Montanisme (2)

Het Laatste Oordeel (Catacomben van Domitilla, Rome)

In het vorige blogje vertelde ik over het optreden van Montanus, een profeet die leefde rond het midden van de tweede eeuw. Op gezag van ene Apollinaris van Hierapolis vertelt Eusebios van Caesarea iets over Montanus’ opvattingen. De kerkhistoricus heeft geen goed woord over voor die zogeheten Nieuwe Profetie.

Montanus stond echtscheiding toe en legde vastenregels op. Hij riep de dorpjes Pepouza en Tymion in Frygië uit tot [Nieuw] Jeruzalem, om zo aanhangers te lokken. Verder stelde hij mensen aan die cadeaus aannamen en tevens ontwierp hij een systeem om geschenken te ontvangen alsof het bijdragen waren voor zijn kerk. Hij betaalde zelfs mensen om zijn dwaalleer te verkondigen.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.18.2.

Schandelijk natuurlijk, dat je je personeel betaalt!

Tot de montanisten behoorde ook iemand die een circulaire over de Nieuwe Profetie publiceerde en daarvoor in de gevangenis belandde. Over een andere montanist vernemen we dat hij wegens roof werd veroordeeld, maar zich wist vrij te kopen door collectegeld van een van de christelijke gemeenschappen in Efese.

Lees verder “Montanisme (2)”

Montanisme (1)

Een christelijke maaltijd op een tweede- of derde-eeuwse wandschildering uit de catacomben van Callixtus, Rome

Hoe je ernaast kunt zitten hè, hoe je er toch naast kunt zitten. Ik noem op deze blog weleens het montanisme. Dat is een vorm van christendom uit de tweede en derde eeuw. “Het” christendom, met een uitgewerkte doctrine, zou pas later ontstaan, toen het nieuwe geloof niet langer werd vervolgd en zich onder keizerlijk toezicht begon te organiseren. Het Eerste Concilie van Nikaia in 325 is hierbij beslissend geweest: toen ontstond iets wat we orthodoxie kunnen noemen. Dat wil overigens niet zeggen dat er voordien niets was dat daarop leek. Het wil wél zeggen dat in de tweede en derde eeuw de proto-orthodoxie (die onder meer behelsde dat wie Christus vereerde niet ook andere goden mocht vereren) nog één stroming onder meerdere was. Veel van die christendommen staan bekend onder de parapluterm gnosis. En er was dus montanisme.

Ik dacht dat ik wist wat het was, want ik had er eens college over gehad. Let wel: dat is dus dik vijfendertig jaar geleden. De docent had uitgelegd dat het ging om een groep uit het huidige Turkije die geloofde dat Christus spoedig zou terugkeren, namelijk wanneer het lijden van de mensheid compleet was. Als iedereen het martelaarschap aanvaardde, zo zouden de montanisten hebben gedacht, was de maat van het menselijk lijden eerder vol en zou de Eindtijd sneller beginnen. Dit gedachtegoed, waarover we zijn geïnformeerd door de Kerkgeschiedenis van Eusebios van Caesarea, beïnvloedde onder meer de christelijke auteur Tertullianus.

Lees verder “Montanisme (1)”

Pontius Pilatus (6) Besluit

Kopie van de inscriptie van Pontius Pilatus uit Caesarea.

[Dit is het laatste van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Prefect

Ik heb in de vorige vijf blogjes verteld dat de evangelisten, Filon van Alexandrië en Flavius Josephus de voornaamste bronnen zijn voor de loopbaan van Pontius Pilatus. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus noemt de man ook een keer, en typeert hem als procurator. Hij was feitelijk prefect. Dat weten we uit bovenstaande inscriptie, gevonden in 1961 in Caesarea Maritima, de residentie van de gouverneur van Judea. Ik heb er al eens over geblogd.

De ene helft van de steen is beschadigd, maar we kunnen de andere helft lezen:

. . . . S TIBERIEUM
. . [Po]NTIUS PILATUS
[praefe]CTUS IUDA[ea]E
[ref]ECI[it]

Dit betekent dat Pontius Pilatus, de prefect van Judea, iets heeft hersteld dat Tiberieum heette. Wat dat zou moeten zijn geweest, is vooralsnog onbekend, maar het is aannemelijk dat het een tempel was ter ere van keizer Tiberius.

