Bleef Paulus in Rome? (1)

De sarcofaag die sinds de tweede eeuw (?) wordt aangewezen als graf van Paulus

Omdat ik op zondag graag blog over het Nieuwe Testament, schrijf ik vandaag weer over de apostel Paulus. Die maakte verschillende reizen, waarvan verslag wordt gedaan in de Handelingen van de Apostelen. In zijn eigen brieven verwijst Paulus ook wel naar die reizen. De Handelingen eindigen met zijn aankomst in de stad Rome, waar hij moest wachten op de behandeling van het hoger beroep in een rechtszaak; dat duurde blijkbaar twee jaar.noot Handelingen 28.30. Omdat bekend is dat Paulus contact heeft gehad met gouverneur Festus en koning Herodes Agrippa II, die we scherp kunnen dateren, mogen we aannemen dat Paulus op z’n laatst in het voorjaar van 61 arriveerde in Rome. In zijn Brief aan de Romeinen vertelt Paulus dat hij van plan is verder te reizen naar Spanje.noot Romeinen 15.23-24. Hij zou in het voorjaar van 63 zijn reis dus hebben kunnen voortzetten.

Het graf van Paulus

Heeft hij die reis werkelijk gemaakt? Tja. De christelijke traditie wil dat hij is onthoofd ten tijde van Nero’s vervolging van de christenen in Rome. Paulus’ graf wordt even buiten het historisch centrum aangewezen, in de door keizer Constantijn de Grote gebouwde Sint-Paulus buiten de Muren (ook wel: “buiten de veste”). Daar hebben archeologen in 2002-2003 de ruimte rond het graf onderzocht. In de oudste fase, dus ten tijde van Constantijn, lag het graf in de apsis, maar in 390 lieten de toen regerende keizers Theodosius I, Arcadius en Valentinianus II de kerk compleet herbouwen. De aanleiding was vermoedelijk wateroverlast.

Lees verder “Bleef Paulus in Rome? (1)”

De Grote Piramide

De Grote Piramide

Het liefst zou ik eens bloggen over de piramiden, over wat de Egyptenaren daar zoal van dachten en over de vraag waarom ze die grafmonumenten überhaupt construeerden. Welbeschouwd zijn het immers de eerste gebouwen die de derde dimensie verkenden. Dat spreekt voor ons vanzelf maar was ooit een nieuwe gedachte. Daar ga ik ook nog weleens over schrijven, maar ik wil eerst een ander onderwerp behandelen: hoe de Grieken erover dachten. Ze beschouwden de Grote Piramide als een van de zeven wereldwonderen, en omdat ik de meeste al eens heb beschreven (een, twee, drie, vier, vijf) wil ik vandaag numero zes afvinken. Nummer zeven komt ook nog weleens.

Twee Griekse teksten zijn hierbij relevant: een vijfde-eeuwse beschrijving door Herodotos van Halikarnassos en een veel jongere door Diodoros van Sicilië.

Lees verder “De Grote Piramide”

Cicero in beeld & boek

Cicero (Uffizi, Florence)

Je bent ongeveer zeventien, je zit op het gymnasium en je hebt Latijn in je pakket. Dan ben je vanaf volgende week bezig met de voorbereiding van je eindexamen, en dat betekent dat je een hoop Cicero zult moeten lezen. Ik heb dat lange tijd een vervelende kerel gevonden. Oké, zijn toespraak ter verdediging van Caelius was onderhoudend, ondanks vrouwonvriendelijkheid zelfs grappig, en ik begreep dat zijn filosofische werken voor de West-Europese traditie belangrijk zijn geweest, maar dat was het wel zo’n beetje. Mijn belangstelling voor de wijsbegeerte is niet groot, wat ik weleens rechtvaardig met het gelegenheidsargument dat als je kijkt naar wat filosofen zoal over vrouwen hebben gezegd, je sceptisch wordt over verdere bedenksels. Dat is flauw, en ik doe er de blogs van Kees Alders mee tekort, en bovendien is het onaardig tegenover mijn neef, die al jong goed nadacht en inmiddels – zegt de trotse oom – staat ingeschreven aan Parijs VIII. Maar Cicero’s werken: ik heb ze in de kast staan, maar lange tijd weinig bekeken.

