Het begin van de slag bij Thapsus

Slagveld van Thapsus

Als ik u zeg dat het 6 april was in het jaar waarin Caesar met Lepidus het consulaat bekleedde, en als ik dat omreken naar 7 februari 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En na het blogje van eergisteren weet u dat het de dag was van de slag bij Thapsus.

Begin van de slag bij Thapsus

Die begon toen Metellus Scipio begon met de aanleg van een versterking over de westelijke toegangsweg naar Thapsus. Dit was precies wat Caesar had gehoopt. Scipio’s mannen zouden deels aan het bouwen zijn en deels de wacht houden. Hun aandacht was verdeeld. Snel stelde hij zijn mannen op en riep ze wat toe:

Hijzelf maakte te voet haastig een ronde langs zijn soldaten, herinnerde zijn veteranen aan hun moedige daden in vroegere gevechten en wekte met zijn complimenten hun strijdlust op. De rekruten daarentegen, die nog nooit in een slag hadden gevochten, spoorde hij aan in moed te wedijveren met de veteranen, en ernaar te streven om door het behalen van de overwinning dezelfde faam, status en reputatie te verwerven als zij. (Afrikaanse Oorlog 81; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “Het begin van de slag bij Thapsus”

Caesar naar Thapsus

Scipio’s haven: Mahdia, iets ten zuiden van Thapsus.

Het was 4 april in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, omgerekend 5 februari 46 v.Chr. U weet dus dat u bent beland in een blogje in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Het antwoord op deze vraag is dat hij begon aan de campagne rond Thapsus, een havenstad die tegenwoordig Ras Dimas heet. Het stadje, waarvan de omgeving in de voorgaande weken was ontdaan van graan en andere levensmiddelen, lag ongeveer achttien kilometer ten oosten van Caesars eigen haven, Lepcis Parva. Caesar had daarvandaan al galeien uitgestuurd om een vlootblokkade te leggen. Bedenk hierbij dat de roeiers veel water nodig hadden, dat aan boord moest zijn en de schepen traag maakte. Desondanks was een begin gemaakt met het uithongeren van Thapsus.

Lees verder “Caesar naar Thapsus”

VIIII Hispana: het legioen van Rosemary Sutcliff (1)

Grafsteen van Moranus, soldaat van VIIII Hispana (ingemetseld in de stadspoort van Motovun)

Kan een Romeins legioen negentien eeuwen na zijn verdwijning nog tot de verbeelding spreken? De enige Romeinse militaire eenheid die daar in slaagt, is het Negende Legioen Hispana. De reden is welbekend: het fenomenale kinderboek van Rosemary Sutcliff, De adelaar van het Negende. Ze vertelt het verhaal van de speurtocht naar het lot van het legioen, dat vanuit York noordwaarts de Schotse mist in was gemarcheerd en waarvan nadien niemand meer was vernomen. Ik ken niemand die het een slecht boek vond, het heeft eindeloos veel jonge mensen een fascinatie bijgebracht voor het oude Rome, het is verfilmd en het heeft een hardnekkig misverstand opgeleverd, want het legioen is niet in Schotland verdwenen. Daar heb ik het vaker over gehad en dat laat ik nu verder rusten.

Caesar

VIIII Hispana behoorde met de legioenen VII, VIII en X Equestris tot de oudste eenheden in het keizerlijke leger. Dit viertal was al bij Julius Caesar toen hij in 58 v.Chr. de Gallische Oorlog ontketende. Caesar noemt het Negende bijvoorbeeld in zijn verslag van de strijd aan de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk, waar hij de Nerviërs versloeg.

Lees verder “VIIII Hispana: het legioen van Rosemary Sutcliff (1)”

Een foeragecampagne

De provincie Africa was spreekwoordelijk vruchtbaar: op deze munt uit het museum in Pamukkale wordt ze gepersonifieerd door een vrouw met in haar ene hand een graanhalm en in de andere een hoorn des overvloeds.

Het was alweer de zeventiende maart van in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, ofwel 18 januari 46 v.Chr. op onze kalender. U weet: dit is een blogje is in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

En u kunt het stukje van vandaag eigenlijk overslaan, want aan het einde zijn we terug bij het begin. Het is de stilte voor de storm, want met het volgende blogje komt het einde van de Afrikaanse campagne in zicht. Caesar had de laatste weken alle versterkingen ontvangen die hij nodig had, Metellus Scipio durfde de beslissende slag niet aan: alles was klaar voor de laatste confrontatie – behalve dat Caesar inmiddels beschikte over te veel mensen om nog te voeden. Eerst moest de foerage op orde zijn.

Lees verder “Een foeragecampagne”

Versterkingen voor Caesar

Reconstructie van een schorpioen, een pijlen-schieter zoals ook Caesar die gebruikte.

Als ik u zeg dat het 28 februari was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 5 december 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u voor de honderdste keer een stukje zult gaan lezen in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Nieuwe versterkingen voor Caesar

Ik denk dat hij een gat in de lucht sprong. De strijd om Uzitta, het Afrikaanse stadje dat hij wilde veroveren en dat werd verdedigd door Metellus Scipio en koning Juba I, was overgegaan in een stellingenoorlog, waarin Caesars mannen langzaam hun doel naderden. Het landkaartje is hier.

Toen Caesar zijn versterkte linies had voltooid en doorgetrokken tot een punt dat nog juist buiten schootsafstand van de stad lag, sloeg hij een versterkt legerkamp op. Hij liet katapulten en schorpioenen dicht opeen voor zijn legerkamp opstellen, gericht tegen de stad, en bestookte onophoudelijk de verdedigers van de muur. (Afrikaanse Oorlog 56; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “Versterkingen voor Caesar”

De aankomst van Juba I

Een krijgsolifant zoals Juba I meenam (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

Wanneer ik schrijf dat het 17 februari was en toevoeg dat het was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en wanneer ik dat omreken naar 29 november 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u in een nieuw stukje uit de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” bent beland.

