Voor-westerse geschiedenis (11) Oost en West

Zeestromingen (klik=groot)

Dit is niet de plek om u de details van het corioliseffect uit te leggen. U leest het hier maar na. Maar het vormt, afgezien van de wind en de vorm van het land, een deel van de verklaring voor het feit dat het water in de Middellandse Zee tegen de wijzers van de klok beweegt. Omdat er in deze binnenzee meer water verdampt dan er binnenkomt vanuit de Zwarte Zee en de diverse rivieren, vloeit er altijd water binnen door de Straat van Gibraltar. Dat stroomt dan eerst langs de Maghreb en Libië naar Egypte, en keert dan via de Levant, Anatolië, Griekenland en Italië terug naar de Spaanse costa’s. Soortgelijke stromingen zijn er in de Zwarte Zee, in de Kaspische Zee en in de Perzische Golf.

Vanuit Egypte voer een antieke zeeman dus vrij eenvoudig naar Fenicië, maar van Fenicië voer hij minder makkelijk naar Egypte. Hij voer daarom eerst naar Cyprus en daarvandaan naar het zuiden. De lading van het schip dat bij Uluburun verging, verraadt dat het vaartuig een iets grotere cirkel had gemaakt: het was van Griekenland vertrokken, via Kreta overgestoken naar Afrika, daarvandaan op de zeestroom naar Egypte en de Levant gevaren. Aan de zuidkust van Anatolië, op terugvaart naar Griekenland, is het schip gezonken.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (11) Oost en West”

Faits divers (54)

Spiegel uit Argos (Zwinger, Dresden)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer twee leuke ontdekkingen en iets wat u ontdekken moet.

Augustinus

De eerste leuke ontdekking betreft twee preken van Augustinus. Eigenlijk is het niet helemaal eerlijk dat we nu meer materiaal hebben van een Latijnse auteur van wie we sowieso al overstelpend veel teksten hebben: met naar schatting 5.000.000 woorden is het oeuvre van de laatantieke bisschop het grootste uit de Latijnse literatuur. En nu dus twee extra preken.

Lees verder “Faits divers (54)”

Het Verre Westen

De wereld voorbij de sterren (volgens Camille Flammarion)

Je moet teksten nooit al te letterlijk nemen, want al snel lijkt het dan alsof er onzin staat. Hier zijn vier regels uit Vergilius’ Aeneis, het gedicht dat, in de vorm van een verhaal over de zwerftocht van de Trojanen naar Italië, de lof zingt van keizer Augustus.

[Augustus] super et Garamantas et Indos
proferet imperium. Iacet extra sidera tellus,
extra anni solisque vias, ubi caelifer Atlas
axem umero torquet stellis ardentibus aptum.noot Vergilius, Aeneis 6.797-797.

Tot voorbij de Garamanten en Indiërs zal Augustus
het imperium uitbreiden. Er ligt land buiten de sterren,
buiten de banen van jaar en zon, waar hemeldrager Atlas
op zijn schouder de as draait waaraan de fonkelsterren zijn bevestigd.

Lees verder “Het Verre Westen”

Vitus, een vuurvaste heilige (5)

NN: Vitus waakt over vissers (twintigste eeuw, San Vito Lo Capo; ©Shutterstock)

[Dit is het laatste van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Vitus de zorgverlener

Zichzelf respecterende heiligen bezitten hulpgerichte eigenschappen die ontleend zijn aan hun levensverhaal. Ook Vitus verleent als ervaringsdeskundige specialistische zorg aan mensen in nood, en bovendien beschermt hij beroepsgroepen. Oorzaak en gevolg zijn steeds te vinden in de Gulden Legende, parallelle varianten en latere toevoegingen. Daaruit afgeleide woord- en beeldassociaties spelen ook een rol.

Vitus’ ontsnapping per schip uit Sicilië resoneert in een vrome legende waarin hij vissers uit een storm redt. Een imposante beeldengroep in San Vito lo Capo bevestigt die nautische reputatie. Aan de haven, de plek van de jaarlijkse heropvoering van zijn aankomst per schip en het startpunt van een feestelijke processie, speurt hij met wapperend haar en samen met zijn waakzame honden de zee af. Kruis en palmtak geven spiritueel decorum aan zijn sportschooltorso.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (5)”

Vitus, een vuurvaste heilige (4)

Heinrich Papen of Johann Sasse: Vitusmonument (ca.1675; ©Kirchengemeinde Corvey)

[Het is vandaag de feestdag van Sint-Vitus. Dit is het voorlaatste van vijf blogjes die Jos Hanou schreef over deze heilige. Het eerste was hier.]