Een Romeinse dood

Te weinig. Mijn oordeel is gaan schuiven. Om te beginnen: Cicero’s dood. Hij had vijanden gemaakt en moordenaars kwamen met hem afrekenen. (Een ervan was ooit nog eens in een rechtszaak door Cicero bijgestaan.) Cicero hoopte in een landhuis bij de zee rust te vinden, ontdekte dat het daar niet veilig was en keerde terug naar het schip waarmee hij was aangekomen. Onderweg zag hij de moordenaars aankomen

Lees verder “Cicero in beeld & boek”

Over een Romeins parasolletje

De auteur met parasol (© D. Mittendorp)

Als kind wilde ik al archeoloog worden. Toen ik eenmaal wat ouder was, werd ik dan ook lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Geschiedenis (NJBG) waarbij ik zowel actief was bij de Werkgroep Archeologisch Onderzoek (WAO) als de Werkgroep Experimentele Archeologie (WEA). In de zomer ging ik graven, een week naar het HAPS-project in Apeldoorn, of op reis langs de geschiedenis en archeologie van bijvoorbeeld Ierland. De rest van het jaar ging ik regelmatig in het weekend op pad met een van beide werkgroepen. Het kon dus niet uitblijven dat ik archeologie ging studeren.

Re-enactment

Toen ik eenmaal van mijn hobby mijn beroep had gemaakt, had ik natuurlijk een nieuwe hobby nodig. Ook, omdat ik inmiddels te oud werd voor de NJBG. Zo kwam ik eerst bij de Laat-Romeinse re-actmentgroep Fectio terecht en kort daarna ook bij de Levende Romeinse Geschiedenis Groep Corbvlo.

Lees verder “Over een Romeins parasolletje”

Kuifje en de mijnen van koning Salomo

Een jeugd zonder Kuifje is net een tikje minder leuk dan een jeugd met de jonge reporter, en ik vermoed dat althans de oudere lezers van deze blog het bovenstaande plaatje wel herkennen. Inderdaad, het komt uit Kuifje en de Zonnetempel.

De titelheld en zijn vrienden Haddock en Zonnebloem zijn gevangen genomen door Inka’s en zullen levend worden verbrand, maar Kuifje weet dat er een zonsverduistering zal zijn, en speldt de Inka’s op de mouw dat de Zon de executies verbiedt. Het morbide verhaal wordt nergens te zwaar op de hand doordat professor Zonnebloem in de veronderstelling verkeert dat hij figurant is in een filmopname. Zijn van alle realiteitszin gespeende commentaar houdt het verhaal prettig verteerbaar.

Lees verder “Kuifje en de mijnen van koning Salomo”

Zonsverduistering

Zichtbaarheid van de zonsverduistering van 12 augustus 2026 volgens de Franse IMCCE. De grijze lijn geeft de smalle strook aan waar de zonsverduistering totaal is.

Vandaag (12 augustus) vindt een zonsverduistering plaats die in de namiddag ook in Nederland goed waarneembaar zal zijn. De smalle strook waarin de zon totaal wordt verduisterd begint bij de Siberische kust (nabij Tajmyr) en passeert iets ten zuiden van de noordpool achtereenvolgens het oostelijke deel van Groenland, het westelijke deel van IJsland, de Atlantische Oceaan, Noord-Spanje en eindigt boven de Balearen. In Nederland is deze zonsverduistering niet totaal maar bij het maximum (ongeveer een uur voor zonsondergang) zal ongeveer 88½% van de zonneschijf door de maan worden bedekt zodat slechts nog maar een smalle sikkel van de zonneschijf overblijft.noot In Utrecht begint de zonsverduistering om 19:17, vindt het maximum plaats om 20:11 en eindigt de verduistering om 21:03, slechts enkele minuten voor zonsondergang. Elders kunnen de tijdstippen enkele minuten afwijken.

Zonsverduisteringen verklaard

Een zonsverduistering vindt plaats wanneer de maan tijdens nieuwe maan precies (of bijna precies) tussen de aarde en de zon kruipt. De smalle kegelvormige schaduw van de maan valt dan op het aardoppervlak en waarnemers op of nabij de centrale lijn zien dan dat de maan voor enkele minuten de zonneschijf bedekt. Als de schijnbare grootte van de maan groter is dan die van de zon wordt de gehele zonneschijf bedekt en spreekt men een totale verduistering; is de schijnbare diameter van maan iets kleiner dan die van de zon dan wordt de zonneschijf niet geheel bedekt en ziet men een felle ring rondom de maan. Deze wordt een ringvormige zonsverduistering genoemd.noot Soms kan een zonsverduistering beginnen als een ringvormige zonsverduistering, dan overgaan in een totale zonsverduistering en weer eindigen als een ringvormige zonsverduistering: deze wordt een ringvormig-totale of een hybride zonsverduistering genoemd.

Lees verder “Zonsverduistering”

Zes vragen aan Gert Knepper

Vollgraff aan het werk op het Domplein in Utrecht (1934)

De trouwe lezers van deze blog kennen inmiddels de rubriek waarin dit de derde aflevering is: ik wil de aandacht weghalen bij de gemakzuchtige stukken over archeologie en de ongefundeerde parallellen tussen toen en nu, en terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Vandaag is het woord aan classicus Gert Knepper, die weleens eerder schreef voor deze blog en geen onbekende is in de reageerpanelen van deze blog.

