten Asdingse Vandalen; en tot slot kregen de Silingische Vandalen de regio Baetica ofwel Andalusië. De belangrijkste Iberische provincie, Tarraconensis, en de strategisch belangrijke Balearen kregen geen nieuwe bewoners.
Visigoten versus Vandalen
Keizer Honorius was het ondertussen oneens met deze verdeling en maakte in 417 gebruik van een ander leger om in Iberië op orde op zaken te stellen. Dat was het leger dat we gewoonlijk “de Visigoten” noemen. Vanuit Gallië oprukkend naar Andalusië zouden ze de Silingische Vandalen zo’n beetje hebben uitgeroeid. Een tweede leger pakte de Asdingse Vandalen aan, die Galicië verlieten en zich vestigden bij de overlevende Silingen. Een derde expeditie vond plaats in 422 maar dit keer wisten de Vandalen de keizerlijke troepen te weerstaan.
Sterker nog, ze gingen zelf in het offensief: ze plunderden de Balearen en even later ook de havenstad Carthago Nova (Cartagena). De grote vragen zijn nu waar ze de schepen vandaan haalden, wie hen had leren varen en welke havenstad ze bezaten. Ik weet het antwoord niet. Wat weer wel bekend is, is dat de Vandalen vervolgens ook Mauretania Tingitana plunderden: het gebied aan de andere kant van de Straat van Gibraltar. De eerste stap naar de Maghreb was gezet.

Naar de Maghreb
In mei 429 was het zo ver. Onder leiding van koning Geiserik laadden de Vandalen, een groot aantal Alanen en ook nog wat Visigoten hun spullen in schepen en staken over naar Afrika. Met familie en al. Het zal niet in één keer zijn gebeurd, maar ook als men enkele keren heen en weer voer, moeten bij deze operatie honderden schepen betrokken zijn geweest.
En opnieuw is er de vraag: waarom? Andalusië is net zo vruchtbaar als de Maghreb. Misschien is de verklaring wel dat de Maghreb beter te verdedigen viel. In Iberië waren de Vandalen kwetsbaar gebleken voor Romeinse en Visigotische aanvallen. Zouden ze eenmaal in Afrika zijn, dan waren ze minder bereikbaar. Een andere verklaring is dat ze, opnieuw, vertrokken op verzoek van een Romeinse generaal, Bonifatius. Deze war lord zou zo een reservoir van manschappen hebben.
We weten het weer eens niet. Het blijft oudheidkunde.
Zelfde tijdvak
Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (1)februari 21, 2016
Liefde en doodfebruari 14, 2015
Alarikaugustus 24, 2025

…………………. Dat was het leger dat we gewoonlijk “de Visigoten” noemen. Vanuit Gallië oprukkend naar Andalusië zouden ze de Silingische Vandalen zo’n beetje hebben uitgeroeid. Een tweede leger pakte de Asdingse Vandalen aan, die Galicië verlieten en zich vestigden bij de overlevende Silingen. Een derde expeditie vond plaats in 422 maar dit keer wisten de Vandalen de keizerlijke troepen te weerstaan.
Sterker nog, ze gingen zelf in het offensief: ze plunderden de Balearen en even later ook de havenstad Carthago Nova (Cartagena). ……………….
Er zit een tegenstelling in bovenstaande tekst. De Silingen waren eerst uitgeroeid maar er bleven toch nog genoeg over om later, met de inmiddels ook verslagen Asdingen, de keizerlijke troepen te weerstaan en zelfs het initiatief te neme.
Misschien zijn de bronnen uit die tijd niet helemaal objectief of nauwkeurig.
Ze waren “zo’n beetje” uitgeroeid. Dat is op zich een tegenspraak, maar ik lees dan “bijna uitgeroeid”. En dan heb je toch een paar overlevenden…
Dit punt wordt ook aangehaald in Pedro barceló’s “Geschichte Spaniens in der Antike” uitgegeven bij CH Beck, in de prachtige reeks van de “Gerda Henkel Stiftung”
“een zekere Gerontius, die namens zijn keizer oprukte naar Iberië en vervolgens in opstand kwam. Een zoon van Constantinus rukte nu tegen Gerontius op, die daarop de Alanen, Sueben en Vandalen in dienst nam en naar Iberië liet komen”
Dat is wel heel vereenvoudigd. Gerontius had voor Constantijn III (samen met diens zoon Constans) de aan keizer Honorius getrouwe troepen verslagen (408).
Zij laten echter de passen over de Pyreneeën onbewaakt, zodat op 28 september 409 de Alanen, Sueben en Vandalen Spanje binnen trekken. Zosimus suggereert nergens dat Gerontius dat geregeld zou hebben.
Een jaar later, als generaal Constantius het militaire commando in Italië op zich neemt, haalt Constantijn zijn zoon (en naar we mogen aannemen, ook troepen) terug uit Spanje. Hierop volgt de rebellie van Gerontius, die een Spanjaard tot tegenkeizer uitroept, wat kan duiden op een verzwakte positie die lokale steun nodig had. Pas op dit moment maakt Gerontius afspraken met de invallers, valt vervolgen Constantijn aan, tot hij door Constantius wordt verdreven. Gerontius wordt dan door zijn eigen troepen omgelegd, die zich daarna weer bij Constantius (en dus Honorius) aansluiten (411).
“Vanuit Gallië oprukkend naar Andalusië zouden ze de Silingische Vandalen zo’n beetje hebben uitgeroeid. Een tweede leger pakte de Asdingse Vandalen aan, die Galicië verlieten en zich vestigden bij de overlevende Silingen. ”
Ik denk dat één van deze twee overwinningen over de Alanen gaat, die zich na die nederlaag bij de (H)asdingen aansloten? Deze verloren hun koninkrijk later (419) door de Suevi. Een Romeins leger onder generaal Asterix/Asterius dreef de Alanen en Vandalen (niemand spreekt daarna meer van Silingen/Hasdingen) naar het zuiden.