Frits Spits

Bach (Nikolaikirche, Leipzig)

Zo lang ik me kan herinneren, was ook Frits Spits er. Hij neemt vandaag afscheid als radiopresentator. Ooit was hij er met de Avondspits en later was hij er met de Taalstaat, waar ik weleens als gast heb mogen aanschuiven bij het item dat de DigiTaalstaat heette. Dat duurde een minuut of vijf, misschien iets langer, en het gesprek was opgehangen aan de tweets die de studiogast in de voorafgaande weken de wereld in had gestuurd.

Ik heb niet het idee dat ik er zelf veel belangwekkends heb gezegd, maar het was een leuk item waar ik graag naar luisterde. De besproken kreten – want veel meer is zo’n tweet niet – waren weliswaar te kort om werkelijk interessant te zijn, maar Spits wist de studiogasten toelichtingen te ontlokken waardoor die maximaal 280 lettertekens verdieping kregen. De DigiTaalstaat verlegde de aandacht van een kreet naar iets wezenlijkers.

Lees verder “Frits Spits” →

De blauwbilgorgel

Blauwbilgorgel (StableDiffusion)

Gisteren begon de Kinderboekenweek en daarom is hier, speciaal voor mijn vriend S (5½), maar ook voor alle andere kinderen van Nederland en Vlaanderen en Suriname en de Antillen: de blauwbilgorgel. Alle ouders adviseer ik deze mooie column van Aleid Truijens, en voor wie een betaalmuur vindt: laat een kind elke dag een half uur lezen in wat zoon- of dochterlief zelf leuk vindt, en lees uw kind elke dag voor, liefst af en toe ook wat poëzie.

Lees verder “De blauwbilgorgel” →

Seven manieren van heiliger minne

Van seven manieren van heiliger minne (© Wikimedia Commons | Koninklijke Bibliotheek, Den Haag)

Ik heb een hoogst geschoold universitair medewerker ooit in ernst horen beweren dat “mystiek” etymologisch verwant zou zijn met “mistig”. Uitleg van het mystieke genre is derhalve, voor ik verder blog over de bijdrage van Beatrijs van Nazareth, vermoedelijk zinvol.

Wat is mystiek?

Eerst de term: “mystiek” komt van het Griekse mystikos, dat “verborgen” of “geheim” betekent. Mystici streven naar de versmelting van hun ziel met het goddelijke, het ultieme transcendente. Ze beschrijven deze unio mystica ook wel als de terugkeer van de ziel tot zijn essentie. Deze eenwording gaat gepaard met gevoelens van extase, diep geluk, absolute zingeving en absolute zekerheid.

Lees verder “Seven manieren van heiliger minne” →

Poëzie: Een dromedaris

Dromedaris (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Een dromedaris

Een bultig dier, ietwat onbepaald
Kroop in de bijbel door het oog van de naald
Oei, dat scheelde niet veel

Dankzij Jona Lendering
Is deze ellendeling
Gelukkig geen kameel

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings, die zich aansluit bij de actie “een eenbulter is geen kameel”. het is vandaag Internationale kamelen- en dromedarissendag. Dank je wel Hans!]

Venusval

De Venus van Milo (Louvre, Parijs)

Edgar Allan Poe bedacht de detectiveroman, Dan Brown verzon de thriller met de pseudo-onthulling en Ruurd Halbertsma is (voor zover mijn belezenheid reikt) de ontwerper van een vooralsnog naamloos genre op de grens van thriller en historische roman. Halbertsma combineert in zijn romans de avonturen van de eenentwintigste-eeuwer Tjalling Kingma in de wereld van illegale oudheden en politieke intrige, met de wederwaardigheden van vrijwel vergeten geleerden uit de vroege negentiende eeuw in hun wereld van illegale oudheden en politieke intrige. En waar de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, zijn de beschrijvingen van het leven van een Jean-Emile Humbert, van een Caspar Reuvens en van een Bernard Rottiers feitelijk correct. Ik ken geen andere boeken die verleden feiten en hedendaagse fictie zo combineren, maar ik heb vanzelfsprekend niet alles gelezen.

Ik schreef dat de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, maar dat is niet helemaal waar. In Venusval besluit Frankrijk de Venus van Milo terug te geven aan Griekenland, zoals het land werkelijk deed met de Benin-bronzen. We lezen over een premier in Groot-Brittannië die een sterke gelijkenis vertoont met Boris Johnson. De directrice van het museum in Paestum maakt een compliment aan het Rijksmuseum van Oudheden voor het organiseren van een expositie over Paestum. En laatstgenoemd museum wordt in Venusval in opspraak gebracht door activisten – in de roman Turken, in werkelijkheid Egyptenaren – die een voorspelbaar nationalistisch relletje voorspelbaar opstoken.