Versterkingen

Ik heb vorige keer verteld dat Caesar een poging had gedaan Uzitta te veroveren. Metellus Scipio had zijn leger opgesteld maar de slag niet aangedurfd. Sindsdien was er weinig gebeurd. Caesars manschappen waren bezig geweest hun posities uit te bouwen, Scipio’s soldaten zullen hetzelfde hebben gedaan en beide partijen wachtten op versterkingen. Scipio had hierbij het voordeel dat hij enkele havens in de omgeving controleerde. Een capabele vlootcommandant, Gaius Vergilius, wist daarvandaan verschillende van Caesars schepen te onderscheppen. Op 17 februari, onze 29e november, arriveerde bovendien Scipio’s bondgenoot Juba I, de koning van Numidië. Hij nam drie legioenen, 18.000 man lichte infanterie, 20.000 ruiters en dertig olifanten mee. Dat hij niet gerust was op de afloop, blijkt wel uit het feit dat hij in zijn hoofdstad Zama

midden op het forum een hoge brandstapel had opgericht. Als hij de oorlog zou verliezen, was hij van plan daar al zijn bezittingen op te stapelen, vervolgens alle burgers te doden en ook erop te gooien, een vuur eronder aan te steken en tenslotte zichzelf daarop te doden en samen met kinderen, vrouwen, burgers en de hele koninklijke schat te verbranden (Afrikaanse Oorlog 91; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “De aankomst van Juba I”

Uzitta

Kaartje van de omgeving van Uzitta.

Als ik u zeg dat het eind januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar november 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij zocht de confrontatie met zijn tegenstanders. Zoals we al zagen waren enkele dagen eerder het Dertiende en het Veertiende Legioen gearriveerd, samen met 800 Gallische ruiters, duizend boogschutters en slingeraars, alsmede het door Gaius Sallustius Crispus bemachtigde graan. De stad Thysdrus, het huidige El Djem, zegde ook een enorme hoeveelheid graan toe. Eén probleem: Thysdrus lag zeventig kilometer naar het zuiden. Desondanks was de situatie duidelijk in Caesars voordeel aan het veranderen, zodat deze het initiatief naar zich toe kon trekken.

Lees verder “Uzitta”

Metellus Scipio rukt op

Munt van Metellus Scipio, met een personificatie van Africa (Staatliche Münzsammlung, München)

Als ik u zeg dat het 12 januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 25 oktober 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat nu een blogje volgt in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Ik beloofde vorige keer dat Caesars nederlaag bij Ruspina een onverwacht gevolg zou hebben. Het vloeide voort uit de strijdwijze waarmee Titus Labienus zijn oude generaal had vastgepind op de vlakte. Hij had lichtbewapende Numidische soldaten en cavalerie samen laten aanvallen. Als Caesars mannen aanvielen, weken

de ruiters van de vijanden terug; maar de infanteristen bleven weerstand bieden, totdat de ruiters met een nieuwe charge hun infanterie te hulp kwamen. (Afrikaanse Oorlog 15; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “Metellus Scipio rukt op”

Ruspina: Titus Labienus verslaat Caesar

Het slagveld ten westen van Ruspina

Als ik u zeg dat het 4 januari was en daaraan toevoeg dat het was toen Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar “onze” 17 oktober 47 v.Chr., dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij was de dag begonnen met een foerage-expeditie, waarbij hij 400 ruiters en 150 boogschutters meenam en dertig cohorten. Die waren niet op de volle sterkte van 430 man; vermoedelijk bestonden ze uit ongeveer 300 legionairs, merendeels rekruten met daartussen veteranen. Als Caesar werkelijk ging foerageren met ruim 9000 man, en er persoonlijk leiding aan gaf, hield hij rekening met een aanval. Die inderdaad kwam. Gelukkig was het een infanterieleger dat hem naderde, zodat Caesars mannen, die een uur ten westen van hun basis bij Ruspina waren, niet bang hoefden te zijn te worden omsingeld.

Lees verder “Ruspina: Titus Labienus verslaat Caesar”

Caesar op de vlucht

Munt van Caesar, voor de derde keer consul (Metropolitan Museum, New York)

Als ik u zeg dat het jaar was aangebroken waaraan Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus én als consuls én als dictator en meester der ruiterij hun namen hadden gegeven, en als ik dat omreken naar medio oktober 47 v.Chr., dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij was, zoals we vorige keer zagen, in de laatste dagen van het voorafgaande jaar met 3000 legionairs, merendeels rekruiten, en 150 ruiters aan land gegaan bij Hadrumetum, het huidige Sousse in Tunesië. Als Caesar had gehoopt de stad te kunnen innemen, dan was hij bedrogen uitgekomen: ze werd verdedigd door Gaius Considius Longinus, die volgens de auteur van De Afrikaanse Oorlog beschikte over ongeveer 8000 man. Vanaf Kaap Bon waren bovendien 3000 Numidische ruiters onderweg naar Hadrumetum. Omdat die de stad versterkten maar geen aanstalten maakten Caesar aan te vallen, sloeg deze zijn kamp op ten zuidoosten van de stad, op het strand, hopend op versterkingen. Achteraf bezien heeft Considius een kans gemist de Tweede Burgeroorlog ten einde te brengen.

Lees verder “Caesar op de vlucht”