Voor-westerse geschiedenis (8) de zeeën

Straat van Gibraltar

Oké, daar gaat ’ie. Dit blogje gaat over de Adriatische Zee, de Alboránzee, de Balearische Zee, de Egeïsche Zee, de Ikarische Zee, de Ionische Zee, de Kretenzische Zee, de Levantijnse Zee, de Libische Zee, de Ligurische Zee, de Myrtoïsche Zee, de Sardijnse Zee, de Thracische Zee, de Tyrrheense Zee en de Zee van Marmara. En verder gaat het over de Atlantische Oceaan, het Aralmeer, de Indische Oceaan, de Kaspische Zee, de Noordzee, de Oostzee, de Perzische Golf, de Rode Zee en de Zwarte Zee. Alles bij elkaar vierentwintig zoute watervlakten.

Wij noemen de eerste vijftien samen de Middellandse Zee, maar al die wateren hebben andere eigenschappen. Dat krijg je ervan als je zo’n verfrommeld landschap hebt. Dat de Romeinen spraken van Mare Nostrum, “onze zee” in enkelvoud, was een weinig subtiele manier om te zeggen dat ze vele volken en landen hadden overwonnen.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (8) de zeeën”

De Vandalen in Andalusië

Munt van Vespasianus, voorzien van het getal 83; het gaat om oude munt die in Vandaals Andalusië is omgerekend naar een laatantieke muntstelsel (Bode-Museum, Berlijn)

Al een paar keer heb ik geschreven dat de Vandalen, komend vanuit Centraal-Europa, zich begin vijfde eeuw vestigden in Andalusië en in 429 na Chr. daarvandaan overstaken naar de Maghreb. Daar namen ze in 431 de havenstad Hippo Regius in om acht jaar later ook Karthago te veroveren en een eigen koninkrijk te stichten. Over het Vandaalse verblijf in Andalusië heb ik nooit echt geschreven, maar er zijn interessante dingen over te vertellen.

Eén vraag is bijvoorbeeld hoeveel mensen er nou eigenlijk naar Andalusië kwamen. Niet heel veel in elk geval. De Spaanse oudhistoricus Javier Arce houdt het op zo’n 50.000 mannen, vrouwen, kinderen, lijfeigenen, slaven en andere onvrije arbeiders. Op het Iberische Schiereiland woonden op dat moment zo’n zes miljoen mensen, dus het is niet vreemd dat de Vandaalse aanwezigheid geen sporen heeft achtergelaten.

Lees verder “De Vandalen in Andalusië”

Koningin Kahina

Moskee in Annaba

[Zesde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Met de val en verwoesting van Karthago, waarover ik schreef in het vorige blogje, kwam een einde aan de Byzantijnse aanwezigheid in Ifriqiya. Als er al verder naar het westen al vlootsteunpunten zijn geweest, zijn die snel daarna opgegeven. Alleen rond de Straat van Gibraltar heerste nog de al genoemde exarch Julianus, die feitelijk een post-Romeins staatje voor zichzelf was begonnen tussen het Rijk van Toledo en de Berbers van het huidige Marokko. De Byzantijnen waren dus feitelijk verdwenen, maar hun Berber-bondgenoten waren er nog, en zij zetten de strijd tegen de Arabische veroveraars voort.

Kahina

Hun leider was koningin Kahina. Rond haar bestaat een hoop legendevorming: ze was een tovenares, een profetes wier voorspellingen opvallend vaak uitkwamen, een feministe, voorbeeld voor het verzet tegen koloniale mogendheden (lees: Frankrijk), heldin in het Berber-verzet tegen de Arabieren, Afrikaanse heerseres, joodse verzetsstrijder. Dat laatste gaat terug op een opmerking van de veertiende-eeuwse geleerde Ibn Khaldun, maar de meeste hedendaagse geleerden vermoeden dat ze een christelijke Berber-prinses was die haar positie tevens te danken had aan het feit dat ze getrouwd was geweest met een van de laatste Byzantijnse bestuurders.