Lees verder “Pontius Pilatus (6) Besluit”

De hoofddoek (2) het westen

Hellenistische dame met hoofddoek (RIjksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik gaf gisteren aan dat het hoofddoekje in het oude Nabije Oosten en in de Mediterrane wereld gold als het privilege van een getrouwde vrouw. Negatief geformuleerd: het onbedekte haar van slavinnen, prostituees en ongetrouwde meisjes was een aanwijzing dat ze seksueel beschikbaar waren – uiteraard na toestemming van de eigenaar, na betaling of na huwelijkssluiting. Ik attendeerde er ook op dat vrouwenportretten een andere werkelijkheid documenteren: vrouwen waarvan we zeker weten dat ze getrouwd waren, worden met onbedekt haar afgebeeld. Ik ben er vrij zeker van dat niemand de Romeinse keizerin beschouwde als seksueel beschikbaar.

Dat er in elk geval in de Romeinse keizertijd diverse normen bestonden, blijkt tevens uit teksten die het joodse leven documenteren. De traditionele norm, dat een getrouwde vrouw een hoofddoek mocht dragen, wordt verondersteld in de rond 200 na Chr. samengestelde Mishna. Deze eerste grote optekening van rabbijnse opvattingen legt het vertrouwde verband tussen het dragen van een hoofddoek en het huwelijk: een man mocht zijn echtgenote verstoten als ze met onbedekt haar over straat ging, en hoefde dan de bruidsschat niet terug te betalen.noot Mishna, Ketuboth 7.6.

Lees verder “De hoofddoek (2) het westen”

Saturnus Africanus (1)

Saturnus Africanus (Musée du Bardo, Tunis)

Je hoeft geen Latijn te kennen om te begrijpen dat “Saturnus Africanus” de godheid Saturnus is zoals die werd vereerd met Afrikaanse rituelen. Wie Tunesië, Algerije of Marokko bezoekt, kan niet om deze Romeinse godheid heen, al was het maar omdat hij staat vermeld in bijna 2500 gepubliceerde Latijnse inscripties, gevonden van Karthago in het oosten tot Volubilis in het westen. Vaak staat hij op die inscripties ook afgebeeld; er zijn verder honderden afbeeldingen zonder tekst. Ook zijn 200 cultusplaatsen bekend. Het bovenstaande reliëf was tien jaar geleden een van de pronkstukken op de Karthago-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden; als u het daar niet zag, zult ervoor Tunis moeten, naar het Bardo-museum.

Van boven naar beneden herkent u de god, gezeten op een troon, met een scepter en een snoeimes in de hand, met vóór hem het hoofd van óf zijn echtgenote Venus Caelestis óf de zon. Onder hem ziet u degene die deze stèle heeft opgericht. Hij staat op het punt een lam te offeren. De vlammen laaien al op van het altaar. Er zijn honderden van dit soort afbeeldingen. De baardige godheid draagt vaak een kleed over het hoofd en gaat niet zelden vergezeld van de goddelijke Tweelingen of de Zon en Maan.

Lees verder “Saturnus Africanus (1)”

Hoe hoort het eigenlijk?

Klearchos’ insciptie in Ai Khanum

Soms formuleert iemand iets zó geniaal, dat je niet herkent dat het onzin is. Neem de christelijke auteur Tertullianus, die zich retorisch afvroeg wat Athene van doen had met Jeruzalem, ja, wat de Academie van Plato van doen had met de kerk van Christus. Anders gezegd: wat hadden christenen te maken met de algemene cultuur van de Mediterrane wereld?noot Tertullianus, Voorschriften voor de omgang met andersdenkenden 7.

Die veelgeciteerde uitspraak heeft de verhoudingen danig op scherp gezet. Het ontbreekt niet aan moderne publicaties die benadrukken hoe verschrikkelijk revolutionair het christendom wel niet is geweest. Soms presenteren ze het nieuwe geloof als iets prachtigs, terwijl andere auteurs de gelovigen de totale barbarij in de schoenen schuiven. In beide gevallen neemt men een tegenstelling aan die helemaal niet heeft bestaan. Je hoeft geen diepgaande studie gemaakt te hebben van de grote negentiende-eeuwse geleerden om te weten dat ze om de haverklap zeiden dat een nieuw idee alleen valt te verwoorden in termen van bestaande ideeën. Wat het christendom bracht aan vernieuwing, moet gewoon verankerd zijn geweest in de gewone Mediterrane cultuur. Tertullianus overdreef.

Lees verder “Hoe hoort het eigenlijk?”

Het Colosseum (5): gladiatoren

Gladiatoren (Villa Dar Buc Ammera)

[Dit is het vijfde van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Ik vertelde in het derde blogje dat een dag in het Colosseum begon met jachtpartijen, vervolgde met executies en eindigde met gladiatoren. In de twee vorige blogjes beschreef ik de jacht en de executies. Nu is het tijd voor de gladiatoren.

