De Mesopotamische kronieken

De Naboniduskroniek (British Museum, Londen)
De Naboniduskroniek (British Museum, Londen)

Ik heb gisteren beschreven hoe de Astronomische Dagboeken aan de ene kant sterrenkundige waarnemingen bevatten en aan de andere kant beschrijvingen van de gebeurtenissen die door die hemelse tekenen zouden zijn voorspeld. De auteurs herkenden patronen, schreven die op in een Voortekencatalogus en gebruikten die om de toekomst te voorspellen.

De Astronomische Dagboeken, die bij mijn weten allemaal liggen in het British Museum, zijn gepubliceerd tussen 1988 en 1996, al worden nog altijd nieuwe interpretaties voorgesteld. De publicatie van de Voortekencatalogus begon in 1989 en is, voor zover ik weet, afgerond in 2012. Samen met nog andere teksten hebben ze bijgedragen aan een enorme verbetering van onze kennis van het oude Nabije Oosten, en dan bedoel ik niet alleen dat we nu dingen weten over gebeurtenissen waar we vroeger geen weet van hadden, maar ook dat ons begrip van de antieke topografie is gegroeid. We kunnen andere bronnen nu beter beoordelen – de reputatie van Herodotos als bron voor Babylonië is er niet beter op geworden – en we weten nu welke factoren bijdroegen aan de vorming van de voedselprijzen. Ook meteorologen zijn geïnteresseerd, want de data waarop kanalen werd geopend, bieden een indicatie voor het antieke klimaat – en dus voor klimaatverandering.

Lees verder “De Mesopotamische kronieken”

De Babylonische Astronomische Dagboeken

Voorbeeld van een Astronomisch Dagboek. Op dit tablet staat de Komeet van Halley vermeld, die in 164 v.Chr. zichtbaar was (British Museum, Londen)

Mesopotamische historiografische documenten zijn niet zo makkelijk te lezen als de Griekse en Romeinse. Sinds de Renaissance hebben Europese historici hun teksten immers gemodelleerd op klassieke voorbeelden, zodat we het (niet zelden valse) gevoel hebben Griekse en Romeinse teksten te begrijpen. Toch heeft het zin eens te kijken naar de Mesopotamische historiografische teksten, die méér hebben te bieden dan informatie over lang vergeten gebeurtenissen. De Mesopotamische kronieken en hun voorstadium, de Astronomische Dagboeken, vertegenwoordigen een vroege aanzet tot wetenschappelijk denken. Daarover nu twee blogstukjes.

Maar eerst het begin. In het begin schiepen de goden de hemel en de aarde. Ze bouwden hun hemelse paleizen, regelden de kalender en schiepen de sterren, de zon en de maan. Vervolgens bouwden ze een stad om het Nieuwjaarsfeest vieren: Babylon, het fundament van de hemel op aarde. En tot slot schiepen de goden mannen en vrouwen, opdat die het land zouden bewerken en het voedsel produceren dat ze offerden aan hun scheppers. Lees verder “De Babylonische Astronomische Dagboeken”

Hellenistische kronieken uit Babylon

Uw wereld is nooit meer hetzelfde nu u de drie delen van fragment A van de Bagayasha-kroniek (BCHP 18A) heeft gezien.
Uw wereld is nooit meer hetzelfde nu u de drie delen van fragment A van de Bagayasha-kroniek (BCHP 18A) heeft gezien. Ze liggen in het British Museum maar worden niet geëxposeerd.

Terwijl ik vorige week ziek was, heb ik een klusje gedaan dat al jaren lag te wachten: het online plaatsen van de vertalingen van de Babylonische kronieken uit de hellenistische tijd. Dat vergt wat toelichting. Om te beginnen: de Livius.org-website is ooit gebouwd in ouderwetse HTML, wat een vrij simpele manier was om teksten online te plaatsen en van links te voorzien. Het probleem is dat HTML langzaam verandert waardoor de diakritische tekens – de letters met de gekke accenten dus – steeds vaker onleesbaar werden.

Een paar jaar of vijf geleden ben ik daarom begonnen de 3600 webpagina’s om te zetten naar een content management-systeem. Dat moest handmatig gebeuren en het einde van dat project is maar heel langzaam in zicht gekomen. De Babylonische kronieken waren hierbij het moeilijkste, aangezien die bestonden uit twee kolommen: rechts Engels en links een transcriptie van het Akkadisch, de taal van de Babyloniërs. Ik heb die destijds gemaakt omdat de onderzoeker die ze aan het ontsluiten was, Bert van der Spek, zo een manier had om zijn materiaal met collega’s te bespreken. Inmiddels is de eigenlijke publicatie, een boek, in zicht en is die Akkadische transcriptie niet meer urgent.

Lees verder “Hellenistische kronieken uit Babylon”

Revolutie?

Omdat ik in Beiroet ben was ik gisteren niet in Leiden, toen daar “Oog op de Oudheid” was, gisteravond gewijd aan migratie – het thema van de Week van de Klassieken. Gelukkig was alles via de twitter te volgen via #OodO19. Ik begrijp dat de twee sprekers bij de discussie van mening verschilden over de vraag of de doorbraken in de bioarcheologie – de opkomst van het DNA-onderzoek, het isotopenonderzoek, het inzicht dat mensen vroeger veel mobieler waren dan we dachten – konden worden getypeerd als een wetenschappelijke revolutie. Rens Tacoma meende dat het daarvoor nog te vroeg was, Lisette Kootker meende van wel omdat in Nederland een nieuwe methode volledig geïntegreerd was geraakt aan de academie en in het archeologisch bedrijfsleven.

