De eerste Bulgaren

Gouden beker uit de Pereshchepina-schat (kopie; Nationaal Historisch Museum, Sofia)

[Dit is het laatste van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

De tweede etnogenese

In zijn mooie boek over de Avaren onderscheidt Walter Pohl voor de Bulgaren een tweede etnogenese: het volk is voor de tweede keer ontstaan. Dat gebeurde in de vroege zevende eeuw, toen de Avaarse migratie de landkaart had hertekend, maar deze immigranten geen factor van betekenis meer vormden. Rond 635, dus na het Avaarse debacle bij Constantinopel, staakten allerlei stammen in het oostelijke Zwarte Zee-gebied de betaling van tribuut aan de Avaren. Ze clusterden samen onder een nieuwe charismatische leider, die Kubrat (of Kurt of Kubrat of Kobratos) heette en heerste over een gebied dat de Byzantijnen aanduidden als Groot-Bulgarije.

Lees verder “De eerste Bulgaren”

Voor-westerse geschiedenis (11) Oost en West

Zeestromingen (klik=groot)

Dit is niet de plek om u de details van het corioliseffect uit te leggen. U leest het hier maar na. Maar het vormt, afgezien van de wind en de vorm van het land, een deel van de verklaring voor het feit dat het water in de Middellandse Zee tegen de wijzers van de klok beweegt. Omdat er in deze binnenzee meer water verdampt dan er binnenkomt vanuit de Zwarte Zee en de diverse rivieren, vloeit er altijd water binnen door de Straat van Gibraltar. Dat stroomt dan eerst langs de Maghreb en Libië naar Egypte, en keert dan via de Levant, Anatolië, Griekenland en Italië terug naar de Spaanse costa’s. Soortgelijke stromingen zijn er in de Zwarte Zee, in de Kaspische Zee en in de Perzische Golf.

Vanuit Egypte voer een antieke zeeman dus vrij eenvoudig naar Fenicië, maar van Fenicië voer hij minder makkelijk naar Egypte. Hij voer daarom eerst naar Cyprus en daarvandaan naar het zuiden. De lading van het schip dat bij Uluburun verging, verraadt dat het vaartuig een iets grotere cirkel had gemaakt: het was van Griekenland vertrokken, via Kreta overgestoken naar Afrika, daarvandaan op de zeestroom naar Egypte en de Levant gevaren. Aan de zuidkust van Anatolië, op terugvaart naar Griekenland, is het schip gezonken.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (11) Oost en West”

Herakleios (1): de staatsgreep

Herakleios en zijn zoon Konstantinos (Staatliche Münzsammlung, München)

De inwoners van Constantinopel moeten in oktober van het jaar 610 na Chr. een zucht van verlichting hebben geslaakt toen ze een vloot zagen naderen met een blonde held op de voorplecht, die de icoon van de Moeder Gods aan het boegbeeld had bevestigd. Zij gingen al ruim zeven jaar gebukt onder de knoet van een van de wreedste en onbekwaamste tirannen die op de Byzantijnse troon had gezeten: Fokas, een voormalige officier, die door het leger tot keizer was benoemd en het rijk bijna tot de ondergang had gebracht. De nieuwkomer heette Herakleios , hij arriveerde vanuit Africa, waar zijn vader exarch (gouverneur) van Karthago was en de drijvende kracht achter de revolte.

Coup

Het kostte weinig moeite om de stad binnen te dringen, want er waren nauwelijks maatregelen genomen om de muren te verdedigen. Bovendien liep de elite van de hoofdstad maar al te graag over en twee soldaten van de paleisgarde leverden de geweldenaar ontkleed aan Herakleios  over. Er werden korte metten met Fokas gemaakt. Zijn ledematen werden afgehakt, en vervolgens zijn hoofd, dat op een stok door de stad werd gedragen.

Lees verder “Herakleios (1): de staatsgreep”

De Skythen (1)

Een Skythische boogschutter op een Griekse vaasschildering (Louvre, Parijs)

Het is pas op blz.311 in zijn vorig jaar verschenen boek The Scythians. Nomad Warriors of the Steppe dat de door mij bewonderde Britse oudheidkundige Barry Cunliffe het punt maakt waar ik op zat te wachten. Het is wat lyrisch geformuleerd maar belangrijk:

The wide expanse of steppe flowing through Eurasia, with its grey-green horizons receding in the distance and its shimmer as the wind rustles the grass, challenges everyone to be on the move. Like the sea, it is a world where nothing can stay still and, like the sea, it sweeps everything onward. For millennia people have progressed through the steppe, sometimes in repeating patterns of transhumance and sometimes with astonishing speed, crossing huge distances to seek out new pastures. The Scythians occupy only one small part of the grand narrative.

Skythen en andere nomaden

De golven van de zee zijn de perfecte metafoor. Ze bewegen op en neer, vormen samen een enorme stroming en verplaatsen grote watermassa’s over enorme afstanden. Steppenomaden bewegen met de jaargetijden van zomer- naar winterweiden, clusteren samen onder leiding van deze of gene charismatische leider – een Attila de Hun, een Djengis Khan, een Timoer Lenk – en vormen een volk, verplaatsen zich van het oosten naar het westen, vallen weer uiteen en herclusteren dan weer als er een nieuwe leider opstaat. Het geldt ook voor de Indo-Europeanen, voor de Kimmeriërs, voor de Skythen, voor de Sarmaten, voor de Kushana’s, voor de Alanen, voor de Hunnen, voor de Avaren, voor de Turken, voor de Bulgaren, voor de Khazaren, voor de Magyaren, voor de Tataren, Mongolen, Kozakken, Oezbeken. Seizoensmigratie van veetelers, krijgers te paard, steeds weer trekkend van de droge steppe van Manchurije naar het wat vochtiger Oekraïne, Roemenië en Hongarije. De Skythen vormden maar één hoofdstuk in het grote verhaal, één golf in een zee van migrerende steppenomaden.

Lees verder “De Skythen (1)”