Reislustige relieken

De historiografische invulling van dit hoofdstuk is een collage van divers bronmateriaal en wil niet meer zijn dan een aanvaardbare omlijsting van de gekozen iconografie. Volgens een mistige overlevering werd Vitus’ lichaam in 583 ontdekt, en in 700 naar Rome overgebracht. Daar bleef het niet lang. Paus Stephanus II zocht wereldlijke steun tegen zijn Langobardische en Byzantijnse vijanden in Italië en nam de met geestkracht gevulde relieken in 756 mee naar de abdijkerk Saint-Denis voor de zalving van Pippijn de Korte tot koning der Franken.

Daar genoot het prestigieuze relatiegeschenk kort rust, want in 836 belandde het in de benedictijner abdij Corvey, een Karolingisch cultuurcentrum aan de Weser. Een mogelijke oorzaak was onmin tussen de Frankische keizer Lodewijk de Vrome en abt Hildewijn van Saint-Denis, die noordwaarts vluchtte met Vitus als reisbagage. Zo’n illegale translatio werd gedoogd als ongevraagd verplaatste heiligen gewoon doorgingen met het verlenen van afgesmeekte gunsten. Ook Vitus ging akkoord, want volgens geschiedschrijver Widukind van Corvey “begon het geluk van de Franken te dalen en van de Saksen te stijgen”.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (4)”

Vitus, een vuurvaste heilige (3)

Meester van het Augustijner Altaar: Vitus drijft een duivel uit (1487; Germanisches Nationalmuseum Neurenberg)

[Dit is het derde van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Rumoer in Rome

Abrupt verspringt het verhaal naar Rome, waar de zoon van keizer Diocletianus bezeten wordt door een demon. Geen erg snugger exemplaar, want hij verklapt dat “als Vitus niet kwam, hij nooit uit hem weg zou gaan”. Vitus wordt opgespoord en voor de keizer geleid, die hem gebiedt zijn zoon te genezen. Net als eerder antwoordt Vitus bescheiden dat niet hij, maar de Heer dat kan: “meteen legde hij de handen op en onmiddellijk vluchtte de demon weg”. De Meester van het Augustijner altaarstuk maakte er een drukbezocht schouwspel van waarin eigentijdse Neurenbergers een duiveluitdrijving konden herkennen. Een assistent houdt de stuiptrekkende zoon in bedwang, terwijl Vitus hem in een kennelijke priesterrol zijn stool omlegt en in woord en gebaar een bezwering uitvoert. Het wijwatervat op tafel is een essentieel onderdeel van dit proces, terwijl de blote voeten van de tegenspartelende patiënt mogelijk verwijzen (onderzoek is gaande) naar een doopritueel voorafgaand aan de exsufflatio: uitblazing van de duivel. Het pekzwarte duiveltje vertrekt zoals hij binnenkwam: door de mond van zijn slachtoffer. Diocletianus en zijn gevolg kijken nog sceptisch gebarend toe, terwijl achterin sensatiezoekers angstig om een deurpost gluren. Door de open vensternissen onder het tongewelf verschijnt een berglandschap met Duitse architectuur en een Romeins aquaduct.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (3)”

Vitus, een vuurvaste heilige (2)

Omg. Jörg Kölderer: Vitus gedoopt, weigert afgodenverering (Ferdinandeum, Innsbruck; REAL Online)

[Dit is het tweede van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Straffen op Sicilië

Jacob van Voragine begint bijna ieder heiligenverhaal in de Gulden Legende met een etymologische uitleg. Bij Vitus kan dat op vita (leven) of virtus (deugd) duiden. Daarna brandt het verhaal los, doorgaans in korte zinnen die predikanten met hun retorische talenten konden verrijken. Kunstenaars deden dat natuurlijk ook met hun beeldende middelen.

