De Iberiërs (2)

Een span ossen (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

[Tweede van drie blogjes over de bewoners van Zuidoost-Spanje in de tweede helft van het eerste millennium v.Chr. Het eerste was hier.]

Economie

De meeste Iberiërs waren eenvoudige boeren, peasants. Maar naarmate de ijzerbewerking beter werd – dit speelt dus in de eerste fase, tussen 550 en 425 v.Chr. – slaagde men erin meer te produceren: vooral tarwe en gerst. Er ontstonden in de huidige regio’s Valencia en Murcia steeds grotere overschotten, die men vrijwel zeker verhandelde met de Feniciërs en de Karthagers, de Grieken en de Etrusken.

Naast akkerbouw was er natuurlijk ook veeteelt. De vochtigere gebieden langs de kust en de rivieren waren geschikt als weiland, waar runderen en schapen konden grazen. Er was altijd zuivel en vlees, maar de runderen konden ook dienen als trekdier en de schapen leverden wol. En textiel kon worden geëxporteerd. Op andere bodems konden de Iberiërs varkens, geiten en pluimvee houden.

Lees verder “De Iberiërs (2)”

De Vandalen in Andalusië

Munt van Vespasianus, voorzien van het getal 83; het gaat om oude munt die in Vandaals Andalusië is omgerekend naar een laatantieke muntstelsel (Bode-Museum, Berlijn)

Al een paar keer heb ik geschreven dat de Vandalen, komend vanuit Centraal-Europa, zich begin vijfde eeuw vestigden in Andalusië en in 429 na Chr. daarvandaan overstaken naar de Maghreb. Daar namen ze in 431 de havenstad Hippo Regius in om acht jaar later ook Karthago te veroveren en een eigen koninkrijk te stichten. Over het Vandaalse verblijf in Andalusië heb ik nooit echt geschreven, maar er zijn interessante dingen over te vertellen.

Eén vraag is bijvoorbeeld hoeveel mensen er nou eigenlijk naar Andalusië kwamen. Niet heel veel in elk geval. De Spaanse oudhistoricus Javier Arce houdt het op zo’n 50.000 mannen, vrouwen, kinderen, lijfeigenen, slaven en andere onvrije arbeiders. Op het Iberische Schiereiland woonden op dat moment zo’n zes miljoen mensen, dus het is niet vreemd dat de Vandaalse aanwezigheid geen sporen heeft achtergelaten.

Lees verder “De Vandalen in Andalusië”

Faits divers (19)

Reconstructie van de wandschildering uit de Villa van Maasbracht, nu te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

De vaste bezoekers van deze blog weten het: als er een aflevering is in de nogal onregelmatig verschijnende reeks faits divers, dan zullen het wel weer wat onsamenhangende faits divers zijn. En het is krek zo.

Woorden tellen

Het is vrij algemeen bekend – en ook niet onwaar – dat het Romeinse Rijk in de eerste en tweede eeuw na Chr. een bloeiperiode meemaakte. Maar hoe meet je zoiets? Je kunt scheepswrakken gaan tellen en die aantallen gebruiken om de groei en afname van het handelsvolume te documenteren. Je kunt jaarringen analyseren en constateren dat het klimaat in de derde eeuw veranderde. Je kunt opgegraven botten tellen en uitspraken doen over vleesconsumptie. En je kunt de bouwjaren van monumentale gebouwen in een grafiek zetten en aannemen dat elk gebouw twee eeuwen heeft gestaan, en zo constateren hoeveel monumenten er op een gegeven moment waren. Ook kun je inscripties per decennium tellen, om zo een indruk te krijgen.

En nu is er een nieuwe methode: woorden in papyri tellen. Er is een piek in de tweede eeuw. Niet onverwacht. Wel een extra argument.

Lees verder “Faits divers (19)”