Poëzie: Een zwaan

Leda en de zwaan (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Een zwaan

Kleine Leda staat met haar mutsje op de vlonder
Ze sluit de luiken voor het raam
Tegen de storm en de donder
Als ze wordt besprongen door een zwaan

Zijn onverschillige bek bijt zich vast in haar nek
Aan de hemel verschijnen twee manen
Woedend en wrang zingt hij zijn zwanengezang
Verzadigd huilt hij zijn zwanentranen

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Poëzie: Een draak

Sint-Joris en de draak (Amay)

Een draak

Er was eens een draak met zeven hoofden
Vallende sterren, waarin de Kelten geloofden
Perseus, Michaël, Joris, Siegfried, Beowulf, Walewein
Vele helden kregen hem klein

Maar volgens Herman Clerinx kent het verhaal nog een staartje
De draak spuwde zijn vuur
In de literatuur
En gaf de pijp aan Maartje

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Het is vandaag Sint-Joris, u weet wel, van de draak. Dank je wel Hans!]

Poëzie: het onontdekte land

Orfeus (Museum van Antiochië)

Het onontdekte land

We zijn maar met zijn drieën
Een barre tocht van het Thracische zand
Over de Donau naar het verre Westen
Over de Dnjepr en de Oostzee
Naar het onontdekte land

Donderende kolken
Van licht verstoken tij
Niemand kan zeggen wat ongezegd moet blijven
Of ontdekken wat onontdekt moet blijven
Zittend in een zonnetje op een bankje aan het IJ

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Het Victorielied (3): Pieter ’t Hoen, Burger van Frankryk

Pieter ’t Hoen

[Het laatste van Saskia Sluiters drie blogjes over de Patriottentijd. Het eerste was hier.]

Toets de naam ’t Hoen in op de website Wiewaswie en je vindt er honderden. Purmerend, Alblasserwaard, Rotterdam, Haarlem, Delft, Amsterdam: ’t Hoen, ’t Hoen en nog eens ‘t Hoen. Toch is er eigenlijk maar een die voor de “Burger van Frankrijk” in aanmerking komt, en dat is de Utrechtse patriot Pieter ’t Hoen. Ook hier ben ik weer schatplichtig aan iemand die diep in een aspect van ’t Hoens veelkleurige leven is gedoken: P.J.H.M. Theeuwen Pieter ’t Hoen en de post van den Neder-Rhijn (1781-1787). Een bijdrage tot kennis van de Nederlandse geschiedenis in het laatste kwart van de achttiende eeuw (Uitgeverij Verloren).

Pieter ’t Hoen

Pieter ’t Hoen werd op 18 oktober 1744 in de in Catharinakerk in Utrecht Nederduits Gereformeerd gedoopt. Zijn vader Reinier handelde in kruidenierswaren en kaas. Pieters moeder heette Johanna Hendrika Masman. Het gezin was niet onbemiddeld en Pieter kreeg een prima opleiding aan de Latijnse Hiëronymusschool. Het was de bedoeling geweest dat hij dominee zou worden.

Lees verder “Het Victorielied (3): Pieter ’t Hoen, Burger van Frankryk”

Het Victorielied (2): Willem V

Willem V

[Tweede van Saskia Sluiters drie blogjes over de Patriottentijd. Het eerste was hier.]

“eenen gedugten en vooral actieven vijand”

De achttiende eeuw werd geplaagd door een groot aantal oorlogen. De ene was nog niet uitgewoed of de volgende stond alweer op uitbreken, en uiteraard kreeg de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden daar ook een deel van mee. De schatkist had er dermate onder te lijden dat er in geen tijden meer was geïnvesteerd in het leger en de oorlogsvloot. Integendeel: er was alleen maar op bezuinigd. Vandaar dat de Republiek nauwelijks een vuist kon maken toen ze in 1780 voor de vierde keer in oorlog met Engeland geraakte.