***

Wat bestudeert u?
De afgelopen jaren heb ik me beziggehouden met een onderzoek naar het leven van de Nederlandse classicus Carl Wilhelm Vollgraff (1876-1967, z’n achternaam spreek je gewoon op z’n Nederlands uit), met de bedoeling om diens biografie te schrijven.

Lees verder “Zes vragen aan Gert Knepper”

Romeins aardewerk

Reconstructie van een Atheense rammelaar (Celicia Ceramics)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er een reeks blogjes aan. Dit is het laatste en het eerste was hier.]

Het Museumpark Orientalis heette ooit de Heilig Land-stichting en was destijds, een eeuw geleden, bedoeld om mensen die de pelgrimage naar Palestina niet konden maken, te tonen in welke wereld Jezus had geleefd. Sympathiek bedoeld, maar de implicatie was dat in het Midden-Oosten de tijd had stilgestaan en dat de bewoners niet in staat waren tot dezelfde innovatie die typerend is voor Europa. Orientalis is echter niet alleen een confrontatie met het denken van een eeuw geleden, het is ook het museumpark dat elke zomer ruimte biedt aan het Laat-Romeins Festival, het gezelligste en oudste nog bestaande Romeinenfestival in Nederland.

Keramiek

In het tentoonstellingsgebouw is nu een expositie over oude handelsroutes, die dus mooi aansluit bij de nieuwe opstelling in het Valkhof Museum, maar ik kwam vooral om wat bekenden te ontmoeten en me door archeologe Ester Schraven van Celicia Ceramics te laten bijpraten over historisch geïnspireerd aardewerk. Elk museum verkoopt wel wat imitaties van antiek keramiek of glas, maar ik heb geen idee hoe dat nu wordt gemaakt en hoe authentiek dat nu eigenlijk is.

Lees verder “Romeins aardewerk”

Zes vragen aan Wil Kuijpers

Wil Kuijpers (© H. Kolkert)

Als er journalistieke aandacht is voor de Oudheid, gaat het meestal over archeologische vondsten, die nogal stereotiep worden gebracht (“schat”, “mysterie”). Verder zijn er altijd weer slecht onderbouwde parallellen tussen toen en nu (West-Europa wacht al twee eeuwen het veronderstelde lot van het Romeinse Rijk). Met de rubriek “zes vragen” wil ik de aandacht terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Als lezers weten wat onderzoekers doen, begrijpen ze immers beter wat er op het spel staat en herwint de oudheidkunde draagvlak.

Als tweede laat ik archeoloog Wil Kuijpers aan het woord, die zich bezighoudt met Romeinse baggervondsten uit het Nederlandse rivierengebied. Daarbij staat de vraag centraal in hoeverre zulk materiaalonderzoek kan bijdragen aan de reconstructie van verdwenen Romeinse nederzettingen. Hij combineert vondstanalyses met landschappelijk onderzoek, historische bronnen en vergelijkingen met andere vindplaatsen langs de limes.

***

Wat bestudeert u?

Als burgeronderzoeker onderzoek ik archeologische vondsten uit onderspoelde Romeinse vindplaatsen in het Gelderse rivierengebied. Mijn bevindingen deel ik via publicaties en lezingen.

Lees verder “Zes vragen aan Wil Kuijpers”

Museum Kam

Museum Kam, Nijmegen

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes of zeven blogjes aan. Dit is het voorlaatste. Het eerste was hier.]

Het moet een halve eeuw geleden zijn dat mijn vader me meenam naar Nijmegen, naar Museum Kam, destijds het archeologische museum van de stad. De locatie kon niet beter: het stond op de rand van de Romeinse legerbasis op de Hunerberg. De graven van de legionairs en hun tijdgenoten zijn gevonden in de straat waar het museum werd gebouwd, die inmiddels Museum Kamstraat heet. Mijn vader en ik kregen uitleg van meneer Stuart, die mijn ontluikende liefde voor Romeins Nederland aanwakkerde met een mooi verhaal. (Voor de insiders die zich afvragen hoe het kwam dat een Zo Grote Naam Uit De Nederlandse Archeologie twee passanten kwam verwelkomen, voeg ik toe dat Peter Stuart de broer was van een collega van mijn vader.)

Museum Kam is eind jaren negentig gesloten. De collectie is overgebracht naar het Valkhof Museum, waarover ik gisteren blogde, en het gebouw is sindsdien in gebruik voor andere doelen. In de coronatijd is het ingericht als onderzoekscentrum met bibliotheek.

Lees verder “Museum Kam”