Hier is iets aan de hand. De uitdrukking “wetenschappelijke revolutie” is afkomstig van de Amerikaanse wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn. Die opperde in 1962 dat wetenschappers hun onderzoek altijd deden vanuit een bepaald kader, een denkraam, dat hij in navolging van socioloog Robert Merton aanduidde als een paradigma. Soms ruilen wetenschappers het ene paradigma in voor het andere en dat heet dan een wetenschappelijke revolutie. Het door Kuhn zelf beschreven voorbeeld is de overgang van het middeleeuwse wereldbeeld, waarin de zon om de aarde draait, naar het copernicaanse, waarin de aarde om de zon draait. Je kunt niet beide standpunten tegelijk aanhangen. Ze zijn, zoals dat heet, incommensurabel.

Lees verder “Revolutie?”

Gezicht op Palmyra

Restauratie van het “Gezicht op Palmyra” van Gerard Hofstede van Essen (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Gisbert Cuper was, behalve burgemeester van Deventer, een van die wonderlijke geleerden uit de zeventiende, achttiende eeuw: de te weinig bezongen voorgangers van de professionelere wetenschap die later zou ontstaan, liefhebbers van kennis, even rusteloos als creatief zoekend naar informatie, vol van de ideeën van de vroege Verlichting. Cupers specialisme was Palmyra, de in 1691 voor het eerst door westerse bezoekers aangedane woestijnstad in Syrië. Weliswaar heeft hij zelf Palmyra nooit bezocht, maar hij was voor die tijd buitengewoon goed geïnformeerd. Dat was eenvoudiger dan u misschien denkt, want er was aan het einde van de zeventiende eeuw een Nederlandse handelskolonie in Aleppo, die namens hem munten kocht en informatie doorspeelde, zoals een afschrift van het reisverslag van de Engelsman William Halifax, die in 1691 als eerste Europeaan Palmyra bereikte.

In Cupers huis hing sinds 1694 een ruim vier meter breed schilderij, dat in 1693 is vervaardigd door de verder nauwelijks bekende schilder Gerard Hofsted van Essen. Deze lijkt deel te hebben genomen aan de expeditie van Halifax. De schetsen die Hofsted maakte, zouden ook worden gebruikt voor de prent van Palmyra die Halifax in 1695 toevoegde aan zijn officiële publicatie. Op dat moment waren er dus twee afbeeldingen van Palmyra: het schilderij uit 1693 en de prent uit 1695, die beide teruggingen op schetsen die Hofsted in 1691 had gemaakt.

Lees verder “Gezicht op Palmyra”

Meer over isotopenonderzoek

Een kaak uit Kessel, gebruikt voor isotopenanalyse (© VU). Dit heeft verder niets met Stonehenge of Denemarken te maken maar ik heb zo snel geen ander plaatje.

Leuk artikel in De Volkskrant vandaag: de mensen voor wie Stonehenge een belangrijk heiligdom was, legden enorme afstanden – denk aan honderden kilometers – af om daar aanwezig te zijn. Dat blijkt uit isotopenonderzoek dat is uitgevoerd op de botten van de offerdieren, zoals varkens en runderen. Waar dieren zich verplaatsen, trekken herders mee, dus dit duidt op grote mobiliteit: de voornaamste conclusie van de DNA-revolutie wordt opnieuw bevestigd.

Voor uitleg van die methode verwijs ik naar het stukje in mijn reeks Methode op Maandag. Grosso modo komt het erop neer dat je door isotopenonderzoek kunt vaststellen op welke bodem iemand gewoond heeft. Aangezien je tanden niet allemaal tegelijk worden gevormd en aangezien je botten nog weer later mineraliseren, kun je aan verschillen zien dat iemand is gemigreerd. In een klein land als Nederland zijn al zes verschillende landschappen aan te wijzen, gebaseerd op de verhouding tussen diverse isotopen.

Lees verder “Meer over isotopenonderzoek”

MoM | Blinde vlekken

(Zomaar, zonder duidelijke reden, een plaatje van de Enneüs Heermabrug in Amsterdam)

Toen ik afgelopen vrijdag schreef over het komende boek van Marcel Hulspas, Uit de diepten van de hel, stelde Peter Flipkens de vraag hoe ik een geschiedenisboek kon aanprijzen dat was geschreven door een journalist die van huis uit sterrenkundige is. Temeer omdat ik classici zou verketteren omdat ze geen historische opleiding hebben genoten.

Tegen de tijd dat ik het las, had een van de meubelstukken van deze blog, FrankB, al een antwoord gegeven. Als een wetenschapsjournalist goed werk aflevert, zo schrijft FrankB, zal Jona het prijzen, en als Jona classici de mantel uitveegt, is het niet omdat ze geen historische vakopleiding hebben genoten

maar omdat ze prutswerk hebben afgeleverd. De voor de hand liggende en meest betrouwbare manier om prutswerk te vermijden is een gedegen opleiding volgen. Maar het is niet de enige manier.

Ik had het niet eleganter kunnen zeggen maar het is niet het hele verhaal. Ik denk dat ik dat het beste kan illustreren met een compliment aan een van mijn docenten.

Lees verder “MoM | Blinde vlekken”