Voorheen was Frankrijk de gevaarlijkste vijand geweest. Langzamerhand was de dreiging echter naar Engeland verschoven. Dit bracht stadhouder Willem V (1748-1806) in een lastig parket, want de dynastieke banden van het Oranjehuis met Engeland waren innig. Willem II, III en IV hadden ieder een telg uit het Engelse koningshuis als bruid gehad. De moeder van stadhouder Willem V was de Engelse prinses Anna van Hannover. Hijzelf was getrouwd met prinses Frederica Sophia Wilhelmina, ofwel Wilhelmina van Pruisen (1751-1822). Ze was de dochter van August Willem van Pruisen, uit het huis Hohenzollern, en Louise Amalia van Brunswijk-Wolffenbüttel. De Frederik Willem van Pruissen op de titelblad van het Victorie-lied was haar broer. Ferdinand van Brunswijk was een volle neef van Wilhelmina. Net als Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolffenbüttel, de voogd en opvoeder van Willem V, die nog tot in 1784 als een soort schaduw-stadhouder fungeerde. Willem V volgde de adviezen van ‘Dikke Ernst’ meestal blind op.

Lees verder “Het Victorielied (2): Willem V”

Het Victorielied van 1792

Het Victorielied

“Neem maar mee”, zei de vriend, terwijl hij me een mapje overhandigde. Er zat van alles in: deel twee van een vaderlandse geschiedenis voor het lager onderwijs van D. Prop, een lijst met koosjere producten uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, een socialistische studie over de arbeidsverhoudingen tijdens het graven van het Noordzeekanaal uit 1976, een EHBO-boekje… Van alles en nog wat. Er zat ook een pamfletachtig geschriftje uit MDCCXCII bij. 1792. Dat had natuurlijk onmiddellijk een belletje moeten doen rinkelen. Maar zoals dat gaat: er waren ander zaken aan de orde en in de drukte van alledag kwam het mapje op een stapel te liggen. Daar kwam ik het onlangs weer tegen.

Het Victorie-lied voor Frederik Willem Koning van Pruissen en Ferdinand Hertog van Brunswijk door ’t Hoen, Burger van Frankrijk, is een doorlopend, sarcastisch hekeldicht van vierentwintig pagina’s – twaalf bladen dus – gevat in een pamflet van 13 x 20 x 0,2 cm en gedrukt op stevig lompenpapier. ’t Hoen gaat er met gestrekt been in:

Lees verder “Het Victorielied van 1792”

Jood: een beladen begrip

Van de hand van Ewoud Sanders verscheen vorige week een interessant boek met de niet mis te verstane titel Jood. De vergeten geschiedenis van een beladen woord. Het onderliggende probleem – anders gezegd, waarom is het woord “jood” zo beladen? – is misschien wel het beste geïllustreerd door de spellingswet, die vindt dat het woord met een kleine letter geschreven moet worden als het om religie gaat, en met een hoofdletter als het om een volk gaat. Bij Joden/joden valt het een echter niet los van het ander te zien, want ze zijn eeuwenlang een volk geweest dat (althans volgens velen) door religie was gedefinieerd. Daarmee paste de Jood niet in de bekende hokjes. We verdelen de mensheid in volken waar je affiniteit mee hebt en volken waarbij je dat niet voelt, en in godsdiensten die je begrijpt en die je niet begrijpt, en het bestaan van Joden problematiseert dat soort handige verdelingen. Dat maakt jodendom lastig, althans voor niet-joden/niet-Joden.

Stereotypen

Sanders’ boek blijft lichtvoetig. Beginnend met het Bijbelverhaal over Juda, de naamgever van de stam Juda, die in de Vroege IJzertijd leefde rond Jeruzalem, en met een korte stop bij de (valse) beschuldiging dat “de” Joden Christus hadden vermoord, komt Sanders al snel uit bij het soort informatie waar hij goed in is: de geschiedenis van Nederlandse woorden in de afgelopen twee, drie eeuwen.

Lees verder “Jood: een beladen begrip”