Lees verder “Koningin Kahina”

De Arabische verovering van Andalusië (1)

De Straat van Gibraltar

Ik heb al vaker geblogd over de grote Arabische veroveringen: de laatste grote gebeurtenis uit de Oudheid. Het gaat om twee verwante processen, namelijk enerzijds het ontstaan van de Arabische heerschappij (anders gezegd, van het Kalifaat) en anderzijds – en iets langzamer – de verspreiding van een Arabisch monotheïsme. De geleidelijke arabisering van de samenleving is dan nog een derde proces.

Enkele jaartallen: in 641 veroverden de Arabieren Alexandrië op de Byzantijnen, in het volgende jaar bereikten de legers de Cyrenaica, en tussen 647 en 695 namen de Arabische troepen het huidige Tunesië over. Daar, in wat ze Ifriqiya noemden, stichtten ze Kairouan, ver in het binnenland, onbereikbaar voor de Byzantijnse vloot, en gunstig gesitueerd voor het geval er nog met de Berbers zou moeten worden gevochten. De arabisering van de Maghreb nam een aanvang.

Lees verder “De Arabische verovering van Andalusië (1)”

Herakles (2)

De Kretenzische Stier (Archeologisch Museum, Antalya)

In mijn vorige blogje introduceerde ik de eerste zes werken die Herakles moest verrichten voor koning Eurystheus van Tiryns. De halfgod had de Peloponnesos ontdaan van monsters en zou voor zijn volgende zes werken reizen maken buiten de Peloponnesos.

De Kretenzische stier

Herakles’ zevende werk was het vangen van de Kretenzische stier. De bronnen zijn het oneens over de aard van dit beest: was het de vader van de Minotaurus of was dit het dier dat Europa vervoerde van Fenicië naar Kreta? Om het nog wat complexer te maken, wordt hetzelfde verhaal verteld over de Atheense held Theseus. In elk geval: men vertelde dat Herakles het ondier bedwong in de buurt van Marathon.

Lees verder “Herakles (2)”

Opkomst van de Nasriden

Het Alhambra, de residentie van de Nasriden

“Je doet er goed aan, mijn zoon, te huilen als een vrouw om wat je als man niet kon verdedigen”. Dit waren de legendarische woorden die sultana Aïcha tegen haar zoon Boabdil, de laatste sultan van het koninkrijk Granada, sprak op 2 januari 1492. Op deze dag had hij zijn hemelse paradijs op aarde, het beroemde Alhambra, overgegeven aan het koningspaar Isabella van Castilië (r.1474-1504) en Ferdinand II van Aragón (r. 1479-1516). Voordat het echter zo ver kwam, wisten de Nasriden het ruim 250 jaar vol te houden in het zuiden van het Iberische schiereiland, tot ze het onderspit dolven tegen de nieuwe, christelijke machthebbers.

Het Koninkrijk Granada

Het verhaal van Granada begint al in de tiende eeuw, toen de stad deel uitmaakte van het Kalifaat van Córdoba. In 1013, bij het uiteenvallen van dit kalifaat, werd Granada een onafhankelijke taifa om vervolgens in 1091 te worden veroverd door de Almoraviden en in 1154 weer door de Almohaden, twee dynastieën uit het huidige Marokko. Fast forward naar 1212: na de Slag bij Las Navas de Tolosa brokkelt het Almohadische gezag af en in 1228 is het definitief voorbij. In de tussenliggende tijd is de ene Moorse stad na de andere in handen van de christenen gevallen.

Lees verder “Opkomst van de Nasriden”

Melqart in meervoud

Viermaal Melqart (Cádiz Museum)

Wie mijn blog een beetje volgt, heeft inmiddels mijn fascinatie met Cádiz herkend: het eiland aan de rand van de wereld, waar de Feniciërs een tempel bouwden voor Melqart. Dat is meer een titel dan een godheid, want het betekent niets meer dan “stadskoning”.

Zoals in het moederland gebruikelijk, stonden er twee zuilen voor die tempel, de “zuilen van Melqart” dus. Hier eindigde de Mediterrane wereld, hier begon iets anders. De Grieken, die Melqart gelijkstelden aan hun Herakles, verplaatsten de naam naar de Straat van Gibraltar: de twee bergtoppen aan weerszijden zouden door Herakles óf van elkaar zijn gescheiden om er water binnen te laten, óf naar elkaar toe zijn getrokken om zeemonsters weg te houden uit de Mediterrane wateren. Het hielp niet, maar in elk geval: de Zuilen van Herakles markeerden opnieuw een eindpunt.