Lees verder “Venusval” →

Poëzie: Een zwaan

Leda en de zwaan (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Een zwaan

Kleine Leda staat met haar mutsje op de vlonder
Ze sluit de luiken voor het raam
Tegen de storm en de donder
Als ze wordt besprongen door een zwaan

Zijn onverschillige bek bijt zich vast in haar nek
Aan de hemel verschijnen twee manen
Woedend en wrang zingt hij zijn zwanengezang
Verzadigd huilt hij zijn zwanentranen

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Poëzie: Een draak

Sint-Joris en de draak (Amay)

Een draak

Er was eens een draak met zeven hoofden
Vallende sterren, waarin de Kelten geloofden
Perseus, Michaël, Joris, Siegfried, Beowulf, Walewein
Vele helden kregen hem klein

Maar volgens Herman Clerinx kent het verhaal nog een staartje
De draak spuwde zijn vuur
In de literatuur
En gaf de pijp aan Maartje

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Het is vandaag Sint-Joris, u weet wel, van de draak. Dank je wel Hans!]

Poëzie: het onontdekte land

Orfeus (Museum van Antiochië)

Het onontdekte land

We zijn maar met zijn drieën
Een barre tocht van het Thracische zand
Over de Donau naar het verre Westen
Over de Dnjepr en de Oostzee
Naar het onontdekte land

Donderende kolken
Van licht verstoken tij
Niemand kan zeggen wat ongezegd moet blijven
Of ontdekken wat onontdekt moet blijven
Zittend in een zonnetje op een bankje aan het IJ

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Het Victorielied (3): Pieter ’t Hoen, Burger van Frankryk

Pieter ’t Hoen

[Het laatste van Saskia Sluiters drie blogjes over de Patriottentijd. Het eerste was hier.]

Toets de naam ’t Hoen in op de website Wiewaswie en je vindt er honderden. Purmerend, Alblasserwaard, Rotterdam, Haarlem, Delft, Amsterdam: ’t Hoen, ’t Hoen en nog eens ‘t Hoen. Toch is er eigenlijk maar een die voor de “Burger van Frankrijk” in aanmerking komt, en dat is de Utrechtse patriot Pieter ’t Hoen. Ook hier ben ik weer schatplichtig aan iemand die diep in een aspect van ’t Hoens veelkleurige leven is gedoken: P.J.H.M. Theeuwen Pieter ’t Hoen en de post van den Neder-Rhijn (1781-1787). Een bijdrage tot kennis van de Nederlandse geschiedenis in het laatste kwart van de achttiende eeuw (Uitgeverij Verloren).

Pieter ’t Hoen

Pieter ’t Hoen werd op 18 oktober 1744 in de in Catharinakerk in Utrecht Nederduits Gereformeerd gedoopt. Zijn vader Reinier handelde in kruidenierswaren en kaas. Pieters moeder heette Johanna Hendrika Masman. Het gezin was niet onbemiddeld en Pieter kreeg een prima opleiding aan de Latijnse Hiëronymusschool. Het was de bedoeling geweest dat hij dominee zou worden.

Lees verder “Het Victorielied (3): Pieter ’t Hoen, Burger van Frankryk” →

Het Victorielied (2): Willem V

Willem V

[Tweede van Saskia Sluiters drie blogjes over de Patriottentijd. Het eerste was hier.]

“eenen gedugten en vooral actieven vijand”

De achttiende eeuw werd geplaagd door een groot aantal oorlogen. De ene was nog niet uitgewoed of de volgende stond alweer op uitbreken, en uiteraard kreeg de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden daar ook een deel van mee. De schatkist had er dermate onder te lijden dat er in geen tijden meer was geïnvesteerd in het leger en de oorlogsvloot. Integendeel: er was alleen maar op bezuinigd. Vandaar dat de Republiek nauwelijks een vuist kon maken toen ze in 1780 voor de vierde keer in oorlog met Engeland geraakte.

Voorheen was Frankrijk de gevaarlijkste vijand geweest. Langzamerhand was de dreiging echter naar Engeland verschoven. Dit bracht stadhouder Willem V (1748-1806) in een lastig parket, want de dynastieke banden van het Oranjehuis met Engeland waren innig. Willem II, III en IV hadden ieder een telg uit het Engelse koningshuis als bruid gehad. De moeder van stadhouder Willem V was de Engelse prinses Anna van Hannover. Hijzelf was getrouwd met prinses Frederica Sophia Wilhelmina, ofwel Wilhelmina van Pruisen (1751-1822). Ze was de dochter van August Willem van Pruisen, uit het huis Hohenzollern, en Louise Amalia van Brunswijk-Wolffenbüttel. De Frederik Willem van Pruissen op de titelblad van het Victorie-lied was haar broer. Ferdinand van Brunswijk was een volle neef van Wilhelmina. Net als Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolffenbüttel, de voogd en opvoeder van Willem V, die nog tot in 1784 als een soort schaduw-stadhouder fungeerde. Willem V volgde de adviezen van ‘Dikke Ernst’ meestal blind op.

Lees verder “Het Victorielied (2): Willem V” →