Ooit, toen het geloof nog bestond dat de geesten van de doden gunstig werden gestemd met mensenbloed, offerden de ouden bij uitvaarten gevangenen of slaven van geringe kwaliteit, die voor dat doel werden aangeschaft.noot Tertullianus, De schouwspelen 12.2.

Deze theorie van de christelijke auteur Tertullianus wordt bevestigd door Nikolaos van Damascus. De hieronder geciteerde woorden veronderstellen dat de ziel van de gestorvene gezelschap krijgt van de gedode gladiator. Dat is althans de enige manier om te verklaren waarom iemand bij testament bepaalt dat zijn geliefden op leven en dood moeten strijden:

Lees verder “Het Colosseum (5): gladiatoren”

De zeven vrije kunsten

Middeleeuwse weergave van de zeven vrije kunsten rond Vrouwe Filosofie

Ik heb de afgelopen tijd regelmatig geblogd over de opkomst van het christendom. Het is een misverstand dat de gelovigen afwijzend stonden tegenover de antieke cultuur. Zeker, de heidense goden waren alomtegenwoordig, maar de heidenen namen die ook niet al te serieus. Ik heb al weleens verteld over euhemerisme, over allegorese en over de herinterpretatie van Palaifatos: manieren om de verhalen over de oude goden een nieuwe betekenis te geven. Het christendom kon succes hebben door dit zelfde mechanisme: oude gebruiken, zoals het meenemen van gewijd water uit een heilige bron, kregen een nieuwe, christelijke betekenis.

Jeruzalem en Athene

Het aloude onderwijssysteem bleef bestaan. Een mooi voorbeeld is Augustinus, die welsprekendheid had gedoceerd en als bisschop nog altijd een populair spreker was. Toen ik onlangs in Bulla Regia was, realiseerde ik me ineens hoe populair: hij sprak daar niet in een kerk, maar in het theater. Wat ik maar zeggen wil: het christelijke publiek had niet zo heel andere verwachtingen dan het heidense publiek, en een traditionele opleiding was nog altijd relevant.

Lees verder “De zeven vrije kunsten”

Wappies in de Oudheid

De rechthoekige wereld van Kosmas Indikopleustes.

Het christendom is een absurd geloof. Dat schreef althans de kerkvader Tertullianus (± 150–220):

De zoon van God is gestorven; het is geloofwaardig omdat het onzin is,

en:

Het is zeker, omdat het onmogelijk is.noot Tertullianus, De Carne Christi v: Mortuus dei filius; credibile est, quia ineptum est. En een hoofdstukje later: Certum est, quia impossibile. Maar misschien meende hij het niet zo.

Andere geloven zijn niet minder absurd, en zeker niet de nieuwe geloven die rondspoken na het wegebben van het christendom. Daar is niets op tegen; kennelijk zijn sterke verhalen voor vele mensen een eerste levensbehoefte. Wel is het wenselijk dat de onzin gescheiden wordt gehouden van de redelijkheid. Gelovigen van allerlei couleur zijn op vele gebieden zeer wel in staat tot redelijkheid, ja zelfs tot wetenschappelijk onderzoek. Het komt aan op een goede partitioning van de harde schijf in de hersenpan. De dubbele waarheid is een ideaal middel om te overleven.

Lees verder “Wappies in de Oudheid”

Circus Maximus (2)

Maquette van het Circus Maximus in de keizertijd. Het keizerlijk paleis is rechtsboven te zien. (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

[Tweede van drie stukjes over het Circus Maximus in Rome. Het eerste was hier.]

Het circus als tempel

De middenrail van het Circus Maximus, waar de vierspannen zevenmaal omheen moesten rijden was in de keizertijd ruim 335 meter lang. Op de keerpunten stonden beeldjes van zeven dolfijnen en zeven eieren, die tijdens de race zó werden verplaatst dat de jockeys konden zien hoeveel ronden ze nog hadden te gaan. Halverwege stond een door keizer Augustus uit Egypte geïmporteerde obelisk, die was gewijd aan de Zon en daarom voorzien van een gouden bol aan de top. Hij was vervaardigd voor farao Seti II en staat tegenwoordig op de Piazza del Popolo. Later zou keizer Constantius II er een tweede obelisk naast plaatsen, die nu staat bij de Sint-Jan van Lateranen. Gemaakt voor farao Toetmoses III is dit het oudste monument in Rome.

Lees verder “Circus Maximus (2)”