Lees verder “Melqart in meervoud”

Hanno de Zeevaarder (1): Kolonisatie

We weten niet hoe de schepen van Hanno de Zeevaarder eruit zagen. Dit Karthaagse scheepsmodel  is niet heel informatief. (Archeologisch museum, Sousse)

Een van de “vragen rond de jaarwisseling” die u me voorlegde betrof ontdekkingsreizen en ik bedacht toen dat ik nog nooit had geblogd over Hanno de Zeevaarder. En dat is maf, want (a) Karthago heeft mijn belangstelling, (b) er is een leuke vertaling door Floris Overduin en Vincent Hunink (gepubliceerd in Hermeneus 87/1 [2015]) en (c) er is fascinerend Nederlands onderzoek over de topografie gedaan.

Dat fascinerende onderzoek is W.F.G. Lacroix, Africa in Antiquity. A Linguistic and Toponymic Analysis of Ptolemy’s Map of Africa (1998). De auteur toont dat Ptolemaios’ kennis van Afrika groter is dan veelal wordt aangenomen. Daardoor heeft hij redelijk wat van de door Hanno genoemde plaatsen kunnen identificeren. En passant heeft hij ook een opvallend vroege datering geopperd.

Lees verder “Hanno de Zeevaarder (1): Kolonisatie”

Pytheas van Marseille, opnieuw

Das schwimmende Moor: dit kan heel wel het Metuonis van Pytheas zijn geweest.

Ik heb het op deze plek weleens gehad over Pytheas van Marseille, de Griekse ontdekkingsreiziger die rond 325 v.Chr. de Atlantische kusten verkende. Minimaal zeilde hij langs Iberië, westelijk Gallië en de Britse eilanden. Verder vermeldde hij een mysterieus land Thule, een ijszee en een eiland waar barnsteen vandaan kwam. Hij wist ook dat de getijden samenhingen met de maan. Fascinerende materie natuurlijk, en Pytheas’ boek moet een hit zijn geweest. Als de dichter Vergilius in zijn Georgica kan schrijven over “het uiterste Thule”, moet dat eiland in elk geval bij zijn Romeinse publiek bekend zijn geweest.

Wat zouden we graag meer over Pytheas’ avontuurlijke reis hebben geweten, maar zijn verslag is verloren gegaan. We moeten de expeditie dus reconstrueren aan de hand van informatie bij jongere auteurs. In totaal gaat het om negenendertig fragmenten, waarvan er zestien zijn te vinden in het aardrijkskundeboek van Strabon en acht in de encyclopedie van Plinius de Oudere.

Lees verder “Pytheas van Marseille, opnieuw”

De tempel van Melqart in Cádiz

De nu ontdekte ruïne van de tempel van Melqart bij Cádiz middenin de foto (© Universiteit van Sevilla)

Als een krant kopt dat wetenschappers de “heilige graal” van een vakgebied hebben gevonden, weten we dat de journalist de stof oninteressant vond. Anders zou ’ie geen cliché hebben hoeven gebruiken. Als lezer laat je het ongelezen. Desondanks is dit artikel in El País is wel de moeite waard.

Onderzoekers van de Universiteit van Sevilla en het Andalusisch Instituut voor Historisch Erfgoed hebben namelijk een FenicischKarthaags-Romeins gebouw gevonden dat weleens de tempel kan zijn geweest van Melqart. Dit was een van de beroemdste gebouwen uit de oude wereld. Hannibal heeft er geofferd. Het is waar Julius Caesar in huilen uitbarstte toen hij het beeld zag van Alexander de Grote. De Romeinse magistraat had nog niets voor de eeuwigheid gedaan op de leeftijd waarop Alexander de wereld al had veroverd. Als de anekdote waar is, verraadt ze veel over Caesars ambitie.

Lees verder “De tempel van Melqart in Cádiz”