De twaalfjarige senatorszoon Vitus was Siciliaan en als christen opgevoed door zijn huisleraar Modestus en zijn voedster Crescentia. Van zijn heidense vader Hylas “kreeg  hij de zweep omdat hij de afgoden verachtte en ze niet wilde aanbidden”. Een bijna terloopse mededeling die een Oostenrijkse schilder rond 1515 inspireerde tot de hierboven afgebeelde, levendige en gelaagde beginscène van een aan Vitus gewijd altaarstuk. Onder een zilveren afgodsbeeld  proberen verbijsterd kijkende volwassenen Vitus van zijn ongelijk te overtuigen. Het is een debat op filosofisch niveau, want op talrijke vingers worden argumenten afgeteld. Eigentijdse kijkers konden deze iconografische conventie herkennen van (prenten naar) Dürers schilderij waarin de twaalfjarige Jezus de Bijbel rustig uitlegt aan ongunstig uitziende Schriftgeleerden. Het altaarstuk benadrukt daarmee Vitus’ navolging van Jezus. Als tegenhanger van het zielloze tempelbeeld voegde de schilder in de achtergrond een gotische kapel met Vitus’ doop toe, onder bescherming van de neerdalende Heilige Geest. De doopvont is bovendien een visuele cliffhanger die kijkers voorbereidt op een antitype: de ketel waarin Vitus een latere marteling zal ondergaan.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (2)”

Vitus, een vuurvaste heilige (1)

Atelier Pierre Cuypers: Vitus voor keizer Valerianus, de vlucht uit Sicilië, duiveluitdrijving (ca. 1900; Sint-Vituskerk, Hilversum)

Als ik u zeg dat Diocletianus keizer was in Rome, en u verheugd denkt te beginnen aan een nieuwe serie van Jona, dan moet ik u teleurstellen. Als schrale troost ontmoet u in deze reeks een Romeinse martelaar die in het jaar 303 het aardse leven verliet. Martelaren waren er volop in deze tijd van christenvervolgingen, maar Vitus is mijn favoriet. Die voorkeur is regionaal bepaald, want wie opgroeit in het Gooi krijgt onverbiddelijk te maken met deze heilige. Al sinds de negende eeuw verleent hij er zijn naam aan tal van kerken, scholen en verenigingen.

Deze kennismaking start met het oudst bekende bronmateriaal over Vitus. Daarna kijkt u mee naar keuzes die beeldende kunstenaars maakten bij hun interpretatie van Vitus’ hagiografie in de middeleeuwse verhalenbundel Gulden Legende, die veel van zijn specialiteiten als wonderdoener en beschermer inspireerde. Later komt ter sprake hoe zijn verering vanuit Italië naar het noorden en oosten migreerde, en de onderling soms afwijkende beeldtradities die daaruit voortkwamen.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (1)”

Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen

Een Perzische ruiter verslaat een Griekse soldaat (Staatliche Münzsammlung, München)

In het vorige blogje introduceerde ik de Griekse geschiedschrijver Ktesias, en vertelde ik dat aan zijn betrouwbaarheid sterk wordt getwijfeld. Dat heb ik niet echt toegelicht, dus ik bied nu een becommentarieerd overzicht van zijn Geschiedenis van de Perzen.

Assyrië, Babylonië en Medië

Dat werk begint met drie boeken over de geschiedenis van wat Ktesias aanduidt als Assyrië. En daarmee verraadt hij dat hij staat op de schouders van de door hem bekritiseerde Herodotos van Halikarnassos, die met deze naam verwijst naar zowel Assyrië als Babylonië. De verklaring kan alleen maar zijn dat beide voormalige koninkrijken in Achaimenidisch Perzië behoorden tot dezelfde bestuurseenheid, maar het is absurd om het terug te projecteren op de eerdere geschiedenis. Ktesias volgt Herodotos in zijn vergissing, en wat hij presenteert als geschiedenis is grotendeels legendarisch.

Lees verder “Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen”

Ktesias, geschiedschrijver (of zo)

Zomaar een Griek (Archeologisch museum, Delfi)

Het is voor ons, levend in de rijke westerse wereld, eigenlijk vrij simpel: een bewering is waar of niet. Voor ons interessant is de discussie over de waarheidstheorieën (is iets waar omdat het correspondeert met een waargenomen feit of omdat het voortvloeit uit andere waarheden?) en de discussie over robuustheid (hoe waarschijnlijk is het dat iets waar is?). Over zulke thema’s kunnen wij nadenken met enige kans dat we ook iets bereiken, want we hebben de filosofische concepten, de wiskunde, de tijd en het geld. We kunnen onderzoek doen.

Wat is waar?

Dat was anders in de tijd vóór de Wetenschappelijke Revolutie, dus zeg maar de tijd van Vesalius, Stevin en Newton. Afgezien van de wiskunde, waarin een ware bewering voortvloeit uit axioma’s, was waarheid eeuwenlang ontoetsbaar. Als iemand beweerde dat je niet voorbij de evenaar kon zeilen omdat het daar te heet was voor menselijk leven, kon je niet even een expeditie ondernemen om dat te onderzoeken.

Lees verder “Ktesias, geschiedschrijver (of zo)”